Schriftelijke vragen : Het bericht ‘Man mishandelt buschauffeur omdat hij geen taxiservice krijgt’
Vragen van het lid Schutz (VVD) aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «Man mishandelt buschauffeur omdat hij geen taxiservice krijgt». (ingezonden 25 februari 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Man mishandelt buschauffeur omdat hij geen taxiservice
krijgt»?1
Vraag 2
Deelt u de mening dat agressie en geweld tegen OV-personeel en reizigers volstrekt
onacceptabel is en dat zij veilig hun werk moeten kunnen doen dan wel veilig moeten
kunnen reizen?
Vraag 3
Ziet u aanknopingspunten om OV-personeel – dat ook werkzaam is ten behoeve van een
publieke taak – net zo te beschermen als op p.11 in het Regeerakkoord met hulpverleners
wordt beoogd? («Veiligheid begint dichtbij: in je eigen huis, straat of buurt. Veiligheid betekent
zonder angst naar huis kunnen, weten dat hulp komt als je die nodig hebt en erop kunnen
vertrouwen dat regels voor iedereen gelden. Maar we zien nu te vaak geweld op straat.
Hulpverleners worden belaagd. Aangiften blijven te lang liggen. Wij willen een land
waarin criminelen niet vrijuit gaan en waar gezag wordt gerespecteerd»).
Vraag 4
Hoeveel meldingen van agressie en geweld tegen OV-personeel zijn in de afgelopen vijf
jaar geregistreerd en kunt u deze cijfers uitsplitsen naar vervoersmodaliteit (bus,
tram, metro, trein) en naar aard van het incident?
Vraag 5
In hoeveel van deze gevallen heeft geweld tegen OV-personeel geleid tot strafrechtelijke
vervolging en veroordeling? Acht u de huidige strafrechtelijke afdoening afdoende
afschrikwekkend? Zo ja, waar blijkt dat uit?
Vraag 6
Welke aanvullende maatregelen overweegt u om de veiligheid van OV-personeel en reizigers
structureel te verbeteren?
Vraag 7
Ziet u bijvoorbeeld mogelijkheden om strafbare feiten tegen de lichamelijke integriteit
van OV-personeel en reizigers in vervoersmiddelen en op bus-, tram- en treinstations
als gekwalificeerde delicten aan te merken, zodat zwaardere strafrechtelijke sancties,
eventueel met een minimumstraf, kunnen worden opgelegd en het openbaar ministerie
aan dat gekwalificeerde karakter gebonden is?
Vraag 8
Bent u daarnaast bereid te onderzoeken of, naast de vigerende CBb-jurisprudentie waarin
vervoersverboden als civielrechtelijk worden aangemerkt, een publiekrechtelijk levenslang
en tijdelijk maar langdurig landelijk toepasbaar OV-verbod toegevoegde waarde kan
hebben voor personen die zich schuldig maken aan geweld of aantasting van de lichamelijke
integriteit van OV-personeel en medereizigers, zowel in als buiten vervoersmiddelen?
Onder welke omstandigheden wel of niet?
Vraag 9
In welke mate kan de ernst van het gevolg van de aantasting van de persoonlijke integriteit
van OV-personeel en reizigers door molest of anderszins daarbij medebepalend zijn?
Vraag 10
Ziet u meerwaarde in een strafrechtelijke grondslag waardoor een rechter in voorkomende
gevallen een levenslang of tijdelijk, maar langjarig OV-verbod als bijkomende straf
zou kunnen opleggen? Bijvoorbeeld omdat de duur van een OV-verbod eventueel langer
kan zijn?
Vraag 11
Ziet u mogelijkheden om de overtredingen van een OV-verbod, opgelegd door een boa,
een politieagent of een rechter, strafrechtelijk zwaarder te sanctioneren?
Vraag 12
Hoe wordt momenteel toezicht gehouden op naleving van bestaande civiel- en/of publiekrechtelijke
vervoersverboden door vervoerders, boa's en politie? Acht u dit systeem voldoende
effectief en handhaafbaar? Zo nee, welke verbetermogelijkheden ziet u?
Ondertekenaars
Björn Schutz, Tweede Kamerlid