Brief commissie : Brief van de commissie voor de Werkwijze over de rapportage van de voorbereidende groep uitvoering motie Wijen-Nass c.s.
36 221 Instellen van een extern onderzoek naar aanleiding van twee anonieme brieven
Nr. 26
BRIEF VAN DE COMMISSIE VOOR DE WERKWIJZE
Aan de leden
Den Haag, 24 februari 2026
De rapportage van de Voorbereidende groep ter uitvoering van de motie Wijen-Nass c.s. (Kamerstuk 36 221, nr. 22) is door de leden van de commissie voor de Werkwijze besproken in haar vergadering
van 10 februari 2026. De motie vraagt om een openbare rapportage over de hele gang
van zaken, feiten en omstandigheden rondom het onderzoek naar voormalig Kamervoorzitter
Arib op basis van alle beschikbare documenten met als doel advies uit te brengen over:
– het al dan niet starten van een traject tot het vervolgen van Kamerleden voor het
lekken, en
– lessen voor de toekomst over de sociale veiligheid tussen de ambtelijke organisatie
en de politieke ambtsdragers
De leden van de commissie voor de Werkwijze onderschrijven de rapportage van de Voorbereidende
groep, inclusief de (onderstaande) adviezen en aanbevelingen.
Daarmee is naar opvatting van de commissie voor de Werkwijze de motie afdoende uitgevoerd
en doet zij van dit besluit, via deze brief, mededeling aan de Kamer.
Advies over het al dan niet starten van een traject tot het vervolgen van Kamerleden
voor het lekken
De Voorbereidende groep is in haar rapportage ingegaan op de samenloop van de motie
Wijen-Nass c.s., (Kamerstuk 36 221, nr. 22) en de ingediende aanklacht van het lid Markuszower c.s. om een aanklacht in overweging
te nemen tegen oud-Voorzitter Bergkamp wegens lekken. Met betrekking tot de aanklacht
van het lid Markuszower c.s. heeft de Tweede Kamer op 27 januari 2026 reeds besloten
om deze aanklacht niet in overweging te nemen. Dat deel van de motie kan daarmee als
afgedaan worden beschouwd.
Met betrekking tot de vraag of er al dan niet een traject tot het vervolgen van Kamerleden
(i.c. andere Kamerleden dan oud-Voorzitter Bergkamp) wegens lekken moet worden gestart,
heeft de Voorbereidende groep de Kamer unaniem geadviseerd om geen nieuwe aanklacht
wegens schending van geheimhouding (opzettelijk lekken) op 28 september 2022 tegen
één of meer (oud-)Kamerleden in overweging te nemen. De summiere feiten die in de
beschikbare stukken over (oud-)Kamerleden zijn aangetroffen, bieden geen andere duidelijke
aanknopingspunten dan dat de leden van het Presidium of hun aanwezige plaatsvervangers
beschikten over de kennis die naar de pers is gelekt.
Advies over lessen voor de toekomst over de sociale veiligheid tussen de ambtelijke
organisatie en de politieke ambtsdragers.
De Voorbereidende groep stelt in haar rapportage dat het oppakken van signalen over
sociale (on)veiligheid zoals eerder beschreven in de Presidiumbrief van november 2023,
in eerdere perioden onvoldoende adequaat heeft kunnen plaatsvinden. De Voorbereidende
groep constateert dat de Kamerorganisatie de afgelopen jaren veel inzet heeft gepleegd
om de sociale veiligheid te versterken. Zij doet daarbij een aantal concrete aanbevelingen
aan de Kamer, het Presidium en de ambtelijke organisatie om te borgen dat er meerjarig
voldoende actie en capaciteit voor sociale veiligheid wordt ingezet.
Het betreft de volgende aanbevelingen:
a) Start na de bespreking in het Presidium zo spoedig mogelijk met de implementatie van
het actieplan sociale veiligheid, en zorg voor de duur van het programma dat bij de
Raming voldoende capaciteit wordt opgenomen om de implementatie mogelijk te maken.
b) Bespreek halfjaarlijks het thema sociale veiligheid in het Presidium samen met de
directie en programmamanager, en geef jaarlijks een stand van zaken over dit thema
in de Raming.
c) Faciliteer «moedig meedenken» vanuit de ambtelijke organisatie richting de politiek,
en haal als ambtelijke organisatie gestructureerd de ervaringen op bij leden over
de verwachtingen met betrekking tot de ambtelijke ondersteuning.
d) Zet als Presidium in op meer uniformiteit in de regels en procedures met betrekking
tot sociale veiligheid en integriteit voor de ambtelijke en politieke organisatie.
e) Maak (nieuwe) Kamerleden bewust van het feit dat je als Kamerlid te maken hebt met
een ambtelijke en politieke organisatie die elk hun eigen rechtspositie kennen, én
daardoor verschillende formele en informele machtsverhoudingenverhoudingen met zich
brengen. Besteed hier aandacht aan, in ieder geval tijdens het inwerkprogramma voor
nieuwe Kamerleden en in fractiebijeenkomsten.
f) Onderstreep bij het opstellen van een gedragscode dat deze van waarde kan zijn in aanvulling op het tijdig bespreekbaar maken van signalen en ervaringen zoals geschetst in de genoemde
Presidiumbrief; het zou er echter niet voor in de plaats moeten komen.
g) Zorg voor activiteiten die de onderlinge (informele) verhoudingen Kamerbreed en fractie
overstijgend ten goede kunnen komen.
De implementatie van bovenstaande aanbevelingen is belegd bij de Griffier en directeuren
van de Kamer. Zij zullen hiertoe, waar nodig en wenselijk, verdere voorstellen doen
aan het Presidium.
Advies over wijziging van de Wet ministeriële verantwoordelijkheid (Wmv)
Tot slot heeft de Voorbereidende groep op de beperkingen gewezen die de huidige Wet ministeriële verantwoordelijkheid (nog steeds) bevat met het oog op een praktisch werkbare en faire regeling van de
vervolging van bewindspersonen en Kamerleden wegens het begaan van ambtsdelicten.
Zij beveelt de wetgever dan ook aan met spoed de beoogde herziening ter hand te nemen.
Deze oproep tot een spoedige herziening van de Wmv zal ik namens de Kamer schriftelijk
overbrengen aan de Minister van J&V. Ook zal ik in het kennisgesprek dat ik op korte
termijn met de Minister voer, expliciet aandacht vragen voor deze wens van de Kamer.
Ik ben de leden van de Voorbereidende groep erkentelijk voor hun werkzaamheden en
dank hen voor de verrichte inspanningen en tijdsinvestering.
De commissie stelt de Kamer voor met de aanbevelingen in te stemmen.
De voorzitter van de commissie voor de Werkwijze, Van Campen
De griffier van de commissie voor de Werkwijze, Franke
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A.A.H. van Campen, voorzitter van de commissie voor de Werkwijze -
Mede ondertekenaar
M.C.T.M. Franke , griffier