Voorstel van wet : Voorstel van wet
36 905 Regels ter uitvoering van Verordening (EU) 2023/1543 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2023 betreffende het Europees verstrekkingsbevel en het Europees bewaringsbevel voor elektronisch bewijsmateriaal in strafzaken en de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen als gevolg van een strafprocedure en Richtlijn (EU) 2023/1544 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2023 tot vaststelling van geharmoniseerde regels inzake de aanwijzing van aangewezen vestigingen en de aanstelling van wettelijke vertegenwoordigers ten behoeve van de vergaring van elektronisch bewijsmateriaal in strafprocedures (Uitvoeringswet elektronisch bewijsmateriaal)
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Artikel 2
HOOFDSTUK 2 AANGEWEZEN VESTIGING EN AANGESTELDE WETTELIJKE VERTEGENWOORDIGER
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
HOOFDSTUK 3 TOEZICHT EN HANDHAVING
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
HOOFDSTUK 4 WIJZIGING WETBOEK VAN STRAFVORDERING
Artikel 9
HOOFDSTUK 5 SLOTBEPALINGEN
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Nr. 2 VOORSTEL VAN WET
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is te voorzien in wettelijke
regels ter uitvoering van Verordening (EU) 2023/1543 van het Europees Parlement en
de Raad van 12 juli 2023 betreffende het Europees verstrekkingsbevel en het Europees
bewaringsbevel voor elektronisch bewijsmateriaal in strafzaken en de tenuitvoerlegging
van vrijheidsstraffen als gevolg van een strafprocedure en Richtlijn (EU) 2023/1544
van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2023 tot vaststelling van geharmoniseerde
regels inzake de aanwijzing van aangewezen vestigingen en de aanstelling van wettelijke
vertegenwoordigers ten behoeve van de vergaring van elektronisch bewijsmateriaal in
strafprocedures;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
In deze wet wordt verstaan onder:
– aangewezen vestiging:
een aangewezen vestiging als bedoeld in artikel 3, onderdeel 6, van Verordening 2023/1543;
– aangestelde wettelijke vertegenwoordiger:
een aangestelde wettelijke vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 3, onderdeel 7,
van Verordening 2023/1543;
– dienstaanbieder:
een dienstaanbieder als bedoeld in artikel 3, onderdeel 3, van Verordening 2023/1543;
– aanbieden van diensten in de Europese Unie:
het aanbieden van diensten, bedoeld in artikel 3, onderdeel 4, van Verordening 2023/1543;
– aanbieden van diensten in Nederland:
het aanbieden van diensten, bedoeld in artikel 3, onderdeel 4, van Verordening 2023/1543,
met dien verstande dat de diensten worden aangeboden op het grondgebied van Nederland;
– elektronisch bewijsmateriaal:
elektronisch bewijsmateriaal als bedoeld in artikel 3, onderdeel 8, van Verordening
2023/1543;
– lidstaat:
lidstaat van de Europese Unie;
– Richtlijn 2023/1544:
Richtlijn (EU) 2023/1544 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2023 tot
vaststelling van geharmoniseerde regels inzake de aanwijzing van aangewezen vestigingen
en de aanstelling van wettelijke vertegenwoordigers ten behoeve van de vergaring van
elektronisch bewijsmateriaal in strafprocedures;
– Verordening 2023/1543:
Verordening (EU) 2023/1543 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2023
betreffende het Europees verstrekkingsbevel en het Europeesbewaringsbevel voor elektronisch
bewijsmateriaal in strafzaken en de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen als gevolg
van een strafprocedure.
Artikel 2
1. De dienstaanbieder die diensten aanbiedt in de Europese Unie wijst of stelt een of
meer geadresseerden aan voor de ontvangst, naleving en tenuitvoerlegging van beslissingen
en bevelen, met het oog op de vergaring van elektronisch bewijsmateriaal op grond
van:
a. Verordening 2023/1543;
b. Boek 5, Titel 4, van het Wetboek van Strafvordering;
c. de overeenkomst, door de Raad vastgesteld overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag
betreffende de Europese Unie, betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken
tussen de lidstaten van de Europese Unie (Trb. 2000, 96);
d. artikelen 126n, 126na, eerste lid, 126nc, 126nd, 126nf, 126ng, 126ni, 126u, 126ua,
eerste lid, 126uc, 126ud, 126uf, 126ug, 126ui, 126zh, 126zi, eerste lid, 126zk, 126zl,
126zn, 126zo, 126zja van het Wetboek van Strafvordering voor zover de aangewezen vestiging
in Nederland is gevestigd of de wettelijke vertegenwoordiger in Nederland verblijft
en voor zover de gegevens kunnen worden aangemerkt als elektronisch bewijsmateriaal.
2. Deze wet is niet van toepassing op de dienstaanbieder die in Nederland is gevestigd
en uitsluitend diensten aanbiedt in Nederland.
3. Tenzij enig wettelijk voorschrift anders bepaalt, worden de beslissingen en bevelen,
bedoeld in het eerste lid, gericht aan de overeenkomstig deze wet aangewezen geadresseerde.
HOOFDSTUK 2 AANGEWEZEN VESTIGING EN AANGESTELDE WETTELIJKE VERTEGENWOORDIGER
Artikel 3
1. Ter uitvoering van artikel 2, eerste lid:
a. wijst de in de Europese Unie gevestigde dienstaanbieder een of meer vestigingen aan
indien hij in Nederland is gevestigd;
b. stelt de niet in de Europese Unie gevestigde dienstaanbieder een of meer wettelijke
vertegenwoordigers aan indien hij diensten aanbiedt in Nederland;
c. stelt de in een lidstaat die niet deelneemt aan de instrumenten, bedoeld in artikel 2,
eerste lid, gevestigde dienstaanbieder een of meer wettelijke vertegenwoordigers aan
indien hij diensten aanbiedt in Nederland;
d. is de dienstaanbieder die geen rechtspersoon is van rechtswege aangewezen als geadresseerde.
2. De geadresseerden worden aangewezen of aangesteld in een lidstaat waar de dienstaanbieder
zijn diensten aanbiedt en kan worden onderworpen aan tenuitvoerleggingsprocedures.
3. De dienstaanbieder stelt zijn aangewezen vestigingen en aangestelde wettelijke vertegenwoordigers
de nodige bevoegdheden en middelen ter beschikking ter naleving van beslissingen en
bevelen die vallen binnen de reikwijdte van artikel 2, eerste lid.
Artikel 4
1. De Autoriteit Consument en Markt is de centrale autoriteit, bedoeld in artikel 6,
eerste lid, van Richtlijn 2023/1544.
2. De dienstaanbieder stelt de centrale autoriteit van de lidstaat waar de aangewezen
vestiging is gevestigd of de wettelijke vertegenwoordiger verblijft schriftelijk in
kennis van de contactgegevens van de aangewezen vestiging of wettelijke vertegenwoordiger
en van alle wijzigingen daarvan indien hij is gevestigd of zijn diensten aanbiedt
in Nederland.
3. De kennisgeving vermeldt een of meer talen waarin met de aangewezen vestiging of
aangestelde wettelijke vertegenwoordiger kan worden gecommuniceerd. De vermelde talen
betreffen:
a. een officiële taal van de Europese Unie;
b. ten minste een officiële taal van de lidstaat waar de aangewezen vestiging is gevestigd
of de wettelijke vertegenwoordiger verblijft.
4. Indien de dienstaanbieder meer vestigingen aanwijst of wettelijke vertegenwoordigers
aanstelt, vermeldt de kennisgeving het precieze territoriale toepassingsgebied van
de aanwijzing of aanstelling. Het derde lid is van toepassing ten aanzien van iedere
aangewezen vestiging of aangestelde wettelijke vertegenwoordiger.
Artikel 5
De kennisgeving wordt openbaar gemaakt overeenkomstig artikel 4, vierde lid, van Richtlijn
2023/1544.
HOOFDSTUK 3 TOEZICHT EN HANDHAVING
Artikel 6
1. De Autoriteit Consument en Markt is belast met het toezicht op de naleving van artikelen 2,
eerste en tweede lid, 3 en 4, tweede tot en met het vierde lid.
2. Bij de uitoefening van het toezicht, bedoeld in het eerste lid, beschikt de Autoriteit
Consument en Markt niet over de bevoegdheden, genoemd in de artikelen 5:18 en 5:19
en Afdeling 5.3.1 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 7
1. De Autoriteit Consument en Markt is bevoegd tot oplegging van een last onder dwangsom
van ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in
artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, of, indien dat meer is, ten
hoogste tien procent van de jaaromzet van de dienstaanbieder in het boekjaar voorafgaande
aan de beschikking waarin de last onder dwangsom wordt opgelegd.
2. De last onder dwangsom kan gezamenlijk of hoofdelijk worden opgelegd aan de aangewezen
vestiging, wettelijke vertegenwoordiger of dienstaanbieder.
Artikel 8
1. De Autoriteit Consument en Markt is bevoegd tot oplegging van een bestuurlijke boete
van ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in
artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, of, indien dat meer is, ten
hoogste tien procent van de jaaromzet van de dienstaanbieder in het boekjaar voorafgaande
aan de beschikking waarin de bestuurlijke boete wordt opgelegd.
2. De bestuurlijke boete kan gezamenlijk of hoofdelijk worden opgelegd aan de aangewezen
vestiging, wettelijke vertegenwoordiger of dienstaanbieder.
HOOFDSTUK 4 WIJZIGING WETBOEK VAN STRAFVORDERING
Artikel 9
Het Wetboek van Strafvordering wordt als volgt gewijzigd:
A
Na Titel 10 van het Vijfde Boek wordt een Titel ingevoegd, luidende:
TITEL 11 EUROPEES VERSTREKKINGSBEVEL EN EUROPEES BEWARINGSBEVEL
Artikel 5.11.1
In deze titel wordt verstaan onder:
a. elektronisch bewijsmateriaal:
elektronisch bewijsmateriaal als bedoeld in artikel 3, onderdeel 8, van Verordening
2023/1543;
b. gegevens die uitsluitend worden opgevraagd met het oog op de identificatie van de
gebruiker:
gegevens als bedoeld in artikel 3, onderdeel 10, van Verordening 2023/1543;
c. inhoudelijke gegevens:
gegevens als bedoeld in artikel 3, onderdeel 12, van Verordening 2023/1543;
d. verkeersgegevens:
gegevens als bedoeld in artikel 3, onderdeel 11, van Verordening 2023/1543;
e. Verordening 2023/1543:
Verordening (EU) 2023/1543 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2023
betreffende het Europees verstrekkingsbevel en het Europees bewaringsbevel voor elektronisch
bewijsmateriaal in strafzaken en de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen als gevolg
van een strafprocedure.
Artikel 5.11.2
1. De officier van justitie en de rechter-commissaris kunnen overeenkomstig artikel 4,
eerste en tweede lid, van Verordening 2023/1543 een Europees verstrekkingsbevel uitvaardigen
ten aanzien van gegevens als bedoeld in de artikelen 126n, 126na, eerste lid, 126nc,
126nd, 126nf, 126ng, 126u, 126ua, eerste lid, 126uc, 126ud, 126uf, 126ug, 126zh, 126zi,
eerste lid, 126zk, 126zl, 126zn en 126zo van het Wetboek van Strafvordering voor zover
deze kunnen worden aangemerkt als elektronisch bewijsmateriaal.
2. Indien het bevel betrekking heeft op verkeersgegevens, met uitzondering van gegevens
die uitsluitend worden opgevraagd met het oog op de identificatie van de gebruiker,
of inhoudelijke gegevens, kan de officier van justitie het bevel alleen geven na een
daartoe verleende machtiging van de rechter-commissaris.
Artikel 5.11.3
De officier van justitie en de rechter-commissaris kunnen overeenkomstig artikel 4,
derde lid, van Verordening 2023/1543 een Europees bewaringsbevel uitvaardigen vooruitlopend
op de indiening van een aansluitend rechtshulpverzoek, een Europees onderzoeksbevel
gericht op verkrijging van de desbetreffende gegevens, of een Europees verstrekkingsbevel.
Artikel 5.11.4
1. De officier van justitie neemt de kennisgeving, bedoeld in artikel 8 van Verordening
2023/1543 en het verzoek tot tenuitvoerlegging, bedoeld in artikel 16 van Verordening
2023/1543, in ontvangst.
2. Ingeval een kennisgeving is gedaan, beslist de officier van justitie over het aanvoeren
van een weigeringsgrond.
3. Ingeval een verzoek tot tenuitvoerlegging is gedaan, beslist de officier van justitie
over de erkenning van het Europees verstrekkingsbevel of het Europees bewaringsbevel.
Indien hij beslist tot de erkenning, beveelt hij de geadresseerde zijn verplichtingen
uit hoofde van het Europees verstrekkingsbevel of Europees bewaringsbevel na te komen.
4. Tegen de erkenning van het Europees verstrekkingsbevel of het Europees bewaringsbevel
kan de geadresseerde binnen twee weken na daarover in kennis te zijn gesteld bezwaar
instellen bij de officier van justitie.
5. Ingeval bezwaar is ingesteld, beslist de officier van justitie over de tenuitvoerlegging
van het Europees verstrekkingsbevel of Europees bewaringsbevel. Indien hij beslist
tot de tenuitvoerlegging, handhaaft hij het bevel, bedoeld in het derde lid.
Artikel 5.11.5
Op vordering van de officier van justitie of op voordracht van de rechter-commissaris
beslist de rechtbank overeenkomstig artikel 17, derde lid, van Verordening 2023/1543
in de toetsingsprocedure. De rechtbank beslist zo spoedig mogelijk.
Artikel 5.11.6
1. De kennisgeving aan de betrokkene over de verstrekking van gegevens op basis van
het Europees verstrekkingsbevel, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van Verordening
2023/1543, kan worden uitgesteld indien het belang van het onderzoek dit dringend
vereist.
2. Artikelen 552a en 552d van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige
toepassing op de uitvaardiging van een Europees verstrekkingsbevel. Indien een vervolging
niet of nog niet is ingesteld wordt het klaagschrift zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk
binnen twee jaar na de verstrekking van gegevens ingediend ter griffie van de rechtbank
van het arrondissement, binnen hetwelk het Europees verstrekkingsbevel is gegeven.
B
In artikel 531, tweede lid, wordt «de artikelen 125k, 126m, 126n, 126na, 126nc tot
en met 126ni, 126t, 126u, 126ua, 126uc tot en met 126ui, 126zg, 126zh, 126zi en 126zja
tot en met 126zp» vervangen door «de artikelen 125k, 126m, 126n, 126na, 126nc tot
en met 126ni, 126t, 126u, 126ua, 126uc tot en met 126ui, 126zg, 126zh, 126zi, 126zja
tot en met 126zp en artikelen 5.11.2 en 5.11.3».
HOOFDSTUK 5 SLOTBEPALINGEN
Artikel 10
In afwijking van artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht kan een dienstaanbieder
of een geadresseerde in de in artikel 15, eerste lid, van Verordening 2023/1543 genoemde
gevallen worden gestraft met geldboete van ten hoogste het bedrag, genoemd in die
bepaling.
Artikel 11
1. Dienstaanbieders die op 18 februari 2026 diensten aanbieden in de Europese Unie,
wijzen of stellen overeenkomstig artikel 3 een geadresseerde aan uiterlijk op 18 augustus
2026.
2. Dienstaanbieders die na 18 februari 2026 beginnen met het aanbieden van diensten
in de Europese Unie, wijzen of stellen overeenkomstig artikel 3 een geadresseerde
aan binnen zes maanden na de datum waarop zij beginnen met het aanbieden van die diensten.
Artikel 12
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 13
Deze wet wordt aangehaald als: Uitvoeringswet elektronisch bewijsmateriaal.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven,
De Minister van Justitie en Veiligheid,
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.