Lijst van vragen : Lijst van vragen over de CPB publicatie analyse Coalitieakkoord 2026-2030
2026D08254 LIJST VAN VRAGEN
De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen voorgelegd aan het Centraal
Planbureau over de CPB publicatie analyse Coalitieakkoord 2026–2030.
De fungerend voorzitter van de commissie,
Van der Lee
Adjunct-griffier van de commissie,
Van der Steur
Nr
Vraag
1
Kunt u een inschatting maken van de jaarlijkse overdekking van de Aof-premie na doorvoering
van de verschillende maatregelen uit het coalitieakkoord?
2
Klopt het dat het beperken van de tabelcorrectiefactor in absolute bedragen tot een
hogere lastenverzwaring leidt voor modale inkomens dan voor topinkomens (meer dan
€ 140.000)?
3
Hoe hoog wordt de Aof-premie door de maatregelen uit het coalitieakkoord?
4
Kunt u een inschatting maken van de jaarlijkse overdekking van de ww-premie na doorvoering
van de verschillende maatregelen uit het coalitieakkoord?
5
Kunt u de tabel (3.1.3) met beleidsmatige lastenontwikkeling ook weergeven inclusief
basispad?
6
Klopt het dat het CPB niet twee pijltjes geeft bij woningaanbod en dat dit betekent
dat het CPB ervan uitgaat dat het kabinet onvoldoende doet om 100.000 woningen per
jaar bij te gaan bouwen de komende jaren?
7
Hoeveel neemt de inkomensongelijkheid toe de komende kabinetsperiode? (Gini-coëfficiënt)
8
Hoeveel extra CO2-reductie is er nodig in 2030, 2040 en 2050 om wél te voldoen aan de afgesproken klimaatdoelen?
9
Hoeveel extra stikstofreductie is er nodig om in 2030 en in 2035 wél te voldoen aan
de afgesproken natuurdoelen?
10
Hoeveel kost het voornemen van de coalitie om over te stappen op een volledige vermogenswinstbelasting
in totaal (cumulatief) aan budgettaire derving (ceteris paribus)?
11
Kunt u per jaar aangeven in hoeverre het kabinet voldoet aan de 0,7% norm voor ontwikkelingssamenwerking
in de komende tien jaar? (Basispad, effect beleidspakket en basispad + effect beleidspakket)
12
Kunt u een reactie geven op het bericht van Eenvandaag dat lage- en midden inkomens
relatief en absoluut meer gaan bijdragen aan de vrijheidsbijdrage dan hoge inkomens?
Zou u dit ook kunnen kwantificeren, bijvoorbeeld door middel van gemiddeldes voor
deze groepen of voorbeeldberekeningen hoe dit voor representatieve personen in de
verschillende groepen zou uitpakken qua koopkracht.
Kunt u daarbij ook aangeven welke regelingen, uitkeringen, etc. beïnvloed worden door
het beperkt toepassen van de tabelcorrectiefactor. Indien mogelijk kunt u hier ook
een kwantitatief beeld schetsen van de omvang van het effect op de regelingen en de
koopkracht. https://eenvandaag.avrotros.nl/artikelen/werken-moet-lonen-van-coalitie…
13
Klopt het dat figuur 3.3.1 uit het «databestand figuren en tabellen» dat het percentiel
dat het meest benadeeld wordt qua koopkracht zich in de laagste (twee) inkomensgroep(en)
bevindt? Kunt u toelichten welke kabinetsmaatregelen het sterkst bijdragen aan deze
uitkomst?
14
Klopt het dat figuur 3.3.1 uit het «databestand figuren en tabellen» dat het percentiel
dat het meest voordeel ondervindt qua koopkracht zich in de hoogste inkomensgroep
bevindt? Kunt u toelichten welke kabinetsmaatregelen het sterkst bijdragen aan deze
uitkomst?
15
Stel dat in plaats van enkele bezuinigingen op de sociale zekerheid met de polder
wordt afgesproken dat de komende jaren de loonstijging wordt gematigd, bijvoorbeeld
de komende vier jaar met 1 procentpunt onder het basispad zonder inhaalgroei daarna,
wat zijn daarvan de budgettaire en andere effecten?
16
Kunt u inzichtelijk maken wat het gevolg is van het voorgenomen niet of minder indexeren
van de tabelcorrectiefactor op de schijflengtes in de IB en de heffingskortingen,
en ook opnemen wat deze parameters zouden zijn geweest als de tcf in de afgelopen
jaren altijd volledig geïndexeerd was geweest?
17
Klopt het dat u «Vernieuwing Rijksdienst» van miljard euro niet heeft meegenomen in
de financiële doorrekening?
18
Kunt u schetsen welke effecten u verwacht in het geval de maatregelen «Vernieuwing
Rijksdienst» en «Apparaatskorting» volledige toegepast zouden worden? Welke effecten
zijn te verwachten voor onder andere de kwaliteit van dienstverlening, betrouwbaarheid
van overheidsbeleid, en voor het aantrekken van voldoende personeel?
19
Kunt u voor tabel 3.6.1 kwantificeren hoeveel de werkgelegenheid toeneemt bij Defensie?
20
Kunt u alle extra investeringen van het kabinet t/m 2035 per jaar weergeven in een
tabel?
21
Kunt u schetsen (of indien mogelijk kwantificeren) in welke mate verschillende typen
bedrijven of sectoren geraakt worden door het verhogen van de AOF-premie? Raakt dit
bijvoorbeeld in gelijke mate mkb, arbeidsintensieve bedrijven, kapitaalintensieve
bedrijven en multinationals?
22
Kunt u schetsen wat de verwachte (indirecte) effecten zijn van het verhogen van de
AOF premie voor werknemers? Is het mogelijk dat dit invloed heeft op de mate van vaste/flexibele
contracten of op loononderhandelingen?
23
Met betrekking tot de doorwerking van het lage maximumdagloon, kunt u een indicatie
geven van sectoren met veel veelverdienende werknemers en met weinig?
24
Met betrekking tot de toename van personen in armoede: kunt u toelichten (liefst kwantificeren)
welke vijf maatregelen hier het sterkst effect op hebben?
25
Aangenomen wordt dat de verlaging van de maximumpremiegrens in de Aof, Whk en Awf
burgetneutraal gecompenseerd wordt door een verhoging van deze tarieven. Hoeveel procentpunt
zouden de tarieven van de premies verhoogd moeten worden ter compensatie?
26
Kunt u het afzonderlijke effect van het beperkt toepassen van de tabelcorrectiefactor
op de koopkracht kwantificeren, uitgesplitst naar werkenden, uitkeringsgerechtigden
en gepensioneerden?
27
Welke inkomensgroepen ondervinden door het beperkt toepassen van de tabelcorrectiefactor
een negatieve koopkrachtontwikkeling t.o.v. het huidige beleid, en met hoeveel euro
per jaar (mediaan en gemiddeld)?
28
Wat is het effect van het beperkt toepassen van de tabelcorrectiefactor op de marginale
druk voor werkenden, uitgesplitst naar inkomensgroepen?
29
Kunt u het afzonderlijke effect van het verhogen van de tarieven in de eerste en tweede
schijf van box 1 op de koopkracht kwantificeren, uitgesplitst naar werkenden, uitkeringsgerechtigden
en gepensioneerden?
30
Welke inkomensgroepen ondervinden door het verhogen van de tarieven in de eerste en
tweede schijf van box 1 een negatieve koopkrachtontwikkeling t.o.v. het huidige beleid,
en met hoeveel euro per jaar (mediaan en gemiddeld)?
31
Wat is het effect van het verhogen van de tarieven in de eerste en tweede schijf van
box 1 op de marginale druk voor werkenden, uitgesplitst naar inkomensgroepen?
32
Hoeveel bedraagt de lastenverzwaring in euro’s per jaar voor een alleenstaande werkende
met (i) modaal inkomen, (ii) 1,5× modaal en (iii) 2× modaal?
33
Welke gedragseffecten verwacht het CPB als gevolg van de hogere lastendruk voor werkenden,
en wat is het geraamde effect hiervan op arbeidsaanbod/werkgelegenheid?
34
Kunt u kwantificeren welk deel van de lastenverzwaring van € 1,7 miljard door de verhoging
van de Aof-premie neerkomt bij werknemers via lagere loonstijgingen, en welk deel
bij werkgevers via lagere winsten?
35
Kunt u toelichten waarom de kapitaalstorting voor de nationale investeringsinstelling
volgens het CPB leidt tot een hogere EMU-schuld, terwijl het kabinet stelt dat deze
niet EMU-saldorelevant is?
36
Kunt u kwantificeren welke structurele budgettaire bijsturing (ombuigingen en/of lastenverzwaring)
vanaf 2031 nodig zou zijn om de mediaan EMU-schuld in 2060 op ≤60% bbp te krijgen
(in mld euro per jaar en % bbp)?
37
Kunt u deze bijsturing ook weergeven voor 2040, 2050 en 2060, zodat zichtbaar wordt
hoe de opgave oploopt in de tijd?
38
Kunt u een scenario-uitsplitsing geven van de benodigde bijsturing: (i) volledig via
lastenverzwaring, (ii) volledig via ombuigingen, en (iii) 50/50-mix, inclusief effecten
op koopkracht?
39
Kunt u kwantificeren hoeveel van de door het CPB geraamde schuldtoename in 2060 (+ 19%
bbp t.o.v. het basispad) wordt verklaard door uitgaven die pas na 2030 plaatsvinden?
40
Kunt u voor de grootste klimaat- en energieposten (waaronder wind op zee en de SDE++)
de cumulatieve uitgaven kwantificeren tot en met 2035, 2040 en 2060, en aangeven welk
aandeel deze posten hebben in de door CPB geraamde EMU-schuldontwikkeling?
41
Wat is volgens het CPB de geraamde doorwerking van de suikerbelasting op consumentenprijzen
en welk percentage van de belastingdruk wordt uiteindelijk gedragen door huishoudens?
42
Kunt u uitsplitsen welke in het basispad verwerkte ombuigingen, taakstellingen of
aflopende middelen leiden tot een daling van de uitgaven aan binnenlandse veiligheid
richting 2030, los van de intensiveringen uit het coalitieakkoord?
43
Kunt u toelichten wat het gevolg is van netcongestie voor het behalen van de klimaatdoelstellingen
onder het coalitieakkoord?
44
Wat is het effect van het ontbreken van aanvullende middelen voor het oplossen van
netcongestie op de geraamde klimaatdoelstellingen en de uitvoerbaarheid van het beleid?
45
Zijn de gevolgen van netcongestie meegenomen in de beoordeling van het investeringsklimaat
en zo ja, op welke wijze?
46
Kunt u ramen wat de totale kosten zijn van het verzwaren en uitbreiden van het elektriciteitsnet
in de periode tot en met 2035, 2040 en 2055?
47
Kunt u aangeven in hoeverre de in het coalitieakkoord opgenomen verduurzamingsmaatregelen
(zoals elektrificatie van industrie, wind op zee en warmtepompen) leiden tot extra
kosten voor verzwaring en uitbreiding van het elektriciteitsnet?
48
Wat is het geraamde effect van de normering van de hybride warmtepomp (per 2029) op
het elektriciteitsverbruik en de belasting van het elektriciteitsnet? Wat is de geraamde
besparing op aardgasverbruik en fossiele brandstoffen als gevolg van deze normering?
49
Is in de doorrekening rekening gehouden met de budgettaire impact van deze normering
op netcongestie en benodigde netuitbreiding?
50
Zijn op dit moment voldoende middelen gereserveerd voor de financiering van hybride
warmtepompen, mede gelet op de ISDE-subsidie waarvan (hybride) warmtepompen gebruikmaken?
51
Er wordt in de analyse aangegeven dat middelen voor wind op zee mogelijk niet volledig
worden uitgeput. Kunt u dit nader toelichten en aangeven op basis van welke aannames
dit is geconcludeerd?
52
Kunt u de cumulatieve uitgaven voor het klimaatbeleid kwantificeren tot en met 2055?
53
Welke ambities uit het coalitieakkoord zijn niet meegenomen in de doorrekening omdat
zij niet in de budgettaire tabel of normeringen zijn opgenomen?
54
In de analyse wordt vermeld dat subsidiegelden voor de indirecte kostencompensatie
ETS mogelijk niet tot besteding kunnen komen vanwege Europese staatssteunregels. Kunt
u specificeren om welke staatssteunregels het hier gaat, op welke sectoren of typen
bedrijven deze mogelijke beperking betrekking heeft en wat de potentiële financiële
impact is indien deze middelen na 2030 niet kunnen worden uitgekeerd?
55
Kunt u kwantificeren of de geraamde middelen voor digitalisering en digitale autonomie
in lijn zijn met de omvang van de geformuleerde beleidsambities, en zo nee, wat de
indicatieve aanvullende budgettaire opgave zou zijn?
56
Kunt u kwantificeren wat het geraamde effect is van de digitale agenda op het bbp,
arbeidsproductiviteit en werkgelegenheid in 2030 en op lange termijn?
57
Voor welke maatregelen zijn in de doorrekening aannames gehanteerd vanwege ontbrekende
beleidsuitwerking? Kunt u per maatregel toelichten welke aannames zijn gedaan en hoe
gevoelig de uitkomsten zijn voor afwijkingen daarvan?
58
Welke nog beschikbare middelen zijn er tot en met 2029 voor de stimulering van woningbouw?
59
Wat doen alle maatregelen (inclusief fiscale) met investeringsbereidheid voor nieuwbouwwoningen?
60
Kunt u toelichten welke effecten de maatregelen uit het coalitieakkoord hebben op
de woningbouwproductie in relatie tot netcongestie? Is in de doorrekening rekening
gehouden met mogelijke vertraging van woningbouw als gevolg van beperkte netcapaciteit?
61
Kunt u kwantificeren welk deel van de extra hernieuwbare elektriciteitsproductie die
voortvloeit uit de maatregelen in het coalitieakkoord naar verwachting wordt gebruikt
voor binnenlands verbruik, en welk deel resulteert in export van elektriciteit (in
TWh en als percentage van de additionele productie)?
62
Kunt u toelichten of en hoe de export van hernieuwbare (wind)energie bijdraagt aan
het halen van de Nederlandse klimaatdoelen?
63
Kunt u kwantificeren welk deel van de publieke uitgaven voor additionele hernieuwbare
elektriciteitsopwekking onder het coalitieakkoord (inclusief de SDE++ en de geraamde
€ 60,2 miljard aan Contracts for Difference) samenhangt met elektriciteitsproductie
die niet binnenlands wordt verbruikt maar wordt geëxporteerd?
64
Kunt u kwantificeren in welke mate het afschaffen van de IVA bijdraagt aan de toename
van het arbeidsaanbod en via welk mechanisme dit effect volgens uw raming tot stand
komt?
65
Kunt u kwantificeren in welke mate het verkorten van de WW-duur en het verlagen van
het maximumdagloon leidt tot snellere uitstroom naar werk, uitgedrukt in de gemiddelde
verkorting van de werkloosheidsduur en de toename van de uitstroomkans naar werk?
66
Kunt u nader toelichten hoe de verlaging van het maximumdagloon door databeperking
alleen meegenomen kan worden in het koopkrachtbeeld voor WW-uitkeringen, terwijl deze
maatregel wel in bredere zin volledig kan worden meegenomen als kostenbesparing?
67
Kunt u nader specificeren welk toenemend beroep op de arbeidsongeschiktheids-, WW-
en bijstandsuitkeringen u verwacht als gevolg van de verdere verhoging van de AOW-leeftijd
en welke budgettaire en koopkrachteffecten hiermee gepaard zullen gaan?
68
Kunt u aangeven hoe en in welke mate bij de ramingsbijstellingen voor asiel en crisisnoodopvang
rekening is gehouden met voorziene instroombeperking door nieuwe asielwetgeving en
-maatregelen? Kunt u specificeren welke gevolgen deze hebben voor de voorziene kosten
op deze posten?
69
Op welke manier is de afschrijvingsvoet op leerwinst bijgesteld in deze nieuwe versie
ten opzichte van de vorige en hoe werkt dat door in de effecten?
70
Welk alternatieve maatvoering dan verhoging van de tarieven in de IB en een hogere
Aof-premie is denkbaar om lagere Zvw-premies voor gezinnen en bedrijven in het inkomstenkader
te compenseren?
71
Is het in het kader van de lagere Zvw-premies logisch en verstandig om technisch te
blijven veronderstellen dat de Aof-premies dan zullen stijgen, terwijl er jaarlijks
al miljarden meer aan Aof-premies binnenkomen in het Arbeidsongeschiktheidsfonds dan
strikt noodzakelijk voor de uitgaven?
72
Waarop komt de EMU-schuld in 2060 uit als wordt verondersteld dat de AOW en andere
uitkeringen tot en met 2060 louter met de wettelijke koppeling stijgen?
73
Kunt u het tabel beleidsmatige lastenontwikkeling (3.1.3) uitsplitsen per jaar in
de periode 2027–2030?
74
Kunt u een overzicht geven van alle lastenverzwarende maatregelen incl. het budgettair
belang, uitgesplitst per jaar in de periode 2027–2030? Kunt u tevens per jaar en maatregel
aangeven hoeveel euro mensen erop achteruit gaan?
75
Kunt u de defensie-uitgaven per jaar weergeven t/m 2035?
76
Met hoeveel wordt het eerste en tweede tarief in de inkomstenbelasting verhoogd? Met
hoeveel worden de lasten verzwaard al gevolg hiervan? Kunt u per inkomensgroep aangeven
hoeveel een werknemer minder overhoudt op zijn loonstrook als gevolg hiervan? Hoe
weegt dit op tegen de lagere zorgpremies?
77
Kunt u de systematiek achter de vrijheidsbijdrage en dus achter het beperkt toepassen
van de tabelcorrectiefactor in de inkomstenbelasting nader toelichten? Kunt u per
inkomensgroep in zowel absolute als relatieve cijfers aangeven hoeveel burgers erop
achteruitgaan per jaar? Hoeveel houden burgers in verschillende inkomensgroepen zowel
bruto als netto minder over per jaar op hun loonstrook als gevolg van deze maatregel?
78
Wat betekent de verlaging van het maximumdagloon met 20% voor vrouwen die met zwangerschapsverlof
gaan?
79
Met hoeveel dalen de zorgpremies? Kunt u dit per inkomensgroep weergeven? Hoe weegt
dit op tegen een hoger eigen risico?
80
Met hoeveel neemt de zorgtoeslag af? Kunt u dit per inkomensgroep weergeven?
81
Hoe zou de lastenverzwaring in box 1 moeten worden vormgegeven, zodanig dat de armoede
niet toeneemt met 0,2% ten opzichte van het basispad, maar gelijk blijft?
82
Hoeveel mensen zullen er in armoede leven in 2030?
83
Wat is het budgettair effect van het samenvoegen het kindgebonden budget en de kinderbijslag
in een nieuwe kindregeling met hogere vaste en lagere variabele bedragen? Kunt u dit
per inkomensgroep weergeven in zowel absolute als relatieve cijfers?
84
Tot welke toename van menselijk kapitaal leidt het beleidspakket, welke andere effecten
worden daar aan toegeschreven, en welke aannames liggen aan die inschatting ten grondslag?
85
Welk stikfstofreductie-effect is toegekend aan de aangekondigde, maar nog niet ingevulde
normeringen, zoals voor grondgebondenheid, zonering en vergunninen op basis van doelvoorschriften?
86
Op pagina 16 wordt een hogere groei van de werkgelegenheid bij de overheid geraamd
(1,4 procentpunt per jaar t.o.v. het basispad). Kunt u deze groei uitsplitsen naar:
(i) defensie (ii) onderwijs (iii) veiligheid en de (iv) kerndepartementen?
87
Wat zijn de budgettaire gevolgen als het eigen risico in 2030 niet wordt verhoogd
naar 520 euro, maar bevroren blijft op 385 euro dan wel na 2027 gedurende de kabinetsperiode
bevroren blijft op 460 euro?
88
Hoe verklaart u het dat de werkgelegenheid bij de overheid als gevolg van dit beleidspakket
met 1,4% toeneemt?
89
Heeft sec de omvang van de hypotheekrenteaftrek een gelijk effect op de woningprijzen
als de hoogte van de besteedbare inkomens in het woningmarktmodel van het CPB?
90
Met hoeveel zal het woningaanbod licht toenemen als gevolg van het kabinetsbeleid?
Waarom worden er geen getallen genoemd in tabel 3.11?
91
Kunt u specificeren welke beleidsvoornemens met gevolgen voor het functioneren van
het openbaar bestuur niet in de doorrekening zijn meegenomen omdat zij buiten de budgettaire
tabel vallen (zoals vermeld op pagina 20)? Kunt u per voornemen aangeven of er naar
verwachting wel economische of budgettaire effecten zijn?
92
Stel dat alle WW-maatregelen worden overgenomen, uitgezonderd de verhoging naar 80%
in de eerste twee maanden en de verkorting met 6 maanden van 1,5 naar 1 jaar, wat
zijn dan de budgettaire effecten?
93
Als de huishoudelijke hulp uit de Wmo wordt gehaald, zijn de uitgaven per cliënt die
een extra beroep doen op de Wlz dan hoger c.q. is de zorg vanuit de Wlz duurder dan
de ondersteuning die wegvalt vanuit de Wmo?
94
Welk gedragseffect aan de kant van de aanbieders van producten is bij de suikerbelasting
verondersteld?
95
Is de invulling van CA_182 (verhoging schijftarieven) gebaseerd op een aanname van
het CPB of op een keuze van de coalitiepartijen?
96
Hoe hoog worden de tarieven in de eerste twee schijven van box 1 door maatregel CA_182?
97
Met welke percentuele verhoging van de tarieven in box 1 komt de verhoging met 5,0
miljard euro overeen?
98
Stel dat de tabelcorrectiefactor niet wordt beperkt bij de algemene heffingskorting,
en dat daardoor ter budgettaire compensatie de tabelcorrectiefactor elders meer beperkt
wordt, wat zijn daarvan de effecten voor de koopkracht per kwintiel?
99
Stel dat de vrijheidsbijdrage fifty-fifty wordt verdeeld over burgers en bedrijven,
wat zijn daarvan de effecten?
100
Hoe komt het dat maatregel CA 156, het afschaffen van de aftrek specifieke zorgkosten,
fors meer oplevert dan voor de aftrek specifieke zorgkosten en tegemoetkoming specifieke
zorgkosten samen is begroot? Is het verschil puur toe te rekenen aan een lager recht
op inkomensafhankelijke regelingen vanwege een hoger verzamelinkomen of zijn er andere
redenen? Kan in het eerste geval een uitsplitsing gemaakt worden naar de verschillende
inkomensafhankelijke regelingen waar het om gaat?
101
Wat worden de schijftarieven in de energiebelasting op elektriciteit na doorvoering
van maatregel CA 124?
102
Stel dat de aftrek specifieke zorgkosten niet wordt afgeschaft, maar in plaats daarvan
de doorwerking van alle aftrekposten wordt geschrapt voor wat betreft het recht op
inkomensafhankelijke regelingen, wat zijn daarvan de (budgettaire) effecten?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.M.T. van der Lee, voorzitter van de vaste commissie voor Financiën -
Mede ondertekenaar
R.A. van der Steur, adjunct-griffier