Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Bruyning over de Veiligheid van procespartijen en rechtsgelijkheid bij jeugdbeschermingsprocedures
Vragen van het lid Bruyning (Nieuw Sociaal Contract) aan de Staatssecretarissen van Justitie en Veiligheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de Veiligheid van procespartijen en rechtsgelijkheid bij jeugdbeschermingsprocedures (ingezonden 11 november 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 2 maart
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 524.
Vraag 1
Bent u bekend met de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 15 juli 2025 (ECLI:NL:RBROT:2025:10004)1, waarin de meervoudige kamer expliciet stelt dat de rechtbank geen taak of wettelijke
bevoegdheid heeft om tijdens of na een zitting de veiligheid van procespartijen te
waarborgen?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Komt het standpunt van de meervoudige kamer overeen met formeel beleid van de gerechten
of de raad voor de rechtspraak?
Antwoord 2
Het past mij niet om rechterlijke uitspraken te duiden. De organisatie van de algemene
veiligheid in gerechtsgebouwen en het optreden bij concrete bedreiging is belegd bij
de daartoe aangewezen instanties. De veiligheid tijdens en rondom zittingen is een
gezamenlijke verantwoordelijkheid van rechtbanken, het Openbaar Ministerie, de politie
en andere betrokken ketenpartners. De politie is verantwoordelijk voor de openbare
orde, maar niet binnen het gerechtsgebouw. Binnen het gerechtsgebouw ligt deze verantwoordelijkheid
bij het lokale gerechtsbestuur. De rechter is verantwoordelijk voor de behandeling
van zaken en voor orde in de zittingszaal tijdens de zitting.
Het lokale gerechtsbestuur is verantwoordelijk voor de veiligheid van medewerkers,
bezoekers en procespartijen zoals vastgelegd in artikel 23, lid 1, sub c van de Wet
op de rechterlijke organisatie. Vanuit de werkgeversverantwoordelijkheid van de Rechtspraak
en de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de veiligheid binnen het gerechtsgebouw
wordt permanent toegezien op het welzijn van de medewerkers en procespartijen. Daarbij
kunnen, indien nodig, passende maatregelen worden getroffen om de veiligheid van zowel
procespartijen als medewerkers te waarborgen. Wanneer er concrete veiligheidsrisico’s
zijn, bijvoorbeeld door signalen voorafgaand aan de zitting of uitspraken, dienen
deze risico’s gemeld te worden bij de rechtbank en de politie zodat een gedegen veiligheidsinschatting
kan worden gemaakt en indien nodig de noodzakelijke maatregelen kunnen worden getroffen.
Vraag 3
Deelt u de mening dat deze uitspraak feitelijk betekent dat procespartijen – waaronder
ouders, kinderen, advocaten, medewerkers van de gecertificeerde instelling (GI), de
Raad voor de Kinderbescherming en zelfs rechters – tijdens de zitting en na afloop
van de zitting zonder enige bescherming het gerechtsgebouw verlaten, ook als er sprake
is van expliciete bedreigingen?
Antwoord 3
Nee, die mening deel ik niet. Zie het antwoord op vraag 2.
Vraag 4
Acht u het wenselijk dat een rechterlijke instantie die op de hoogte is van een concrete
bedreiging, zeker als die in de zitting wordt uitgesproken, zich beperkt tot de constatering
dat er «geen wettelijke bevoegdheid» bestaat om maatregelen te treffen?
Antwoord 4
Ik verwijs u naar het antwoord op vraag 2. Ter nadere duiding wil ik hierover opmerken
dat in de zittingszaal de rechter – bij een meervoudige zitting de voorzitter – verantwoordelijk
is voor de orde in de zittingszaal. Het gerechtsbestuur is verantwoordelijk voor de
veiligheid van medewerkers, bezoekers en procespartijen binnen de rechtbank of het
hof. Als in een rechterlijke uitspraak gebruik wordt gemaakt van de term «de rechtbank»
of «het hof» wordt hiermee verwezen naar de rechtspraak zelf en diens verantwoordelijkheid
voor de orde in de zittingszaal; niet naar het gerechtsbestuur.
Vraag 5
Worden deze bedreigingen ook geregistreerd waardoor het zichtbaar is hoe vaak dit
voor komt? Is er bijvoorbeeld bekend hoe vaak rechters of griffiers bedreigt worden?
Of andere procesdeelnemers? Zo ja, kunt u deze cijfers met de Kamer delen? Zo nee,
overweegt u om dit vast te laten leggen waardoor er niet alleen een preventieve werking
van uit gaat, maar ook dat er onderzoek kan worden gedaan naar de herkomst en omstandigheden
waar dit vandaan komt?
Antwoord 5
De Rechtspraak registreert alle ontvangen meldingen van bedreigingen richting rechters,
griffiers of andere procesdeelnemers. Echter, niet alle incidenten en bedreigingen
worden gemeld. De Raad voor de rechtspraak geeft aan dat er soms sprake is van een
lagere meldbereidheid. Hierdoor beschikt de rechtspraak niet over betrouwbare, landelijke,
vergelijkbare cijfers die ik met uw Kamer kan delen. Ook sommige procesdeelnemers
registreren bedreigingen tijdens of naar aanleiding van een zitting binnen de eigen
organisatie. Zo registreert de Raad voor de Kinderbescherming alle intern gemelde
agressie richting medewerkers, waaronder meldingen door zittingsvertegenwoordigers
over bedreiging, intimidatie en belediging; het merendeel van deze incidenten is bij
de politie gemeld onder vermelding van de projectcode Veilige Publieke Taak (VPT).
Binnen JenV wordt in het programma Voorbereid op agressie en geweld gewerkt aan een
meldapplicatie voor uitvoeringsorganisaties onder JenV- en AenM-verantwoordelijkheid,
die in de toekomst kan bijdragen aan het bijhouden van geaggregeerde cijfers. Op dit
moment zijn er geen landelijke, vergelijkbare cijfers beschikbaar om met uw Kamer
te delen. Zoals aangegeven zijn de lokale gerechtsbesturen verantwoordelijk voor de
veiligheid in de gerechtsgebouwen.
Vraag 6
Wordt er ook geregistreerd wat de bedreigingen zijn, waar ze vandaan komen zodat niet
alleen inzichtelijk is hoe vaak het voorkomt maar ook wat de achtergronden en of er
mogelijk een patroon of recidive is van bepaalde ouders?
Antwoord 6
Gemelde incidenten van bedreiging en andere vormen van agressie worden geregistreerd
door betrokken organisaties; binnen de rechtspraak gebeurt dit geanonimiseerd in lijn
met de AVG, waardoor namen niet uit het systeem zijn te herleiden. Ook is er geen
sprake van een persoonsgerichte registratie naar herkomst, achtergronden of recidive
van specifieke procesdeelnemers (zoals bepaalde ouders). De beschikbare registraties
zijn casuïstisch en primair bedoeld voor veiligheidsbeheer op zaak- of locatieniveau,
niet voor structurele statistische analyse naar patronen en motieven. De veiligheidsregisseur
van de Raad voor de Kinderbescherming volgt landelijk trends in aard en oorzaak van
agressie en geeft preventieadvies, maar beschikt vooralsnog niet over statistisch
onderbouwde patronen of recidive van specifieke oudergroepen.
Vraag 7
Hoe wordt in de praktijk bepaald of een dergelijke dreiging wordt beschouwd als een
strafrechtelijke of veiligheidskwestie en wie neemt daartoe het initiatief – de rechtbank,
de griffier, de Raad, de GI of de politie?
Antwoord 7
Of een dreiging als strafrechtelijke kwestie of als veiligheidskwestie wordt aangemerkt,
hangt in de praktijk af van aard en ernst van het incident; vaak lopen beide sporen
naast elkaar. Bij een strafbaar feit (zoals intimidatie of bedreiging) tijdens of
naar aanleiding van een zitting, maar ook daarbuiten, doet het slachtoffer aangifte
bij de politie en beoordeelt het Openbaar Ministerie een eventuele vervolging. Tegelijkertijd
treden ook veiligheidsmaatregelen in werking. Zo is in iedere rechtszaal een noodknop
waarmee de rechter bij acuut risico de parketpolitie kan alarmeren. Gerechten, Raad
voor de Kinderbescherming (RvdK), gecertificeerde instellingen (GI’s) en andere ketenpartners
volgen eigen interne procedures om risico’s te signaleren en te beperken. In het kader
van een meer uniforme ketenaanpak verkent het programma Voorbereid op agressie en
geweld best practices en behoeften rond risico-inventarisatie, inclusief een vooraf
uit te voeren veiligheidsscan voor JenV-medewerkers (niet voor alle procespartijen).
Zowel de gerechten als iedere procespartij hebben een agressie- en veiligheidsprotocol
opgesteld dat voor alle werkprocessen geldt ter bescherming van medewerkers en bezoekers.
Zie ook vraag 9.
Vraag 8 en 9
Bestaat er een protocol voor de veiligheid van procespartijen bij familierechtelijke
of jeugdbeschermingszittingen waarbij sprake is van (potentieel) gevaar of agressie?
Zo ja, kunt u de kamer dit protocol toezenden?
Indien het antwoord op vraag 8 nee is, kunt u aangeven welk protocol er wél geldt,
wie dit handhaaft en hoe vaak dit wordt toegepast?
Antwoord 8 en 9
Er bestaat niet één protocol voor de veiligheid van procespartijen bij familierechtelijke
of jeugdbeschermingszittingen waarbij sprake is van (potentieel) gevaar of agressie.
Diverse procespartijen hebben een eigen agressie- en veiligheidsprotocol opgesteld.
Bij de Rechtspraak is binnen ieder gerecht het lokaal bestuur verantwoordelijk voor
de veiligheid van medewerkers, bezoekers en procespartijen (artikel 23 lid 1 sub c
wet RO). Binnen ieder gerecht is wekelijks veiligheidsoverleg waarbij de zittingen
worden besproken die op basis van aanwijzingen worden ingeschat als zittingen met
een verhoogd risico. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de Checklist Risicovolle zittingen
in het eigen gerechtsgebouw. Verder is in dit kader relevant de minimumnorm Handelen
bij agressie en geweld, die ziet op gewelds- en agressie incidenten die binnen een
gerechtsgebouw kunnen plaatsvinden. Deze werkwijze is opgesteld voor alle werkprocessen
en ter bescherming van medewerkers en bezoekers. Er is geen protocol dat specifiek
is toegesneden op familierechtelijke of jeugdbeschermingszittingen.
Het protocol van de RvdK geldt in iedere situatie waar onveiligheid is.
Vraag 10
Hoe wordt de veiligheid van de betrokken rechters, advocaten en hulpverleners gewaarborgd
bij vertrek uit de zittingszaal of het gerechtsgebouw, zeker wanneer er sprake is
van een emotioneel beladen jeugdzorgzaak waar dergelijk bedreigingen zijn geuit?
Antwoord 10
Zie voor antwoord vraag 4 en 16.
Vraag 11
Hoe vaak komt het voor dat rechters bedreigd worden in zittingen of daarbuiten via
bijvoorbeeld mail of sociale media? Hoe gaat de rechtspraak ermee om als rechters
bedreigd worden? Hoe wordt dan de veiligheid van de rechters gewaarborgd? Welke maatregelen
neemt de rechtbank dan in het belang van de veiligheid van de rechters? Waar kunnen
rechters terecht als zij bedreigd worden en hoe verhoudt zich dat weer ten aanzien
van de geheimhoudingsplicht die rechters hebben in het kader van de beslotenheid van
jeugd- en familierechtszaken?
Antwoord 11
Het komt voor dat rechters bedreigd worden. Van het totaal aantal bedreigingen worden
geen cijfers bijgehouden. Wel zijn cijfers bekend van het aantal (veelal straf-)rechters
dat persoonlijke beveiligd wordt. Rechters die worden bedreigd in zitting of daarbuiten
kunnen dit melden bij hun teamvoorzitter, gerechtsbestuur of de beveiligingsmedewerker.
Bij de Rechtspraak is binnen ieder gerecht het lokaal bestuur verantwoordelijk voor
de veiligheid van medewerkers, bezoekers en procespartijen (artikel 23 lid 1 sub c
wet RO). Als een rechter wordt bedreigd is maatwerk het uitgangspunt. Ook met betrekking
tot eventuele te zetten vervolgstappen zoals het inschakelen van politie of OM.
Over de wijze van beveiligen van rechters doe ik geen uitspraken.
Vraag 12
Wordt er in dergelijke situaties overleg gevoerd tussen rechtbanken en lokale politie
of het Openbaar Ministerie om acute dreiging te beoordelen en maatregelen te treffen?
Zo ja, hoe vaak gebeurt dat en hoe is die samenwerking geborgd?
Antwoord 12
Als een rechter wordt bedreigd is maatwerk het uitgangspunt. Ook met betrekking tot
eventuele te zetten vervolgstappen zoals het inschakelen van politie of OM. Dit hangt
in de praktijk af van de aard en ernst van het incident. Afhankelijk daarvan verloopt
eventuele samenwerking met de politie en het OM via de gebruikelijke kanalen.
Vraag 13
Acht u het wenselijk dat de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van procespartijen
in dit soort zaken niet bij één instantie is belegd, waardoor iedereen op elkaar wacht
en feitelijk niemand handelt?
Antwoord 13
De bij vraag 8 en 9 beschreven werkwijze binnen rechtbanken is opgesteld voor alle
werkprocessen en ter bescherming van medewerkers en bezoekers. Er is geen werkwijze
specifiek toegesneden op familierechtelijke of jeugdbeschermingszittingen. Door het
maken van afspraken en overleg binnen de keten kan de samenwerking tussen de instanties
in de keten worden bevorderd. Door te werken volgens de vraag 8 en 9 beschreven werkwijze,
beoogt de rechtspraak steeds de veiligheid voor alle rechtsgebieden te bevorderen.
Op dit moment worden door het programmateam Voorbereid op agressie en geweld van JenV
diverse modellen voor de veiligheid en de beveiliging van procespartijen bekeken.
Dit betreft complexe problematiek die vraagt om een zorgvuldige gezamenlijke aanpak
en voldoende tijd daarvoor. Ik wil het programmateam daarbij niet voor de voeten lopen.
Ik zal uw Kamer hier te zijner tijd nader over informeren.
Vraag 14
Bent u bereid te onderzoeken of de huidige taakafbakening tussen rechtbank, GI, Raad
en politie leidt tot rechtsongelijkheid en veiligheidsrisico’s voor partijen die deelnemen
aan jeugdbeschermingsprocedures?
Antwoord 14
De taakafbakening ten aanzien van de veiligheid van procesdeelnemers tijdens en rondom
een rechtszitting is wettelijk verankerd en elke instantie heeft een eigen verantwoordelijkheid.
In de praktijk is het wenselijk dat veiligheidsrisico’s in ketenverband worden besproken
en ingeschat, waarbij maatregelen op maat genomen kunnen worden. Ik heb geen aanwijzingen
dat de huidige wettelijke taakafbakening leidt tot rechtsongelijkheid of veiligheidsrisico’s
voor de procespartijen. Ik zie dan ook geen aanleiding een onderzoek zoals voorgesteld
in te stellen.
Vraag 15
Hoe beoordeelt u het risico dat slachtoffers van bedreiging (zoals de moeder in deze
zaak, maar ook de advocaat van moeder en de bijzonder curator) zich niet vrij voelen
om hun standpunt te uiten en dat dit de kern van een eerlijk proces ondermijnt (artikel 6
EVRM)? Deelt u de mening dat hiermee ook de belangen van de minderjarige in het geding
komen? En daarmee het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind niet kan
worden nageleefd?
Antwoord 15
Het is niet aan mij als bewindspersoon om te oordelen over een individuele casus.
Ik sta voor een eerlijk proces. De mogelijkheid van iedere procesdeelnemer om zich
hierin vrijelijk te kunnen uiten acht ik voor het recht op een eerlijk proces van
essentieel belang.
Vraag 16
Kunt u toelichten hoe dit zich verhoudt tot de zorgplicht van de overheid om veiligheid
te waarborgen binnen door de overheid georganiseerde procedures, waaronder kinderbeschermingszaken?
Antwoord 16
De zorgplicht van de overheid om de veiligheid te waarborgen binnen door de overheid
georganiseerde procedures, zoals kinderbeschermingszaken, wordt in de praktijk ingevuld
via een gedeelde verantwoordelijkheid en een gelaagde aanpak. Zoals al eerder aangegeven
draagt binnen het gerechtsgebouw het lokale gerechtsbestuur de primaire verantwoordelijkheid
voor de veiligheid van medewerkers, bezoekers en procespartijen, conform artikel 23,
lid 1, sub c, van de Wet RO. Die verantwoordelijkheid krijgt concreet vorm in wekelijks
veiligheidsoverleg binnen ieder gerecht, waarin zittingen met een verhoogd risicoprofiel
worden doorgenomen aan de hand van de Checklist Risicovolle zittingen, en in de toepassing
van de minimumnorm Handelen bij agressie en geweld, wanneer zich een incident voordoet.
Bij acuut gevaar kan de rechter bovendien via de noodknop direct de parketpolitie
alarmeren, zodat onmiddellijk wordt opgetreden.
Buiten het gerechtsgebouw ligt de zorgplicht bij de werkgevers van de betrokken professionals,
zoals de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en de gecertificeerde instellingen
(GI’s).
Vraag 17
Bent u bereid in overleg met de Raad voor de rechtspraak, de Nederlandse orde van
advocaten, de Raad voor de Kinderbescherming, de gecertificeerde instellingen en alle
andere belanghebbenden om te komen tot een goede borgingsafspraken en indien nodig
landelijk veiligheidsprotocol voor jeugdbeschermingszittingen en regiezittingen?
Antwoord 17
De Raad voor de rechtspraak heeft mij laten weten dat binnen ieder gerechtsgebouw
permanent wordt toegezien op de veiligheid en het welzijn van medewerkers en procespartijen.
Daartoe is bij ieder gerecht een veiligheidsorganisatie ingericht. Het bij vraag 9
genoemde wekelijks veiligheidsoverleg in ieder gerecht is slechts een exponent van
een breed raamwerk aan beheersmaatregelen voor tal van veiligheidsrisico’s. Als er
op voorhand geen aanwijzingen zijn dat een zitting een verhoogd risico kent geldt
het standaard veiligheidsregime. Bij calamiteiten (na alarmering/signalering) wordt
zo snel als mogelijk adequaat opgetreden door bodes, beveiliging en parketpolitie
en/of andere hulpdiensten. De Rvdr ziet geen aanleiding voor een landelijk veiligheidsprotocol
voor jeugdbeschermingszittingen en regiezittingen. De Rvdr geeft aan open te staan
voor een nog nauwere samenwerken met betrokken partijen in het kader van veiligheid
en informatie-uitwisseling. Gelet op de onafhankelijke positie van de Rechtspraak
is het niet aan mij om de Rechtspraak aan te sturen. Gelet op de getoonde bereidheid
van de betrokken partijen om de samenwerking te intensiveren, wacht ik graag de uitkomsten
van deze initiatieven af. Het programmateam Voorbereid op agressie en geweld van JenV
kan een faciliterende rol spelen bij het nog verder intensiveren van de samenwerking
in de keten.
Vraag 18
Kunt u garanderen dat los van het eventuele beleid concrete stappen worden gezet om
de veiligheid van rechters en andere professionals binnen de rechtsgebouwen, wanneer
er concrete aanwijzingen zijn voor hun onveiligheid, worden beschermd?
Antwoord 18
Zie het antwoord op vraag 17.
Vraag 19
Zo ja, op welke termijn verwacht u dit te kunnen realiseren en bent u bereid de Kamer
hierover voor het einde van het eerste kwartaal van 2026 te informeren?
Antwoord 19
Beveiligingsbeleid wordt door de gerechtsbesturen bijgesteld als daartoe aanleiding
is. De veiligheid van rechters en andere professionals binnen de gerechtsgebouwen
is, zoals eerder toegelicht, aan de gerechten zelf. Het Programma voorbereid op agressie
en geweld verkent in het belang van een effectieve ketenaanpak op dit moment de best
practices evenals de openstaande behoeftes van de organisaties. Het Programma kan
de ketenpartners faciliteren bij het formuleren van oplossingen. Het waarborgen van
de veiligheid is complexe problematiek die vraagt om een zorgvuldige gezamenlijke
aanpak en voldoende tijd daarvoor. Ik zal uw Kamer hier te zijner tijd nader over
informeren.
Ondertekenaars
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.