Schriftelijke vragen : De uitspraken van bestuursvoorzitter Air France-KLM over de dividenduitkeringen van Schiphol.
Vragen van de leden Kostić en Teunissen (beiden PvdD) aan de Ministers van Financiën en van Infrastructuur en Waterstaat over de uitspraken van bestuursvoorzitter Air France-KLM over de dividenduitkeringen van Schiphol (ingezonden 6 maart 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het NRC-interview1 met Benjamin Smith, bestuursvoorzitter van Air France-KLM?
Vraag 2
Klopt de uitspraak van Benjamin Smith die stelt dat Schiphol in 2025 een recordwinst
heeft geboekt en het hoogste dividend ooit uitkeert aan de staat en de andere aandeelhouders?
Vraag 3
Hoeveel dividend heeft de staat per jaar ontvangen tussen boekjaren 2015 en 2025?
Vraag 4
Hoe verklaart u dat de bestuursvoorzitter van Air France-KLM – een private, commerciële
partij – publiekelijk uitspraken doet over het dividend van Schiphol over boekjaar
2025, terwijl de aandeelhoudersvergadering pas in april 2026 plaatsvindt en het dividendbesluit
dus formeel nog niet is genomen?
Vraag 5
Heeft Schiphol of de Staat aan Air France-KLM informatie verstrekt over de verwachte
dividenduitkering over 2025 die niet aan de Kamer is verstrekt, en zo ja, op welke
juridische of beleidsmatige grondslag is deze informatie wel met een private partij
gedeeld maar niet met de Kamer?
Vraag 6
Waarom kan informatie wel met een private partij, zoals Air France-KLM, gedeeld worden
en niet met de Kamer, gegeven uw eerdere weigering op grond van bedrijfsvertrouwelijkheid2
Vraag 7
Bent u bereid de Kamer alsnog te informeren over de verwachte dividenduitkering over
boekjaar 2025, nu het argument van bedrijfsvertrouwelijkheid is komen te vervallen
doordat deze informatie al publiekelijk door een private partij verspreid is?
Indieners
-
Gericht aan
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Gericht aan
E. Heinen, minister van Financiën -
Indiener
Ines Kostić, Kamerlid -
Medeindiener
Christine Teunissen, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.