Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Stultiens over misbruik door turboliquidaties
Vragen van het lid Stultiens (GroenLinks-PvdA) aan de Staatssecretaris van Financiën en de Minister van Justitie en Veiligheid over misbruik door turboliquidaties (ingezonden 19 januari 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Rutte (Justitie en Veiligheid), mede namens de Staatssecretaris
van Financiën (ontvangen 20 februari 2026).
Vraag 11
1
Bent u bekend met de artikelen «Misbruik via de plof-bv: kinderlijk eenvoudig en niemand
krijgt er vat op», «Fiscus loopt in tien jaar ruim € 1,5 mrd mis door spoorloze ondernemers
en plof-bv’s»2 en «Fraude en turboliquidaties in Nederland»3?
Antwoord 1
Ja, hiermee ben ik bekend.
Vraag 2
Deelt u de analyse dat turboliquidaties in Nederland steeds vaker worden misbruikt
om tijd te kopen en verantwoordelijkheid te laten verdampen, waardoor schuldeisers
met lege handen achterblijven?
Antwoord 2
Ik deel deze analyse niet. Waar het jaarlijks aantal turboliquidaties in 2019–2021
circa 40.000 bedroeg en in 2022 zelfs bijna 50.000, is dit aantal in 2024 gedaald
tot een totaal van 33.000. Deze daling lijkt verband te houden met de inwerkingtreding
van de Tijdelijke wet transparantie turboliquidaties op 15 november 2023.4 Niet bekend is bij hoeveel turboliquidaties sprake is geweest van misbruik. Daarom
is ook niet vast te stellen of misbruik is toe- of afgenomen, hoewel uit de praktijk
bekend is dat misbruik plaatsvindt.
Vraag 3
Hoe komt het volgens u dat inmiddels bijna 80 procent van de ondernemingen, die worden
beëindigd, worden opgeheven via een turboliquidatie?
Antwoord 3
Niet kan worden gezegd dat 80% van de ondernemingen wordt beëindigd door de turboliquidatie.
Ten eerste bestaan ondernemingen in verschillende rechtsvormen: met rechtspersoonlijkheid
(zoals BV’s en stichtingen) of zonder rechtspersoonlijkheid (zoals eenmanszaken en
vof’s). De turboliquidatie kan uitsluitend worden toegepast op rechtspersonen. De
groep Nederlandse rechtspersonen is dus kleiner dan de groep Nederlandse ondernemingen.
Het WODC-rapport over de werking van de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie,
dat afgelopen zomer naar Uw Kamer is gestuurd, bevat een data-analyse hierover (hoofdstuk 6).
Hieruit volgt, dat de afgelopen vijf jaar tussen de 77% en 86% van alle bedrijfsbeëindigingen
van rechtspersonen door een turboliquidatie plaatsvindt. Op de vraag waarom zo’n groot
aantal bedrijfsbeëindigingen door de turboliquidatie plaatsvindt, is daarom geen eenduidig
antwoord te geven.
In het algemeen kan worden aangenomen dat de relatieve snelheid en eenvoud waarmee
de turboliquidatie kan worden toegepast een reden is waarom het instrument in de praktijk
graag wordt gebruikt. De keerzijde zijn de zorgen over misbruik van de regeling, met
name als er schulden achterblijven. Zoals vermeld in reactie op vraag 2, is bekend
dat de regeling wordt misbruikt, maar is de omvang van dit misbruik lastig vast te
stellen.
Vraag 4
Klopt de inschatting dat de Belastingdienst de afgelopen tien jaar naar schatting
1,5 miljard euro aan inkomsten is misgelopen door ondernemers die veelal spoorloos
verdwijnen na turboliquidaties? Waarom is er vanuit het kabinet niet veel meer actie
ondernomen om dit tegen te gaan?
Antwoord 4
De Belastingdienst herkent de inschatting van 1,5 miljard over de afgelopen tien jaar
aan misgelopen inkomsten niet.
In het (tussentijdse) onderzoeksrapport van 21 september 2021 van de Belastingdienst,
dat op 11 augustus 2025 door middel van een Woo-verzoek openbaar gemaakt is,5 zijn cijfers opgenomen met betrekking tot openstaande bedragen bij de Belastingdienst
ten tijde van bedrijfsbeëindigingen over de jaren 2016 tot en met 2019. Van de circa
1.9 miljard euro aan totale openstaande schuld, zag circa 525 miljoen op de turboliquidatie.
De omstandigheid dat een schuld openstaat betekent niet dat sprake is van misbruik
of fraude. Ook betekent dit niet dat de schuld bij een andere vorm van bedrijfsbeëindiging
wel was voldaan.
Dit betekent overigens niet dat er in het geheel geen maatregelen zijn getroffen.
Met de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie is de transparantie van de regeling
vergroot en de rechtsbescherming van schuldeisers verbeterd. Zo moet het bestuur van
de ontbonden rechtspersoon een financiële verantwoording opstellen en deponeren bij
het handelsregister. Bestuurders kunnen een bestuursverbod krijgen, onder meer als
zij niet aan de genoemde verantwoordingsverplichting hebben voldaan of doelbewust
één of meer schuldeisers aanmerkelijk hebben benadeeld. Van dergelijke benadeling
kan sprake zijn in gevallen van frauduleus handelen.6
Vraag 5
Kunt u de interne analyses van de Belastingdienst met de Kamer delen waaruit blijkt
dat ruim tweeduizend ondernemers hun bedrijf ophieven, terwijl zij nog voor enkele
honderden miljoenen euro’s aan panden, boten of ander bezit hadden?
Antwoord 5
Deze interne analyses maken onderdeel uit van een onderzoek dat op eigen initiatief
door de Belastingdienst is uitgevoerd. Het rapport bevat voornamelijk bevindingen
en aanbevelingen uit de (tussen)rapportage, die al in 2025 openbaar gemaakt is.7 De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is verantwoordelijk voor de wetgeving
op het gebied van turboliquidaties. De Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit,
Belastingdienst en Douane is verantwoordelijk voor de Belastingdienst en de gevolgen
die turboliquidaties hebben voor de taken op het gebeid van heffen en innen. Vanuit
die rol wordt het rapport van de Belastingdienst binnenkort ook met uw Kamer gedeeld
door de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane.
Vraag 6
Wat is er precies gebeurd met het onderzoek dat het ministerie in 2019 is gestart
naar de omvang van het misbruik van turboliquidaties? Waarom is dit nog niet voltooid
en wanneer kan de Kamer de onderzoeksresultaten verwachten?
Antwoord 6
Door een omissie is dit rapport eerder niet openbaar gemaakt. Zie verder graag het
antwoord op vraag 5.
Vraag 7
Klopt het dat misbruikers in Duitsland minder snel ongeschonden wegkomen, doordat
zij eerder persoonlijke aansprakelijkheid riskeren? Wat kunnen wij hier in Nederland
van leren? Zijn er andere landen die ook een «turboliquidatie»-procedure kennen, en
zo ja, hoe gaan die landen om met het in de bovengenoemde artikelen geschetste risico
op fraude en misbruik?
Antwoord 7
Duitsland kent een verplichting voor bestuurders om in geval van ernstige financiële
problemen het faillissement van de onderneming aan te vragen. Deze regel beoogt schuldeisers
te beschermen tegen benadeling, maar of dit ook wordt gezien als een effectieve prikkel
tegen misbruik is mij niet bekend. Een verplichting voor bestuurders om in geval van
ernstige financiële problemen het faillissement van de onderneming aan te vragen is
onderdeel van het recente richtlijnvoorstel tot harmonisering van het materiële insolventierecht
(een «duty to file»).8 Nederland was hier kritisch op, omdat het moeilijk is om te bepalen wanneer zo’n
verplichting geldt en zo’n plicht een aanzienlijk aansprakelijkheidsrisico in het
leven zou roepen voor goedwillende ondernemers. Bovendien zijn er in Nederland al
voldoende mogelijkheden om bestuurders aan te spreken indien zij op onrechtmatige
wijze schuldeisers benadelen.9 In de uiteindelijke versie van de richtlijn is een meer flexibele benadering opgenomen,
mede dankzij de Nederlandse inzet.10 Tijdens de implementatie van de richtlijn zal worden bezien op welke wijze aan de
nieuwe verplichtingen van de richtlijn gevolg en invulling zal worden gegeven. De
verwachting is dat de richtlijn in de loop van 2026 formeel in werking treedt, waarna
de implementatietermijn gaat lopen.
Mij is niet bekend in hoeverre instrumenten in andere landen voor eenvoudige bedrijfsbeëindigingen
overeenkomen met de turboliquidatie. Naar aanleiding van deze vraag zal ik mij hier
nader op gaan oriënteren. De uitkomsten van deze oriëntatie zal ik betrekken bij het
opstellen van de permanente regeling, die ik verwacht bij Uw Kamer in te dienen in
de eerste helft van 2027.
Vraag 8
Deelt u de analyse dat aanscherping van de wet onvermijdelijk is? Bijvoorbeeld voor
automatische signalering van herhaald gebruik of zwaardere aansprakelijkheid bij recidive
en sancties die echt afschrikken. Welke stappen gaat u zetten om misbruik tegen te
gaan?
Antwoord 8
De Staatssecretaris Rechtsbescherming heeft op 12 augustus 2025 een WODC-onderzoek
naar de vraag of en zo ja in hoeverre de doelen van de Tijdelijke wet transparantie
turboliquidatie in de praktijk worden gerealiseerd aan uw Kamer aangeboden.11 In de begeleidende brief heeft de Staatssecretaris toegelicht welke verbeteringsmogelijkheden
de onderzoekers signaleren en dat zij concluderen dat de Tijdelijke wet bij naleving
hiervan bijdraagt aan meer transparantie en in mindere mate aan het voorkomen van
misbruik.
In reactie op het onderzoek is de looptijd van de Tijdelijke wet verlengd tot 15 november
2027. De Staatssecretaris Rechtsbescherming heeft daarnaast een wetgevingstraject
aangekondigd om de voorzieningen uit de Tijdelijke wet permanent in te voeren. Bij
dit wetgevingstraject worden de bevindingen uit het onderzoeksrapport betrokken en
zal worden bezien welke aanpassingen van de regeling wenselijk zijn, ook in het licht
van het verrichte evaluatieonderzoek. Het gaat uiteindelijk om het vinden van een
juiste balans tussen het faciliteren van relatief laagdrempelige bedrijfsbeëindiging
en het aanbrengen van waarborgen om misbruik zoveel mogelijk te voorkomen. Het streven
is om Uw Kamer in het tweede kwartaal van dit jaar te voorzien van een nadere, inhoudelijke
beleidsreactie op het onderzoek.
Vraag 9
Hoe komt het volgens u dat informatie van de Kamer van Koophandel waar de Belastingdienst
van afhankelijk is vaak niet klopt, zoals het FD schrijft? Wat gaat u doen om te zorgen
dat deze informatie in de toekomst wel betrouwbaar is?
Antwoord 9
Het handelsregister is een registratie van de verplichte opgave van gegevens door
de daartoe bevoegde natuurlijke personen die bij een rechtspersoon betrokken zijn
(art. 19, lid 1 Handelsregisterwet 2007). Hierbij bestaat het risico dat gegevens
onjuist of verouderd zijn. De KvK stimuleert ondernemers daarom door middel van campagnes
om hun gegevens te controleren en actueel te houden. De KvK heeft verder de bevoegdheid
om een gegeven te onderzoeken (art. 34, lid 1 Handelsregisterwet 2007) en te beslissen
over wijziging van dat gegeven (art. 34, lid 2 Handelsregisterwet 2007). Voor bestuursorganen
geldt bovendien een terugmeldplicht richting de Kamer van Koophandel (KvK) bij gerede
twijfel over de juistheid van een authentiek gegeven in het handelsregister of het
ontbreken daarvan.
In de bijlage bij de Halfjaarbrief aanpak georganiseerde, ondermijnende criminaliteit
van 19 december 2025 heeft de Minister van Justitie en Veiligheid uw Kamer geïnformeerd
dat hij samen met het Ministerie van EZ kijkt naar de verschillende mogelijkheden
om de poortwachtersrol van de KvK te versterken.12 Daarnaast zal er vanuit het Ministerie van EZ op korte termijn een voorstel tot wijziging
van de Handelsregisterwet in consultatie gaan, waarin onder andere de mogelijkheid
voor de KvK tot het delen van signalen wordt vastgelegd. Ook wordt de wettelijke grondslag
voor de registratie en publicatie van de verschillende bestaande bestuursverboden
geharmoniseerd. Een bestuursverbod leidt altijd tot weigering van nieuwe inschrijvingen
voor de duur van het verbod.
Vraag 10
Onderschrijft u de conclusie van het WODC in haar onderzoek naar de werking van de
Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie voor rechtspersonen, namelijk dat effectievere
handhaving noodzakelijk is om misbruik te voorkomen? Zo ja, hoe gaat u de handhaving
verbeteren? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 10
Zie het antwoord op vraag 8.
Vraag 11
Bent u het eens met de in het FD aangehaalde experts die stellen dat het huidige budget
van de Belastingdienst om specifiek misbruik van turboliquidaties te onderzoeken een
fractie is van wat nodig is? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid dit budget
te verhogen?
Antwoord 11
Bij de invoering van de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie is de strafrechtelijke
handhaving van de verantwoordingsverplichting belegd bij het Bureau Economische Handhaving
van de Belastingdienst (BEH). Sinds 1 januari 2026 wordt deze taak uitgevoerd door
de nieuwe Dienst Financieel-Economische Integriteit (DFEI), onderdeel van het Ministerie
van Financiën. Vanwege de tijdelijke aard van de wet en de snelheid waarmee implementatie
werd verlangd, is voor de maatregelen en de handhaving ervan zoveel mogelijk aansluiting
gezocht bij de bestaande juridische kaders en de bestaande praktijk. Om die reden
is de handhaving van de verantwoordingsverplichting bij turboliquidatie ingepast in
de bestaande handhavingspraktijk voor jaarverslaggevingsverplichtingen. De geschatte
kosten van de tijdelijke handhavingstaak bij turboliquidatie, waar het budget op is
gebaseerd, moeten tegen deze achtergrond worden bezien. Zoals in de memorie van toelichting
bij de tijdelijke wet staat vermeld, werden deze geschat op ongeveer 60.000 euro incidenteel
voor aanpassing ICT en ongeveer 0,1 mln. euro per jaar voor tijdelijke personele versterking.
Deze kosten zijn voldaan uit het budget dat uit de COVID steun- en herstelpakketten
beschikbaar is gesteld voor de tijdelijke wet. Dit budget was naar zijn aard tijdelijk,
omdat de verwachte effecten van COVID-19 ook tijdelijk zijn. De duur van de wet, twee
jaar, was daaraan verbonden. Om de tijdelijke wet te kunnen verlengen per 15 november
2025, is financiering beschikbaar gevonden uit het COVID steun- en herstelpakketten
budget dat beschikbaar is gesteld voor de tijdelijke wet. Voor wat betreft de verlengde
duur van de tijdelijke wet tot 15 november 2027 zal het huidige budget en de huidige
capaciteit in het toezicht moeten voorzien. In het wetgevingstraject om de voorzieningen
uit de Tijdelijke wet permanent in te voeren, zal het budget voor de uitvoering van
deze wet worden betrokken. Het is niet wenselijk om hierop vooruit te lopen met een
verhoging van het budget.
Vraag 12
Waarom is het mogelijk voor een turboliquidatie te kiezen als er sprake is van schulden?
Is het wat u betreft een optie om turboliquidaties alleen nog mogelijk te maken voor
volledige lege rechtspersonen, dat wil zeggen zonder bezittingen én zonder schulden?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 12
De turboliquidatieregeling biedt ruimte aan bonafide ondernemers om betrekkelijk snel
en eenvoudig naar de beëindiging van hun onderneming toe te werken, door (voorafgaand
aan de ontbinding) alles van waarde te verkopen en met de opbrengst daarvan de schulden
zoveel mogelijk af te lossen. Als turboliquidatie uitsluitend zonder schulden mogelijk
zou zijn, dan zou dat meebrengen dat rechtspersonen met schulden altijd in faillissement
afgewikkeld moeten worden. Wanneer er niets van waarde te verdelen is, heeft een faillissement
niet altijd meerwaarde. Op grond van jurisprudentie moeten bestuurders van rechtspersonen
die (vrijwel) geen baten hebben, daarom de turboliquidatie toepassen als zij de rechtspersoon
willen beëindigen en niet een faillissementsaanvraag indienen. Meerwaarde is er bijvoorbeeld
wel als schuldeisers vermoeden dat er sprake is geweest van onrechtmatig of frauduleus
handelen van de bestuurders, als gevolg waarvan zij zijn benadeeld. De curator behartigt
de belangen van de gezamenlijke schuldeisers en is erop toegerust de informatie te
vergaren die nodig is om dergelijke vermoedens van onregelmatigheden nader te onderzoeken.
Zoals ik aangaf in het antwoord op vraag 8, zet ik voor de permanente regeling in
op het vinden van een goede balans tussen relatief laagdrempelige bedrijfsbeëindiging
en het aanbrengen van voldoende waarborgen om misbruik zoveel mogelijk te voorkomen.
Ik houd alle opties nog open om dat doel te bereiken.
Vraag 13
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden voorafgaand aan het commissiedebat Fiscaliteit?
Antwoord 13
Ja, we beantwoorden de vragen voor het genoemde commissiedebat. Voor de bevoegdheidsverdeling
op dit dossier verwijs ik u graag naar de beantwoording van vraag 5 en wijs ik verder
op het geplande commissiedebat Belastingdienst op 13 maart 2026, mocht u nog nadere
vragen willen stellen over de specifieke verantwoordelijkheid van de Belastingdienst
en de gevolgen die turboliquidaties hebben voor de taken op het gebied van heffen
en innen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
E.H.J. Heijnen, staatssecretaris van Financiën
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.