Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Wilders over de Marokkaanse rellen in Den Haag en Amsterdam
Vragen van de leden Wilders en Vondeling (beiden PVV) aan de Minister-President over de Marokkaanse rellen in Den Haag en Amsterdam (ingezonden 21 januari 2026).
Antwoord van Minister Van den Brink (Asiel en Migratie), mede namens de Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ontvangen 2 maart 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen,
vergaderjaar 2025–2026, nr. 1085.
Vraag 1
Bent u bekend met de gewelddadige rellen in Den Haag en Amsterdam na het verlies van
Marokko in de finale van de Afrika Cup, waarbij auto’s in brand werden gestoken en
politieagenten met zwaar vuurwerk werden bekogeld?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Zijn al deze Marokkaanse relschoppers opgepakt en worden zijn na een veroordeling
gedenaturaliseerd en Nederland uitgezet?
Antwoord 2
Het is aan de politie en het Openbaar Ministerie om strafbare feiten te onderzoeken
en, waar mogelijk, verdachten aan te houden en te vervolgen. Over lopende opsporingsonderzoeken
en individuele zaken kan geen nadere informatie worden verstrekt.
In algemene zin kan worden aangegeven dat Nederlanderschap als hoofdregel niet vanwege
een strafrechtelijke veroordeling kan worden ontnomen. De uitzonderingen vormen de
ernstige misdrijven opgesomd in artikel 14, tweede lid van de Rijkswet op het Nederlanderschap.
Naast een individuele afweging, is randvoorwaarde bovendien dat door intrekking geen
staatloosheid ontstaat.
Vraag 3
Deelt u de mening dat Marokkanen die zich zo verbonden voelen met Marokko, maar lekker
in Rabat moeten gaan wonen en daar moeten gaan rellen? Kunt u dat deze week nog in
de Schilderswijk gaan vertellen?
Antwoord 3
Het kabinet maakt geen onderscheid naar afkomst of nationaliteit bij de handhaving
van de openbare orde en veiligheid. Iedereen in Nederland heeft zich te houden aan
de wet. De verantwoordelijkheid voor het handhaven van de openbare orde ligt bij de
lokale autoriteiten, in het bijzonder de burgemeester en de politie. Het kabinet blijft,
samen met gemeenten en ketenpartners, inzetten op het voorkomen en bestrijden van
ordeverstoringen en op het versterken van sociale cohesie in wijken.
Vraag 4
Kunt u bevestigen dat personen met een Marokkaanse migratieachtergrond oververtegenwoordigd
zijn in de criminaliteitsstatistieken en in de uitkeringsafhankelijkheid? Zo ja, waarom
wordt hier niet keihard tegen opgetreden?
Antwoord 4
CBS-cijfers laten zien dat het aandeel verdachten onder personen met een Marokkaanse
migratieachtergrond hoger ligt dan onder de totale bevolking. De oververtegenwoordiging
van personen met een Marokkaanse migratieachtergrond in verdachtenstatistieken betreft
met name de tweede generatie. In absolute zin neemt het aantal verdachten onder personen
met een Marokkaanse migratieachtergrond overigens al jaren af: van 74 per 1000 in
2005 naar 27 per 1000 in 20242. De daling doet zich voor onder zowel de eerste als de tweede generatie.
Uit onderzoek van de Risbo-Erasmus Universiteit uit 2023 blijkt tevens dat de oververtegenwoordiging
van personen met een Marokkaanse migratieachtergrond in verdachtenstatistieken voor
bijna de helft wordt verklaard door algemene factoren zoals het verschil in huishoudinkomen,
opleidingsniveau en leeftijd en niet door de specifieke migratieachtergrond. Er is
een ontwikkeling zichtbaar naar steeds meer evenredigheid in het aandeel verdachten
onder personen met een Marokkaanse migratieachtergrond.3
De uitkeringsafhankelijkheid is met name hoog onder personen met een Marokkaanse migratieachtergrond
van de eerste generatie. In 2024 is 18,1 procent van de eerste generatie afhankelijk
van de bijstand. De bijstandsafhankelijkheid van de tweede generatie ligt met 4,7
procent net iets boven het totaal van de Nederlandse bevolking (3,3 procent).4
Statistieken laten zien dat in bepaalde groepen verschillen kunnen voorkomen, maar
deze worden beïnvloed door diverse sociale, economische en historische factoren. Het
is belangrijk om niet te generaliseren over een gehele bevolkingsgroep. Optreden tegen
strafbare feiten gebeurt altijd individueel, proportioneel en binnen het kader van
de wet. De overheid werkt continu aan integratie, preventie en handhaving, waarbij
rechten en plichten voor iedereen gelden.
Vraag 5
Bent u het ermee eens dat jarenlang openzetten van de grenzen en het massaal toelaten
van migranten uit Marokko en andere niet-westerse landen heeft geleid tot de vorming
van islamitische no-go zones?
Antwoord 5
In alle wijken en gemeenten in Nederland zijn de politie, justitie en andere overheidsinstanties
toegankelijk, bevoegd en actief. De overheid baseert beleid om de veiligheid en de
openbare orde te bevorderen op feitelijke analyse. Het wordt vormgegeven middels in
integrale aanpak waarbij repressieve maatregelen hand in hand gaan met wijkgerichte
handhaving en sociale interventies.
Vraag 6
Bent u bereid om per direct een stop in te stellen voor nieuwe migranten uit Marokko
en alle Marokkanen die de openbare orde verstoren of strafbare feiten plegen, na een
veroordeling te denaturaliseren en uit Nederland te zetten?
Antwoord 6
Het Nederlandse migratiebeleid is gebaseerd op individuele beoordeling en rechtsstatelijkheid.
Personen die de wet overtreden, worden vervolgd en bestraft binnen de wettelijke kaders.
Collectieve maatregelen op basis van nationaliteit zijn niet toegestaan. Het kabinet
blijft inzetten op een streng, rechtvaardig en handhaafbaar asiel- en migratiebeleid
binnen de rechtsstatelijke kaders.
Vraag 7
Wilt u deze vragen nog deze week beantwoorden?
Antwoord 7
Voor de beantwoording van deze Kamervragen is de gebruikelijke termijn gehanteerd,
teneinde een zorgvuldige beantwoording te waarborgen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie -
Mede namens
M.L.J. Paul, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.