Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over fiche: Mededeling European Democracy Shield (Kamerstuk 22112-4247)
2026D10459 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken hebben onderstaande fracties de
behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties over de brief inzake het kabinetsstandpunt ten aanzien van
de Mededeling Europees schild voor de democratie: zorgen voor sterke en veerkrachtige
democratieën (Kamerstuk 22 112, nr. 4247).
De fungerend voorzitter van de commissie,
Van Eijk
Adjunct-griffier van de commissie,
Kling
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower
II
Antwoord/reactie van de Minister
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het European Democracy
Shield (EUDS) en de Nederlandse positie ten aanzien van de mededeling. Deze leden
onderschrijven het belang van een gemeenschappelijke Europese strategie voor het beschermen
en versterken van de democratie. Dit is wat hen betreft bij uitstek óók een Europese
competentie. De Europese Unie is de grootste gemeenschap van democratieën ter wereld.
Die democratie staat onder druk van krachten binnen en buiten de Europese Unie die
haar proberen te ondermijnen. Democratische processen binnen de Europese Unie staan
steeds vaker onder druk door buitenlandse inmenging, grootschalige desinformatiecampagnes,
hybride dreigingen en digitale manipulatie van verkiezingen en media. Zij wijzen erop
dat recent de denktank die nauw verbonden is met het team rondom President Trump heeft
opgeroepen om de Europese Unie af te schaffen (The Heritage Foundation, «Western Civilization
Can Only Be Saved if the EU Is Abolished», 18 december 2025). Er is sprake van een
gecoördineerde aanval op Europese instituties en onze samenleving.
Een sterke gezamenlijke strategie is onmisbaar om weerstand te bieden tegen deze druk
en de Europese vrije manier van leven te beschermen. In dat licht vinden de leden
van de D66-fractie de huidige voorstellen onvoldoende concreet en ambitieus. Deze
leden zijn van mening dat er een gat bestaat tussen de aard en omvang van de dreiging
en de maatregelen die worden voorgesteld in het EUDS. De nadruk licht te veel op intergouvernementele
en vrijwillige maatregelen, waar een sterke gezamenlijke respons nodig is. Zij hebben
daarover nog een aantal vragen.
De EUDS mist scherpte in de probleemanalyse. De focus ligt voor een groot deel op
externe dreigingen, maar heeft onvoldoende oog voor de dreiging van binnenuit en de
gevolgen van nieuwe technologieën voor de democratie. De strategie sluit onvoldoende
aan bij de lopende discussies over strategische autonomie op het gebied van digitalisering
en informatievoorziening. De strategie voor het aanpakken van desinformatie zou gecentraliseerd
moeten zijn rondom de aanpak van «platform design», met als aanvulling het monitoren
van de content op die platforms. Het monitoren van inhoud is dweilen met de kraan
open als de platforms aan de achterkant zo ontwikkeld zijn dat aanstootgevende en
gewelddadige content vrij kan circuleren en door algoritmen gepusht wordt. De EUDS
legt hier onvoldoende nadruk op en lijkt hiermee de boot te missen. De beste manier
om desinformatie te bestrijden en minder afhankelijk te worden is het ontwikkelen
van Europese alternatieven en het stimuleren van Europese digitale infrastructuur.
De leden van de D66-fractie wijzen erop dat recente analyses laten zien dat autoritaire
staten steeds grotere middelen inzetten voor beïnvloedingscampagnes in Europa, terwijl
Europese investeringen in het tegengaan van informatie-manipulatie relatief beperkt
blijven. Kan het kabinet inzicht geven in hoe de beschikbare middelen voor de uitvoering
van het EUDS zich verhouden tot de schaal van de dreiging, zo vragen deze leden. Op
welke manier kunnen we de inzet voor het beschermen van de democratie terugzien in
het aankomende Meerjarig Financieel Kader (MFK), zo vragen zij.
De leden van de D66-fractie wijzen erop dat de strategie primair gericht is op het
verdedigen van de democratie tegen aanvallen van buitenaf. Deze leden pleiten ervoor
dat de Europese Unie ook blijft werken aan het bevorderen van democratie buiten haar
eigen grenzen. Bevat de EUDS ook een strategie voor de promotie van democratie naar
de burgers van onvrije landen, bijvoorbeeld in Rusland, zo vragen zij.
De leden van de D66-fractie ondersteunen de inzet om de onafhankelijke journalistiek
te versterken. In het regeerakkoord zijn middelen opgenomen voor het versterken van
journalistiek vrijheid en persveiligheid. Kan het kabinet aangeven op welke manier
zij deze middelen gaat inzetten en op welke wijze hierbij wordt bijgedragen aan de
doelstellingen van de EUDS? Kan het kabinet een concreet tijdpad schetsen voor nationale
maatregelen die voortvloeien uit de door Nederland gesteunde voorzitterschapsconclusies
over toegang tot betrouwbaar nieuws binnen het kader van het EUDS, vragen zij tevens.
De opkomst van AI vormt een uitdaging voor betrouwbare nieuwsvoorziening. Hoe reflecteert
het kabinet op de constatering uit het EUDS dat betrouwbare informatie steeds moeilijker
vindbaar wordt in een digitaal ecosysteem dat wordt gedomineerd door techplatforms
en wat stelt het kabinet voor als remedie, vragen de leden van de D66-fractie. Hoe
stimuleert het kabinet een Europese AI-innovatie- en licentiemarkt waarin journalistieke
content op eerlijke en transparante wijze wordt benut, met passende vergoeding voor
rechthebbenden, vragen deze leden. Is het kabinet bereid te onderzoeken of aanvullende
transparantieverplichtingen nodig zijn voor AI-systemen die nieuwscontent verwerken,
vragen zij tevens.
De leden van de D66-fractie lezen dat het kabinet van mening is dat voorkomen moet
worden dat er door de nationale of Europese overheid wordt gefactcheckt. Deze leden
onderschrijven dat dit beter door onafhankelijke organisaties kan gebeuren, maar willen
wel benadrukken dat overheden een rol hebben in het bestrijden van desinformatie.
Het bestrijden van desinformatie gaat over het beschermen van een open en vrije publieke
ruimte en het voorkomen van ondermijning. Het gaat hier niet om het bestrijden van
toevallige onwaarheden, maar om het beschermen van onze samenleving tegen pogingen
om haar te ontwrichten. Dat is wel degelijk een competentie van overheden, zowel op
nationaal als Europees niveau.
De leden van de D66-fractie merken op dat deelname aan het op te richten European
Centre for Democratic Resilience (ECDR) vrijwillig is. Is het kabinet voornemens om
deel te nemen in het ECDR, zo vragen deze leden. Is zij van mening dat de aanpak gedragen
zou moeten worden door álle lidstaten, en dat deelname daarom niet vrijwillig zou
moeten zijn? Zo ja, is zij bereid om te bepleitten dat participatie verplicht wordt,
zo vragen deze leden tevens.
De leden van de D66-fractie constateren daarnaast dat de Europese Commissie met het
European Democracy Shield een zogenoemde whole-of-society aanpak voorstaat, waarin overheden, maatschappelijke organisaties, media en burgers
gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het versterken van democratische weerbaarheid.
Deze leden onderschrijven het belang van een brede maatschappelijke aanpak, maar vragen
zich af of de huidige voorstellen voldoende duidelijk maken welke rol en verantwoordelijkheid
bij welke actor ligt. Kan het kabinet nader uiteenzetten hoe het deze whole-of-society benadering concreet wil vormgeven in de Nederlandse context, vragen zij. Hoe wordt
voorkomen dat verantwoordelijkheden te diffuus worden, waardoor effectieve coördinatie
juist wordt bemoeilijkt, vragen zij tevens.
Ten slotte constateren de leden van de D66-fractie dat buitenlandse beïnvloedingscampagnes
zich steeds vaker richten op het ondermijnen van vertrouwen in democratische instituties
door middel van langdurige en subtiele informatieoperaties, waarbij gebruik wordt
gemaakt van sociale media, kunstmatige intelligentie en nieuwe digitale technieken.
In hoeverre acht het kabinet de huidige voorstellen van het European Democracy Shield
voldoende toegerust om dergelijke langlopende en adaptieve campagnes tegen te gaan,
vragen deze leden. Welke aanvullende instrumenten of bevoegdheden acht het kabinet
eventueel noodzakelijk om Europese democratieën op langere termijn weerbaarder te
maken, vragen zij.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het fiche
met betrekking tot de «Mededeling European Democracy Shield». Graag willen deze leden
het kabinet daarover een aantal vragen stellen. Allereerst merken zij op dat zij de
ambitie van het EUDS steunen. Zij zijn, zoals al eerder aangegeven, voorstander van
sterke en weerbare democratieën in Europese lidstaten. Maar lidstaten hebben daarbij
ook zelf een verantwoordelijkheid. Wat is de toegevoegde waarde van het EUDS voor
lidstaten met een relatief sterk democratisch fundament, zoals Nederland? Graag krijgen
zij een reactie van het kabinet.
De Europese Commissie stelt voor om een ECDR op te richten. Het is daarbij de bedoeling
de bevoegdhedenverdeling tussen de EU en de lidstaten te respecteren. Een stakeholdersplatform
zal worden opgericht voor onafhankelijke, niet-institutionele partijen die kunnen
bijdragen aan het werk van het ECDR. De leden van de VVD-fractie achten het een goede
zaak dat er geen bevoegdheden van de lidstaten en dus van Nederland worden overgedragen.
Verder komt er een onafhankelijk Europees netwerk van factcheckers. Daarnaast zal
er een European Digital Media Observatory (EDMO) zijn. Ook zal de Europese Commissie
een competentiekader voor EU-burgerschap ontwikkelen, alsmede een EU-gids voor democratie
voorstellen, gerelateerd aan EU-kaders en wetgeving. De oprichting van een European
Centre of Expertise on Research Security wordt bezien. Uit het fiche blijkt dat het
kabinet vragen heeft over de mate waarin een aantal van deze beleidsonderwerpen op
EU-niveau thuishoren. Deze leden vragen het kabinet nader aan te geven waar zij precies
op doelen. Wat zal de inzet van het kabinet in de Europese Unie daarbij zijn?
Ook blijkt uit het fiche dat het kabinet zich afvraagt waarom er een nieuw factchekersnetwerk
wordt opgezet in plaats van dit onder te brengen bij het reeds bestaande EDMO-netwerk
of het European Fact-checking Standard Network. De leden van de VVD-fractie delen
deze vraag van het kabinet. Wat betekent dit voor de inzet van het kabinet?
In het algemeen kunnen de leden van de VVD-fractie zich niet aan de indruk onttrekken
dat er in het kader van het EUDS vele initiatieven worden genomen dan wel vele voorstellen
worden gedaan. Komt dat de overzichtelijkheid ten goede? Zouden er bepaalde voorstellen
c.q. initiatieven gebundeld kunnen worden? Hoe kijkt het kabinet daarnaar? Zo ja,
welke initiatieven dan wel voorstellen zouden daarvoor in aanmerking komen? Uit deze
vragen mag niet worden afgeleid dat deze leden het belang van sterke en weerbare democratieën
niet onderschrijven, maar zij vinden het ook van belang dat er sprake is van een overzichtelijke
structuur. Graag krijgen zij een reactie van het kabinet.
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van
het de kabinetsbrief over het Europese Democracy Shield. Deze leden hebben hierover
nog een aantal vragen en opmerkingen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dragen de volgende punten aan over het EUDS.
Deze leden uiten hun zorgen over het feit dat er nog weinig concreet is ingevuld,
waarmee de ambities vooral op papier blijven bestaan. Zij benadrukken hoe belangrijk
het is dat het EUDS antwoorden biedt op het gebied van digitale zaken, zoals Europese
onafhankelijkheid van Big Tech en een proactieve aanpak van verslavende en polariserende
aanbevelingsalgoritmen op sociale media. Zij vragen het kabinet om hard te maken welke
rol het EUDS kan spelen op deze twee terreinen. Ook zijn zij benieuwd op welke wijze
het Nederlandse kabinet zich proactief inzet voor de inhoudelijke vormgeving van het
EUDS.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben grote zorgen over de monopolievorming
binnen het digitale domein. Deze leden benadrukken dat het hele informatie-ecosysteem,
de digitale kanalen waarop informatie wordt gedeeld en gelezen, in handen is van enkele
machtige techbedrijven die gevestigd zijn buiten Europa. Een voortvarende aanpak voor
democratische weerbaarheid vraagt om het terugdringen van deze afhankelijkheid om
de digitale leefomgeving terug te winnen. Kan het EUDS bijdragen aan het versterken
van de Europese digitale autonomie? Welke concrete acties zijn er op dit terrein nodig
om dit te realiseren?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen om een stevige regulering van de aanbevelingsalgoritmen
op zoekmachines en sociale media, die het risico op inmenging vergroten. Volgens deze
leden leidt de werking van aanbevelingsalgoritmen, gebaseerd op interactie, tot het
creëren van informatiefuiken en maakt het gebruikers kwetsbaar voor beïnvloeding door
statelijke actoren. Deelt het kabinet deze analyse? Welke rol ziet zij voor het EUDS
om tot stevige regulering te komen van de aanbevelingsalgoritmen op sociale media?
Is het kabinet bereid om te pleiten voor het ontwikkelen van Europese alternatieve
online platforms, in samenwerking met het maatschappelijke middenveld, gebaseerd op
non-invasieve verdienmodellen?
Daarnaast stellen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat online zoekmachines
een belangrijke rol spelen als poortwachter voor informatie. Sinds de invoering van
AI-samenvattingen op zoekmachines neemt het verkeer naar betrouwbare nieuwssites af
en worden mensen vaker onjuiste informatie voorgeschoteld. Hoe kijkt het kabinet naar
deze verschuiving weg van betrouwbare nieuwsplatforms naar AI-samenvattingen van zoekmachines? Wordt dit in Europees verband ook erkend, en wat is de rol
van het EUDS om de manier waarop informatie in zoekmachines wordt gerangschikt (zogenaamde
prominentiebeleid) te reguleren? Deze leden vragen zich af of het afdwingen van transparantie
over hoe AI-samenvattingen worden samengesteld een mogelijkheid is. Daarnaast vragen
zij om in te gaan op de spanning tussen zoekmachines die met AI-samenvattingen lezers
wegtrekken bij journalistieke platforms, en het verdienmodel van de journalisten die
hierdoor in het geding komt.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie wijzen erop dat het monitoren en melden van
inmenging via online platforms nu vaak door non-profit organisaties wordt gedaan.
Het maatschappelijk middenveld heeft een onmisbare rol om onafhankelijk toe te zien
op dreigingen voor onze democratie. Dat vervult een publieke taak. Het EUDS is volgens
deze leden een kans om het middenveld te voorzien van een structurele financiering,
met behoud van de onafhankelijkheid van deze organisaties als uitgangspunt. Deelt
het kabinet deze opvatting, en op welke wijze zou de EUDS kunnen bijdragen aan langjarige
financiële zekerheid voor maatschappelijke organisaties die toezien op democratische
weerbaarheid? In welke andere structurele financiering moet het EUDS gaan voorzien?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen het kabinet naar haar opvatting over
de capaciteiten die bij het ECDR belegd zouden moeten worden. Deze leden lezen dat
het kabinet twijfels heeft over de verdeling tussen wat er in Europees verband moet
worden opgebouwd en wat lidstaten zelf blijven doen. Hoe ziet het kabinet de rol voor
zich tussen overheid, maatschappelijke organisaties en onderzoeksinstellingen? Zij
vragen daarbij om expliciet in te gaan op de rol die ministeries hierin zouden moeten
spelen volgens het kabinet. Hoe kan het EUDS bijdragen aan een betere onderlinge samenwerking,
mede tussen lidstaten? Hoe kijkt het kabinet naar een Europese detectiecapaciteit
voor desinformatie en buitenlandse beïnvloeding? Zou dat volgens hem in Europees verband
moeten worden georganiseerd?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie missen in de brief van de voorliggende voorstellen
en ook in de kabinetsbrief aandacht voor het belang van transparantie en regulering
rondom beïnvloeding van de democratie middels donaties. Deze leden zijn van mening
dat voorkomen moet worden dat grote bedrijven of vermogende individuen invloed hebben
op de democratische besluitvorming. Deelt het kabinet deze zorg? En is het kabinet
bereid om dit ook in het kader van het EUDS in te brengen? Zo nee, waarom niet?
Terecht wordt aandacht gevraagd voor het belang van onafhankelijke media. De leden
van de GroenLinks-PvdA-fractie merken dat door bezuinigingen steeds meer onafhankelijke
media onder druk komen te staan, ook op lokaal niveau. Deelt het kabinet deze zorgen?
En wat kan er via het EUDS worden bijgedragen aan het verder bevorderen van voldoende
middelen voor onafhankelijke media?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het Fiche.
Democratie en rechtsstaat behoren tot de grondwaarden van de Europese Unie. Deze leden
vinden het belangrijk en goed dat hier vanuit de Commissie aandacht voor is; het verdedigen
van democratische waarden in Europa is een groot goed. Zij hebben enkele vragen bij
het Fiche.
De leden van de CDA-fractie lezen dat het kabinet bij de uitwerking van het ECDR gaat
pleiten voor het opnemen van tegenmaatregelen wanneer er duidelijk sprake is van beïnvloeding
van verkiezingen en ongewenste inmenging in democratische processen. Deze leden kunnen
zich hier goed in vinden. Kan het kabinet aangeven in hoeverre dergelijke maatregelen
in de huidige mededeling voor komen? Voorts vragen zij welke tegenmaatregelen het
kabinet hiervoor in gedachten heeft. En vragen zij hoe het kabinet wil voorkomen dat
politieke verdeeldheid in de Raad effectieve tegenmaatregelen blokkeert.
De leden van de CDA-fractie lezen dat het kabinet het van groot belang vindt dat bij
het ECDR de bevoegdheden-verdeling tussen lidstaten en de EU gewaarborgd blijft en
dat de onafhankelijkheid van relevante organisaties in acht wordt genomen. Deze leden
vragen of het kabinet zich hard gaat maken voor een expliciete subsidiariteitstoets
bij eventuele vervolgvoorstellen die volgen uit het EUDS.
De leden van de CDA-fractie vragen hoe initiatieven ten aanzien van het versterken
van de verkiezingsprocessen zich verhouden tot bestaande Europese initiatieven rondom
het monitoren van verkiezingen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower
De leden van de Groep Markuszower hebben kennisgenomen van het fiche over het European
Democracy Shield en zijn hier kritisch over. Deze leden merken op dat de Europese
Commissie dit dossier lijkt te gebruiken om haar rol verder uit te breiden op terreinen
die tot de nationale democratische rechtsorde behoren. Democratie, verkiezingen en
het publieke debat zijn bij uitstek nationale aangelegenheden.
De leden van de Groep Markuszower lezen dat de ECDR wil oprichten. Deze leden vragen
wat de concrete meerwaarde hiervan is ten opzichte van bestaande nationale en Europese
structuren. Dreigt hiermee niet opnieuw een extra Europese instantie te ontstaan die
zich gaat bezighouden met nationale politieke processen?
De leden van de Groep Markuszower lezen daarnaast dat de Commissie een Europees netwerk
van factcheckers wil versterken en de monitoring van de informatieruimte wil uitbreiden.
Deze leden vragen welke criteria worden gehanteerd bij het beoordelen van desinformatie
en welke waarborgen er zijn om politisering te voorkomen. Hoe wordt voorkomen dat
Europese of door de EU ondersteunde organisaties een rol krijgen in het beoordelen
van politieke meningen of maatschappelijke standpunten?
Ook maken de leden van de Groep Markuszower zich zorgen over de mogelijke invloed
van de EU op verkiezingsprocessen. De Commissie wil onder meer richtsnoeren opstellen
over het gebruik van technologie en informatie in verkiezingen en de samenwerking
rond verkiezingen versterken. Deze leden vragen hoe wordt voorkomen dat de EU zich
steeds verder mengt in nationale verkiezingscampagnes en politieke communicatie.
Bovendien merken de leden van de Groep Markuszower op dat de Commissie ook wil inzetten
op mediageletterdheid, burgerschapsvorming en maatschappelijke betrokkenheid van burgers.
Deze leden vragen waarom de Europese Commissie zich op deze terreinen begeeft, terwijl
onderwijs en burgerschapsvorming primair nationale verantwoordelijkheden zijn.
Verder vragen de leden van de Groep Markuszower hoe wordt voorkomen dat Europese steun
of financiering voor media, factcheckinitiatieven en maatschappelijke organisaties
leidt tot een situatie waarin organisaties die aansluiten bij de beleidsprioriteiten
van de Commissie meer middelen en invloed krijgen dan andere maatschappelijke geluiden.
Tot slot vragen de leden van de Groep Markuszower of het kabinet erkent dat dit voorstel,
ondanks de nadruk op samenwerking en kennisdeling, in de praktijk kan leiden tot verdere
Europese invloed op nationale democratische processen. Is het kabinet bereid zich
ervoor in te zetten dat verkiezingen, media en het politieke debat nadrukkelijk onder
verantwoordelijkheid van de lidstaten blijven vallen en dat verdere Europese bemoeienis
op dit terrein wordt voorkomen?
II Antwoord/reactie van de Minister
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.P.J. van Eijk, voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
Y.C. Kling, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.