Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Ark over het bericht 'Sluipmoordenaar op de werkvloer: 3.000 doden per jaar door schadelijke stoffen’
Vragen van het lid Van Ark (CDA) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over het bericht «Sluipmoordenaar op de werkvloer: 3.000 doden per jaar door schadelijke stoffen» (ingezonden 21 januari 2026).
Antwoord van Minister Aartsen (Werk en Participatie) (ontvangen 2 maart 2025). Zie
ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1088.
Vraag 1
Herkent u het beeld dat jaarlijks ruim 3.000 mensen in Nederland overlijden aan beroepsziekten
als gevolg van blootstelling aan gevaarlijke stoffen, en dat circa één miljoen werknemers
hiermee in aanraking komen?1
Antwoord 1
Ja, ik herken dit beeld. Het RIVM geeft aan dat ieder jaar rond de 3.000 mensen overlijden
doordat ze tijdens hun werk zijn blootgesteld aan gevaarlijke stoffen2. Bovendien heeft 1 op de 6 werknemers te maken met gevaarlijke stoffen op het werk,
dit zijn ruim 1 miljoen Nederlanders. Deze cijfers onderstrepen dat schadelijke blootstelling
aan gevaarlijke stoffen op het werk een ernstig probleem vormt. Verder bevestigen
deze cijfers het belang van blijvende inzet op preventie en versterking van risicobeheersing
op de werkvloer.
Vraag 2
Deelt u de zorg dat blootstelling aan gevaarlijke stoffen vaak onzichtbaar is en dat
gezondheidsschade zich pas na jaren openbaart, waardoor risico’s in de praktijk worden
onderschat door werkgevers én werknemers?
Antwoord 2
Ja, ik deel deze zorg. Van alle sterfgevallen door blootstelling aan gevaarlijke stoffen
op het werk is 80% gepensioneerd. Van alle arbeidsrisico’s beheersen bedrijven in
de periode 2022–2023 het risico gevaarlijke stoffen het minst vaak adequaat. Dit blijkt
uit de monitor «Arbo in Bedrijf 2022–2023»3 van de Nederlandse Arbeidsinspectie. 46% van de bedrijven met risico op blootstelling
aan gevaarlijke stoffen, neemt geen of onvoldoende maatregelen om het risico tegen
te gaan. Preventie van beroepsziekten door gevaarlijke stoffen staat centraal in het
beleid van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Werkgevers zijn
primair verantwoordelijk voor gezond en veilig werken met gevaarlijke stoffen. De
overheid ondersteunt werkgevers hierbij met tools, kennis en expertise. Zo is er voor
mkb-bedrijven een aparte module voor de inventarisatie van gevaarlijke stoffen in
de Route naar RI&E (Risico-inventarisatie en Evaluatie). Via het Arboportaal is de
Toolbox Gezond werken met stoffen beschikbaar. Daarnaast is er het landelijke expertisecentrum
stoffengerelateerde beroepsziekten (Lexces). Het Lexces verzamelt en ontwikkelt kennis
en expertise over beroepsziekten en deelt dit actief met arbo- en zorgprofessionals,
werkgevers en werknemers.
Vraag 3
Hoe vaak en op welke schaal worden er in Nederland daadwerkelijk blootstellingsmetingen
op persoonsniveau uitgevoerd, zoals beschreven in het artikel, en in hoeveel gevallen
gebeurt dit op initiatief van de werkgever versus naar aanleiding van toezicht of
handhaving door de Arbeidsinspectie?
Antwoord 3
Werkgevers zijn op grond van de Arbowet verplicht de aard, mate en duur van de blootstelling
te beoordelen, als onderdeel van de RI&E. De werkgever kan dit doen door een meting
door een deskundige, maar mag ook gebruik maken van andere methoden zoals een onderbouwde
schatting van de blootstelling.
De Nederlandse Arbeidsinspectie houdt risicogericht toezicht en kijkt in dit kader
of een werkgever genoemde blootstellingsbeoordelingen heeft uitgevoerd en gepaste
maatregelen treft. De Nederlandse Arbeidsinspectie geeft aan dat zij geen landelijk
overzicht heeft van blootstellingsbeoordelingen door werkgevers. Zij weet niet in
hoeveel gevallen er metingen plaatsvinden in het kader van deze beoordelingen. Ik
kan dan ook geen uitspraak doen over in hoeveel gevallen er naar aanleiding van toezicht
en handhaving metingen plaatsvinden.
Vraag 4
Kunt u aangeven om welke sectoren of beroepsgroepen het gaat waar de blootstelling
aan gevaarlijke stoffen niet direct zichtbaar is, maar waar desondanks nog onvoldoende
maatregelen worden genomen om de risico’s op blootstelling te beperken?
Antwoord 4
De gevolgen van blootstelling aan gevaarlijke stoffen en de blootstelling zelf zijn
vaak niet direct zichtbaar. De Nederlandse Arbeidsinspectie werkt risicogericht en
gebruikt daarvoor verschillende risicoanalyses en publiceert hierover. Naar aanleiding
van inspecties komt het beeld naar voren dat bij alle sectoren overtredingen worden
aangetroffen en verbeteringen nodig zijn. De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft recenter
een aanvullende analyse gedaan op de situatie bij kleinere bedrijven. Hieruit blijkt
dat kleine bedrijven minder vaak aan de arbozorgverplichtingen voldoen. Dit terwijl
de risico's op ongezond en onveilig werk bij deze bedrijven slechter worden beheerst
dan bij grote(re) bedrijven. Het risico van blootstelling aan gevaarlijke stoffen
komt voor bij één op de drie van de kleinere bedrijven. Bijna de helft van deze bedrijven
beheerst dit risico onvoldoende. De rapportage hierover in 2025 is gepubliceerd op
de website van de Nederlandse Arbeidsinspectie.4
Vraag 5
Acht u het huidige toezicht en de handhaving voldoende, met name bij bedrijven waar
geen zichtbare uitstoot of «klassieke» industriële risico’s aanwezig lijken te zijn?
Zo ja, waarop baseert u dat; zo nee, welke verbeteringen acht u noodzakelijk?
Antwoord 5
De Nederlandse Arbeidsinspectie geeft aan dat zij risicogericht toezicht houdt op
de naleving van Arbowet- en regelgeving. Op basis van de inspectiebrede risico- en
omgevingsanalyse wordt de capaciteit verdeeld over de programma’s en projecten. Blootstelling
aan gevaarlijke stoffen is, en blijft vooralsnog één van de speerpunten bij het toezicht
op gezond en veilig werken. Daarvoor is het programma Blootstelling Gevaarlijke Stoffen
ingericht. Daarnaast reageert de Nederlandse Arbeidsinspectie actief op meldingen
over blootstelling aan gevaarlijke stoffen.
Zoals ik in het antwoord op vraag 4 heb aangegeven beheersen bedrijven in de praktijk
het risico van gevaarlijke stoffen nog onvoldoende. De naleving van wet- en regelgeving
blijft achter. Om deze naleving te verbeteren is meer nodig dan alleen toezicht en
handhaving. Toezicht en handhaving zijn hierbij het sluitstuk. Daarom biedt de Nederlandse
Arbeidsinspectie ook voorlichting aan werkgevers over het veilig werken met gevaarlijke
stoffen. Bijvoorbeeld via de online zelfinspectietool. Ook onderneemt het Ministerie
van SZW diverse acties om werkgevers hierbij te ondersteunen. Zie daarvoor het antwoord
op vraag 2.
Dit neemt niet weg dat werkgevers zelf primair verantwoordelijk zijn voor een gezonde
en veilige werkomgeving van hun werknemers. Zij moeten hun werknemers adequaat beschermen
tegen de risico’s van het werken met gevaarlijke stoffen.
Daarnaast is het belangrijk dat andere stakeholders, zoals brancheorganisaties, bijdragen
aan de bekendheid van de risico’s van werken met gevaarlijke stoffen en het belang
van doeltreffende maatregelen om deze risico’s te beheersen.
Vraag 6
Erkent u het beeld dat richtlijnen op de werkvloer tekortschieten, zoals wordt gesteld
in dit artikel? Welke aanvullende maatregelen overweegt u om de blootstelling aan
gevaarlijke stoffen structureel terug te dringen?
Antwoord 6
Er gelden strenge regels bij het werken met gevaarlijke stoffen zowel vanuit Europa
als Nederland. Zoals aangegeven in de eerdere antwoorden is bekend dat de naleving
van deze regels in de praktijk achterblijft. Dit geldt niet alleen voor het risico
van gevaarlijke stoffen, maar breder voor het arbodomein. In het najaar van 2023 heeft
daarom het toenmalige kabinet de «Arbovisie 2040: De trend gekeerd. Samenwerken aan een gezond en veilig werkend Nederland» (hierna: Arbovisie) uitgebracht.5 Daarin is de ambitie van zero death neergelegd: 0 doden door werk. Ook staat in de Arbovisie wat er nodig kan zijn om
het doel van «zero death» te halen. Over de stand van zaken van de uitwerking van
de Arbovisie is de Kamer op 28 mei 2025 geïnformeerd.6
Ondertekenaars
A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.