Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van der Plas over het bericht dat door extreme regenval in Marokko en Spanje de aanvoer van groente en fruit naar Nederland afneemt
Vragen van het lid Van der Plas (BBB) aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselkwaliteit en Natuur over het bericht dat door extreme regenval in Marokko en Spanje de aanvoer van groente en fruit naar Nederland afneemt (ingezonden 12 februari 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Erkens (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur)
(ontvangen 5 maart 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat door extreme regenval in Marokko en Spanje de aanvoer
van groente en fruit naar Nederland afneemt?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de constatering dat deze situatie zichtbaar maakt hoe afhankelijk Nederland
voor een deel van zijn voedselvoorziening is van productie in het buitenland?
Antwoord 2
Voedselvoorziening is een systeemvraagstuk. Een samenhangend netwerk van import, productie,
verwerking, verhandeling en logistiek. Ik deel de constatering dat de Nederlandse
voedselvoorziening voor een deel is gebaseerd op invoer van voedsel uit het buitenland.
Dit draagt bij aan een grote zekerheid van een divers, voedzaam en betaalbaar voedselaanbod
in Nederland en daarmee aan een grote mate van voedselzekerheid.
Vraag 3
Hoe beoordeelt u de risico’s voor de Nederlandse voedselzekerheid wanneer beschikbaarheid
van voedselproducten direct wordt beïnvloed door weersomstandigheden in andere landen?
Antwoord 3
De invoer van voedsel uit het buitenland maakt het Nederlandse voedselsysteem minder
kwetsbaar voor structurele verstoringen en draagt bij aan een divers en betaalbaar
voedselaanbod. De Europese interne markt is daarbij van groot belang voor zowel de
beschikbaarheid van voedsel uit andere EU-lidstaten als de afzet van Nederlandse producten,
en draagt daarmee bij aan de robuustheid van het Europees voedselsysteem. Hetzelfde
geldt voor invoer uit en afzet in derde landen.
Als Nederland de voedselvoorziening voornamelijk zou baseren op binnenlandse productie,
zou het aanbod niet alleen minder divers zijn maar ook duurder uitvallen, omdat sommige
producten hier niet, beperkt of alleen tegen hogere kosten dan elders kunnen worden
geproduceerd. Bovendien zou de voedselzekerheid kunnen afnemen, doordat ook in Nederland
buitengewone weersomstandigheden kunnen leiden tot tegenvallende of mislukte oogsten.
De gevolgen voor de Nederlandse voedselzekerheid van buitengewone weersomstandigheden
in specifieke productielanden, zoals Spanje of Marokko, blijven doorgaans beperkt
doordat er alternatieven beschikbaar zijn, zoals: Nederlandse seizoensproducten, verwerkte
voedselproducten (o.a. ingevroren, ingeblikte of gedroogde groenten en fruit) en import
uit andere landen.
Vraag 4
Heeft u inzicht in de mate waarin Nederland voor de dagelijkse voedselvoorziening
nu al afhankelijk is van specifieke buitenlandse regio’s? Zo ja, kan u dit overzicht
met de Kamer delen?
Antwoord 4
Zoals eerder aan uw Kamer toegezonden, bevat het rapport: De Nederlandse agrarische sector in internationaal verband – editie 2025, in hoofdstuk 8 («Afhankelijkheden in de Nederlandse landbouwimport»), gedetailleerde
informatie over de afhankelijkheid van voedselproducten uit verschillende regio’s
buiten Europa.2
Vraag 5
In hoeverre wordt in het huidige landbouw- en voedselbeleid expliciet rekening gehouden
met het verkleinen van deze afhankelijkheid?
Antwoord 5
Het betrekken van voedsel uit meer bronnen dan alleen binnenlandse productie draagt
bij aan een hoge mate van zekerheid en een gevarieerd, voedzaam en betaalbaar voedselaanbod.
Eventuele leveringsonderbrekingen uit binnen- of buitenland kunnen in de regel worden
opgevangen door productsubstitutie of diversificatie van importstromen om kwetsbaarheden
te laten afnemen. Tegelijkertijd blijft het van belang om de Nederlandse voedselvoorziening
voor de lange termijn weerbaar te maken tegen uiteenlopende risico's, waaronder klimaat-
en geopolitieke risico's. Dit ziet niet alleen op voedselproductie zelf, maar ook
op de beschikbaarheid van essentiële grondstoffen en productiemiddelen voor de landbouw,
zoals kunstmest, energie, veevoergrondstoffen en (onderdelen van) landbouwmachines.
Mijn departement zet zich daarom in voor de waarborging van de beschikbaarheid van
deze cruciale voedsel- en productiemiddelen.
Vraag 6
Deelt u de opvatting dat een sterke en toekomstbestendige Nederlandse landbouwsector
een belangrijke randvoorwaarde is voor de voedselzekerheid van ons land?
Antwoord 6
De voedselzekerheid van Nederland leunt in belangrijke mate op een robuust, duurzaam
en toekomstbestendig agrocomplex. Dat betekent niet dat we volledig zelfvoorzienend
moeten zijn. Het is daarbij van belang te benadrukken dat de kracht van het Nederlandse
agrocomplex ook deels is gebaseerd op de import van voedsel van binnen en buiten de
EU en onmisbare productiemiddelen, die een belangrijke randvoorwaarde vormen voor
een hoge mate van voedselzekerheid. Zoals aangegeven in de beantwoording van vraag 3
en 5 zou zonder import het voedselaanbod in Nederland minder zeker, minder divers
en bovendien duurder zijn. Ik sta voor een sterke, toekomstbestendige en duurzame
landbouwsector, functionerend binnen goed functionerende internationale voedselketens.
Vraag 7
Hoe weegt u het belang van het behouden en versterken van binnenlandse voedselproductie
mee bij beleidskeuzes die effect hebben op de omvang en mogelijkheden van de Nederlandse
landbouwsector?
Antwoord 7
Zoals aangegeven in de beantwoording van de vragen 3, 5 en 6 produceert Nederland
niet al het voedsel zelf dat in ons land wordt geconsumeerd. De binnenlandse landbouwproductie
is mede afhankelijk van de invoer van productiemiddelen. Tegelijkertijd wordt in Nederland
een aanzienlijke hoeveelheid voedsel geproduceerd, bewerkt en verwerkt voor de export,
wat bijdraagt aan het verdienvermogen. Dit betreft onder meer de productie van dierlijke
producten zoals zuivel, vlees en eieren, naast plantaardige producten zoals aardappelen,
uien en diverse groenten uit de tuin- en akkerbouw waarin Nederland een belangrijke
positie heeft opgebouwd. Daarnaast speelt de voedselverwerkende industrie een belangrijke
rol in de verwaarding van landbouwproducten, bijvoorbeeld door melk te verwerken tot
kaas of cacaobonen tot chocolade. Deze vorm van waardecreatie borgt de internationale
exportpositie van Nederland.
Het versterken van de binnenlandse voedselproductie betekent in deze context dat een
deel van de huidige landbouwactiviteiten vervangen zou moeten worden door de productie
van voedsel dat nu in Nederland in onvoldoende mate wordt geproduceerd. Gezien de
Europese interne markt acht ik dat niet noodzakelijk en kan dit bovendien leiden tot
een minder optimale uitkomst wat betreft een voldoende, divers en betaalbaar voedselaanbod.
Voor de voedselzekerheid in Nederland is het daarom niet vereist dat de omvang of
samenstelling van de land- en tuinbouw per se ongewijzigd blijft. Daarbij geldt ook
dat beslissingen over wat en hoeveel er wordt geproduceerd, primair bij de agrarische
ondernemers liggen, binnen de kaders van een verantwoorde omgang met natuur, milieu
en leefomgeving.
Vraag 8
Welke concrete maatregelen neemt u om de eigen productiecapaciteit van voedsel in
Nederland te beschermen en waar mogelijk te versterken, juist met het oog op toenemende
internationale onzekerheden en klimaatrisico’s?
Antwoord 8
Het versterken van de weerbaarheid van de voedselvoorzieningsketen is van groot belang
en heeft de volle aandacht van het kabinet. Voedselvoorziening maakt onderdeel uit
van de rijksbrede aanpak voor weerbaarheid tegen militaire en hybride dreigingen.
Zo wordt voedselvoorziening opgenomen in de nationale vitale infrastructuur. Tegelijkertijd
brengt de overheid strategische afhankelijkheden in kaart en neemt zij waar nodig
gerichte mitigerende maatregelen. Op Europees niveau draagt het Gemeenschappelijk
Landbouwbeleid bij aan het versterken van de voedselzekerheid door een stabiele en
duurzame landbouwproductie binnen de Europese Unie te waarborgen.
Vraag 9
Bent u bereid om voedselzekerheid expliciet als zwaarwegend criterium mee te nemen
bij toekomstige besluiten die gevolgen hebben voor de Nederlandse landbouwproductie?
Antwoord 9
Voedselzekerheid is een primair beleidsdoel van de overheid. Daarom is het van belang
om voldoende productie van belangrijke voedselproducten in Nederland te handhaven
op een duurzame wijze. Daarnaast is het van belang om maatregelen te nemen om de invoer
van voedselproducten van elders te waarborgen, om zo veel mogelijk comparatieve voordelen
te benutten. Het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, en open en diverse handelsstromen
vormt daarvoor de basis.
Vraag 10
Deelt u de opvatting dat een landbouwsector die op voldoende schaal en met voldoende
productievolume opereert, economisch weerbaarder en minder kwetsbaar is voor verstoringen
dan een sector die slechts op minimale schaal produceert voor uitsluitend de binnenlandse
markt?
Antwoord 10
De kracht en kwetsbaarheid van land- en tuinbouwbedrijven en deelsectoren worden niet
alleen bepaald door schaalgrootte en productievolume. Hoewel schaal en volume kunnen
bijdragen aan efficiëntie en concurrentiekracht, brengen ze onder bepaalde omstandigheden
ook risico’s met zich mee, zoals zichtbaar werd tijdens de vraaguitval in de COVID-19-pandemie
en bij extreme weersomstandigheden. Daarom is het van belang dat, naast het nastreven
van schaalvergroting en doelmatigheid, ook wordt ingezet op diversificatie van zowel
productie als handelsstromen en op het versterken van de weerbaarheid van de landbouwsector
en de gehele voedselvoorzieningsketen. Handelsverdragen kunnen hierin een aanvullende
rol spelen.
Vraag 11
Deelt u de opvatting dat export van Nederlandse landbouwproducten een logisch onderdeel
is van een goed functionerende mondiale economie, waarbij Nederland landbouwproducten
exporteert en andere landen bijvoorbeeld techniek, auto’s of grondstoffen exporteren
die Nederland importeert?
Antwoord 11
Net zoals Nederland profiteert van de invoer van voedselproducten waarin andere landen
comparatieve voordelen hebben, kan de voedselzekerheid in andere landen worden versterkt
door de invoer van landbouwproducten waarin Nederland zelf comparatieve voordelen
heeft. Afhankelijkheden werken immers twee kanten op. Naast landbouwproducten produceert
Nederland bovendien veel andere goederen die in het buitenland gewild en gevraagd
zijn. Export en import, van producten en diensten uit andere economische sectoren
dan de landbouw dragen eveneens bij aan de welvaart, en daarmee ook de voedselzekerheid,
in Nederland.
Vraag 12
Deelt u de mening dat juist deze exportpositie bijdraagt aan de economische kracht,
innovatie en continuïteit van de Nederlandse landbouwsector en daarmee indirect ook
aan de voedselzekerheid van Nederland zelf?
Antwoord 12
Ja. Zie ook het antwoord op de vorige vraag.
Ondertekenaars
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.