Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Piri en Westerveld over het lot van de Jezidi's
Vragen van de leden Piri en Westerveld (beiden GroenLinks-PvdA) aan de Ministers van Buitenlandse Zaken en van Asiel en Migratie over het lot van de Jezidi’s (ingezonden 19 januari 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Buitenlandse Zaken) en van Minister Van Weel (Asiel
en Migratie) (ontvangen 20 februari 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht ««Beter op straat in Nederland dan terug naar Irak»
– nieuw landenbeleid doet de hoop van jezidi’s op asiel vervliegen»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Bent u het eens met Houman Oliaei, de Amerikaanse antropoloog die in het artikel bewijs
aanlevert dat «Irak voor de jezidi’s geen veilige haven is om naar terug te keren»?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Op 27 mei 2024 heeft de toenmalige Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid uw
Kamer geïnformeerd over het landgebonden asielbeleid voor Irak. In deze brief is ook
ingegaan op de positie van Jezidi's. Op 7 november 2025 is het thematisch ambtsbericht
over Irak gepubliceerd. Uit het thematisch ambtsbericht blijkt niet dat de situatie
voor Jezidi’s met het oog op vervolging is veranderd. Voor het kabinet is er op grond
van het thematisch ambtsbericht dan ook geen aanleiding om het huidige beleid aan
te passen.
Vraag 3
Is het kabinet nog dezelfde mening toegedaan als voormalig Minister van Justitie en
Veiligheid Yeşilgöz «dat er voldoende feiten zijn vastgesteld om te kunnen stellen
dat IS zich hoogstwaarschijnlijk schuldig heeft gemaakt aan genocide»?2 Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Ja, het kabinet deelt nog steeds dezelfde mening en zet zich juist daarom in voor
het tegengaan van straffeloosheid van misdrijven begaan door IS-strijders. De Kamer
is reeds geïnformeerd over deze inzet in een Kamerbrief (Kamerstuk 27 925, nr. 1016).
Vraag 4
Bent u bekend met het feit dat de genocide in 2014 geen geïsoleerd incident was maar
dat geweld tegen Jezidi's een terugkerend fenomeen is en dat de bescherming van de
Jezidi's in Irak nauwelijks verbeterd is? Erkent u dat erkenning van dit feit een
voorwaarde is om dit in de toekomst te voorkomen?
Antwoord 4
Het kabinet is bekend met de kwetsbare positie van minderheden en ontheemden in Irak,
waaronder ook Jezidi’s, en erkent in het verleden vaker te maken hebben gehad met
vervolging, met als dieptepunt de systematische aanvallen van IS-strijders tegen de
Jezidi-bevolking in 2014. Het kabinet zet middelen in om bij te dragen aan de positie
van de Jezidi’s. Ook kaart Nederland dit aan bij de Iraakse autoriteiten, zowel in
bilateraal als multilateraal verband.
Vraag 5
Is het kabinet nog steeds van mening «dat Jezidi’s in Irak in een kwetsbare positie
verkeren»?3 Kunt u toelichten wat deze kwetsbare positie inhoudt?
Antwoord 5
Het kabinet erkent de kwetsbare positie van Jezidi’s. Veel Jezidi’s zijn nog niet
teruggekeerd naar Sinjar, en verblijven in kampen in de Koerdistan Regio Irak. In
de ontheemdenkampen zijn de leefomstandigheden moeilijk en zijn basisvoorzieningen
beperkt aanwezig. Tegelijkertijd garandeert de Iraakse Grondwet de vrijheid van religie
van alle erkende religieuze groepen in Irak, waaronder ook Jezidi’s. De regering van
demissionair premier Al-Sudani pleit consistent voor inclusiviteit en non-discriminatie.
Ook heeft de regering maatregelen genomen om de positie van Jezidi’s te verbeteren,
zoals de goedkeuring van de Yazidi Survivors’ Law en het wettelijk erkennen van landrechten van Jezidi’s in Sinjar. De implementatie
van dit beleid vergt tijd. Nederland blijft zich inzetten voor inclusiviteit, non-discriminatie,
bescherming en toekomstperspectief van alle minderheidsgroeperingen in Irak.
Ten slotte staat een kwetsbare positie echter niet per definitie gelijk aan vervolging
en er is, zoals in antwoord op vraag 2 ook aangegeven, geen informatie dat Jezidi’s
op dit moment in het algemeen te vrezen hebben voor vervolging in Irak.
Vraag 6
Bent u van mening dat de VS een cruciale rol speelde in de toegang tot basisvoorzieningen
in de ontheemdenkampen onder Koerdisch gezag en in de wederopbouw van Sinjar?
Antwoord 6
De hoofdverantwoordelijkheid voor de ontheemdenkampen ligt bij de Iraakse regering.
Het kabinet deelt de mening dat de VS met andere donoren, waaronder Nederland, een
belangrijke rol speelde in de toegang tot basisvoorzieningen in de ontheemdenkampen
en in de wederopbouw van Sinjar.
Vraag 7
Deelt u de mening dat het wegvallen van de Amerikaanse steun sinds het aantreden van
president Trump de kwetsbare positie van Jezidi’s in Irak nog verder heeft verslechterd?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Het wegvallen van de Amerikaanse steun zet druk op de financiering van de ontheemdenkampen
en de daar aangeboden basisvoorzieningen. Het is op dit moment voor het kabinet niet
mogelijk om te beoordelen wat de precieze impact is op de positie van Jezidi’s in
de ontheemdenkampen.
Vraag 8
Bent u bekend met het gebrek aan publieke diensten die beschikbaar zijn voor mensen
in Sinjar, inclusief een groot gebrek aan mentale gezondheidszorg voor mensen met
trauma's als gevolg van de genocide?
Antwoord 8
Het kabinet is hiermee bekend. Juist daarom steunt het kabinet al meerdere jaren een
divers aantal programma’s waarin ook aandacht wordt besteed aan mentale gezondheidszorg
voor mensen met trauma’s, waaronder in Sinjar. Deze richten zich bijvoorbeeld door
het bieden van psychosociale hulp op het rehabiliteren en re-integreren van vrouwen
en kinderen, die slachtoffer zijn geworden van IS. Een voorbeeld is de steun aan Norwegian
People’s Aid, gericht op onder meer traumaverwerking en het leveren van psychosociale
steun aan onder andere de Jezidi-gemeenschap. In de afgelopen rapportageperiode van
dit programma ontvingen 419 vrouwen geestelijke gezondheidszorg. Stigma’s rondom het
onderwerp mentale gezondheidszorg zorgen er tegelijkertijd voor dat zelfs wanneer
er hulp wordt aangeboden, dit niet altijd wordt aangenomen.
Vraag 9
Bent u bekend met het gebrek aan humanitaire hulp en ontwikkelingsgelden om publieke
voorzieningen te versterken?
Antwoord 9
Het gebrek aan beschikbare publieke diensten is een probleem in meerdere gebieden
in Irak. In onze diplomatieke contacten vraagt Nederland aandacht bij de Iraakse autoriteiten
om de situatie te verbeteren en financiële middelen hiervoor vrij te maken.
Vraag 10
Bent u het eens met de constatering van het Thematisch ambtsbericht Irak uit november
2025 dat «88 procent van de binnenlands ontheemden die terugkeerden naar Sinjar onder
zware leefomstandigheden» leeft?4 Zo nee, waarom niet?
Antwoord 10
Ja, ambtsberichten betreffen een feitelijke, neutrale en objectieve weergave van de
bevindingen gedurende onderzochte periode.
Vraag 11
Bent u het eens met de constatering van datzelfde ambtsbericht dat het terugtrekken
van verschillende (internationale) humanitaire hulporganisaties resulteerde in «een
gebrek aan basisvoorzieningen, gebrek aan medische zorg, gebrek aan psychosociale
ondersteuning en slechte leefomstandigheden in de kampen»?
Antwoord 11
Ja, ambtsberichten betreffen een feitelijke, neutrale en objectieve weergave van de
bevindingen gedurende onderzochte periode.
Vraag 12
Bent u bekend met het feit dat de Irakese overheid afgelopen mei 19.000 gevangenen,
waaronder voormalige leden van IS, heeft vrijgelaten na de aanname van een nieuwe
Amnestiewet?5
Antwoord 12
Het kabinet is bekend met de amendementen op de amnestiewet die afgelopen jaar in
Irak zijn aangenomen. De geamendeerde wet biedt kansen op een nieuw proces voor personen
die op basis van antiterrorismewetgeving zijn veroordeeld, maar waarbij twijfels zijn
over de kwaliteit van het bewijs. Tegelijkertijd speelden er ook zorgen dat de versoepeling
ertoe zou kunnen leiden dat (aan IS-geaffilieerde) veroordeelden onterecht vrijkomen.
Om die zorgen te adresseren, zijn in de amnestiewet beperkingen opgenomen voor wie
deze wet zou gelden, waaronder personen gelinkt aan terroristische misdrijven. Sinds
de aanname van de geamendeerde amnestiewet zijn er 41.364 personen6 vrijgelaten uit de gevangenis na het doorlopen van een rehabilitatieprogramma; het
is het kabinet echter niet bekend dat zich hieronder ook personen bevinden die veroordeeld
waren voor IS-gerelateerde misdrijven.
Vraag 13
Ziet u risico’s voor Jezidi’s in Irak na de vrijlating van deze voormalige leden van
IS? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 13
De eventuele vrijlating van voormalige leden van IS brengt voor iedereen grotere veiligheidsrisico’s
met zich mee, zo ook voor Jezidi’s in Irak. Het kabinet zal dit gezien de huidige
ontwikkelingen nauw blijven monitoren en staat hierover in contact met de Iraakse
autoriteiten.
Vraag 14
Vindt u dat, alles meewegende, de positie van Jezidi’s in Irak dit jaar is verbeterd
of verslechterd? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 14
Het kabinet kan op dit moment geen uitsluitend oordeel vellen over of de positie van
Jezidi’s is verbeterd of verslechterd. Het kabinet houdt nauw contact met organisaties
die belangen van Jezidi’s behartigen en blijft de situatie van minderheden, waaronder
Jezidi’s, nauwlettend monitoren.
Vraag 15
Wat vindt u van de stelling van de UNHCR, die stelt dat leden van religieuze en etnische
minderheidsgroepen uit betwiste gebieden als Sinjar waarschijnlijk internationale
bescherming behoeven en oproept hen niet naar hun oorspronkelijke woongebieden terug
te sturen?7
Antwoord 15
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2 heeft de toenmalige Staatssecretaris van
Justitie en Veiligheid uw Kamer geïnformeerd over het landgebonden asielbeleid voor
Irak en de positie van Jezidi's. Er is geen informatie dat Jezidi’s in het algemeen
te vrezen hebben voor vervolging, zie ook antwoord 4. Er is voor nu geen reden om
daarvan af te wijken.
Vraag 16
Gezien al het bovenstaande, deelt u de mening dat in het Nederlandse asielbeleid de
beschermingsbehoefte van de Jezidi 's moet worden onderkend en hierbij in aanmerking
moet worden genomen dat er in de regel geen sprake is van een redelijk vestigingsalternatief
in Irak en dat de Koerdische Autonome Regio niet als «normale woon-en verblijfplaats»
geldt voor binnenlands ontheemden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 16
Zie het antwoord op de vragen 2 en 15. Het binnenlands beschermingsalternatief en
de normale woon- en verblijfplaats worden op individuele basis beoordeeld en er is
voor nu geen reden om daarvan af te wijken. Nu de wijziging van het landgebonden beleid
voor Irak in het algemeen en de Jezidi’s in het bijzonder onderwerp is van hoger beroep
bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, kan ik hier op dit moment
niet verder op ingaan.
Vraag 17
Kunt u bovenstaande vragen elk afzonderlijk beantwoorden?
Antwoord 17
Alle vragen zijn afzonderlijk beantwoord.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Asiel en Migratie
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.