Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van der Plas over de algemene maatregel van bestuur Wet veilige jaarwisseling
Vragen van het lid Van der Plas (BBB) aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over de algemene maatregel van bestuur Wet veilige jaarwisseling (ingezonden 6 februari 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Aartsen (Infrastructuur en Waterstaat), mede namens
de Minister van Justitie en Veiligheid (ontvangen 20 februari 2026).
Vraag 1
Kunt u toelichten waarom in de algemene maatregel van bestuur (AMvB) is gekozen voor
een verplichte inschrijving in het Handelsregister, terwijl het amendement Bikker
expliciet beoogde een laagdrempelig alternatief te bieden voor burgerinitiatieven
die niet noodzakelijkerwijs in een formele rechtsvorm opereren?1
Antwoord 1
Er is gekozen voor een verplichte inschrijving bij de Kamer van Koophandel, omdat
het wenselijk is om te borgen dat een ontheffinghouder een rechtspersoon is die aansprakelijk
kan worden gesteld voor schade of letsel veroorzaakt in het kader van de verleende
ontheffing. Er worden geen eisen gesteld aan het type vereniging of stichting. Daarmee
is deze voorwaarde zo laagdrempelig mogelijk vormgegeven.
Vraag 2
Op welke wijze is getoetst of deze eis verenigbaar is met de intentie van het amendement?
Antwoord 2
Indieners van het amendement Bikkers c.s. geven in de toelichting aan dat het ook
voor anderen dan personen met gespecialiseerde kennis mogelijk moet zijn om consumentenvuurwerk
te mogen afsteken. Indieners wilden het onder voorwaarden mogelijk maken voor georganiseerde
groepen burgers om zich tot de gemeente te wenden om tijdens de jaarwisseling op een
verantwoorde en veilige manier voor hun gemeenschap vuurwerk af te steken op een daartoe
aangewezen plek. Daarbij wezen de indieners bijvoorbeeld op dorps- of buurtverenigingen
die op een centrale plek in het dorp of in de wijk vuurwerk organiseert. Bovenstaande
is met de uitwerking in het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling mogelijk gemaakt.
Vraag 3
Waarom is bepaald dat een vereniging uitsluitend een ontheffing kan aanvragen in de
gemeente waarin zij volgens de Kamer van Koophandel (KvK) is ingeschreven?
Antwoord 3
In de internetconsultatieversie van het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling was een
vestigingsplaatsvereiste opgenomen, maar deze eis is geschrapt om ook het aanvragen
van een ontheffing in bijvoorbeeld buurgemeenten mogelijk te maken.
Vraag 4
Hoe wordt omgegaan met lokale initiatieven binnen grotere gemeenten met meerdere kernen
of wijken, waar de feitelijke activiteiten niet samenvallen met de formele vestigingsplaats?
Antwoord 4
In de internetconsultatieversie van het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling was een
vestigingsplaatsvereiste opgenomen, maar deze eis is geschrapt om ook het aanvragen
van een ontheffing in bijvoorbeeld buurgemeenten mogelijk te maken.
Vraag 5
Zijn minder beperkende alternatieven onderzocht om identiteit en verantwoordelijkheid
te borgen, zoals gemeentelijke registratie, aanwijzing van een verantwoordelijke persoon
of een door de gemeente erkende contactstructuur? Zo ja, waarom zijn deze niet overgenomen?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Met de uitwerking van de huidige ontheffingsmogelijkheid is aangesloten bij de bestaande
structuren van verenigingen en stichtingen. Het is wenselijk dat duidelijk is wie
aangesproken kan worden bij letsel of schade. Dat wordt op deze manier het beste geborgd.
Vraag 6
Kant u toelichten hoe u de passage uit het amendement Bikker heeft geïnterpreteerd
waarin wordt gevraagd om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de bestaande regels voor
particulieren?
Antwoord 6
Omdat de situatie niet meer vergelijkbaar is met de situatie zonder landelijk vuurwerkverbod,
is het niet mogelijk om alle bestaande regels voor particulieren een-op-een over te
nemen. Er is immers een brede meerderheid binnen zowel de Eerste als Tweede Kamer
voor een landelijk vuurwerkverbod voor consumenten, met een ontheffingsmogelijkheid
voor groepen burgers. Daarmee is het mogelijk voor gemeenten om groepen burgers de
kans te geven om samen het nieuwe jaar in te luiden met vuurwerk. Hierbij is het noodzakelijk
geacht om een aantal voorwaarden en voorschriften vast te stellen met het oog op het
waarborgen van de veiligheid.
Wel is bijvoorbeeld aangesloten bij het type vuurwerk dat nu is toegestaan op basis
van de Regeling aanwijzing consumentenvuurwerk, en is voor de ontbranders de huidige
leeftijdsgrens gehanteerd. In de huidige regelgeving is er een maximum van 25 kg vuurwerk
per persoon toegestaan. Omdat er op een afsteeklocatie maximaal 200 kg vuurwerk neergelegd
mag worden, is ervoor gekozen om het mogelijk te maken maximaal acht ontbranders aan
te wijzen. Daarmee is getracht een balans te vinden waarin zowel de veiligheid van
ontbranders en omstanders wordt geborgd, en daarnaast ook wordt gezorgd voor een uitvoerbare
regeling.
Vraag 7
Waarom is in de AMvB gekozen voor een systematiek die sterk leunt op professionele
ontbrandingsregels?
Antwoord 7
Gekozen is om, daar waar mogelijk, aan te sluiten bij reeds geldende eisen in huidige
wet- en regelgeving. Professionele toepassers maken in de praktijk bij hun evenementen
veelal gebruik van consumentenvuurwerk. Hiervoor moeten zij aan diverse eisen voldoen.
Daarom is ervoor gekozen om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de regels voor professionele
toepassers wanneer zij consumentenvuurwerk afsteken.
Vraag 8
Op welke punten is bewust afgeweken van het particuliere regime, en welke beleidsmatige
noodzaak lag daaraan ten grondslag?
Antwoord 8
Het landelijk vuurwerkverbod stelt dat particulieren geen vuurwerk meer mogen bezitten,
kopen of afsteken. Hiermee zijn de regels van het particuliere regime niet meer van
toepassing. Bij het invullen van de ontheffingsmogelijkheid is voor het waarborgen
van de veiligheid zowel gekeken naar de oorspronkelijke regels van het particuliere
regime als naar de regels van professionele toepassers. Zie hiervoor ook de antwoorden
op vraag 6 en 7.
Vraag 9
Is een vergelijking gemaakt tussen het particuliere en het professionele regime op
het gebied van risico’s, uitvoeringslasten en handhaafbaarheid? Zo ja, kan deze analyse
met de Kamer worden gedeeld?
Antwoord 9
Er is gekeken naar alle regels die gelden voor professionele ontbrandingen wanneer
zij uitsluitend consumentenvuurwerk tot ontbranding brengen. Daar waar opportuun is
geacht, is daarbij aangesloten. Bij de afweging welke eisen over zijn genomen, hebben
o.a. veiligheid, handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid voor verenigingen en stichtingen
een rol gespeeld.
Vraag 10
Waarom is gekozen voor een uniforme set zware eisen voor alle initiatieven, ongeacht
schaal en hoeveelheid vuurwerk?
Antwoord 10
Er is voor gekozen om uit te gaan van één generieke set aan minimale voorwaarden en
voorschriften die een burgemeester in acht dient te nemen bij het verlenen van een
ontheffing.
Vraag 11
Is een gedifferentieerd model overwogen, bijvoorbeeld met lichtere eisen voor kleinschalige
burgerinitiatieven en zwaardere eisen voor grotere evenementen?
Antwoord 11
De ontheffingsmogelijkheid moest een kleinschalig burgerinitiatief mogelijk maken.
Dit is met de huidige invulling mogelijk. Grotere evenementen kunnen georganiseerd
worden door professionele toepassers.
Vraag 12
Zo ja, waarom is dit niet uitgewerkt? Zo nee, waarom is deze optie niet onderzocht?
Antwoord 12
In het kader van de uitwerking van de ontheffingsbevoegdheid zijn meerdere opties
overwogen. De verschillende scenario’s zijn beschreven in het Beleidskompas, die ook
gepubliceerd is tijdens de internetconsultatie.2 Gelet op de lokale bevoegdheidsverdeling, dan wel de doelstelling van de wet, en
om redenen van handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en veiligheid, is voor deze alternatieve
scenario’s niet gekozen.
Vraag 13
Waarom acht u een volledig veiligheidsplan en situatietekening noodzakelijk voor álle
aanvragen, inclusief kleinschalige initiatieven?
Antwoord 13
Een veiligheidsplan en situatietekening zijn nodig voor een burgemeester om te kunnen
beoordelen of het tot ontbranding brengen van maximaal 200 kilo consumentenvuurwerk
op een bepaalde locatie verantwoord is.
Vraag 14
Welke proportionaliteitsafweging is hierbij gemaakt?
Antwoord 14
Een belangrijk uitgangspunt bij het opstellen van het Ontwerpbesluit is het geven
van ruimte aan lokale afwegingen waarbij oog is voor de lokale situatie. Daarom is
ervoor gekozen om zo veel mogelijk ruimte te laten om op lokaal niveau afwegingen
te maken over hoe een ontheffing het beste kan worden vormgegeven. Burgemeesters hebben
kennis over hun gemeente en inwoners en kunnen daarom, samen met onder andere de lokale
driehoek en de veiligheidsregio, bezien wat wenselijk en mogelijk is binnen hun gemeente.
Daarnaast is een belangrijk uitgangspunt het vertrouwen in verenigingen en stichtingen.
Met het oog hierop is terughoudend omgegaan met het stellen van regels en vereisten
op landelijk niveau, om onnodige belemmeringen en regeldruk voor stichtingen en verenigingen
te voorkomen. Wel zijn bepaalde minimale veiligheidsvoorschriften van belang om de
veiligheid van ontbranders, supervisors, publiek en omwonenden te borgen. Eén daarvan
is het verplicht indienen van een veiligheidsplan en een situatietekening. Een veiligheidsplan
en situatietekening zijn nodig voor een burgemeester om te kunnen beoordelen of het
tot ontbranding brengen van maximaal 200 kilo consumentenvuurwerk op een bepaalde
locatie verantwoord is.
Vraag 15
Zijn vereenvoudigde veiligheidsprofielen of standaardformats overwogen?
Antwoord 15
Onder regie van de VNG wordt een handreiking opgesteld. In deze handreiking zullen
diverse aspecten aan bod komen zoals het in te richten proces voor het tijdig behandelen
van ontheffingsaanvragen. Modelontheffingen en formats worden hierin ook overwogen.
Vanuit het Rijk wordt ondersteuning geboden bij het opstellen van de handreiking.
Vraag 16
Waarom zijn eventuele modeldocumenten of sjablonen niet wettelijk verankerd om de
administratieve last te beperken?
Antwoord 16
Door de VNG wordt, met input vanuit het Rijk, gewerkt aan een handreiking, inclusief
bijvoorbeeld modelontheffingen. Het ligt niet in de rede om deze documenten wettelijk
te verankeren. Het is op deze manier ook gemakkelijker deze documenten aan te passen,
mocht dat nodig zijn. Bijvoorbeeld naar aanleiding van opgedane ervaringen en best practices in gemeenten.
Vraag 17
Waarom is gekozen voor aansluiting bij de professionele grens van 200 kilogram binnen
een regeling die bedoeld is voor burgerinitiatieven?
Antwoord 17
Nu kan bij het tot ontbranding brengen van 200 kilogram consumentenvuurwerk worden
volstaan met een ontbrandingsmelding bij het bevoegde gezag (de provincie); daarboven
is een ontbrandingstoestemming vereist. Ook valt deze maximumhoeveelheid binnen de
geldende vrijstellingen in het kader van het vervoer van gevaarlijke stoffen. Nu de
hoeveelheid en het type vuurwerk dat wordt toegestaan met de ontheffing vergelijkbaar
is, ligt het ook voor de hand zoveel mogelijk bij deze regels aan te sluiten.
Vraag 18
Hoe verhoudt deze grens zich tot de doelstelling van het amendement Bikker, dat juist
een alternatief voor particulier vuurwerkgebruik beoogde?
Antwoord 18
Naar de mening van het kabinet biedt 200 kilogram consumentenvuurwerk voldoende mogelijkheden
voor het afsteken van consumentenvuurwerk door verenigingen en stichtingen. De grens
van 200 kilogram consumentenvuurwerk is in de regelgeving ook nu al relevant bij professionele
vuurwerkshows wanneer zij uitsluitend consumentenvuurwerk tot ontbranding brengen.
Zie ook het antwoord op vraag 17.
Vraag 19
Is onderzocht of deze grens in de praktijk functioneel en realistisch is, gelet op
het feit dat een enkele compounddoos al tien tot twintig kilogram kan wegen?
Antwoord 19
Zie het antwoord op vraag 18.
Vraag 20
Welke ondersteuning biedt u aan gemeenten om aanvragen consistent, tijdig en uitvoerbaar
te beoordelen?
Antwoord 20
Onder regie van de VNG wordt een handreiking opgesteld. In deze handreiking zullen
diverse aspecten aan bod komen zoals het in te richten proces voor het tijdig behandelen
van ontheffingsaanvragen en modeldocumenten. Vanuit het Rijk wordt ondersteuning geboden
bij het opstellen van de handreiking.
Vraag 21
Is onderzocht wat de verwachte uitvoeringslast is voor gemeenten en hoe deze zich
verhoudt tot de beschikbare capaciteit?
Antwoord 21
De VNG heeft aangegeven in haar uitvoeringstoets dat op dit moment nog geen volledig
beeld bestaat van de gemeentelijke uitvoeringskosten en de wijze waarop deze kosten
financieel kunnen worden gedekt. Daarbij wijst de VNG erop dat het verlenen van ontheffingen
voor het afsteken van F2-vuurwerk tijdens de jaarwisseling, evenals het toezicht en
de handhaving daarop, een nieuwe bevoegdheid betreft voor burgemeesters en gemeenten.
Volgens de VNG zullen de gemoeide kosten van de nieuwe bevoegdheid voor burgemeesters
en gemeenten mede afhankelijk zijn van de mate waarin gebruik wordt gemaakt van de
ontheffingsmogelijkheid en van de wijze waarop gemeenten hier in hun lokale beleid
invulling aan geven.
Vraag 22
Waarom zijn geen landelijke minimumnormen of toetsingskaders opgenomen, terwijl de
beslissingsbevoegdheid volledig bij de burgemeester ligt?
Antwoord 22
Om de veiligheid van de opslag, het vervoer, de verkoop en het afsteken van vuurwerk
te waarborgen voor ontbranders, supervisors, omstanders en omwonenden is in het Ontwerpbesluit
een aantal voorwaarden en voorschriften vastgesteld. Hiermee wordt tegemoetgekomen
aan de brede wens vanuit gemeenten om waar dat kan veiligheidsvereisten nationaal
vast te leggen.
Vraag 23
Hoe wordt voorkomen dat de toekenning van ontheffingen afhankelijk wordt van de persoonlijke
of politieke opvattingen van individuele burgemeesters?
Antwoord 23
De bevoegdheid om een ontheffing te verlenen is bij amendement Bikker c.s. bij de
burgemeester belegd. De burgemeester kan zelf beslissen of zij van die bevoegdheid
gebruik wenst te maken. Daarmee kan rekening worden gehouden met de lokale situatie,
desgewenst in overleg met de lokale driehoek. Naar verwachting zullen burgemeesters
hierover in gesprek gaan met de gemeenteraad.
Vraag 24
Is het risico op ongelijke behandeling tussen gemeenten expliciet meegewogen?
Antwoord 24
Als gevolg van het amendement Bikker c.s. kan een burgemeester op grond van de Wet
veilige jaarwisseling een ontheffing verlenen, maar zij hoeft dat niet te doen. Zij
kan daartoe zelf beleid opstellen al dan niet in een beleidsregel. Verschillen in
beleid tussen gemeenten leiden op zichzelf niet tot ongelijke behandeling tussen gemeenten.
Sterker nog, met de ontheffingsbevoegdheid voor burgemeesters is juist beoogd dat
afhankelijk van lokale omstandigheden verschillen in beleid tussen gemeenten kunnen
ontstaan. Wel zijn, in lijn met de wens van gemeenten, veel veiligheidsvoorschriften
nationaal vastgelegd in het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling.
Vraag 25
Hoe heeft u beoordeeld dat de opslag-, uitleverings- en terugnameverplichtingen uitvoerbaar
zijn voor burgerinitiatieven zonder professionele infrastructuur?
Antwoord 25
Voor verenigingen en stichtingen is het een nieuwe situatie dat vuurwerk terug dient
te worden gebracht aan het verkooppunt of te worden opgehaald. Het gaat daarbij enkel
om de situatie waarin vuurwerk, bijvoorbeeld door weersomstandigheden, niet kon worden
afgestoken. Deze verplichting is noodzakelijk omdat het gedurende het jaar met het
oog op de veiligheid, niet toegestaan is voor verenigingen en stichtingen om vuurwerk
in bezit te hebben en op te slaan. Naar aanleiding van signalen uit de internetconsultatie
is de teruglevertermijn verruimd naar 18.00 op 1 januari. Het kabinet is daarmee van
mening dat de verplichtingen uit de regeling voldoende uitvoerbaar zijn.
Vraag 26
Op welke wijze is rekening gehouden met de gevolgen voor erkende verkooppunten, gelet
op de zeer beperkte uitleverperiode en de verplichting tot terugname op 1 januari?
Antwoord 26
Tijdens de internetconsultatie heeft de vuurwerkbranche op deze punten gereageerd.
In sommige gevallen heeft dit geleid tot een wijziging zoals het verlengen van het
teruglevertermijn. Daarnaast heeft de branche voorgesteld om het vervoer collectief
te laten uitvoeren door gecertificeerde vervoerders of door een verkooppunt. Het kabinet
waardeert deze suggesties en laat het aan de markt over om dit verder uit te werken.
Het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling biedt hiervoor ruimte.
Vraag 27
Is met de vuurwerksector gesproken over de financiële haalbaarheid van deze verplichtingen,
gezien de vaste kosten voor opslag, beveiliging en vergunningen?
Antwoord 27
Met de inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling wordt al het F2-vuurwerk
voor consumenten verboden. Dit heeft directe gevolgen voor vuurwerkimporteurs en detailhandelaren
(vuurwerkverkooppunten). Dit type vuurwerk mag immers niet meer aan consumenten worden
verkocht, tenzij aan de koper door de burgemeester een ontheffing is verleend. De
uitwerking van een nadeelcompensatieregeling voor importeurs en detailhandelaren is
onderdeel van een separaat traject.
Vraag 28
Welke alternatieven zijn overwogen om deze logistieke lasten beter in balans te brengen?
Antwoord 28
Zoals bij vraag 26 is aangegeven heeft de vuurwerkbranche voorstellen gedaan en deze
zijn op een aantal punten overgenomen. Het kabinet waardeert deze suggesties en laat
het aan de markt over om dit verder uit te werken.
Vraag 29
Welke marktanalyse is uitgevoerd om vast te stellen dat aansprakelijkheidsverzekeringen
beschikbaar en betaalbaar zijn voor kleine verenigingen en vrijwilligersgroepen?
Antwoord 29
In het kader van de uitwerking van het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling is gesproken
met het Verbond van Verzekeraars en enkele individuele verzekeraars. Het Verbond van
Verzekeraars heeft ook gereageerd op de internetconsultatie. Het is volgens het Verbond
van Verzekeraars belangrijk voor een vereniging of stichting die een ontheffing aanvraagt,
om na te gaan of de eigen (huidige) aansprakelijkheidsverzekering adequate dekking
biedt voor afsteken of laten afsteken van vuurwerk. Hierbij is het verstandig om ook
te kijken of en welke specifieke (aanvullende) voorwaarden de verzekeraar hierbij
stelt. Het Verbond van Verzekeraars geeft aan dat een adviseur daarbij kan helpen.
Als de rechtspersoon (nog) geen aansprakelijkheidsverzekering heeft die dekking biedt,
zou volgens het Verbond een tijdelijke evenementenverzekering met dekking voor aansprakelijkheid
een alternatief kunnen zijn. Op basis van een gedegen landelijk uniform veiligheidspakket
kunnen verzekeraars de risico’s inschatten en de verzekerbaarheid van het afsteken
van vuurwerk in het kader van een ontheffing. Meestal zal dit op ad hoc en individuele
basis plaatsvinden. Het is aan de verzekeraars zelf of zij bijvoorbeeld willen voorzien
in collectieve verzekeringsmogelijkheden.
Vraag 30
Hoe is beoordeeld of deze verzekeringsplicht de toegankelijkheid van de regeling beperkt?
Antwoord 30
Het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling stelt geen vereisten rondom het al dan niet
verplicht afsluiten van een aansprakelijkheidsverzekering.
Vraag 31
Is onderzocht of de regeling leidt tot sociale uitsluiting van inwoners die geen lid
zijn van verenigingen of de bijkomende kosten niet kunnen dragen?
Antwoord 31
Het is niet onderzocht of de regeling kan leiden tot sociale uitsluiting van inwoners
die geen lid zijn van een vereniging. Daarbij geldt dat het in veel gevallen naar
verwachting mogelijk zal zijn om het vuurwerk ook zonder lidmaatschap, bijvoorbeeld
op enige afstand, te aanschouwen.
Vraag 32
Zijn alternatieven overwogen, zoals gemeentelijke vrijwilligersverzekeringen of een
landelijke standaarddekking? Zo ja, waarom zijn deze niet overgenomen?
Antwoord 32
Het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling stelt geen vereisten rondom het al dan niet
verplicht afsluiten van een aansprakelijkheidsverzekering. Het wordt aan de burgemeester
overgelaten of hij dit alsnog wenst te verplichten. Het is aan verzekeraars zelf of
zij bijvoorbeeld willen voorzien in een specifieke verzekering; naar verwachting zal
dit in de regel op individuele basis plaatsvinden. Zie ook het antwoord op vraag 29.
Vraag 33
Hoe wordt voorkomen dat initiatiefnemers te maken krijgen met stapeling van verplichtingen
door samenloop van de AMvB en gemeentelijke APV-regels (Algemene Plaatselijke Verordening)?
Antwoord 33
Enige stapeling van verplichtingen is niet geheel te voorkomen. Of een evenementenvergunning
vereist is, is afhankelijk van de regels die daarover zijn gesteld door de gemeente
in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). In het Vuurwerkbesluit kunnen hierover
geen andere of aanvullende regels worden gesteld.
Vraag 34
Wordt overwogen om deze samenloop expliciet te reguleren om dubbele lasten te voorkomen?
Antwoord 34
Een gemeente kan ervoor kiezen om de aanvragen samen te voegen of te koppelen. Dat
is echter aan de gemeente. Dit wordt niet verplicht gesteld in het Ontwerpbesluit
veilige jaarwisseling. Wel zal hierover in gesprek worden gegaan met de VNG.
Vraag 35
Welke analyse is uitgevoerd naar de naleefbaarheid van de regeling door burgerinitiatieven?
Antwoord 35
In het kader van de uitwerking van het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling zijn diverse
gesprekken gevoerd om inbreng op te halen bij een brede vertegenwoordiging van organisaties,
zoals de politie, het Openbaar Ministerie (OM), de Inspectie Leefomgeving en Transport
(ILT), gemeenten, de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), het Genootschap van Burgemeesters
(NGB), omgevingsdiensten, de brandweer, verzekeraars, (koepels van) sport- en wijkverenigingen,
en de vuurwerkbranche. Daarbij is getracht zo breed mogelijk input op te halen ten
aanzien van het borgen van de veiligheid, de uitvoerbaarheid voor burgemeesters, de
handhaafbaarheid, en ook de werkbaarheid voor verenigingen, stichtingen, en bedrijven.
De naleving van het vuurwerkverbod zelf is ook in het handhavingsplan3 van het Ministerie van JenV uiteengezet.
Vraag 36
Is onderzocht of de zwaarte en complexiteit van de eisen kan leiden tot ontmoediging
of verschuiving naar niet-gereguleerde activiteiten?
Antwoord 36
Het kabinet is van mening dat met de huidige uitwerking adequate minimale veiligheidsvoorschriften
worden vastgesteld, waarbij daarnaast uit wordt gegaan van vertrouwen in verenigingen
en stichtingen. Naar de mening van het kabinet zijn de gestelde voorwaarden en voorschriften
daarmee noodzakelijk, en niet onnodig zwaar of complex.
Vraag 37
Hoe wordt de handhaving ingericht en hoe wordt voorkomen dat gemeenten en politie
geconfronteerd worden met disproportionele handhavingsdruk?
Antwoord 37
De inrichting van de handhaving en inzet van boa's en de politie rondom de jaarwisseling
betreft een lokale afweging. Deze wordt afgestemd binnen de lokale driehoek, zodat
rekening kan worden gehouden met de specifieke omstandigheden en prioriteiten binnen
de gemeente. Ter voorbereiding op de aankomende jaarwisseling, waarbij een algeheel
vuurwerkverbod voor consumenten geldt met een mogelijkheid tot het verlenen van ontheffingen,
stelt de VNG een handreiking op. Hiermee worden gemeenten ondersteund om zich zo goed
mogelijk voor te bereiden op zowel de uitvoering als handhaving van het verbod en
de ontheffingsregeling. Daarnaast wordt de inzet van boa's bij de handhaving van de
ontheffingsmogelijkheid nader verkend. Tot slot betreft de ontheffingsmogelijkheid
een «kan» bepaling. Met het oog op de handhaafbaarheid kan een burgemeester er daarom
voor kiezen om geen of slechts een beperkt aantal ontheffingen te verlenen.
Vraag 38
Welke communicatiestrategie wordt ingezet om burgers en verenigingen tijdig en begrijpelijk
te informeren over deze nieuwe regeling?
Antwoord 38
Op dit moment werken de Ministeries van IenW en JenV aan een communicatieaanpak. In
deze aanpak wordt onderscheid gemaakt in verschillende fasen te weten 1) vanaf heden
tot de inwerkingtreding van het landelijk vuurwerkverbod, 2) het landelijk vuurwerkverbod
is van kracht, 3) periode tot aan de jaarwisseling 2026–2027 en de volgende jaarwisselingen.
Per fase worden doelgroepen, doelstellingen, boodschap, kanalen, middelen en een tijdlijn
opgenomen. Fase 1 betreft de communicatie rond de verschillende mijlpijlen tot aan
de inwerkingtreding van het landelijk vuurwerkverbod. De eerste communicatieboodschappen
zullen vanaf mei/juni gepubliceerd worden.
Vraag 39
Worden uniforme aanvraagformulieren, modelbesluiten of landelijke richtlijnen ontwikkeld
om rechtszekerheid en voorspelbaarheid te waarborgen?
Antwoord 39
Onder regie van de VNG wordt een handreiking opgesteld. In deze handreiking zullen
diverse aspecten aan bod komen zoals het in te richten proces voor het tijdig behandelen
van ontheffingsaanvragen. Het opnemen van een voorbeeld voor een aanvraagformulier
of een ontheffing behoren tot de mogelijkheden. Vanuit het Rijk wordt ondersteuning
aangeboden bij het opstellen van de handreiking.
Vraag 40
Welke concrete evaluatiecriteria hanteert u om te beoordelen of de regeling het beoogde
doel bereikt?
Antwoord 40
In het Ontwerpbesluit is opgenomen dat de Wet veilige jaarwisseling in samenhang met
de uitwerking van de ontheffingsmogelijkheid drie jaar na inwerkingtreding geëvalueerd
zal worden. Hoe deze evaluatie er uit moet gaan zien dient nog nader uitgewerkt te
worden. Daarover wordt de Kamer medio 2026 nader geïnformeerd, zoals toegezegd aan
de Eerste Kamer (Kamerstuk 35 386, J).
Vraag 41
Wordt gemonitord hoeveel aanvragen worden ingediend, toegewezen en afgewezen, en wat
de belangrijkste knelpunten zijn?
Antwoord 41
Dit is geen verplichting op grond van de Wet veilige jaarwisseling en het Ontwerpbesluit
veilige jaarwisseling. In het kader van het bepalen van de uitvoeringscapaciteit en
prioritering van werkzaamheden ligt het wel voor de hand dat gemeenten dit registreren
en monitoren. Dit zal worden meegenomen in de uitwerking van de evaluatie, waarover
de Kamer medio 2026 wordt geïnformeerd.
Vraag 42
Bent u bereid de AMvB binnen afzienbare tijd te herzien indien blijkt dat de regeling
in de praktijk onvoldoende aansluit bij de intentie van het amendement Bikker?
Antwoord 42
Het is gebruikelijk dat wet- en regelgeving geëvalueerd wordt. De ontheffingsmogelijkheid
zal binnen drie jaar na inwerkingtreding worden geëvalueerd. Indien uit de evaluatie
naar voren komt dat de uitwerking niet leidt tot het gewenste resultaat, kan besloten
worden om het Vuurwerkbesluit te wijzigen.
Vraag 43
Waarom is het scenario waarin de burgemeester één of meerdere afsteeklocaties aanwijst
volledig buiten beschouwing gelaten?
Antwoord 43
Voorafgaand aan de uitwerking zijn diverse scenario’s bezien en alternatieven afgewogen,
zoals het scenario waarin een burgemeester een locatie aanwijst waarbij iedereen,
dan wel alle leden van een vereniging, vuurwerk mogen afsteken onder de huidige regels.
Tevens is bezien of het mogelijk is om bijvoorbeeld een maximumaantal ontheffingen
per gemeente vast te stellen. Voor deze scenario's is zo breed mogelijk input verzameld
ten aanzien van het borgen van de veiligheid, de uitvoerbaarheid voor burgemeesters,
de handhaafbaarheid, en de werkbaarheid voor verenigingen, stichtingen en bedrijven.
De verschillende scenario’s zijn beschreven in het Beleidskompas. Gelet op de lokale
bevoegdheidsverdeling, dan wel de doelstelling van de wet, en om redenen van handhaafbaarheid,
uitvoerbaarheid en veiligheid, is voor deze alternatieve scenario’s niet gekozen.
Vraag 44
Hoe weegt u het risico op toeloop en ordeverstoringen in dit scenario af tegen de
aanzienlijke drempels en uitvoeringsproblemen van de nu voorgestelde regeling?
Antwoord 44
Bij het enkel toewijzen van een afsteeklocatie door de burgemeester blijft het mogelijk
dat iedere particulier ouder dan 16 jaar consumentenvuurwerk mag afsteken. Hiermee
is de verwachting dat, gelet de ervaringen van afgelopen jaarwisselingen, de kans
op ordeverstoringen en letsel groter is dan in het scenario zoals nu is uitgewerkt
in het Ontwerpbesluit. Immers in de voorgestelde nieuwe situatie mag niemand, behalve
de door de ontheffinghouder aangewezen ontbranders, consumentenvuurwerk afsteken.
Vraag 45
Acht u het proportioneel dat dit alternatief is verworpen, terwijl ook de huidige
uitwerking mogelijk niet leidt tot het realiseren van de beoogde laagdrempeligheid?
Antwoord 45
Ja, gelet op de bezwaren, wordt het verwerpen van dit alternatief proportioneel geacht.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A.A. Aartsen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat -
Mede namens
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.