Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Diederik van Dijk over financiële en personele tekorten voor bescherming tegen spionage en sabotage in de Noordzee
Vragen van het lid Diederik van Dijk (SGP) aan de Minister van Defensie over financiële en personele tekorten voor bescherming tegen spionage en sabotage in de Noordzee (ingezonden 15 januari 2026).
Antwoord van Minister Brekelmans (Defensie) en van Minister Tieman (Infrastructuur
en Waterstaat) (ontvangen 20 februari 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de recente berichtgeving waarin wordt gesteld dat financiële en
personele tekorten bij de Nederlandse Kustwacht leiden tot verhoogde risico’s op sabotage
en spionage? Hoe reflecteert u op deze verontrustende berichten?1
Antwoord 1
Ik ben bekend met de recente berichtgeving. De dreiging op de Noordzee is actueel,
complex en vindt doelbewust plaats in het grijze gebied tussen oorlog en vrede. Nationale
en internationale wetgeving dragen eraan bij, de aanpak complex is. In 2023 is door
de opdrachtgevende departementen binnen het kustwachtsamenwerkingsverband besloten
om de capaciteit bij de Kustwacht te vergroten met 43 FTE, waardoor de Kustwacht met
deze additionele capaciteit in staat is om haar huidige taken dienstverlening, handhaving
en maritime security naar behoren uit te voeren.
Vraag 2
Klopt het dat het tekort aan geld en personeel bij de Kustwacht zo nijpend is dat
de dienst tot zeker 2027 niet kan worden ingezet om internet- en elektriciteitskabels,
pijpleidingen en andere infrastructuur op de Noordzee te beschermen tegen sabotage
en spionage?
Antwoord 2
In 2018 heeft de Raad voor de Kustwacht besloten dat maritime security een aparte
hoofdtaak voor de Kustwacht vormt. Deze nieuwe hoofdtaak bevat deeltaken zoals bijvoorbeeld
crisiscommunicatie en informatievoorziening, security berichtgeving en pre-arrival
analyses. Daarnaast is de Kustwacht sinds juli 2025 het meldpunt voor maritime security;
mensen kunnen verdachte situaties melden bij de Kustwacht. Hierdoor kan de Kustwacht
eerder adequaat reageren op mogelijke dreigingen. De meldkamer is 24/7 bezet voor
het verwerken en uitlopen van deze meldingen. Voor een uitbreiding van taken in het
kader van Maritime Security zullen aanvullende structurele middelen beschikbaar gesteld
moeten worden. Het is aan een volgend kabinet om daar een besluit over te nemen.
Vraag 3
Kunt u aangeven of er een causale relatie bestaat tussen het capaciteitstekort bij
de Kustwacht en concrete incidenten, zoals het Russische spionageschip Eagle S dat
twee uur lang ongestoord boven onderzeese kabels bij Terschelling kon varen op 24 november
2023?
Antwoord 3
De Kustwacht monitort de scheepvaart en verzamelt informatie om te weten wat er op
de Noordzee gebeurt om de taken te kunnen uitvoeren. Over de inlichtingenpositie,
werkwijze en activiteiten worden in het openbaar geen uitspraken gedaan, om te voorkomen
dat tegenstanders en kwaadwillende inzage wordt gegeven in de modus operandi van de
Kustwacht of de Koninklijke Marine.
Vraag 4
Welke acties onderneemt het kabinet om heel snel een einde te maken aan het gesteggel
over geld tussen de departementen die betrokken zijn bij het Programma Bescherming
Noordzee Infrastructuur (PBNI)?
Antwoord 4
Onder coördinatie van IenW is in 2023 het interdepartementale Programma Bescherming
Noordzee infrastructuur (PBNI) in het leven geroepen. Op dat moment is PBNI met IenW,
DEF, JenV, EZ, KGG en BZ aan de slag gegaan met het maken van een Actieplan, analyses
van dreigingen en het in kaart brengen van de meest kritieke infrastructuur in en
op de Noordzee. PBNI heeft de afgelopen jaren diverse resultaten geboekt. Zo is er
onder andere geïnvesteerd in versterkte beeldopbouw met onder meer een extra patrouilleschip,
een verbetering van de communicatie op zee voor de Kustwacht, extra satellietcapaciteit,
versterking van de publiek-private en de internationale samenwerking en is er een
proeftuin gestart voor datafusie.
In deze proeftuin komt data van verschillende organisaties bij elkaar en wordt deze
vervolgens gezamenlijk geanalyseerd om zo een betere beeldopbouw (Maritime Situational
Awareness en Maritime Situational Understandig) te krijgen op en in de Noordzee. Daarnaast
wordt nu intensief gewerkt aan meer handelingsopties om bijvoorbeeld de schaduwvloot
aan te pakken. Ook wordt onderzocht hoe een mogelijk NMSC kan worden ingericht en
welke verdeling van de verantwoordelijkheden tussen betrokken departementen (Defensie,
JenV en IenW) het meest effectief is. Met deze informatie kan een nieuw kabinet een
besluit nemen over het vervolg van PBNI vanaf 2026 en verder, inclusief bijbehorende
financiering.
Vraag 5
Ziet het kabinet mogelijkheden om een deel van de financiële tekorten via Europese
middelen te dekken, gelet op het feit dat Nederland een belangrijke Europese toegangspoort
vormt voor trans-Atlantische datakabels?
Antwoord 5
Momenteel wordt door PBNI onderzocht welke financiële mogelijkheden vanuit de Europese
Unie mogelijk zijn, bijvoorbeeld via het EU Action Plan on Cable Security. Echter,
dit is geen structurele oplossing voor de financiële middelen die de uitvoering van
het Actieplan Strategie ter bescherming Noordzee infrastructuur nodig heeft. De Europese
middelen kunnen als aanvulling worden gebruikt voor specifieke projecten, zoals de
integratie van data of het gebruik van AI bij de analyse van scheepvaartbewegingen.
Vraag 6
Ziet het kabinet daarnaast een rol voor de NAVO bij het versterken van de bescherming
van onderzeese datakabels en andere kritieke maritieme infrastructuur?
Antwoord 6
Het kabinet heeft een goede en intensieve samenwerking met de NAVO voor de versterking
van de bescherming van kritieke maritieme infrastructuur. Zo is op het NAVO-hoofdkwartier
in Brussel een coördinatiecel ingericht om NAVO-initiatieven op dit gebied te versnellen
en is een Critical Undersea Infrastructure Network opgericht om samenwerking en afstemming tussen bondgenoten, NAVO-partners en private
partijen te bevorderen. Tevens is er een NATO Maritime Centre for the Security of Critical Undersea Infrastructure (NMCSCUI) bij het NATO Allied Maritime Command ingericht, dat in mei 2024 initial operational capable is verklaard. Wanneer het NMCSCUI gereed is, moet het in staat zijn om te voorzien in situationeel bewustzijn over
het maritieme dreigingslandschap met betrekking tot kritieke maritieme infrastructuur.
Tot slot patrouilleren beide noordelijke vlootverbanden van de NAVO geregeld in de
Noordzee en Oostzee.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R.P. Brekelmans, minister van Defensie -
Mede ondertekenaar
R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.