Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Stoffer over veiligheid van Joodse studenten en isolatie van dissidente academici
Vragen van het lid Stoffer (SGP) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over veiligheid van Joodse studenten en isolatie van dissidente academici (ingezonden 12 februari 2026).
Antwoord van Minister Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 9 maart
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het interview «Onderzoeker Amanda Kluveld: Er zijn Joodse studenten
die met studie stopten om onveiligheid»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2 en 3
Hoe duidt u de uitspraak dat actiegroep Free Palestine Maastricht een eigen «kantoortje»
heeft op de Maastricht University?
Mag een politieke actiegroep als Free Palestine Maastricht volgens het bestaande universiteits-
en onderwijsbeleid gebruikmaken van permanente kantoorruimtes op universiteiten? Zo
ja, welke criteria gelden daarvoor en wie beslist hierover?
Antwoord 2 en 3
Instellingen gaan – binnen de kaders van wet- en regelgeving – zelf over wie zij gebruik
laten maken van de ruimtes op hun instelling. Binnen deze kaders staat het instellingen
vrij om hun eigen criteria te hanteren. Van de Universiteit Maastricht heb ik begrepen
dat zij bepaalde ruimtes beschikbaar stelt aan studentorganisaties, Free Palestine
Maastricht is er daar een van. Het criterium dat de Universiteit Maastricht hanteert
voor het gebruik maken van deze ruimtes is dat een organisatie een studentorganisatie
moet zijn die bij de universiteit bekend is en geregistreerd staat. In het geval van
Free Palestine Maastricht is dit zo.
Het is aan de instelling, die de verantwoordelijkheid voor een veilige leer- en werkomgeving
draagt, om deze beoordeling te maken. Ik vertrouw op de afweging die de Universiteit
Maastricht hierin maakt.
Vraag 4
Bent u het met de onderzoeker in kwestie eens dat de oproep «Kill All Zionists» als
profielnaam op Instagram in feite een directe oproep tot geweld is tegen Joodse studenten
en medewerkers? Hoe verhouden zulke uitingen zich tot een veilige en inclusieve leeromgeving?
Antwoord 4
Laat duidelijk zijn dat het kabinet dergelijke uitingen sterk van de hand wijst. Daarbij
passen dergelijke uitingen uiteraard ook niet in een veilige en inclusieve leeromgeving.
Het is niet aan mij als Minister om te oordelen of er sprake is van een directe oproep
tot geweld. Het is aan het OM en uiteindelijk de rechter om te bepalen of er in een
bepaald geval sprake is van een strafbaar feit. In het algemeen kan ik wel met uw
Kamer delen dat het rapport «Gevangen in vrijheden»2 van de Taskforce Bestrijding Antisemitisme ons leert dat in sommige gevallen antizionisme
kan fungeren als dekmantel voor antisemitische sentimenten. Het rapport stelt dat
antizionisme een antisemitisch karakter krijgt wanneer antizionistische uitingen gepaard
gaan met ontkenning van het recht op zelfbeschikking voor Joden, het gebruik van antisemitische
stereotypen of het collectief verantwoordelijk stellen van Joden voor het handelen
van Israël.
Vraag 5
Bent u bekend met het artikel «Zwijg, zionist! Hoe universiteiten dissidenten monddood
maken»?3
Antwoord 5
Ja.
Vraag 6
Herkent u het beeld dat academici die afwijkende opvattingen hebben over Israël en
Gaza zich beperkt voelen in hun vrijheid van meningsuiting?
Antwoord 6
Ik ben ervan op de hoogte dat het open debat over Israël en Gaza aan universiteiten
al enige tijd onder grote druk staat. Het signaal dat academici zich beperkt voelen
in het uiten van hun opvattingen hierover vind ik zorgelijk. Onderwijsinstellingen
zijn bij uitstek de plaats voor open debat en dialoog, waarin er ruimte moet zijn
voor ieders geluid, ook wanneer dit soms schuurt.
Vraag 7
In hoeverre bereiken signalen over sociale en professionele isolatie van academici
aan Nederlandse universiteiten het Ministerie van OCW, en welke acties of maatregelen
acht u nodig om de academische vrijheid in dit soort kwesties te waarborgen?
Antwoord 7
Laat ik vooropstellen dat het sociaal en professioneel isoleren van onderzoekers,
evenals andere vormen van sociale onveiligheid, ontoelaatbaar is. Signalen over vormen
van (sociale) onveiligheid van wetenschappers bereiken mij onder andere via het platform
WetenschapVeilig dat op initiatief van UNL, de KNAW en NWO en met ondersteuning van
mijn ministerie eind 2022 is gelanceerd. Op de website is informatie beschikbaar voor
wetenschappers, leidinggevenden en werkgevers over hoe om te gaan met bedreigingen,
intimidatie en haatreacties. In 2024 is een eerste monitor over externe intimidatie,
haat en bedreiging gepubliceerd4. In 2026 zal deze worden herhaald.
Er is een veilige, open en inclusieve cultuur nodig om de kwaliteit van wetenschappelijk
onderzoek en onderwijs en een veilige leer- en werkomgeving te borgen. Het is de verantwoordelijkheid
van de kennisinstellingen om hier zorg voor te dragen. Voor het handelingsperspectief
is het van belang om een onderscheid te maken tussen academische vrijheid en de vrijheid
van meningsuiting. Het verschil is dat academici in functie een beroep kunnen doen
op academische vrijheid, met inachtneming van de waarden waar academische vrijheid
op berust. Vrijheid van meningsuiting komt iedere burger toe. Meer inzicht in dit
onderscheid is nodig. Daarom werkt de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen
(KNAW) op verzoek van mijn ministerie aan een advies over vrijheid van meningsuiting
in de wetenschappelijke sector. Ik verwacht dit advies in de zomer. Ook verwacht ik
in de zomer een advies van de KNAW over de juridische borging van academische vrijheid.
Daarnaast start ik dit najaar een inventarisatie naar pluriformiteit in de wetenschap.5 Op basis van deze adviezen en inventarisatie bekijk ik of, en zo ja, welke acties
of maatregelen nodig zijn om de academische vrijheid te waarborgen.
Ondertekenaars
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.