Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Raijer over statushouders die worden geschoold om voor de klas te staan
Vragen van het lid Raijer (PVV) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over statushouders die worden geschoold om voor de klas te staan (ingezonden 2 februari 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Becking (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen
20 februari 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het programma Wereldburgers voor de Klas in Leiden, waarin statushouders
met een buitenlandse onderwijsachtergrond versneld richting een functie in het Nederlandse
onderwijs worden begeleid?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Welke concrete, onafhankelijke en toetsbare criteria hanteert u om te bepalen dat
onderwijsbevoegdheden uit landen met fundamenteel andere onderwijssystemen, didactiek
en waardenkaders gelijkwaardig zouden zijn aan Nederlandse lerarenopleidingen en wie
draagt de verantwoordelijkheid wanneer deze aannames ten koste gaan van onderwijskwaliteit
en leerlingontwikkeling?
Antwoord 2
Als een persoon met een buitenlandse onderwijsbevoegdheid les wil geven in Nederland
moet deze een erkenning van de buitenlandse onderwijsbevoegdheid aanvragen. Er zijn
verschillende voorwaarden die gesteld worden aan de erkenning van een buitenlandse
bevoegdheid. Hierbij moet onder andere de aanvrager een lerarenopleiding hebben gevolgd,
moet dat diploma een lesbevoegdheid geven in land van diplomering, moet het diploma
eenzelfde lesbevoegdheid geven als de aangevraagde lesbevoegdheid, moet de gevolgde
opleiding gericht zijn op de aangevraagde bevoegdheid en moet de opleiding minstens
hetzelfde niveau zijn als het Nederlandse niveau van hoger onderwijs.
De erkenning van beroepskwalificaties (diploma’s) voor Nederlandse onderwijsberoepen
op basis van diploma’s behaald in de EU en buiten de EU gebeurt door de Dienst Uitvoering
Onderwijs (DUO). DUO beoordeelt de diploma’s/kwalificaties voor het verkrijgen van
een onderwijsbevoegdheid. De Nederlandse organisatie voor internationalisering in
onderwijs (NUFFIC) adviseert DUO in de beoordelingsprocedure van het buitenlandse
diploma ten opzichte van Nederlandse diploma’s. De NUFFIC is het nationale expertisecentrum
voor onderwijsvergelijking en voert waardering van de diploma’s uit.
Vraag 3
Waarom ontbreekt een expliciete, afdwingbare eis dat deelnemers aan dit programma
volledig voldoen aan Nederlandse kernwaarden waaronder gelijkwaardigheid van man en
vrouw, vrijheid van meningsuiting en strikte scheiding van religie en onderwijs en
waarom accepteert u daarmee een bewust risico voor de neutraliteit van het openbaar
onderwijs?
Antwoord 3
Scholen hebben de wettelijke opdracht om actief burgerschap bij te brengen en sociale
cohesie te bevorderen. Binnen deze wettelijke opdracht hebben scholen de verantwoordelijkheid
om bevoegde en bekwame onderwijzers aan te nemen die de Nederlandse kernwaarden bijbrengen
aan leerlingen. De inspectie houdt toezicht op de naleving van deze wettelijke eis.
Vraag 4
Hoe verklaart u dat programma’s als Wereldburgers voor de Klas, uitgevoerd door onder
meer Stichting Wereldburger en DZB Leiden, onder de vlag van «lerarentekort» functioneren
als integratie- en participatietrajecten, zonder overtuigend en openbaar bewijs dat
zij leiden tot structurele kwaliteitsverbetering in het onderwijs?
Antwoord 4
Het doel van programma’s als Wereldburgers voor de Klas is om bevoegde leraren die in het land van herkomst werkzaam waren in het onderwijs
voor te bereiden op een (onderwijsgevende) functie in het Nederlands onderwijs of
ter voorbereiding op een lerarenopleiding. Veel van de deelnemers hebben al een in
Nederland erkende lesbevoegdheid en een sterke gedrevenheid om het beroep opnieuw
uit te oefenen. Het programma draagt bij aan de instroom van leraren en daarmee aan
het tegengaan van het lerarentekort en aan de kwaliteit van het onderwijs. Het stimuleren
van dergelijke programma’s is een onderdeel van de bredere aanpak van het lerarentekort,
waarbij mensen met een onderwijsachtergrond uit het buitenland gefaseerd worden voorbereid
op inzet in het Nederlandse onderwijs.
De inzet op taalontwikkeling, praktijkervaring en begeleiding is gericht op het borgen
van onderwijskwaliteit en continuïteit. Op dit moment zien we positieve effecten op
instroom, inzetbaarheid en behoud van personeel. Daarmee worden deze programma’s beschouwd
als een aanvullend instrument binnen het overkoepelende lerarenbeleid en niet als
vervanging van reguliere lerarenopleidingen.
Vraag 5
Waarom blijft u vasthouden aan het inzetten van statushouders in het onderwijs als
beleidsinstrument, terwijl dit geen structurele oplossing biedt voor het lerarentekort,
falend beleid maskeert en ouders en leerlingen opzadelt met kwaliteitsverlies, communicatieproblemen,
instabiliteit in de klas en onzekerheid over normen en neutraliteit in het onderwijs?
Antwoord 5
Zoals in het vorige antwoord aangegeven zien we positieve effecten op instroom, inzetbaarheid
en behoud van personeel met dank aan dit soort programma’s. De inzet van statushouders
en/of Oekraïense ontheemden is onderdeel van de bredere aanpak van het lerarentekort.
In het jaar 2025 hebben scholen 237 aanvragen ingediend om statushouders en Oekraïense
ontheemden met potentie om voor de klas te staan te begeleiden naar een functie in
het Nederlands onderwijs. Inzet vindt plaats binnen bestaande kwaliteits- en bevoegdheidseisen,
met aandacht voor taalvaardigheid en begeleiding, en is bedoeld om verantwoord om
te gaan met schaarste in het onderwijs. Daarnaast is er een breed scala aan maatregelen
vanuit dit kabinet om het lerarentekort aan te pakken.
Vraag 6
Welke stappen zet u om per direct te stoppen met het faciliteren van onderwijsprogramma’s
die statushouders richting structurele arbeid en langdurig verblijf leiden en hoe
gaat u borgen dat het onderwijs niet langer wordt ingezet als verlengstuk van migratiebeleid
maar zich weer richt op kwaliteit, veiligheid en Nederlandse belangen?
Antwoord 6
Er wordt ingezet op goed onderwijs voor alle leerlingen, met voldoende en goed opgeleide
leraren. De aanpak van het lerarentekort vraagt dat we alle geschikte en bevoegde
kandidaten benutten die aan de geldende kwaliteitseisen voldoen. Onderwijsprogramma’s
worden ingezet vanuit onderwijskundige en arbeidsmarktmatige overwegingen en niet
als migratiebeleid. Kwaliteit, veiligheid en professionaliteit in de klas staan daarbij
altijd voorop.
Ondertekenaars
K.M. Becking, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.