Verslag van een schriftelijk overleg : Verslag van een schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid (WSB) d.d. 9 maart 2026 (Kamerstuk 21501-31-814)
21 501-31 Raad voor de Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken
Nr. 815
VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld 2 maart 2026
De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een aantal vragen en
opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de
brief van 25 februari 2026 over de geannoteerde agenda Formele Raad Werkgelegenheid
en Sociaal Beleid (WSB) d.d. 9 maart 2026 (Kamerstuk 21 501-31, nr. 814).
De vragen en opmerkingen zijn op 26 februari 2026 aan de Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid voorgelegd. Bij brief van 2 maart 2026 is een deel van de vragen
beantwoord. De overige vragen zullen op een later moment worden beantwoord.
De fungerend voorzitter van de commissie, Stultiens
Adjunct-griffier van de commissie, Van den Broek
Inhoudsopgave
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van de bewindspersoon
2
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
2
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
6
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
9
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
9
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van de bewindspersoon
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de Geannoteerde
agenda Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid (WSB) d.d. 9 maart 2026. Naar
aanleiding hiervan hadden deze leden enkele vragen.
In de paragraaf over de Coördinatieverordening Sociale Zekerheid lezen de leden van
de D66-fractie dat de Minister schrijft dat op het moment van schrijven van de Geannoteerde
agenda een eerste concept-wettekst voor de herziening van de verordening is verspreid
door het Cypriotische voorzitterschap en dat deze tekst nader bestudeerd moet worden.
Kan de Minister inmiddels meer zeggen over de inhoud van het voorstel? In antwoorden
op het schriftelijke overleg naar aanleiding van de Informele Raad WSB d.d. 12–13 februari
2026 te Cyprus lezen de leden van de D66-fractie dat de Minister vindt dat de voorgestelde
verruiming van de export van werkloosheidsuitkeringen niet aansluit bij het doel van
werkloosheidsuitkeringen als tijdelijke loondervingsuitkeringen en dat de Minister
graag ziet dat het voorstel voldoende waarborgen bevat. Bevat de concept-wettekst
zoals verspreid voldoende waarborgen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Het Cypriotische EU-Voorzitterschap heeft afgelopen week een concept-wettekst gedeeld
met lidstaten. Deze niet openbare tekst vormt de basis voor bilaterale gesprekken.
Gezien het karakter en de beslotenheid van deze fase van de onderhandelingen, kan
ik de exacte inhoud niet in detail toelichten. De teksten zijn voor Kamerleden beschikbaar
op Delegates Portal op het moment dat deze geagendeerd worden in Coreper. Nederland zal in bilaterale
gesprekken het belang benadrukken van modernisering van de verordening en dat het
WW-hoofdstuk in balans moet zijn. Een werkloosheidskering is bedoeld als tijdelijke
loondervingsuitkering. Daarbij is het belangrijk om te faciliteren dat mensen nieuw
werk vinden, ook in een grensoverschrijdende situatie. Daarbij zet Nederland in op
waarborgen voor controle en activering. Op deze punten zie ik graag meer ambitie.
Bij verdere relevante ontwikkelingen informeer ik uw Kamer.
Voorts waren de leden van de D66-fractie benieuwd welke effecten de voorgenomen aanscherping
van de referte-eis en de vertraagde opbouw van de Werkloosheidswet (WW) hebben op
de verlenging van de exporttermijn van de WW-uitkering van drie naar zes maanden.
Leiden de maatregelen uit het coalitieakkoord er op termijn toe dat nog minder dan
de genoemde 21% de uitkering zes maanden had kunnen importeren?
De Algemene Rekenkamer heeft inderdaad eerder berekend dat 21% van de mensen die in
de periode 2018–2020 een werkloosheidsuitkering exporteerden, deze uitkering 6 maanden
had kunnen exporteren, als het recht daartoe bestond.1 Het CBS heeft voor de WW-instroom in 2022 en 2023 onderzocht welke groepen niet langer
in aanmerking komen voor een WW-uitkering wanneer de referte-eis wordt verlengd naar
42 uit 52 weken.2 Hieruit blijkt dat met name werkenden met contracten voor bepaalde tijd minder vaak
recht zouden hebben op een WW-uitkering. Daarnaast betekent een vertraagde opbouw
van de uitkeringsduur dat iemand voortaan twaalf jaar moet hebben gewerkt om recht
te hebben op zes maanden WW. Op dit moment is daarvoor een arbeidsverleden van zes
jaar voldoende.
Als we deze maatregelen vertalen naar de impact op verlenging van de exporttermijn
van drie naar zes maanden, is het goed in acht te nemen dat een groot deel van de
EU-arbeidsmigranten relatief jong is wanneer zij in Nederland komen werken.3 Zo stelt het IBO Arbeidsmigratie dat in 2022 meer dan 40% van de lager betaalde arbeidsmigranten
van binnen de EU/EFTA tussen de 18 en 25 jaar was bij aankomst in Nederland. Slechts
een klein deel is ouder dan 45 jaar wanneer zij in Nederland aankomen. Ook blijkt
uit hetzelfde rapport dat EU-arbeidsmigranten gemiddeld genomen vaker een flexibele
arbeidsrelatie hebben. Door deze omstandigheden zal het aantal WW-uitkeringen dat
gedurende zes maanden kan worden geëxporteerd naar verwachting afnemen na aanpassing
van de referte-eis en de opbouwsystematiek.
Voorts hebben de leden van de D66-fractie met interesse kennisgenomen van het agendapunt
over innovatie en kwaliteitsbanen. Onder dit punt wordt ook gesproken over de Quality Jobs Roadmap. Deze leden zijn benieuwd of de Minister nader kan toelichten wat volgens hem de
kernambitie van de Routekaart is. Welke concrete beleidsveranderingen verwacht het
kabinet op basis van deze mededeling?
Het kabinet heeft uw Kamer op 6 februari jl. via een BNC-fiche4 geïnformeerd over de kabinetsappreciatie van de Routekaart Kwaliteitsbanen. Met de
Routekaart beoogt de Commissie de kwaliteit van banen te bevorderen en randvoorwaarden
voor kwalitatieve en toekomstbestendige banen in alle lidstaten te scheppen. Volgens
de Commissie, en zoals ook benadrukt door het Draghi-rapport, zijn kwaliteitsbanen
nodig om productiviteit en arbeidsmarktparticipatie te verhogen. Het bevorderen van
kwaliteitsbanen en het versterken van het EU-concurrentievermogen gaan daarom volgens
de Commissie hand in hand.
De Routekaart richt zich op de gebieden waar optreden op EU-niveau volgens de Commissie
toegevoegde waarde kan leveren: (1) het creëren en behouden van kwaliteitsbanen in
de hele EU, (2) het waarborgen van eerlijk werk en modernisering in de wereld van
werk, (3) het ondersteunen van werknemers en werkgevers bij de groene, digitale en
demografische transities, (4) het versterken van de sociale dialoog en collectieve
onderhandelingen en (5) het waarborgen van effectieve toegang tot rechten, kwalitatieve
openbare diensten en adequate investeringen. De Routekaart Kwaliteitsbanen is een
mededeling die niet-wetgevend van aard is, en bevat als zodanig geen nieuwe wet- en
regelgeving. Het kabinet zal na publicatie van de aangekondigde initiatieven uit de
Routekaart uw Kamer daarover informeren middels de gebruikelijke route van een BNC-fiche.
De leden van de D66-fractie lezen in de achterliggende stukken dat de definitie van
kwaliteitsbanen multidimensionaal is, van beloning en secundaire arbeidsvoorwaarden
tot gendergelijkheid en welzijn. Kan de Minister nader toelichten welke handvaten
het begrip kwaliteitsbanen biedt voor beleid, zo vragen deze leden. Wordt uiteindelijk
ingezet op een meetbare definitie, eventueel op Europese Unie (EU-)niveau, en zo ja,
op basis van welke indicatoren? In dit kader lezen de leden van de D66-fractie met
interesse dat een wetgevend initiatief is aangekondigd ter bevordering van kwaliteitsbanen
en mogelijk een kwaliteitsbanendoelstelling. Kan de Minister hier al meer over zeggen?
Zo nee, wanneer kan de Minister hier meer over zeggen?
Het kabinet onderschrijft dat kwaliteitsbanen kunnen bijdragen aan het versterken
van het concurrentievermogen door het verhogen van de productiviteit en de arbeidsmarktparticipatie.
In aanloop naar de Routekaart Kwaliteitsbanen heeft de Raad Werkgelegenheid en Sociaal
Beleid een opinie van het Werkgelegenheidscomité over de diverse dimensies van kwaliteitsbanen
aangenomen.5 Het kabinet herkent de verschillende dimensies van kwaliteitsbanen die zijn opgenomen
in de opinie, die lidstaten kunnen helpen bij het maken van integraal beleid om het
concurrentievermogen te versterken.
Als onderdeel van de Routekaart onderzoekt de Commissie de mogelijkheid om een doelstelling
met betrekking tot kwaliteitsbanen voor te stellen om de voortgang op dit thema in
de EU te kunnen monitoren, in aanvulling op de reeds bestaande Porto 2030-doelstellingen.6 Het kabinet beschikt op dit moment nog over onvoldoende informatie om een positie
in te nemen en zal te zijner tijd een eventueel voorstel beoordelen. Naar verwachting
publiceert de Commissie de Quality Jobs Act, en mogelijk een voorstel voor een kwaliteitsbanendoelstelling,
in het vierde kwartaal van 2026. Ik informeer uw Kamer via een BNC-fiche over de kabinetsappreciatie
van deze voorstellen.
De leden van de D66-fractie nemen kennis van de passage waarin de Commissie aangeeft
digitale technologie en algoritmisch management op de werkvloer te willen ondersteunen
én reguleren om eerlijk werk te waarborgen. Deze leden zijn benieuwd hoe de Minister
deze ambitie beoordeelt. Voorts zijn zij benieuwd hoe de Minister aankijkt tegen mogelijke
aanvullende EU-regels rond algoritmisch management en het gebruik van AI op de werkvloer.
Het kabinet zet in lijn met het Coalitieakkoord in op het versterken van de AI-adoptie
en AI-geletterdheid in Nederland. Digitalisering en AI zijn belangrijk voor innovatie,
economische groei, de krappe arbeidsmarkt en onze toekomstige welvaart. De inzet van
digitale technologie en algoritmisch management op de werkvloer kan een bijdrage leveren
aan het bevorderen van eerlijk werk en het verhogen van de productiviteit, maar kan
ook risico’s met zich meebrengen voor werkenden – denk aan zorgen rondom privacy,
dalende autonomie of discriminatie. Daarom is het van belang dat de inzet van AI te
allen tijde op een veilige en mensgerichte wijze plaatsvindt. AI dient uiteindelijk
bij te dragen aan het vergroten van ons welzijn en onze welvaart. De inzet van AI
moet daarom op een verantwoorde manier plaatsvinden, met aandacht voor de risico’s
van AI en voor wat mensen nodig hebben om ontwikkelingen bij te benen.
De verantwoordelijkheid voor de borging van de veiligheid en gezondheid op de werkvloer
ligt ook bij de inzet van AI bij de werkgever. Daarnaast is het in algemene zin belangrijk
dat werkgevers en werknemers de inzet en de gevolgen van AI op de werkvloer onderling
bespreken. In dit kader zijn o.a. de Europese AI-verordening en de Platformwerkrichtlijn
leidend. Het kabinet zal eventuele Europese voorstellen op dit terrein op haar merites
beoordelen en hierbij aandacht hebben voor het borgen van de balans tussen innovatie
en bescherming van werknemers.
De leden van de D66-fractie nemen kennis van het voornemen van de Commissie om te
komen tot een initiatief gericht op het aantrekken van topstudenten, onderzoekers
en geschoolde werknemers. Kan de Minister aangeven hoe deze inzet zich verhoudt tot
het recent gesloten coalitieakkoord?
Het kabinet heeft kennisgenomen van de publicatie van de Commissieaanbeveling over
het aantrekken van talent. Zoals toegelicht in het Coalitieakkoord, wil het kabinet
serieus grip krijgen op arbeidsmigratie, door onszelf de vraag te stellen wat ons
land aankan en nodig heeft, en daar ook naar te handelen. Door te gaan sturen op arbeidsmigratie
die we écht nodig hebben en uitbuiting aan te pakken, mede door de adviezen van de
Commissie Roemer en het SER-advies «Arbeidsmigratie naar waarde» uit te voeren. Het
kabinet wil waar nodig gericht internationaal talent aantrekken, en stelt daartoe
een talentstrategie op om ervoor te zorgen dat we het juiste talent gericht selecteren
en voor Nederland behouden. Ook wil het kabinet een pilot van drie jaar starten voor
een programma dat gericht is op het, onder strenge voorwaarden, actief en gericht
naar Nederland halen van goed geschoolde krachten die hier toegevoegde waarde in vooraf
afgebakende sectoren hebben. Onderdeel van deze voorwaarden zijn een salariseis en
huisvestingseis en een maximale termijn van drie jaar. Voor deze pilot komen in ieder
geval kandidaat EU-lidstaten in aanmerking. Uw Kamer zal middels een BNC-fiche worden
geïnformeerd over de kabinetsappreciatie van de specifieke aanbevelingen die de Commissie
in haar aanbeveling doet.
Ten slotte lezen de leden van de D66-fractie dat Nederland overweegt tezamen met enkele
andere lidstaten het Cypriotisch voorzitterschap te verzoeken om onder het agendapunt
«overige onderwerpen» kort stil te staan bij de onrechtmatige detachering van derdelanderwerknemers.
Kan de Minister hier inmiddels meer over zeggen?
Dit agendapunt is inmiddels op verzoek van Nederland door het Cypriotisch voorzitterschap
toegevoegd aan de agenda van de Raad. Ik zal, samen met een aantal andere lidstaten,
de Europese Commissie oproepen om in het aangekondigde Fair Labour Mobility pakket, dat naar verwachting in september van dit jaar verschijnt, een initiatief
aan te kondigen waarmee het juridisch kader rond detachering van derdelanderwerknemers
wordt verduidelijkt.
Naast verduidelijking van het juridisch kader pleit Nederland samen met gelijkgestemde
lidstaten voor versterking van de Europese Arbeidsautoriteit, Dit sluit aan bij het
SER-advies «Arbeidsmigratie naar waarde», dat het kabinet gaat uitvoeren.
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van
de stukken. Deze leden hebben op enkele onderwerpen vragen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben meerdere vragen over de EU-Routekaart
kwaliteitsbanen en het bijbehorende BNC-fiche. Deze leden constateren dat wordt ingezet
op vermindering van administratieve lasten voor bedrijven, met behoud van sociale
standaarden. Zij vragen hoe het kabinet concreet zal voorkomen dat het terugdringen
van regeldruk in de praktijk leidt tot afzwakking van arbeidsbescherming, toezicht
of handhaving.
De Commissie wordt geacht van elk nieuw initiatief dat zij publiceert een effectbeoordeling
op te stellen. Door de gevolgen van een specifiek Commissievoorstel goed in kaart
te brengen kan worden bepaald welke maatregelen nodig zijn om de bescherming van werknemers
te kunnen waarborgen. Ook bij herziening van Europese wet- en regelgeving zet het
kabinet er op in dat deze geen afbreuk doen aan de onderliggende beleidsdoelstellingen.
Het kabinet acht het dan ook van belang dat alle voorstellen van de Commissie worden
voorzien van een effectbeoordeling waarin de gevolgen voor alle relevante stakeholders,
waaronder bedrijven, werknemers en nationale autoriteiten, worden meegewogen. Wanneer
een dergelijke effectbeoordeling ontbreekt zal het kabinet erop aandringen bij de
Commissie dat zij deze beoordeling alsnog uitvoert, en indien dit uitblijft zelf de
impact van de voorstellen in kaart brengen.
De leden van GroenLinks-PvdA-fractie vragen om in kaart te brengen welke concrete
regels die afgeschaft worden de arbeidsbescherming raken. Deze leden zouden graag
een overzicht willen ontvangen van deze regels en daarbij per regel inzicht krijgen
hoe de afzwakking van arbeidsbescherming voorkomen wordt.
De Europese Commissie heeft meerdere vereenvoudigingspakketten («omnibussen») gepresenteerd
om de regeldruk en administratieve lasten voor bedrijven te verlagen. Uw Kamer is
en wordt via de geëigende wegen over de kabinetsappreciatie van deze voorstellen geïnformeerd,
ook over de elementen die eventueel raken aan arbeidsbescherming. De Commissie heeft
op dit moment geen voorstel aangekondigd voor een specifieke omnibus in het sociale
domein. Wel is bekend dat de Commissie verschillende richtlijnen binnen het sociale
domein zal evalueren. Daarbij zal de Commissie specifiek aandacht hebben voor de impact
van deze regels op het bedrijfsleven en de proportionaliteit van de ervaren regeldruk.
Als de Commissie besluit om naar aanleiding hiervan bepaalde richtlijnen te herzien
zal het kabinet deze voorstellen op hun merites beoordelen. Daarbij zal het uitgangspunt
van het kabinet zijn dat het verminderen van regeldruk en administratieve lasten geen
afbreuk mag doen aan de bescherming van werknemers.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat mogelijk een kwaliteitsbanendoelstelling
wordt voorgesteld. Deze leden vragen welke indicatoren het kabinet passend acht om
kwaliteit van werk te meten.
Het kabinet heeft uw Kamer op 6 februari jl. via het BNC-fiche7 geïnformeerd over de appreciatie van de Routekaart Kwaliteitsbanen. In aanloop naar
de Routekaart Kwaliteitsbanen heeft de Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid een
opinie van het Werkgelegenheidscomité over de diverse dimensies van kwaliteitsbanen
aangenomen.8 Het kabinet herkent de verschillende dimensies van kwaliteitsbanen die zijn opgenomen
in de opinie, die lidstaten kunnen helpen bij het maken van integraal beleid om het
concurrentievermogen te versterken.
Het kabinet beschikt op dit moment over onvoldoende informatie om een positie in te
nemen over een mogelijke kwaliteitsbanendoelstelling en zal te zijner tijd een eventueel
voorstel beoordelen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat minimaal 14% van de middelen uit
Nationale en Regionale Partnerschapsplannen aan sociale doelstellingen moet worden
besteed. Deze leden vragen naar een appreciatie van het kabinet op dit voorstel, specifiek
als het gaat om het gekozen percentage. Deze leden missen dat in de huidige appreciatie.
De totale omvang van de Nationale en Regionale Partnerschapsplannen (NRPP) en de verdeling
tussen de verschillende thematische deelterreinen is integraal onderdeel van de onderhandelingen
over het Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2028–2034. De kabinetsinzet ten aanzien
van de omvang van het MFK is opgenomen in de overkoepelende Kamerbrief9 over de MFK- en Eigen Middelenbesluit (EMB)-voorstellen.
Het kabinet kijkt kritisch naar het toevoegen van doelstellingen, minimumpercentages
of geoormerkte bedragen binnen het NRPP. Dit komt de flexibiliteit en modernisering
van de EU-begroting niet ten goede terwijl dit juist één van de kernpunten van de
kabinetsinzet is. Waar sprake is van dergelijke doelstellingen, percentages of geoormerkte
bedragen dienen deze voldoende bij te dragen aan de flexibilisering en modernisering
van de EU-begroting.
Zoals toegelicht in het BNC-fiche over het NRPP10, heeft het kabinet in aanloop naar de publicatie van de voorstellen op het terrein
van sociaal beleid en werkgelegenheid met name aandacht gevraagd voor het belang van
vaardigheden en sociale inclusie. Om als Unie concurrerend te blijven, arbeidsmarkttekorten
aan te pakken en om de grote transities waar te kunnen maken, zijn vaardigheden en
de sociale inclusie van mensen immers van belang. Het kabinet vindt het positief dat
deze inzet wordt gereflecteerd in het NRPP, met een sterkere focus op vaardigheden
en een goed functionerende arbeidsmarkt. Het kabinet zal er gedurende de onderhandelingen
op inzetten dat de versterkte focus op vaardigheden niet verwatert en waar mogelijk
verder versterkt wordt. Bovendien benadrukt het kabinet het belang van het investeren
in mensen, om de transities te kunnen maken en het concurrentievermogen van de EU
te versterken.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de Commissie verschillende initiatieven
aankondigt op het gebied van eerlijk en veilig werk, waaronder de evaluatie van de
arbeidsplaatsen- en beeldschermrichtlijn en het aanpakken van misstanden in onderaannemingsketens
en herziening van de aanbestedingsrichtlijn. Deze leden vragen wanneer deze voorstellen
concreet worden verwacht. Deze leden vragen daarnaast welke inhoudelijke voorstellen
het kabinet op deze onderdelen voorziet, in het bijzonder waar het gaat om aanpak
van misstanden in onderaannemingsketens.
De Europese Commissie heeft nog geen datum vastgesteld voor de evaluatie van de arbeidsplaatsenrichtlijn
en de beeldschermrichtlijn. In de Routekaart voor Kwaliteitsbanen geeft de Commissie
aan dat de evaluatie van deze richtlijnen onderdeel is van het bredere traject om
de EU-regelgeving voor veiligheid en gezondheid op het werk te moderniseren. De Commissie
heeft aangegeven rond medio 2026 meer duidelijkheid te kunnen geven over de uitkomsten
van deze evaluatie en eventuele vervolgstappen. De herziening van de aanbestedingsrichtlijnen
wordt verwacht in het derde kwartaal van 2026. Het doel van deze herziening is volgens
de Commissie om procedures te vereenvoudigen, kwaliteit, duurzaamheid en innovatie
sterker mee te wegen in aanbestedingen, en kleinere ondernemingen (zoals startups)
beter toegang te geven tot publieke contracten.
De specifieke inhoud van deze voorstellen en in hoeverre deze raken aan onderaannemingsketens
is nog niet bekend. Wel benoemt de Commissie in de Mededeling over de Routekaart voor
Kwaliteitsbanen dat misstanden in onderaannemingsketens moeten worden aangepakt. Bij
de herziening van de aanbestedingsrichtlijnen zal daarom aandacht worden besteed aan
onderaanneming, waarbij de nadruk zal liggen op de verantwoordelijkheden en kwalificaties
van opdrachtnemers en op meer transparantie in de toeleveringsketens. Op dit moment
is nog niet helder of andere publicaties, zoals de Quality Jobs Act (voorzien voor het vierde kwartaal van 2026) en het Fair Labour Mobility Package (voorzien voor het derde kwartaal van 2026), voorstellen zullen bevatten om misstanden
in onderaannemingsketens te adresseren.
Ook hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie nadere vragen over de manier waarop
kabinet toekomstige voorstellen gaat beoordelen. Deze leden missen dat expliciet wordt
benoemd dat het voor dit kabinet primair gaat om het verbeteren van de kwaliteit van
werk vanuit het perspectief van werknemers. Deze leden vragen het kabinet dit mee
te nemen in de overleggen in Brussel.
Het kabinet onderstreept het belang van kwalitatief werk, fatsoenlijke lonen en goede
arbeidsvoorwaarden. Mensen die in Nederland en de EU werken, verdienen een eerlijk
loon en goede arbeidsomstandigheden, met zekerheid over hun toekomst. Het kabinet
zet zich hier ook in EU-verband voor in.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de Geannoteerde agenda
Formele Raad Werkgelegenheid. Deze leden vragen wat de aanname van de Raadsaanbeveling
menselijk kapitaal voor impact gaat hebben op de arbeidsmobiliteit binnen de EU. Zal
dit naar inschatting van de Minister het aantal arbeidsmigranten doen toenemen?
De Europese Commissie heeft op 25 november 2025 een aanbeveling gepubliceerd over
menselijk kapitaal, gericht op het aanpakken van structurele uitdagingen voor de arbeidsmarkt
en het concurrentievermogen in de EU11. Gelet op het niet-bindende karakter van de Raadsaanbeveling, zal deze naar verwachting
geen significant effect hebben op arbeidsmobiliteit in de EU.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de agenda
en hebben daarbij enkele vragen.
De leden van de CDA-fractie lezen dat de Commissie als onderdeel van de Routekaart
Kwaliteitsbanen een wetgevend initiatief, de Quality Jobs Act, aankondigt.
Deze leden vragen welke verwachtingen het kabinet heeft van dit aangekondigde initiatief
en welke onderwerpen een dergelijke wet in de visie van het kabinet wel en niet zou
moeten bestrijken.
Als onderdeel van de Routekaart Kwaliteitsbanen12 wordt door de Commissie een wetgevend initiatief aangekondigd ter bevordering van
kwaliteitsbanen. Het kabinet beschikt op dit moment over onvoldoende informatie om
een positie in te nemen over het aangekondigde initiatief.
Het kabinet onderschrijft dat kwaliteitsbanen kunnen bijdragen aan het versterken
van het concurrentievermogen, door het verhogen van de productiviteit en de arbeidsmarktparticipatie.
Het kabinet wil de kwaliteit van werk verhogen en onderstreept het belang van kwalitatief
werk, fatsoenlijke lonen en goede arbeidsvoorwaarden. Mensen die in Nederland en de
EU werken, verdienen een eerlijk loon en goede arbeidsomstandigheden, met zekerheid
over hun toekomst. Het kabinet zet zich hier ook in Brussel voor in.
Het kabinet zal te zijner tijd het Commissievoorstel beoordelen op de toegevoegde
waarde ervan op Europees niveau, de bijdrage aan opwaartse sociaaleconomische convergentie
tussen de lidstaten en de bijdrage aan een gelijk speelveld op de interne markt. Daarbij
zal het kabinet ook oog hebben voor het beperkt houden van administratieve lasten
en regeldruk.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de agenda voor de Raad voor Werkgelegenheid
en Sociaal beleid. Deze leden zijn van mening dat de transformatie door kunstmatige
intelligentie op de arbeidsmarkt een ingrijpende ontwikkeling is die aandacht verdient
bij de Raad.
De leden van de BBB-fractie hebben een aantal vragen aan het kabinet. Heeft het kabinet
kennisgenomen van de recente ontslaggolven bij grotere bedrijven als Amazon en ASML,
alsmede van de tegenvallende werkgelegenheidcijfers onlangs gepresenteerd door het
CBS? Klopt het beeld dat meerdere bedrijven reorganiseren door toedoen van automatisering,
met name door AI? Heeft de Minister deze ontwikkeling in beeld? Zo ja, kan zij relevante
onderzoeksdata delen?
Het kabinet heeft een aantal signalen ontvangen van bedrijven die reorganiseren, waarbij
de inzet van AI een factor is, naast andere (internationale) economische en geopolitieke
ontwikkelingen. Daar staat overigens tegenover dat AI ook leidt tot nieuwe werkgelegenheid.
Denk aan start ups die zich hierin specialiseren. Het kabinet houdt deze ontwikkelingen nauwlettend
in de gaten, onder andere door het monitoren van de instroom in WW-uitkeringen en
de nauwe contacten die het kabinet onderhoudt met werknemers- en werkgeversorganisaties13.
Hoe wordt er aandacht gegeven aan deze ontwikkeling bij de Raad voor Werkgelegenheid
en Sociaal Beleid?
De Raad voor Werkgelegenheid en Sociaal Beleid zal een gedachtewisseling houden over
de toepassing van AI en algoritmisch management op de werkvloer en de bijdrage die
daardoor geleverd kan worden aan de kwaliteit van werk en productiviteit.
Verwacht het kabinet massa ontslagen en/of grootschalige frictiewerkeloosheid door
toedoen van automatisering? Op basis van welke data verwacht zij dat wel/niet?
Op dit moment is het aantal faillissementen in Nederland relatief laag. Sinds het
najaar van 2024 laat het aantal faillissementen per maand bovendien een dalende trend
zien. Ook de werkloosheid, en het aantal WW-uitkeringen, is historisch gezien nog
steeds laag. Hierbij is relevant dat de arbeidsmarkt nog steeds relatief krap is en
er nog veel vraag is naar personeel in vrijwel alle sectoren. Daardoor vinden veel
werkzoekenden relatief snel nieuw werk. Uiteraard laten grote economische schokken
en ontwikkelingen zich zeer lastig voorspellen. Vooralsnog verwacht het kabinet geen
massaal werkgelegenheidsverlies op landelijk niveau als gevolg van AI, zoals ook het
UWV concludeert in het onderzoeksrapport «Op weg naar AI die werkt voor Iedereen»14. Wel zal de impact naar verwachting verschillen tussen beroepsgroepen. Het kabinet
blijft de ontwikkelingen rondom reorganisaties en werkloosheid nauwgezet volgen.
Er is verschuiving gaande, naar andere functies. Is de Minister daarover al in gesprek
met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap omdat dit ook effect heeft op
waar mensen hoe voor opgeleid moeten worden?
AI biedt Nederland grote kansen om productiever te worden. Mensen moeten dan wel in
staat worden gesteld om mee te bewegen met de veranderingen in hun werk door AI, of
dat nu gaat om een verandering binnen hun functie, of een overstap naar een andere.
Werknemers en werkgevers dragen een gezamenlijke verantwoordelijkheid om zich voor
te bereiden op veranderingen in het werk. Dat geldt zowel voor het leren werken met
AI binnen de huidige functie als om omscholing naar ander werk. Daarbij kunnen werkgevers
en werknemers gebruikmaken van sectorale opleidings- en ontwikkelingsfondsen (O&O-fondsen).
Ook bestaat een publiek instrumentarium om werkenden en werkzoekenden hierin te ondersteunen.
Denk aan de regionale werkcentra, sectorale ontwikkelpaden, en de SLIM-scholingssubsidie.
Dit kabinet gaat investeren in Leven Lang Ontwikkelen. Op de korte termijn doet het
kabinet dit door een nieuwe regeling op te richten die gericht wordt ingezet, door
te kijken naar bijvoorbeeld tekortsectoren en kansrijke beroepen (zoals bijvoorbeeld
het UWV in beeld brengt). Ondertussen werken we toe naar een stelsel van individuele
leerrechten. Het doel van het kabinet is dat de mensen die het meest baat hebben bij
om- en bijscholing (zoals mbo’ers en mkb’ers) daar ook het meest gebruik van kunnen
maken. Daarover vindt doorlopend overleg plaats met OCW.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
L.C.J. Stultiens, voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
Mede ondertekenaar
E.E. van den Broek, adjunct-griffier