Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Pierik en Van der Plas over het artikel 'Mestmodel berekent stikstofuitspoeling met 100 procent onzekerheid' en de onderliggende rapporten bij dit artikel (KRW-restopgave Nutriënten in Gelderland en Oostzijde Utrechtse Heuvelrug, Schipper ea 2024 en Ruimtelijk allocatie van mesttoediening en ammoniakemissie, Kros ea 2019)
Vragen van de leden Pierik en Van der Plas (beiden BBB) aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het artikel «Mestmodel berekent stikstofuitspoeling met 100 procent onzekerheid» en de onderliggende rapporten bij dit artikel (KRW-restopgave Nutriënten in Gelderland en Oostzijde Utrechtse Heuvelrug, Schipper ea 2024 en Ruimtelijk allocatie van mesttoediening en ammoniakemissie, Kros ea 2019) (ingezonden 13 december 2024).
Antwoord van Minister Wiersma (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) (ontvangen
19 februari 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2024–2025, nr. 1010.
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Mestmodel berekent stikstofuitspoeling met 100 procent
onzekerheid»?1
Antwoord 1
Ja, hier ben ik mee bekend.
Allereerst wil ik het volgende opmerken. In het artikel en uw vragen wordt aandacht
besteed aan onzekerheden binnen het Initiator-model. Modellen zijn altijd een (zo
goed mogelijke) inschatting, waarbij het per definitie benaderingen zijn en geen exacte
weergaven van de werkelijkheid. Tegelijkertijd vormen modellen over het algemeen –
en ook in dit geval – de best beschikbare manier om inschattingen te maken. Ik juich
toe dat er een maatschappelijk debat plaatsvindt over de modellen die wij gebruiken
en dat er doorlopend kritisch naar wordt gekeken. Dat kan helpen bij het signaleren
en doorvoeren van verbeteringen. In die context lees ik ook uw vragen.
Vraag 2
Kent u het rapport Kaderrichtlijn Water (KRW)-restopgave Nutriënten in Gelderland
en Oostzijde Utrechtse Heuvelrug van Schipper en anderen uit 2024 en het rapport Ruimtelijk
allocatie van mesttoediening en ammoniakemissie van Kros en anderen uit 2019, waarnaar verwezen wordt in het artikel?
Antwoord 2
Ja, ik ben bekend met deze rapporten.
Vraag 3
Is het correct dat Initiator het Nationale Waterkwaliteitsmodel voedt met input?
Antwoord 3
Dat is correct. Het Landelijk Waterkwaliteitsmodel (LWKM) gebruikt de ruimtelijke
verdeling van dierlijke mest, kunstmest en overige organische meststoffen zoals berekend
met Initiator.
Vraag 4
Is het correct dat Initiator ook input levert voor Aerius?
Antwoord 4
Het is correct dat Initiator input levert aan AERIUS Calculator. Het RIVM monitort
de totale stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Initiator levert
input daarvoor bijvoorbeeld voor wat betreft de beweiding- en aanwendingsemissies.
Uiteindelijk wordt de totale stikstofdepositie gebruikt in AERIUS. Initiator zelf
wordt niet gebruikt bij het berekenen van de emissie en depositie voor een project
in AERIUS Calculator (ten behoeve van toestemmingverlening).
Vraag 5
Waar wordt Initiator nog meer voor gebruikt?
Antwoord 5
Het Initiator model kan voor uiteenlopende doeleinden worden benut (zie ook beantwoording
van de vragen 3 en 4). In essentie kan dit model worden benut voor het doorrekenen
van effecten van maatregelen op diverse milieueffecten. Zo zijn de gegevens van Initiator
gebruikt in het waterkwaliteitsonderzoek voor de evaluatie van de Meststoffenwet in
2024 (Kamerstuk 33 037, nr. 561). Daarnaast wordt het model bijvoorbeeld ook toegepast bij de stikstofmonitoring
(bijlage bij Kamerstuk 35 334, nr. 291).
Vraag 6
Onderschrijft u de bevindingen zoals deze in het artikel zijn neergezet? Zo nee, welke
bevindingen onderschrijft u niet en waarom?
Antwoord 6
In het artikel wordt gesteld dat de gebruikte modellen door onbetrouwbaarheid onvoldoende
onderbouwing kunnen bieden voor beleidskeuzes. Voor het maken van beleidskeuzes wordt
regelmatig advies gevraagd aan onafhankelijke wetenschappers, waaronder bijvoorbeeld
RIVM of Wageningen Environmental Research (WEnR). Het is aan de wetenschappers om
gebruik te maken van de best beschikbare en betrouwbare gegevens. Initiator is een
model dat, net als ieder ander model, onzekerheden bevat. Initiator is nu het beste
wetenschappelijke rekenmodel voor het leveren van informatie over de mestverdeling
aan het Landelijke Waterkwaliteitsmodel waarmee de verwachte uitspoeling van nutriënten
naar het water wordt berekend. Zoals in de rest van de beantwoording nader toegelicht
biedt Initiator de best beschikbare informatie, en kan deze daarmee worden gebruikt
bij het maken van beleidskeuzes.
Vraag 7, 8 en 9
Vindt u dat het model Initiator gebruikt kan worden om overbemesting in een gebied
te berekenen?
Worden deze uitkomsten omtrent berekende overbemesting ook met de Europese Commissie
gedeeld? Zo ja, worden de vele onzekerheden daarbij vermeld?
Bent u het eens met de stelling dat overbemesting overeenkomt met de suggestie van
mestfraude, daar het gedefinieerd wordt als bemesting boven de toegestane gebruikersnorm?
Antwoord 7, 8 en 9
Het primaire doel van Initiator is niet om overbemesting in een gebied te berekenen.
Aan de hand van de modelberekeningen van Initiator is het wel mogelijk om inzicht
te krijgen in de toewijzing van mest die volgens het model niet plaatsbaar is, dit
is de «berekende bemesting boven de gebruiksruimte». De reden hiervoor is dat het
prognoses zijn van verwachte effecten van huidig of nieuw (mest)beleid.
In mijn Kamerbrief over de evaluatie Meststoffenwet (Kamerstuk 33 037, nr. 561) heb ik toegelicht dat de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) in haar advies
«Analyse van de mestmarkt in Nederland over de periode 2018–2022» heeft aangegeven wat de onzekerheden zijn bij de «berekende bemesting boven de gebruiksruimte».
Het berekenen van de berekende bemesting boven de gebruiksruimte is een aanvullend
scenario in het CDM-advies, waarbij aan de hand van een berekening een inschatting
is gemaakt over de toekomstige nutriëntenbelasting van het water en dus de toekomstige
waterkwaliteit. In de berekening zitten echter factoren die onzeker zijn, bijvoorbeeld
weersinvloeden, deelname aan bovenwettelijke maatregelen en het niet wegvallen van
de berekende bemesting boven de gebruiksruimte (overbemesting). Dit betekent dat het
bij «berekende bemesting boven de gebruiksruimte» niet per definitie gaat om overtredingen
van mestregels, maar dat de berekende bemesting en mestplaatsing ook niet overeen
kunnen komen door andere variaties, bijvoorbeeld door aannames die worden gedaan in
het model. Ik ben het dan ook met u eens dat de overheid terughoudend moet zijn in
het (uitgaan van) overtredingen van mestregels bij te maken beleidskeuzes.
De berekeningen uit het Initiator model zijn door Wageningen Environmental Research
(WEnR) benut in de onderzoeken die ten grondslag liggen aan de Nitraatrapportage.
De belangrijkste resultaten in de Nitraatrapportage betreffen waterkwaliteitsmetingen
van het RIVM. In de Nitraatrapportage wordt niet ingegaan op de uitkomsten omtrent
de berekende bemesting boven de gebruiksruimte en de onzekerheden daaromtrent. De
Nitraatrapportage is gedeeld met de Europese Commissie.
Vraag 10
Bent u zich ervan bewust dat er per definitie een gat (stikstofgat) zit tussen berekende
mestproductie op basis van mestexcreties en gemeten afvoer van mest op basis van mestmonsters?
Antwoord 10
Ik ben mij ervan bewust dat er op bedrijfsniveau een verschil kan bestaan tussen de
hoeveelheid stikstof gemeten in de mest en de hoeveelheid stikstof in de mest zoals
berekend met de stikstofexcretieforfaits. Dit is ook de reden waarom een ondernemer
in het kader van vrije bewijsleer met bijvoorbeeld de BEX kan aantonen dat de stikstofexcretieforfaits
voor zijn bedrijfssituatie niet correct zijn en uit moet worden gegaan van de met
de BEX berekende excreties.
Per 1 januari 2025 zijn op basis van het in september 2024 uitgebrachte Advies van
de CDM «Correctiefactor voor de gasvormige stikstofverliezen bij melkvee»2 de netto excretieforfaits voor stikstof voor melkvee gewijzigd (Stcrt. 2024, 41564). In de gewijzigde netto excretieforfaits is rekening gehouden met een verhoogde
stikstofcorrectiefactor voor stikstofverliezen van 14% voor stalsystemen met drijfmest
en 39% voor stalsystemen met vaste mest. In dit advies is de hoeveelheid stikstof
die vanuit de mest in de stal en opslag verloren gaat berekend door de gegevens over
voeropname en voersamenstelling te combineren met gegevens over het stikstof- en fosfaatgehalte
in afgevoerde mest.
Daarnaast heb ik de Kamer meegedeeld dat het goed mogelijk lijkt om een protocol stikstofgat
te ontwikkelen (Kamerstukken II, 2024/25, 33 037, nr. 600).
Inmiddels is met inbreng van expertise van Wageningen University & Research een concept
opgesteld. Het concept is zodanig representatief, controleerbaar en verifieerbaar
van opzet dat het voldoende waarborgen lijkt te bieden om (1) aan te tonen dat er
sprake is van bedrijfsspecifiek stikstofverlies en (2) om de bedrijfsspecifieke stikstofproductie
te berekenen.
Ik heb de Commissie Deskundigen Meststoffenwet gevraagd een review uit te voeren op
het concept protocol stikstofgat. Ook ben ik voornemens om het concept protocol parallel
aan de review in de komende periode te bespreken met sectorpartijen. Ik verwacht dat
het protocol stikstofgat vervolgens in de zomer van volgend jaar kan worden vastgesteld
en daarna via RVO beschikbaar kan worden gesteld.
Na vaststelling kan het protocol stikstofgat onder voorwaarden gebruikt worden door
melkveehouders die een beroep willen doen op de vrije bewijsleer, maar alleen als
hulpmiddel. De belangrijkste voorwaarden hiervoor zijn:
– de beschikbaarheid van voldoende, representatieve mestanalyses van de onbewerkte,
eigen drijfmest die wordt aangewend of wordt afgevoerd; en
– het gebruik van de Handreiking BEX om de bedrijfsspecifieke excreties te berekenen.
Vraag 11 en 12
Wanneer wordt het model Initiator aangepast op de herziene gasvormige verliezen?
Welke invloed heeft de aanpassing op herziene gasvormige verliezen op de berekende
overbemesting zoals weergegeven in de kaartjes op bladzijde 34 van het rapport KRW-restopgave
Nutriënten in Gelderland en Oostzijde Utrechtse Heuvelrug?
Antwoord 11 en 12
Zowel voor NEMA als voor Initiator heeft de herziening van de (forfaitaire) correctiefactor
voor gasvormige stikstofverliezen geen effect. De excretie van stoffen door landbouwhuisdieren
worden in Initiator berekend met bedrijfsgegevens over dieraantallen, staltypes en
locatiegegevens uit het CBS/GIAB systeem en uit emissiefactoren voor verschillende
diercategorieën en stal- en mestopslagsystemen. Er wordt door RVO dus al gebruik gemaakt
van actuele gegevens. De aanpassing van de gasvormige stikstofverliezen heeft daarom
geen invloed op deze emissiefactoren en daarmee ook niet op de berekende bemesting
boven gebruiksruimte.
Vraag 13
Vindt u het correct dat in een rapport dat wordt gepubliceerd in 2024 een kaartje
wordt gebruikt dat overbemesting weergeeft (wat bemesting boven de toegestane norm
betekent) op basis van gegevens uit 2015?
Antwoord 13
In algemene zin ben ik het met u eens dat bij het trekken van conclusies op basis
van gegevens van meerdere jaren geleden, rekening gehouden dient te worden met het
feit dat die gegevens van meerdere jaren geleden zijn. Uiteraard gebeurt dat ook.
In het rapport KRW-restopgave nutriënten in Gelderland en oostzijde Utrechtse Heuvelrug is voor Referentiesituatie van 2014–2017 de restopgave voor de KRW afgeleid op basis
van metingen van concentraties van stikstof en fosfor in het oppervlaktewater.3 De berekende bemesting boven de gebruiksruimte zoals gepresenteerd in figuur 4.5
van dat rapport is relevant voor de gekozen referentiesituatie in die studie. Bovendien
is in die studie voor de berekening van de restopgave, het effect (de afname van de
af- en uitspoeling), meegenomen uitgaande van een prognose voor de toekomstige situatie
waar de overbemesting in 2030 geheel is verdwenen. In gebieden met hoge overbemesting
in 2015 en aanname dat deze in 2030 verdwijnt, wordt voor 2030 een grote afname berekend
van de af- en uitspoeling waardoor de restopgave kleiner is dan de opgave in de referentie.
Een keuze voor een meer recente reeks jaren als referentie zou vanwege een aantal
droge zomers tot een minder representatief beeld hebben geleid.
Vraag 14
Bent u zich ervan bewust dat veehouders (in ieder geval pluimveehouders) in 2015,
uit angst voor het innemen van productieruimte, vaak niet de gehouden dieren opgaven
op de gecombineerde opgave maar het maximaal toegestane aantal dieren?
Antwoord 14
Nee, ik heb geen signalen ontvangen dat veehouders in 2015 een onjuiste opgave hebben
gedaan van het aantal gehouden dieren op het bedrijf. In de gecombineerde opgave wordt
aan veehouders gevraagd om het aantal dieren op te geven dat zij op hun bedrijf houden
en niet het maximaal aantal dieren dat zij mogen en kunnen houden op hun bedrijf.
Door ondertekening van de
gecombineerde opgave verklaart de landbouwer dat de gegevens naar waarheid zijn ingevuld.
Vraag 15
Bent u zich ervan bewust dat dit leidt tot een te hoge berekende mestproductie?
Antwoord 15
Het onjuist doorgeven van het aantal dieren dat gehouden wordt op bedrijven kan leiden
tot een te hoog berekende mestproductie. Hierbij merk ik op dat voor de berekening
van de totale fosfaat- en stikstofexcretie in de mest ook de hoeveelheid mengvoer
en enkelvoudig voer (inclusief stikstof en fosfaat) die gebruikt is, van belang is.
Vraag 16 en 17
Bent u het eens met de stelling dat verwacht mag worden dat onderzoeksinstituten in
staat zijn om met meer recente gegevens te werken dan van negen jaar terug als het
gaat om nutriëntengebruik? Zo nee, waarom niet?
Bent u het eens met de stelling dat het Wageningen University and Research (WUR) is
aan te rekenen dat zij rapporten samenstellen met sterk verouderde gegevens? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 16 en 17
Ik vertrouw erop dat onderzoekers bij het doen van onderzoek en het opstellen van
rapporten gebruik maken van wetenschappelijk erkende en onderbouwde werkwijzen. Ik
vertrouw in deze op de deskundigheid van de onafhankelijke wetenschappers. En, zoals
aangegeven in het antwoord op vraag 6, kan het model daarom goed gebruikt worden ter
onderbouwing van beleidskeuzes.
Vraag 18 en 19
Waarom gebruikt uw ministerie een model om de uitspoeling van nutriënten te berekenen
dat een onzekerheid kent tot circa 100%?4
Is het model wel geschikt om mogelijke effecten van beleidsmaatregelen door te rekenen
als de onbetrouwbaarheid zo groot is? Zo ja, hoe worden die onzekerheden dan transparant
verwerkt?
Antwoord 18 en 19
Zie hiervoor het antwoord op vraag 6, 16 en 17.
Het door de wetenschappers gebruikte model is geschikt om mogelijke effecten van beleidsmaatregelen
door te rekenen. Ik ben niet bekend met de door u genoemde onzekerheid van 100%.
Vraag 20
Vindt u het geloofwaardig dat er in landbouwdeelgebieden in Nederland een gemiddelde
overbemesting zou zijn van zeker 1.000 kilogram stikstof per hectare?
Antwoord 20
Er wordt in geen enkel landbouwdeelgebied een gemiddelde bemesting boven de gebruiksruimte
van zeker 1.000 kilogram stikstof per hectare berekend. Met het Initiator-model worden
de mestgiften berekend voor zogenaamde hydrologische respons uniteenheden (HRU). Gemiddeld
is dit enkele tientallen hectares groot. De mestgiften per HRU worden in het model
bepaald door aggregatie van de mestgiften op perceelschaal. De hoge mestgiften, die
zeer lokaal worden berekend, hebben betrekking op het schaalniveau van enkele percelen
(ca. 1–5 ha) en niet op het schaalniveau van een landbouwdeelgebied (dit is een specifiek
gebied dat binnen een bestemmingsplan, structuurvisie, of omgevingsvisie als landbouwgebied
is aangewezen en bedraagt ca. 7.000 hectare).
Vraag 21
Zijn er in de gebieden waar een zeer hoge mestgift is berekend ook bodemmonsters genomen
om de uitkomst van het model te valideren?
Antwoord 21
Nee, er is geen gebruik gemaakt van bodemmonsters om deze specifieke uitkomsten te
valideren. Het model wordt voortdurend gevalideerd en geactualiseerd met recente gegevens
van RVO en NVWA.
Vraag 22
Bent u het eens met de stelling dat het dan gewoon niet goed genoeg is, als dit het
beste is dat we hebben (zoals u aangaf tijdens het debat op 4 december jongstleden?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 22
Nee, daar ben ik het niet mee eens. Tijdens het Commissiedebat over stikstof, NPLG
en natuur op 4 december 2024 heb ik aangegeven dat we op dit moment niet zonder het
gebruik van modellen kunnen om een inschatting te maken van de mestverdeling en de
uitspoeling van nutriënten naar het water. Initiator vormt op dit moment het beste
model waarmee dit kan worden berekend. Zoals ik ook tijdens het debat heb aangegeven,
vind ik het wel van belang dat altijd kritisch wordt gekeken of het model verbetering
behoeft en dat de benutte gegevens actueel zijn, zodat onzekerheden worden verkleind.
Ik vertrouw in deze op de deskundigheid van de onafhankelijke wetenschappers.
Vraag 23
Klopt het dat er meer van dit soort rapporten, gemaakt door de WUR, onderweg zijn
met gebruikmaking van dit model om de restopgave KRW te berekenen? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 23
Het model wordt enkel gebruikt voor het berekenen van mestverdeling, niet om de restopgave
Kaderrichtlijn water (KRW) te berekenen. In het antwoord op vraag 3 wordt toegelicht
dat Initiator wel gegevens aanlevert om effecten van het mestbeleid op de uit- en
afspoeling van stikstof en fosfor naar oppervlaktewater en nitraatuitspoeling naar
het ondiepe grondwater te kwantificeren met de rekenmodules van het Landelijk Waterkwaliteitsmodel.
Vraag 24
In het commissiedebat Stikstof, NPLG en natuur van 4 december 2024 gaf u aan dat individuele
boeren niet worden afgerekend op dit model, maar als dit model de restopgave voor
de KRW toerekent aan de sector, dan worden individuele boeren indirect toch wel afgerekend
op dit model?
Antwoord 24
Initiator wordt niet gebruikt voor het berekenen van de restopgave voor de KRW. Het
is niet mogelijk om aan de hand van dit model op individueel niveau boeren af te rekenen.
Wel is het mogelijk om het model te gebruiken om effecten van mogelijke maatregelen
voor de waterkwaliteit op een groter schaalniveau door te rekenen.
Vraag 25
Bent u het eens met de stelling dat de inzet van dit model leidt tot strengere maatregelen
in een landbouwdeelgebied als daar een (onwaarschijnlijk hoge) overbemesting wordt
berekend?
Antwoord 25
Initiator is een model dat, net als ieder ander model, onzekerheden bevat. Initiator
is nu het beste rekenmodel voor het toeleveren van informatie over de mestverdeling
aan het Landelijke Waterkwaliteitsmodel waarmee de verwachte af- en uitspoeling van
nutriënten naar het water wordt berekend.
Vraag 26
Bent u ervan op de hoogte dat dit model eerder geen rekening hield met de locaties
van stallen, maar alle dieren toerekende aan het adres waar het bedrijf geregistreerd
stond?
Antwoord 26
Vanaf 2015 wordt er door RVO bij het inwinnen van informatie rekening gehouden met
de locaties van stallen, het type stal en de daarin gehuisveste dieren. Deze gegevens
worden sindsdien ook gebruikt in het Initiator model.
Vraag 27
Bent u ervan op de hoogte dat gemeentes waar grote veehouders gevestigd waren met
veel stallen in andere gebieden op deze manier onevenredig veel mest kregen toegedeeld?5
Antwoord 27
Ja, ik ben op de hoogte van de zorgen die er zijn over de onevenredige toedeling van
mest aan gemeentes waar grote veehouders met veel stallen gevestigd waren.
Ik wil benadrukken dat de toedeling van mest plaatsvindt binnen de kaders van de mestwetgeving
en dat er regelgeving is die tot doel heeft onevenredige belastingen op specifieke
gebieden te voorkomen. Dat gezegd hebbende, begrijp ik dat er lokaal situaties kunnen
ontstaan waarbij gemeentes ervaren dat de mestdruk disproportioneel is.
Daarom blijf ik in gesprek met betrokken partijen, waaronder gemeentes en provincies,
om inzicht te krijgen in de specifieke knelpunten. Waar nodig zullen wij kijken naar
mogelijkheden om het beleid aan te scherpen of aanvullende maatregelen te treffen,
zodat een evenredige verdeling beter kan worden gewaarborgd.
Vraag 28 en 29
Deelt u de mening dat de ontwerpers van dit model kennelijk tekort schoten als het
gaat om kennis van de sector?
Kunt u uitleggen hoe het kan dat een model dat enkel bedoelt is om effecten van beleidsmaatregelen
door te rekenen, in de praktijk wordt gebruikt om landbouwdeelgebieden overbemesting
en vervuiling van waterkwaliteit in de schoenen te schuiven?
Antwoord 28 en 29
Ik deel de mening niet dat de ontwerpers tekortschoten voor wat betreft de kennis
over de sector. We kunnen op dit moment niet zonder modellen die input leveren voor
het maken van beleidskeuzes. Het is een model dat is gemaakt door een onafhankelijk
wetenschappelijk instituut. Ik vertrouw op hun deskundigheid.
En, zoals aangegeven in de beantwoording van de vragen 24 en 25 worden individuele
boeren niet afgerekend op basis van het model.
Vraag 30 en 31
Welke controle past u toe op het correct gebruik van modellen?
Waarom worden waarschuwingen van de wetenschappers die werken met dit model niet vermeld
in rapporten die gebruik maken van dit model?6
Antwoord 30 en 31
Het model wordt voortdurend gevalideerd, onderhouden en verbeterd met nieuwe gegevens.
Op deze wijze wordt het model actueel en nauwkeurig gehouden. Zie ook beantwoording
van de vragen 6, 16 en 17, zoals daar aangegeven vertrouw ik op de deskundigheid van
de onafhankelijke wetenschappers.
Bij WEnR gebeurt de kwaliteitscontrole op diverse niveaus, bijvoorbeeld door de onderzoekers
zelf, door de afzonderlijke instituten (conform de kwaliteitsstatus van de Wettelijke
Onderzoekstaken), door de Taakgroep Landbouwemissies, Taakgroep Ruimteverdeling landbouwemissie
en Emissie Registratie.
Vraag 32
Klopt het dat het uw ministerie de ontwikkeling, analyse en onderhoud van het model
heeft bekostigd? Zo ja hoeveel geld heeft dit tot nu toe gekost?
Antwoord 32
Ja, de bekostiging van dit model wordt gedaan vanuit het Ministerie van LVVN. Dit
model is voor het eerst gebruikt voor Emissieregistratie en mestbeleid in 2019. Sindsdien
is er 417.000 Euro (exclusief BTW) besteed aan onderhoud en verbetering van Initiator.
Daarnaast is er in het kader van het Nationaal Programma Stikstof (NKS) een onzekerheidsanalyse
van Initiator uitgevoerd wat 325.000 euro heeft gekost.
Vraag 33
Klopt het dat WUR een opdracht van uw ministerie heeft gekregen om de nauwkeurigheid
van Initiator te onderzoeken? Zo ja, waarom laat u dit onderzoek door een onderdeel
van dezelfde universiteit verrichten als die het model heeft ontwikkeld?
Antwoord 33
Ja dat klopt. Het model moet voortdurend worden gevalideerd, onderhouden en verbeterd
met nieuwe gegevens. Hierover wordt onder andere gepubliceerd in internationale peer
reviewed tijdschriften. Zowel daar waar het gaat om de modelbeschrijving als wat betreft
het kwantificeren van de onzekerheden. Alleen dan kan het model actueel en nauwkeurig
zijn. Het is van begrijpelijk dat de onderzoekers, die het model zelf goed kennen,
bij deze beoordeling betrokken zijn. Ik vertrouw daarbij op de deskundigheid van de
onafhankelijke wetenschappers van de WUR en hun vermogen om elkaars werk kritisch
te beoordelen. Tegelijkertijd ben ik het met u eens dat beoordelingen zo onafhankelijk
mogelijk moeten plaatsvinden. Dat blijft
een continue afweging. Zie daarnaast het antwoord op de vragen 6, 16 en 17 en 30 en
31.
Vraag 34
Bent u bereid zich in te zetten om de modellen die gebruikt worden ten behoeve van
het landbouwbeleid open source te maken?
Antwoord 34
De verschillende rapporten en artikelen die gaan over onder andere gebruikte databronnen
en procesparameters als wel de modeltoepassingen zijn allen openbaar. Deze worden
opgesteld aan de hand van dit model zijn openbaar, hiermee worden echter niet de individuele
gegevens van agrariërs openbaar gemaakt. Dat zou wel het geval zijn als de modellen
open source worden gemaakt.
Vraag 35
Tijdens het commissiedebat Stikstof, NPLG en natuur van 4 december 2024 werd u gevraagd
of u dit model nog eens kritisch wilt beoordelen op doel, geschiktheid en betrouwbaarheid.
Bent u nu alsnog bereid om het gebruik van dit model eens tegen het licht te houden?
Antwoord 35
Zie hiervoor het antwoord op vraag 6, 16 en 17, 30 en 31 en 33.
Het model wordt regelmatig tegen het licht gehouden. Het model wordt voortdurend gevalideerd,
onderhouden en verbeterd met nieuwe gegevens. Op deze wijze wordt het model actueel
en nauwkeurig gehouden. Ik vertrouw daarbij op de deskundigen die bij dit proces betrokken
zijn.
Ondertekenaars
F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.