Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Dobbe over het bericht dat er een humanitaire crisis dreigt in Kobani
Vragen van het lid Dobbe (SP) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over het bericht dat er een humanitaire crisis dreigt in Kobani (ingezonden 28 januari 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Buitenlandse Zaken), mede namens de Staatssecretaris
van Buitenlandse Zaken (ontvangen 20 februari 2026).
Vraag 1, 2 en 3
Wat is uw reactie op de mogelijke humanitaire ramp die zich voltrekt in Kobani, nu
deze stad is omsingeld door het Syrische leger en overspoeld is met gevluchte mensen?1
Bent u bekend met de signalen dat de Koerden zijn afgesloten van eten, elektriciteit
en water in Kobani? Zo ja, hoe wilt u een escalatie hiervan voorkomen?
Kunt u onderschrijven dat de problemen in Kobani veroorzaakt zijn en worden door het
regeringsleger of zijn er andere oorzaken? Kunt u dit toelichten?
Antwoord 1, 2 en 3
De situatie in Noordoost-Syrië, inclusief in en rond Kobani, is de afgelopen periode
zeer volatiel en complex geweest. Door de gevechten tussen het leger van de Syrische
overgangsregering en de Syrian Democratic Forces (SDF) in het noordoosten van Syrië, zijn sinds 6 januari 157.500 mensen ontheemd
geraakt en is, met name in Kobani, de toegang tot onder meer water, voedsel en elektriciteit
ernstig beperkt geweest. Op basis van de vele tegenstrijdige berichten en de moeilijkheden
om berichtgeving te kunnen verifiëren, is het lastig om vast te stellen wie welke
verantwoordelijkheid voor de geschetste problemen in en rondom Kobani draagt.
Sinds 25 januari bereiken humanitaire konvooien van VN-organisaties en partnerorganisaties
Kobani, Qamishli en Al-Hasakah via drie humanitaire corridors. Het kabinet beschikt
niet over indicaties dat er nu sprake zou zijn van een totale blokkade van Kobani.
Volgens de VN zijn er de afgelopen weken twee VN-konvooien met 52 vrachtwagens met
hulpmiddelen in Kobani aangekomen. Ook is elektriciteit in het gebied sinds 9 februari
hersteld, volgens het Internationale Comité van het Rode Kruis (ICRC). Basisvoorzieningen
zijn echter nog steeds ernstig ontregeld, geëxplodeerde mijnen beperken bewegingsvrijheid
en distributie, en goederen en brandstof komen slechts beperkt binnen via commerciële
routes.
Het is van groot belang dat de hulp verder wordt opgeschaald en brede toegang tot
de getroffen gebieden wordt verleend, aangezien de beperkte humanitaire middelen,
toegang en volatiele situatie er voor zorgen dat niet alle hulpbehoevenden bereikt
kunnen worden. Het kabinet pleit daarom via de EU en rechtstreeks bij de Syrische
autoriteiten voor volledige, ongehinderde en veilige humanitaire toegang voor alle
hulporganisaties. Ook het VN Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Aangelegenheden
(OCHA) staat hierover in contact met de Syrische overgangsautoriteiten.
Vraag 4
Deelt u de mening dat de internationale gemeenschap hier niet van mag wegkijken? Zo
ja, hoe gaat u hiervoor zorgen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Zoals gesteld in het antwoord op voorgaande vragen is er ruime internationale aandacht
voor het conflict in Syrië, en meer in het bijzonder de situatie in het noordoosten.
Ook het kabinet kijkt niet weg van de humanitaire situatie in noordoost-Syrie, waaronder
Kobani, maar staat in nauw contact met humanitaire partners ter plekke. Steun aan
deze organisaties om hun werk te blijven verrichten zal worden voortgezet.
Berichten over geweld en mensenrechtenschendingen in Syrië zijn zeer ernstig. Het
kabinet volgt de ontwikkelingen nauwgezet. Geweld tegen burgers wordt daarbij altijd
ondubbelzinnig veroordeeld en Nederland zet zich daarbij internationaal actief in
voor berechting van geweldplegers. Zie ook de beantwoording op vragen 7 en 8.
Het kabinet maakt zich verder binnen de EU hard voor het instellen van gerichte sancties
tegen personen en entiteiten die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen
en sektarisch geweld. Deze maatregelen zijn erop gericht de verantwoordelijken te
treffen en de Syrische bevolking of economie zodoende te ontzien. Het kabinet en de
EU blijven de situatie in Syrië nauwlettend volgen en nemen waar nodig passende en
proportionele maatregelen.
Vraag 5
Veroordeelt u het geweld en de oorlogsmisdaden die plaatsvinden in Syrië sinds de
nieuwe regering aan de macht is?2 Zo ja, op welke manier? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Het kabinet keurt elke vorm van geweld tegen burgers in Syrië af en onderstreept,
ook in EU-verband, dat consequenties dienen te worden verbonden aan schendingen van
het internationaal recht. Het kabinet brengt dit consequent op zowel in bilaterale
contacten met de Syrische overgangsautoriteiten, als multilateraal via de diverse
EU- en VN-mechanismen.
Voor een beoordeling of er sprake is van een oorlogsmisdrijf is het nodig alle feiten
en omstandigheden te kennen. Het kabinet roept op tot zorgvuldig en onafhankelijk
onderzoek naar de feitelijke omstandigheden, zodat een bevoegde rechter hierover een
uitspraak kan doen.
Vraag 6
Op welke manier bent u van plan om de druk op te voeren richting de Syrische regering
om te zorgen voor directe toegang tot humanitaire hulp, en de blokkade en mensenrechtenschendingen
tegen te gaan?
Antwoord 6
Het kabinet spreekt in directe contacten en via de VN en EU de Syrische overgangsregering
consequent aan op haar verantwoordelijkheden, waaronder het bieden van volledige,
ongehinderde en veilige humanitaire toegang voor hulporganisaties en het waarborgen
van de rechten en veiligheid van alle Syriërs, ongeacht religie of etnische achtergrond.
Vraag 7 en 8
Hoe wordt op dit moment in kaart gebracht welke oorlogsmisdaden er worden gepleegd
en op welke manier deze vervolgd kunnen worden, zoals bijvoorbeeld Amnesty International
aangeeft?3
Op welke manier gaat u onderzoek ondersteunen dat de feiten op een rij zet, zodat
vervolging van oorlogsmisdadigers mogelijk wordt gemaakt?
Antwoord 7 en 8
Het kabinet acht zorgvuldig en onafhankelijk onderzoek door de Syrische overgangsautoriteiten
naar vermeende oorlogsmisdrijven en mensenrechtenschendingen van essentieel belang.
Het kabinet dringt hier consequent op aan, zowel in bilaterale contacten met de Syrische
overgangsautoriteiten, als in multilateraal verband.
Daarnaast spelen VN-instanties – zoals de VN-Bewijzenbank IIIM, de Commission of Inquiry en het OHCHR Veldkantoor in Damascus – een belangrijk rol in het onderzoek en documenteren
van mensenrechtenschendingen in Syrië. Het kabinet steunt IIIM en het OHCHR landenkantoor
in Damascus zowel politiek als financieel met respectievelijk € 1 miljoen en € 2,5 miljoen.
Ook zet Nederland zich in de VN-Mensenrechtenraad actief in voor de verlening van
het mandaat van de Commission of Inquiry voor Syrië, zodat onderzoek naar mensenrechtenschendingen wordt voortgezet.
Tot slot dragen verschillende internationale organisaties en het Syrisch maatschappelijk
middenveld ook bij aan het in kaart brengen van de vermeende oorlogsmisdrijven en
mensenrechtenschendingen. Nederland steunt Impunity Watch en het International Center for Transitional Justice in hun inspanningen om samen te werken met de Syrische transitieregering en hun expertise
in te zetten ten behoeve van het tegengaan van straffeloosheid (waaronder documentatie
van mensenrechtenschendingen).
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede namens
A. de Vries, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.