Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Coenradie over het artikel ‘Kans op herhaling criminelen jarenlang verkeerd berekend door reclassering’
Vragen van het lid Coenradie (JA21) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over het artikel «Kans op herhaling criminelen jarenlang verkeerd berekend door reclassering» (ingezonden 16 februari 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 4 maart
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Computer slechte voorspeller recidive» over risicotaxatie-algoritmen
binnen de reclassering?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de opvatting dat de bescherming van de samenleving tegen recidive de hoogste
prioriteit moet hebben bij risicotaxatie?
Antwoord 2
De bescherming van de samenleving is een kerndoel van de reclassering. Risicotaxatie
is daarvoor een belangrijk middel. Risicotaxatie moet verantwoord gebeuren om effectief
bij te dragen aan die veiligheid.
Vraag 3
Kunt u concreet onderbouwen dat het gebruik van algoritmen binnen de reclassering
leidt tot structurele discriminatie?
Antwoord 3
Het risicotaxatieinstrument OxRec maakt geen direct onderscheid naar ras of etniciteit.
Maar volgens de Inspectie Justitie en Veiligheid kunnen de parameters «buurtscore»
en «hoogte van het inkomen» mogelijk leiden tot indirecte discriminatie. Onderscheid
op basis van buurtscore en inkomen kan onder strikte voorwaarden gerechtvaardigd zijn.2 Zoals mijn voorganger in de beleidsreactie op het rapport van de Inspectie Justitie
en Veiligheid over het gebruik van algoritmes door de reclassering heeft aangegeven,
wordt in een verbetertraject van de reclassering onderzoek gedaan naar eventueel discriminerende
elementen in de OxRec.3
Vraag 4
Is het juist dat variabelen zoals woonomgeving, inkomen en opleidingsniveau statistisch
samenhangen met recidive?
Antwoord 4
Ja, dat klopt. De OxRec is ontwikkeld door onderzoekers verbonden aan de universiteit
van Oxford. Bij de keuze voor het opnemen van verschillende variabelen verwijzen zij
naar wetenschappelijk onderzoek, waaruit de samenhang van deze variabelen met recidive
blijkt.4
Vraag 5
Deelt u de mening dat het negeren van dergelijke factoren kan leiden tot een minder
realistische risico-inschatting?
Antwoord 5
Ja, dat risico bestaat.
Vraag 6
Bent u het ermee eens dat statistische verschillen tussen groepen niet automatisch
betekenen dat sprake is van discriminatie?
Antwoord 6
Ja. Zo zijn er bijvoorbeeld statistische verschillen tussen mannen en vrouwen met
betrekking tot (herhaling van) criminaliteit. Ook leeftijd en verslaving zijn bijvoorbeeld
variabelen die samenhangen met recidive. Het meewegen van die verschillen kan gerechtvaardigd
zijn, maar moet onderbouwd worden.
Vraag 7 en 8
Klopt het dat algoritmen slechts ondersteunend zijn en dat de uiteindelijke beslissing
bij de professional of rechter ligt? En hoe werkt dit process?
Waarom wordt in het publieke debat de indruk gewekt dat «de computer beslist», terwijl
het om een hulpmiddel gaat?
Antwoord 7 en 8
Het klopt dat de algoritmen worden gebruikt als een hulpmiddel. Volgens de reclassering
zijn de algoritmen niet doorslaggevend en vervangen het professioneel oordeel niet.
Ze ondersteunen en fungeren als het ware als «spiegel» bij de totstandkoming van het
advies. Dit proces is volgens de reclassering ook zo in het beleid vastgelegd. Desalniettemin
is het van belang om hier voortdurend alert op te blijven. Hiervoor zal de reclassering
in de toekomst specifiek aandacht hebben, zodat kennis en werkprocessen op peil blijven
en waar nodig worden verbeterd.
Tot slot is het niet aan mij om opiniemakers en media te recenseren die een andere
indruk wekken over de werkwijze van de reclassering.
Vraag 9, 10 en 11
In hoeverre acht u het verantwoord om bewezen risicofactoren te schrappen uit angst
voor vermeende discriminatie?
Kunt u aangeven of het verwijderen van bepaalde variabelen gevolgen heeft voor de
nauwkeurigheid van de voorspellingen?
Is onderzocht wat de impact op recidivecijfers kan zijn wanneer risicomodellen worden
afgezwakt?
Antwoord 9, 10 en 11
In het verbetertraject van de reclassering wordt onderzoek gedaan naar eventueel discriminerende
elementen in de OxRec. Variabelen in de betreffende algoritmes worden alleen verwijderd
als deze leiden tot een ongerechtvaardigd onderscheid (discriminatie). Ik kan hierop
niet vooruitlopen.
Vraag 12
Hoe weegt u het belang van publieke veiligheid tegenover zorgen over indirecte discriminatie?
Antwoord 12
Beide belangen wegen zwaar en zijn verenigbaar. Ik wil recht doen aan beide belangen.
Een verantwoorde risicotaxatie beschermt de samenleving en voorkomt dat mensen op
bepaalde gronden ongerechtvaardigd zwaarder worden aangepakt.
Vraag 13
Zijn er concrete gevallen bekend waarin mensen aantoonbaar onterecht zwaarder zijn
bestraft door algoritmische inschattingen?
Antwoord 13
Nee. In eerder genoemde beleidsreactie wordt dit toegelicht.5
Vraag 14 en 15
Deelt u de zorg dat politieke correctheid zwaarder kan gaan wegen dan veiligheid?
Hoe gaat u voorkomen dat criminelen profiteren van afgezwakte risicotaxaties?
Antwoord 14 en 15
Zie de antwoorden op vragen 2 en 12.
Vraag 16
Worden slachtoffers en hun belangen expliciet meegewogen in deze discussie? Zo ja,
hoe? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 16
Het slachtofferperspectief wordt in het verbetertraject van de reclassering meegenomen.
Slachtofferbewust en herstelgericht werken zijn al vaste en belangrijke onderdelen
van het reclasseringswerk. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het betrekken
van slachtofferbelangen in een reclasseringsadvies, zoals het adviseren van veiligheidsmaatregelen
(contact- en locatieverbod).
Vraag 17
In hoeverre worden politie en reclasseringsprofessionals betrokken bij aanpassingen
van deze systemen?
Antwoord 17
De maatregelen in het verbetertraject zien op aanpassingen van de algoritmes die de
reclassering bij risicotaxatie hanteert. Bij dit traject worden ook reclasseringswerkers
betrokken. Daarnaast betrekt de reclassering ook de wetenschap en andere deskundigen
op dit terrein. De reclassering informeert de ketenpartners tijdig en betrekt hen
zo nodig in het verbetertraject.
Vraag 18
Bent u bereid transparant te maken welke variabelen worden gebruikt en waarom?
Antwoord 18
Alle variabelen van de OxRec, zoals de reclassering die heeft geïmplementeerd, staan
genoemd in bijlage E van het Inspectierapport.
Vraag 19
Kunt u garanderen dat het voorkomen van recidive leidend blijft bij eventuele herzieningen
van deze systemen?
Antwoord 19
Zie de antwoorden op vraag 2 en vraag 12.
Vraag 20
Bent u bereid de Kamer te informeren over de effecten op veiligheid wanneer wijzigingen
in algoritmen worden doorgevoerd?
Antwoord 20
In de beleidsreactie is aangegeven dat uw Kamer naar verwachting in het najaar van
dit jaar wordt geïnformeerd over de opvolging van de aanbevelingen. Dit punt zal daarin
worden meegenomen.
Ondertekenaars
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.