Schriftelijke vragen : De beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam ter zake een advocaat die verdacht wordt van deelname aan een criminele organisatie
Vragen van het lid Ellian (VVD) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam ter zake een advocaat die verdacht wordt van deelname aan een criminele organisatie (ingezonden 20 februari 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de beslissing van de Raad van Discipline van 19 januari 2026?1
Vraag 2
Hoe vaak is sinds de totstandkoming van artikel 60ab van de Advocatenwet een schorsing
uitgesproken en hoe vaak is een voorlopige voorziening toegewezen zoals is gebeurd
op 19 januari 2026?
Vraag 3
Wat vindt u ervan dat een advocaat tegen wie een verdenking van een zeer ernstig strafbaar
feit bestaat, namelijk deelname aan een criminele organisatie, werkzaamheden als advocaat
kan verrichten terwijl de strafzaak nog loopt?
Vraag 4
Wat vindt u ervan dat een advocaat die verdacht wordt van het doorgeven van boodschappen
vanuit de Extra Beveiligde Inrichting zijn werkzaamheden als advocaat weer kan hervatten
en dus ook gebruik kan maken van de bescherming die een advocaat geniet?
Vraag 5
Hoe kan een advocaat die verdacht wordt van een zeer ernstig strafbaar feit volgens
u voldoen aan alle kernwaarden die gelden voor de advocatuur?
Vraag 6
Kunt u toelichten of er op een andere manier wordt beslist op een verzoek tot opheffing
van een schorsing ex artikel 60ab van de Advocatenwet na de voorziene wijziging van
de Advocatenwet waarmee de Onafhankelijk Toezichthouder Advocatuur wordt geïntroduceerd?
Indieners
-
Gericht aan
A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid -
Indiener
Ulysse Ellian, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.