Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Hoogeveen en Boomsma over het artikel ‘Nederlandse IS-strijders dromen van uitbraak na gevechten tussen Koerden en Syrische regeringstroepen’
Vragen van de leden Hoogeveen en Boomsma (beiden JA21) aan de Minister van Asiel en Migratie over het artikel «Nederlandse IS-strijders dromen van uitbraak na gevechten tussen Koerden en Syrische regeringstroepen» (ingezonden 21 januari 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 2 maart 2025).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1086.
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Nederlandse IS-strijders dromen van uitbraak na gevechten
tussen Koerden en Syrische regeringstroepen»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Kunt u het beschreven risico op massale ontsnappingen door oplopende gevechten bevestigen?
Antwoord 2
In januari hebben er gevechten plaatsgevonden in Noordoost-Syrië tussen het leger
van de Syrische overgangsregering en de Syrian Democratic Forces (SDF). In deze regio
bevinden zich ook de opvangkampen en detentiecentra waar aan ISIS-gelieerde personen
zich bevinden. Het is inmiddels bekend dat aan ISIS-gelieerde personen zijn ontsnapt;
een deel zou in de tussentijd ook weer zijn aangehouden door de veiligheidsdiensten
van de Syrische overgangsregering, met ondersteuning vanuit de Verenigde Staten. Het
is nog niet bevestigd of hier personen met een Nederlandse link onderdeel van uitmaken.
Sinds 30 januari geldt een permanent staakt-het-vuren tussen de Syrische overgangsregering
en de SDF. Op dit moment zijn er geen indicaties dat vrouwelijke uitreizigers met
een Nederlandse link en hun kinderen, die in de kampen verbleven, zich op dit moment
buiten de door de Syrische overgangsregering beveiligde kampen bevinden.
Vraag 3
Heeft de Nederlandse overheid zicht op hoeveel Nederlandse jihadisten, veroordeelden
en geradicaliseerde familieleden zich daar momenteel nog bevinden?
Antwoord 3
De situatie in Syrië is erg veranderlijk en de ontwikkelingen volgen elkaar snel op.
Dit maakt snelle informatievoorziening en een accuraat beeld van de ontwikkelingen
in Syrië moeilijk. Desalniettemin staan de betrokken nationale en internationale partners
goed met elkaar in contact en houden zij de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten
om een zo compleet mogelijk beeld te vormen. Dit is de afgelopen tijd gebeurd. Zo
is uw Kamer op 19 februari jl. geïnformeerd over de aanwezigheid van mannelijke uitreizigers
met een Nederlandse link in Irak.2 Voor de meest recente en openbare aantallen uitreizigers, verwijs ik uw Kamer het
recente Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland.3
Vraag 4
Acht u het scenario reëel dat ontsnapte Nederlandse IS-strijders opnieuw proberen
Europa of Nederland te bereiken, en welke concrete maatregelen zijn getroffen om dit
te voorkomen?
Antwoord 4
Dat is inderdaad een scenario waarmee rekening wordt gehouden. Om onopgemerkte terugkeer
te voorkomen zijn verschillende maatregelen getroffen. Het openbaar ministerie heeft
waar opportuun tegen alle onderkende uitreizigers met een Nederlandse link een strafrechtelijk
onderzoek lopen. Daarnaast is ten aanzien van alle onderkende uitreizigers op verschillende
momenten bekeken of het Nederlanderschap kon worden ingetrokken op grond van artikel 14,
lid 4 Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). Daar waar mogelijk is het Nederlanderschap
ingetrokken en zijn deze personen ongewenst verklaard. Ook zijn de reisdocumenten
van uitreizigers waar mogelijk ongeldig verklaard en staan deze personen gesignaleerd.
Alle betrokken veiligheidspartners zijn alert en wordt voortdurend onderzocht waar
en op welke wijze eventuele aanvullende maatregelen getroffen kunnen worden.
Vraag 5
Kunt u met klem verzekeren dat Nederland op geen enkele wijze actie onderneemt om
mannelijke IS-terroristen naar Nederland te halen?
Antwoord 5
Het kabinet hanteert als uitgangspunt dat berechting van uitreizigers en de tenuitvoerlegging
van gevangenisstraffen in de regio moet plaatsvinden. Conform dit standpunt is er
intensief contact tussen onder andere het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de
Iraakse autoriteiten om hierover – binnen de (internationale) wettelijke vereisten
– afspraken te maken. Er zijn op dit moment geen voornemens om uitreizigers met een
Nederlandse link terug te halen. Indien sprake is van verzoeken tot repatriëring zal
het kabinet in iedere casus alle omstandigheden en factoren wegen, waarbij onder meer
rekening wordt gehouden met de nationale veiligheid. In algemene zin geldt dat mannelijke
uitreizigers, ten opzichte van vrouwelijke uitreizigers, een grotere potentiële geweldsdreiging
vormen vanwege hun veelal grotere rol in de strijd en gevechtstraining en -ervaring.
Dit maakt vanzelfsprekend onderdeel uit van besluitvorming over repatriëring. Deze
afwegingen hebben er tot op heden toe geleid dat, in het kader van strafzaken tegen
vrouwelijke uitreizigers, alleen vrouwelijke uitreizigers en hun kinderen zijn gerepatrieerd.
Vraag 6 en 7
In hoeverre wordt actief ingezet op het intrekken van het Nederlanderschap bij jihadisten
met een dubbele nationaliteit, en waarom gebeurt dit niet structureel?
Bent u bereid als uitgangspunt te hanteren dat personen die zich vrijwillig hebben
aangesloten bij IS hun recht op terugkeer naar Nederland hebben verspeeld, en het
beleid hier expliciet op aan te scherpen?
Antwoord 6 en 7
Ja, dit kabinet hanteert als uitgangspunt dat mensen die zich hebben aangesloten bij
een terroristische organisatie hun recht op het Nederlanderschap hebben verspeeld.
Om die reden is het Nederlanderschap, daar waar mogelijk, van hen afgenomen en zijn
zij ongewenst verklaard. Het kabinet zet hier ook in de toekomst onverminderd op in.
Op grond van artikel 14, lid 4 RWN kan het Nederlanderschap worden ingetrokken bij
personen die ouder zijn dan 18 jaar, die zich nog in het buitenland bevinden en als
uit hun gedragingen is gebleken dat zij zich – na 11 maart 2017 – hebben aangesloten
bij een terroristische organisatie die een dreiging vormt voor de nationale veiligheid.
In deze gevallen wordt de betreffende persoon tevens ongewenst verklaard op grond
van de Vreemdelingenwet en gesignaleerd in SIS III, waardoor legale terugkeer naar
Nederland niet mogelijk is.4
Ten aanzien van het intrekken van de Nederlandse nationaliteit geldt dat op verschillende
momenten alle dossiers van onderkende uitreizigers zijn doorlopen om te bezien of het Nederlanderschap
ingetrokken kon worden op grond van artikel 14, lid 4 RWN. Bij de personen waar dit
mogelijk is gebleken is het Nederlanderschap ingetrokken. Gevallen die eerder niet
in aanmerking kwamen voor intrekking, kunnen in de toekomst mogelijk wel hiervoor
in aanmerking komen als nieuwe informatie beschikbaar komt waarmee aan de juridische
voorwaarden wordt voldaan. De betrokken organisaties blijven alert op eventuele nieuwe
informatie waardoor intrekking alsnog tot de mogelijkheden kan behoren. Dit heeft
in 2024 alsnog geleid tot een intrekking van het Nederlanderschap.5
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.