Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over Informeren voortzetting subsidierelatie ECP (Kamerstuk 26643-1460)
2026D08554 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
De vaste commissie voor Economische Zaken heeft een aantal vragen en opmerkingen aan
de Minister van Economische Zaken en Klimaat voorgelegd over de brief «Informeren
voortzetting subsidierelatie ECP» van 5 februari 2026 (Kamerstuk 26 643, nr. 1460).
De voorzitter van de commissie,
Michon-Derkzen
Adjunct-griffier van de commissie,
Krijger
Inhoudsopgave
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
II
Antwoord/Reactie van de Minister
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie waarderen het dat de voormalige Minister van Economische
Zaken de Kamer heeft geïnformeerd over een geconstateerde omissie met betrekking tot
het informeren van de Eerste en Tweede Kamer over het verlenen van subsidie aan Stichting
ECP voor de InformatieSamenleving. Zij betreuren het dat de Kamer hierover niet tijdig
is geïnformeerd.
Naar aanleiding hiervan hebben de leden van de D66-fractie nog enkele vragen. Deze
hebben betrekking op de effectiviteit en doelmatigheid van de subsidieverstrekking,
de mogelijke precedentwerking en de vraag of een vergelijkbare omissie ook bij andere
subsidies aan de orde is. Daarom vragen deze leden hoe de Minister de effectiviteit
en doelmatigheid van de subsidie aan ECP beoordeelt, welke resultaten zijn behaald
en hoe deze zich verhouden tot de ingezette publieke middelen. Deze leden constateren
daarbij dat de financieringsstructuur geen onderdeel uitmaakte van de evaluatie door
de Kwink Groep1 en vragen hoe de Minister borgt dat dit bij toekomstige evaluaties wel wordt meegenomen.
De leden van de D66-fractie vragen tevens of de Minister de huidige vormgeving van
de subsidie aan ECP de meest kostenefficiënte manier acht om de beoogde beleidsdoelen
te realiseren, en welke alternatieven daarbij zijn overwogen. Hoe wordt geborgd dat
de Kamer bij een eventuele voortzetting van de subsidie aan ECP na 2026 niet alleen
wordt geïnformeerd, maar ook daadwerkelijk in positie wordt gebracht om hierover een
politiek oordeel te vormen? Deze leden vragen tevens of de Minister van oordeel is
dat de Kamer door deze omissie in haar budgetrecht en controlerende taak is beperkt.
Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?
De leden van de D66-fractie vragen tenslotte welke lessen de Minister uit deze gang
van zaken trekt voor de governance (goed bestuur) van subsidiebesluiten binnen het Ministerie van Economische Zaken
en Klimaat (EZK), en welke concrete wijzigingen zullen worden doorgevoerd om herhaling
te voorkomen. Ziet de Minister in deze gang van zaken een risico op precedentwerking
voor andere structurele of meerjarige subsidies, en hoe wordt voorkomen dat dit een
bestuurlijke standaard wordt? Hoe wordt het aangekondigde interne onderzoek vormgegeven?
Op welke termijn wordt de Kamer geïnformeerd over de reikwijdte en uitkomsten daarvan,
en welke consequenties verbindt de Minister aan eventuele nieuwe bevindingen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief aan de Kamer over het
voortzetten van de subsidierelatie met ECP Platform voor de InformatieSamenleving.
Zij hebben hierover op dit moment geen vragen of opmerkingen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met verbazing en enige zorg kennisgenomen
van de brief over de omissie met betrekking tot het informeren van beide Kamers over
het verlenen van subsidie aan ECP.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben allereerst enkele vragen over het niet
informeren van de Kamer, zoals is aangegeven in de voorliggende brief. Hoe kan het
dat de Kamer niet geïnformeerd is over de verstrekte subsidie terwijl dat wel is vereist?
Zijn er meer subsidieregelingen waar de Kamer onjuist of niet over geïnformeerd is?
Welke maatregelen worden genomen om dergelijke fouten in de toekomst te voorkomen?
Kan de Minister toezeggen dat de Kamer voortaan expliciet en tijdig wordt geïnformeerd
over voornemens tot voortzetting van dergelijke subsidierelaties?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat in de evaluatie van de Kwink
Groep zorgelijke zaken zijn geconstateerd, wat aanleiding geeft voor meer vragen over
deze subsidierelatie. Zo wordt in de evaluatie geconstateerd dat de subsidierelatie
al meer dan 15 jaar bestaat en dat deze elke vijf jaar moet worden geëvalueerd, maar
dat dit in 2023 voor het eerst is gebeurd. Hoe kan het dat deze subsidie zo lang is
verstrekt zonder dat de noodzakelijke evaluatie heeft plaatsgevonden? Waarom heeft
de Minister gekozen voor een jaarlijkse incidentele subsidievorm in plaats van voor
een meerjarige subsidie of een andere bekostigingsvorm? Waarom is deze subsidievorm
niet aangepast nadat in de evaluatie werd geconstateerd dat deze vorm niet past bij
de leidraad van de ministeries aangaande subsidiering?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben voorts enkele vragen over beleidsdoelstellingen
bij en effectiviteit van de subsidie aan ECP. Kan de Minister concreet uiteenzetten
welke beleidsdoelen met deze subsidie worden nagestreefd en hoe wordt gemeten of deze
doelen daadwerkelijk worden behaald? Hoe wordt gewaarborgd dat de subsidie enkel wordt
gebruikt voor activiteiten die passen binnen de subsidieconstructie? Is daar na de
kritische evaluatie uit 2023 – waarin werd geconstateerd dat ook opdrachten zijn verstrekt
die beter via een aanbestedingsconstructie uitbesteed hadden kunnen worden – scherper
op toegezien? Wordt bijvoorbeeld periodiek beoordeeld of activiteiten kunnen worden
beëindigd of anders georganiseerd?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben naar aanleiding van de evaluatie enkele
specifieke vragen over de transparantie en de inkoopconstructies van ECP. Uit de evaluatie
blijkt dat ECP-personeel inkoopt bij een gelieerde onderneming waarin de directeur
van ECP een belang heeft. Vervolgens wordt in 2021 bijvoorbeeld door de overheid voor
zo’n 7 miljoen euro aan subsidie verleend en door ECP voor 4,9 miljoen euro aan diensten
ingekocht bij LunaVia B.V. ten behoeve van personeel. Afgaande op de bedragen uit
de voorliggende brief, gaat het om zo’n 42 miljoen euro subsidie sinds 2019, zonder
enige aanbesteding of concurrentie. Kan de Minister een totaaloverzicht geven van
de subsidie die verstrekt is aan ondernemingen die gelieerd zijn aan de directeur
van ECP of aan andere bestuurders? Kan de Minister toelichten hoe wordt geborgd dat
hier geen sprake is van belangenverstrengeling of ongeoorloofde bevoordeling? Welke
waarborgen zijn er dat deze constructie marktconform en doelmatig is? Op welke wijze
wordt gecontroleerd of subsidiegelden rechtmatig en doelmatig worden besteed?
De leden van de GroenLinks-PvdA fractie hebben tevens enkele vragen over de rol van
het Ministerie van EZK bij het toezicht op ECP en de besteding van de middelen. De
evaluatie stelt dat de directeur Digitale Economie van het Ministerie van EZK waarnemend
lid is van het bestuur van ECP. Was de directeur Digitale Economie op de hoogte van
de gekozen inkoopconstructies? Hoe heeft hij die rol vervult na de zeer kritische
evaluatie? Zijn de constructies onder zijn toezicht beëindigd of zijn deze nog steeds
gaande? In de evaluatie wordt de vraag gesteld of de constructies wel wenselijk of
uitlegbaar zijn. Hoe reflecteert de Minister op deze conclusie? Waarom heeft de Minister
de aanbeveling uit de evaluatie om de transparantie van de constructie naar de buitenwereld
te vergroten niet opgevolgd? Deze leden vragen daarbij waarom hier niets over is opgemerkt
in de brief aan de Kamer uit 20242 of in de voorliggende brief. Heeft de Minister wijzigingen afgedwongen bij ECP om
de opdrachten voortaan aan te besteden?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben tenslotte enkele vragen over de verdere
voortzetting van de subsidierelatie na 2026. De Minister geeft in de brief aan om
de Kamer in het najaar van 2026 nader te informeren over eventuele verdere voortzetting.
Welke criteria zullen worden gehanteerd bij deze besluitvorming? Zal voorafgaand aan
een besluit een aanvullende (externe) evaluatie plaatsvinden? Wordt overwogen om vaste
rapportagemomenten of evaluatiekaders vast te leggen in toekomstige subsidiebeschikkingen?
Vereist de gekozen vorm van subsidiëring niet dat er een nieuw aanbestedingsproces
dient plaats te vinden als de meerjarige subsidieperiode, waarover de Kamer nu voor
het eerst is geïnformeerd, afgelopen is?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief met betrekking tot de
voortzetting van de subsidierelatie met ECP. Zij zien de waarde van ECP als een onafhankelijk
platform en kennisnetwerk om de digitale samenleving aan te jagen, maar zij hebben
wel een aantal vragen over de samenwerking met het ministerie en de betrokkenheid
van de Staten-Generaal.
Het Ministerie van EZK heeft al geruime tijd een subsidierelatie met ECP. De evaluatie
van Kwink Groep uit 20233 geeft aan dat deze subsidierelatie al ruim 15 jaar bestaat. De leden van de CDA-fractie
zijn daarom verbaasd dat de Minister de Eerste en Tweede Kamer niet geïnformeerd heeft
over de voorzetting van de subsidie conform artikel 4, aanhef en onderdeel b, van
de Kaderwet EZ-, LVVN-, en KGG-subsidies (Kaderwet). Gezien de lange geschiedenis
zou dit niet als een verrassing moeten komen.
Evaluatie aanbevelingen
De leden van de CDA-fractie vragen wat precies is gedaan met de aanbevelingen in het
eerdergenoemde evaluatierapport uit 2023. Kan de Minister aangeven welke verbeterstappen
zijn ondernomen en in hoeverre dit de samenwerking met ECP heeft verbeterd?
Begrotingssubsidie
De leden van de CDA-fractie vragen daarnaast waarom er destijds niet voor gekozen
is om deze ECP-subsidie in de begroting op te nemen als een begrotingssubsidie. Het
langjarige karakter en de substantiële budgettaire effecten (variërend van 3,5 miljoen
euro tot 6,7 miljoen euro per jaar) geven hier voldoende aanleiding toe. Het opnemen
in de begroting van EZK betrekt deze subsidie structureel bij de besluitvorming in
beide Kamers, creëert meer duidelijkheid en maakt de verantwoording transparanter.
Kan de Minister antwoord geven op de vraag wat de voordelen zijn van het opnemen in
de begroting als begrotingssubsidie en op de vraag of deze subsidie eventueel verwerkt
kan worden in een volgende begroting van EZK?
Vooruitblik 2027
Daarnaast vragen de leden van de CDA-fractie of er gesprekken lopen met ECP over een
eventuele voorzetting van de subsidierelatie in 2027 en de jaren daarna. Zo ja, in
hoeverre is dit meegenomen in de huidige begroting Economische Zaken? Zo nee, in hoeverre
heeft dit invloed op de continuïteit van de bedrijfsvoering van ECP?
Aandacht voor verantwoording
De leden van de CDA-fractie ondersteunen de inzet van de Minister om nadrukkelijker
aandacht te schenken aan het voorschrift om de Kamer te informeren bij langdurige
subsidies. Wel vragen zij of een dergelijke bepaling ook bij andere ministeries speelt.
Kan de Minister een overzicht geven van de vraag hoe een bepaling zoals artikel 4,
aanhef en onderdeel b, van de Kaderwet is ingeregeld bij andere ministeries? De leden
van de CDA-fractie roepen de Minister daarom op om de aandacht niet te beperken tot
het Ministerie van EZK, maar om dit breed onder de aandacht te brengen bij alle ministeries.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de brief inzake de voortzetting
van de subsidierelatie met het ECP. Deze leden hebben echter nog een aantal kritische
opmerkingen en vragen over de ontstane governance-structuur rondom de directeur van het ECP die tegelijkertijd directeur is van een
eigen private onderneming bij wie het ECP inkoopt, en de wenselijkheid hiervan. De
leden van de BBB-fractie hebben daarom de volgende vragen.
Het genoemde rapport «Evaluatie subsidierelatie Ministerie van EZK en ECP» van de
Kwink Groep betreft onderzoek over de periode van 2019 t/m 2022. De leden van de BBB-fractie
vragen of de relatie tussen het Ministerie van EZK en het ECP daarna gewijzigd is
en welke concrete acties de Minister sinds de evaluatie over 2019–2022 ondernomen
heeft om de inkoopconstructie bij het ECP te heroverwegen, inclusief de vraag of er
alternatieve governance- of inkoopmodellen zijn onderzocht. Tevens vragen deze leden waarom er vragen van
de pers voor nodig waren om de Kamer te informeren over de overschrijding van de vierjaarsperiode
bij de incidentele subsidieverlening, en waarom de Minister niet zelfstandig tot de
conclusie gekomen is dat de informatieplicht richting de Kamer actief moest worden
ingevuld naar aanleiding van het evaluatierapport van de Kwink Groep.
Daarnaast vragen de leden van de BBB-fractie welke expliciete bestuurlijke afweging
gemaakt is tussen juridische rechtmatigheid en maatschappelijke uitlegbaarheid bij
het besluit om de huidige constructie in stand te houden en voort te zetten, en of
voorafgaand aan de subsidieverlening voor 2025 en 2026 is beoordeeld of voortzetting
onder dezelfde constructie verenigbaar is met de aanbevelingen uit het evaluatierapport.
De leden van de BBB-fractie vragen welk gewicht in deze afweging is toegekend aan
de beginselen van goed bestuur, transparantie en integriteit, en hoe deze beginselen
concreet zijn meegewogen bij het besluit om de bestaande constructie voort te zetten.
Tevens vragen de leden van de BBB-fractie of de Minister heeft stilgestaan bij precedentwerking
van deze constructie voor andere gesubsidieerde instellingen en of er meer van dit
soort constructies bekend zijn bij het ministerie of bij andere ministeries.
De leden van de BBB-fractie vragen voorts hoe het risico is beoordeeld op tegenstrijdige
belangen tussen publieke taakuitoefening en privaat winstbelang en in hoeverre is
onderzocht of deze constructie spanning kan opleveren tussen het publieke belang en
het private belang van de uitvoerende onderneming. Ook vragen deze leden welke concrete
maatregelen er zijn genomen om het risico op belangenverstrengeling of de schijn daarvan
te beperken.
De aanbeveling van Kwink was om transparanter te zijn over de situatie waarin de directie
van ECP tevens financieel belang heeft bij de onderneming waar ECP diensten inkoopt.
De leden van de BBB-fractie constateren dat hiervoor eerst mediavragen nodig waren.
Is er eerder overwogen om deze transparantie uit eigen beweging te vergroten? Zo nee,
waarom niet?
Tevens vragen de leden van de BBB-fractie waarom in de aanbiedingsbrief bij het evaluatierapport4 weinig urgentie te merken was over de governance-spanningen die in het rapport zijn benoemd.
De leden van de BBB-fractie vragen voorts of overwogen is of subsidie het juiste instrument
is, gelet op de mate van inhoudelijke sturing, de structurele aard van de relatie
en het uitvoeringskarakter van de activiteiten, of dat een opdrachtrelatie juridisch
en bestuurlijk passender zou zijn geweest.
De leden van de BBB-fractie vragen daarbij of er na 2022 juridisch advies is ingewonnen
over de integriteitsdimensie van deze constructie naast de aanbestedingsrechtelijke
beoordelingen.
De leden van de BBB-fractie lezen vervolgens dat in het evaluatierapport wordt verwezen
naar een juridisch advies van advocatenkantoor Van Doorne over de aanbestedingsrechtelijke
toelaatbaarheid van de constructie. Deze leden verzoeken de Minister om dit advies
naar de Kamer te sturen. Zij vragen of bevestigd kan worden dat dit advies uitsluitend
betrekking heeft op aanbestedingsrechtelijke en staatssteunrechtelijke aspecten, en
niet op de integriteitsrechtelijke of governance-dimensie van de constructie. Mocht er ook juridisch zijn geadviseerd over integriteit
of tegenstrijdige belangen, dan verzoeken deze leden dit advies eveneens naar de Kamer
te sturen.
De leden van de BBB-fractie vragen of kan worden uitgesloten dat besluitvorming over
kwaliteit, personele inzet of beëindiging van de samenwerking directe financiële gevolgen
heeft voor de zittende directie.
De leden van de BBB-fractie verzoeken tevens om het document naar de Kamer te sturen
waaruit blijkt dat voorafgaand aan het verlenen van de incidentele of maatwerksubsidie
die de termijn van vier jaar overschrijdt, bestuurlijk is besloten gebruik te maken
van de wettelijke uitzondering waarbij overschrijding is toegestaan mits beide Kamers
daarover worden geïnformeerd. Deze leden vragen wanneer dit besluit is genomen, op
welk niveau binnen het ministerie dat was en of daarbij expliciet is stilgestaan bij
de informatieplicht richting de Eerste en Tweede Kamer.
De leden van de BBB-fractie vragen tevens hoe het kan dat gegevens van vóór 2018 niet
beschikbaar zijn. Welke archiverings- en bewaartermijnen zijn hier van toepassing?
Zijn er ministeries waar historische subsidiedossiers wel volledig toegankelijk zijn
en zo ja, welke? Daarnaast vragen deze leden hoeveel incidentele subsidies er bestaan
binnen het Ministerie van EZK, welk percentage dit is op het totaal aantal verstrekte
subsidies en hoeveel van deze subsidies geen specifieke wettelijke regeling met subsidieplafond
kennen waarbij meerdere partijen kunnen meedingen.
Tevens vragen de leden van de BBB-fractie of er een centraal subsidieregister is waarin
alle typen, soorten en varianten subsidies zijn opgenomen, zowel begrotingsgedekte
als niet-begrotingsgedekte subsidies. Indien dit niet het geval is, zouden deze leden
erover geïnformeerd willen worden welke ministeries hier wel over beschikken.
Tenslotte vragen de leden van de BBB-fractie hoe de aanbevelingen uit het rapport
van Kwink worden overgenomen voordat er een besluit over voortzetting na 2026 genomen
wordt.
II Antwoord/Reactie van de Minister
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
I.J.M. Michon-Derkzen, voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken -
Mede ondertekenaar
H.W. Krijger, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.