Advies Afdeling advisering Raad van State en Nader rapport : Advies Afdeling advisering Raad van State en Nader rapport
36 901 Wijziging van de Plantgezondheidswet in verband met het opnemen van regels over een spoedige bekendmaking en inwerkingtreding van beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten
Nr. 4
ADVIES AFDELING ADVISERING RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT1
Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State
d.d. 17 december 2025 en het nader rapport d.d. 16 februari 2026, aangeboden aan de
Koning door de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.
Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State is cursief afgedrukt.
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 6 november 2025, nr. 2025002521,
machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake
het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies,
gedateerd 17 december 2025, nr. W11.25.00325/IV, bied ik U hierbij aan.
De tekst van het advies treft u hieronder aan, voorzien van mijn reactie.
Bij Kabinetsmissive van 6 november 2025, no.2025002521, heeft Uwe Majesteit, op voordracht
van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, bij de
Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt de voorstel
van wet tot wijziging van de Plantgezondheidswet in verband met het opnemen van regels
over een spoedige bekendmaking en inwerkingtreding van beschermende maatregelen tegen
plaagorganismen bij planten, met memorie van toelichting.
Op grond van de Plantgezondheidswet kunnen bij ministeriële regeling maatregelen worden
genomen om plaagorganismen bij planten te bestrijden en verdere verspreiding van deze
organismen te voorkomen. Het wetsvoorstel beoogt in de Plantgezondheidswet te regelen
dat kan worden afgeweken van de reguliere wijze van bekendmaking van een dergelijke
ministeriële regeling. Voorgesteld wordt dat de regeling op een andere wijze kan worden
bekend gemaakt dan zoals voorzien in de Bekendmakingswet en dat de regeling direct
na deze bekendmaking in werking treedt.2 Uit de toelichting blijkt dat de regeling op de website van de rijksoverheid zal
worden gepubliceerd en dat er daarnaast een persbericht zal worden uitgebracht om
aan de regeling algemene bekendheid te geven.3
Van de wijze van bekendmaking zoals vastgelegd in de Bekendmakingswet kan alleen worden
afgeweken als de noodzaak daarvoor is aangetoond. De Afdeling advisering van de Raad
van State adviseert om de noodzaak van deze afwijking in de toelichting nader te motiveren.
In verband daarmee is aanpassing van de toelichting wenselijk.
1. Uniforme wijze van bekendmaking
De Grondwet schrijft voor dat regelgeving niet in werking treedt voordat deze is bekendgemaakt.4 De Bekendmakingswet regelt dat wetten en algemene maatregelen van bestuur worden
bekendgemaakt door middel van plaatsing in het Staatsblad. Ministeriële regelingen
worden bekendgemaakt door plaatsing in de Staatscourant.5 In de regel duurt het enkele dagen voordat een aangeboden regeling wordt gepubliceerd.
Deze uniforme wijze van bekendmaking geeft iedereen de kans om op een vaste plaats
kennis te nemen van een regeling voordat deze in werking treedt. Dit bevordert de
kenbaarheid voor burgers van de geldende wet- en regelgeving en komt de rechtszekerheid
ten goede.
Het is mogelijk om af te wijken van de reguliere wijze van bekendmaking zoals beschreven
in de Bekendmakingswet.6 Gelet op het belang van een uniforme wijze van bekendmaking van regelgeving is het
wenselijk dat dit slechts bij uitzondering gebeurt.7 Afwijkingen van de Bekendmakingswet moeten bovendien terdege worden gemotiveerd aan
de hand van relevante criteria.
Ik onderschrijf de opmerking van de Afdeling dat slechts bij uitzondering mag worden
afgeweken van de reguliere wijze van bekendmaking en dat deze afwijkingen gemotiveerd
moeten worden op basis van relevante criteria. In paragraaf 2.3 van de memorie van
toelichting is daarom verduidelijkt dat alleen gebruik zal worden gemaakt van de mogelijkheid
om af te wijken als de ernst en het verspreidingsrisico dit rechtvaardigen. In deze
paragraaf zijn enkele criteria benoemd die hierbij van belang zijn, waaronder de manier
van overdracht van het plaagorganisme en het jaargetijde waarin deze wordt geconstateerd.
Hiermee is geborgd dat slechts in uitzonderlijke gevallen, waarin sprake is van voornoemde
dringende omstandigheden, gebruik zal worden gemaakt van deze afwijkende wijze van
bekendmaking.
2. Beoordeling van het voorstel
De Afdeling begrijpt dat het noodzakelijk kan zijn om met spoed maatregelen te nemen
als plaagorganismen in Nederland worden aangetroffen waarvan de vestiging en verdere
verspreiding moet worden voorkomen. In een dergelijke situatie kan het noodzakelijk
zijn om af te wijken van de reguliere bekendmakingswijze zodat de inwerkingtreding
van regelgeving geen vertraging oploopt.
In de toelichting wordt de noodzaak van afwijking van de Bekendmakingswet echter beperkt
gemotiveerd. Er kan meer inzicht worden geboden in de omstandigheden die de voorgestelde
afwijking rechtvaardigen en welke tijdswinst wordt geboekt bij de voorgestelde wijze
van bekendmaking. Deze tijdswinst moet opwegen tegen de mogelijke nadelige gevolgen
als de reguliere wijze van bekendmaking wordt gevolgd.
Naar aanleiding van de opmerking van de Afdeling dat de noodzaak van afwijking van
de Bekendmakingswet beperkt is gemotiveerd is de memorie van toelichting aangevuld.
In paragraaf 2.1 is toegelicht waarom het onder bepaalde omstandigheden noodzakelijk
kan zijn om af te wijken van de reguliere wijze van bekendmaking van ministeriële
regelingen. Hierbij is conform het advies van de Afdeling inzicht geboden in de omstandigheden
die deze afwijking rechtvaardigen. Zo is in paragraaf 2.1 van de memorie van toelichting
beschreven dat een plaagorganisme in planten zich snel kan verspreiden vanwege de
omvangrijke handel in plantaardig materiaal in Nederland en het hoge tempo waarin
deze handel plaatsvindt.
Wat betreft de opmerking van de Afdeling dat er meer inzicht kan worden geboden in
de tijdswinst die geboekt kan worden bij de voorgestelde wijze van bekendmaking is
in paragraaf 2.1 van de memorie van toelichting beschreven hoeveel tijd hier precies
mee kan worden bespaard en waarom alternatieve wijzen van bekendmaking onvoldoende
tijd besparen.
De Afdeling merkt ook op dat de tijdswinst moet opwegen tegen de mogelijke nadelige
gevolgen van het volgen van de reguliere wijze van bekendmaking. Ik erken dat het
voordeel van de tijdswinst het afwijken van de reguliere wijze van bekendmaking moet
rechtvaardigen. In paragraaf 2.1 van de toelichting is daarom aangegeven dat maatregelen
soms nog dezelfde dag moeten worden genomen om het risico op verspreiding van plaagorganismen
tegen te gaan. Een ziekteorganisme kan zich namelijk zeer snel verspreiden en daardoor
snel tot grote schade leiden.
De Afdeling adviseert de toelichting op voorgaande punten aan te vullen om de afwijking
van de reguliere procedure omtrent bekendmaking en inwerkingtreding van ministeriële
regelingen ter bestrijding van plaagorganismen beter te motiveren.
Zoals hierboven beschreven zijn paragrafen 2.1 en 2.2 van de memorie toelichting aangevuld
naar aanleiding van de opmerkingen van de Afdeling.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een opmerking bij het voorstel
en adviseert daarmee rekening te houden voordat het voorstel bij de Tweede Kamer der
Staten-Generaal wordt ingediend.
De opmerking die de Afdeling heeft doorgegeven is wetstechnisch van aard. Deze opmerking
is verwerkt in artikel I, onderdelen A en B van het wetsvoorstel.
De Vice-President van de Raad van State,
Th.C. de Graaf
3. Ambsthalve wijzigingen
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om een wetstechnische aanpassing te doen in
artikel I, onderdeel A, van het wetsvoorstel door een overbodig gebleken definitie
te schrappen.
Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde
memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J.F. Rummenie
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Th.C. de Graaf, vicepresident van de Raad van State -
Mede ondertekenaar
J.F. Rummenie, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.