Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Van der Werf, Bamenga en Boswijk over het verbieden van hulporganisaties in Gaza en de Westelijke Jordaanoever
Vragen van de leden Van der Werf, Bamenga (beiden D66) en Boswijk (CDA) aan de Minister en de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken over het verbieden van hulporganisaties in Gaza en de Westelijke Jordaanoever (ingezonden 31 december 2025).
Antwoord van Minister Van Weel (Buitenlandse Zaken) en van Staatssecretaris De Vries
(Buitenlandse Zaken) (ontvangen 19 februari 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen,
vergaderjaar 2025–2026, nr. 968.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van recente berichtgeving, waarin wordt gemeld dat Israël tientallen
internationale hulporganisaties, waaronder Artsen zonder Grenzen, Save the Children,
CARE en Oxfam Novib, per 1 januari de toegang tot Gaza en de Westelijke Jordaanoever
ontzegt? Wat is uw beoordeling van deze ontwikkeling?
Antwoord 1
Ja. Het besluit van Israël om verschillende internationale ngo’s te weren is zorgwekkend
en zal negatieve consequenties hebben voor de hulpverlening in de bezette Palestijnse
gebieden. Nederland neemt Israëlische veiligheidszorgen serieus en heeft meermaals
verzocht of de Israëlische autoriteiten in gesprek kunnen gaan met de ngo’s hierover.
Het besluit om de registratie van deze internationale ngo’s niet te verlenen, zonder
hierover met hen in gesprek te gaan, ziet het kabinet niet als de juiste weg voorwaarts.
Het Israëlische besluit raakt onder meer Nederlandse partners van de Dutch Relief Alliance. Nederland onderhoudt nauw contact met deze organisaties om de consequenties voor
de humanitaire hulpverlening zo goed mogelijk in kaart te brengen.
Vraag 2
Deelt u de kwalificatie van landen als het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Canada,
Noorwegen en Japan dat de humanitaire situatie in Gaza opnieuw is verslechterd en
inmiddels als catastrofaal moet worden aangemerkt? Zo ja, welke consequenties verbindt
u daaraan? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Sinds het staakt-het-vuren is de invoer van voedselhulp verbeterd waardoor een hongersnood
kon worden afgewend. Tegelijkertijd blijft de situatie fragiel, ook qua voedselzekerheid,
en zien we nog steeds tekorten op gebieden als gezondheidszorg, water en sanitaire
voorzieningen. Er is een tekort aan onderdak en mensen zijn onvoldoende beschermd
tegen voorkomende hevige regenval en dalende temperaturen. Nederland blijft Israël,
zowel op bilateraal als multilateraal vlak, oproepen tot volledige, ongehinderde en
veilige humanitaire toegang voor professionele en gemandateerde organisaties, waaronder
de VN, de Rode Kruis- en Rode Halve Maanbeweging en internationale ngo’s.
Vraag 3
Bent u bekend met de open brief van de Ministers van Buitenlandse Zaken van onder
meer Frankrijk, Canada, het Verenigd Koninkrijk, Japan en Noorwegen, waarin Israël
wordt opgeroepen het besluit terug te draaien om humanitaire hulporganisaties te weren
uit Gaza? Waarom heeft Nederland zich tot op heden niet bij deze verklaring aangesloten
en bent u bereid dit alsnog te doen? Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
De Staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp sprak publiekelijk haar
zorgen uit over dit specifieke Israëlische besluit. Het kabinet spant zich in om hulporganisaties
zo goed mogelijk te ondersteunen. Dat doet het zowel voor als achter de schermen.
Hierbij weegt het kabinet voortdurend wat de meest effectieve wijze is om boodschappen
over te brengen. Deze afweging is dan ook gemaakt met betrekking tot het wel of niet
ondertekenen van de open brief.
Zoals tevens toegelicht in de Kamerbrief van 30 januari jl. over de stand van zaken
omtrent de medische capaciteit in de Gazastrook en de regio, nam de Minister van Buitenlandse
Zaken na het besluit van Israël op 31 december jl. telefonisch contact op met de Israëlische
Minister van Buitenlandse Zaken, en heeft zijn zorgen ook in november benadrukt tijdens
zijn bezoek aan Israël.1 Eerder was Nederland medeondertekenaar van het Foreign Ministers’statement van augustus 2025, en onderstreepte het zorgen over de wetgeving tijdens
de Europese Raad.2
Het kabinet zal er bij Israël op blijven aandringen om de VN, Rode Kruis- en Halve
Maanbeweging en internationale ngo’s, waaronder de vertrouwde humanitaire partners
van Nederland, ongehinderde toegang te verschaffen tot de bezette Palestijnse gebieden.
Vraag 4 en 5
Acht u het aanvaardbaar dat hulporganisaties die levensreddende medische zorg, voedselhulp
en onderdak bieden, hun werkzaamheden moeten staken terwijl miljoenen Palestijnen,
met name in de winterperiode, afhankelijk zijn van deze hulp? Welke risico’s ziet
u hierbij voor ondervoeding, ziekte, hongersnood en onderkoeling, gezien het feit
dat veel mensen in provisorische tentenkampen leven die al meerdere overstromingen
en noodweer hebben moeten doorstaan?
Deelt u de zorg dat deze Israëlische maatregelen tot gevolg kunnen hebben dat naar
schatting één op de drie zorginstellingen in Gaza moet sluiten en dat de humanitaire
hulpverlening grotendeels kan instorten? Zo ja, welke stappen acht u noodzakelijk
om dit te voorkomen?
Antwoord 4 en 5
Het besluit van Israël om verschillende internationale ngo’s te weren is zorgwekkend.
Hierover onderhoudt Nederland contact met de betreffende hulporganisaties. Gezien
de hoge humanitaire noden zijn alle professionele hulporganisaties op dit moment hard
nodig. Nederland neemt Israëlische veiligheidszorgen serieus maar ziet het besluit
om de registratie van deze internationale ngo’s niet te verlenen niet als de juiste
weg voorwaarts, en roept Israël op het besluit terug te draaien om professionele en
gemandateerde hulporganisaties, waaronder vertrouwde Nederlandse humanitaire partnerorganisaties,
te weigeren. Daarbij blijft Nederland oproepen tot naleving van het humanitair oorlogsrecht.
Vraag 6
Welke concrete stappen zet u op dit moment, bilateraal of in EU-verband, om te voorkomen
dat de toegang van hulporganisaties per 1 januari daadwerkelijk wordt stopgezet en
om ervoor te zorgen dat levensreddende humanitaire hulp doorgang kan blijven vinden?
Antwoord 6
Zie het antwoord op vraag 3.
Vraag 7
Hoe beoordeelt u het nieuwe Israëlische registratieproces voor humanitaire ngo’s,
waarbij organisaties uitgebreide personeels- en familiegegevens moeten aanleveren
en kunnen worden afgewezen op basis van politieke uitingen van individuele medewerkers?
Antwoord 7
Het verzoek van Israël aan de internationale ngo’s om ook persoonsgegevens van stafleden
en hun families te delen strookt volgens de Nederlandse Autoriteit Persoonsgegevens
hoogstwaarschijnlijk niet met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Nederland
neemt Israëlische veiligheidszorgen serieus maar ziet het besluit om de registratie
van deze internationale ngo’s niet te verlenen niet als de juiste weg voorwaarts.
Vraag 8
Deelt u de opvatting dat deze registratie-eisen de humanitaire hulp politiseren en
daarmee strijdig zijn met de humanitaire beginselen van neutraliteit, onafhankelijkheid
en onpartijdigheid? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
De gevolgen van de herregistratieplicht voor de humanitaire hulpverlening baart het
kabinet zorgen. Nationale wetgeving ontheft staten niet van hun verplichtingen onder
het internationaal recht, waaronder het humanitair oorlogsrecht, zoals de verantwoordelijkheid
om de burgerbevolking in bezet gebied toegang te bieden tot essentiële goederen en
de levering daarvan door derden niet onnodig te belemmeren.
Vraag 9
Hoe beoordeelt u de nieuwe Israëlische wetgeving tegen de United Nations Relief and
Works Agency for Palestine Refugees in the Near East (UNRWA) in het licht van de bindende
uitspraken van het Internationaal Gerechtshof, waarin expliciet is vastgesteld dat
Israël verplicht is de werkzaamheden van UNRWA te faciliteren en niet te belemmeren?
Acht u deze wetgeving verenigbaar met het internationaal recht?
Antwoord 9
Adviezen van het IGH zijn niet juridisch bindend, maar wel gezaghebbend omdat het
voornaamste gerechtelijke orgaan van de VN daarin een uiteenzetting geeft van het
geldend internationaal recht. Nederland volgt het advies van het IGH, en hiermee de
conclusie van het Hof dat de twee door Israël aangenomen wetten in oktober 2024 niet
verenigbaar zijn met de verplichtingen van Israël ten aanzien van de bezette Palestijnse
gebieden, waaronder zijn verplichtingen onder het VN-Handvest. Ook de recent aangenomen
wetgeving (2025) in het verlengde hiervan strookt niet met het advies van het IGH.
Vraag 10
Deelt u de opvatting dat het uitsluiten van UNRWA van de VN-Conventie inzake Privileges
en Immuniteiten, het afsluiten van water, elektriciteit en communicatie en het dreigen
met onteigening van VN-eigendom een ernstige schending vormt van de verplichtingen
van Israël als VN-lidstaat en een gevaarlijk precedent schept voor de bescherming
van VN-organisaties wereldwijd?
Antwoord 10
In het kader van een bezetting oefent een bezettende macht rechtsmacht en controle
uit over het bezette gebied. Het International Gerechtshof benoemt in zijn advies
van 22 oktober 2025 in dit kader ook de verplichting om de privileges en immuniteiten
van de VN in bezet gebied te respecteren (art. 105 VN Handvest). Dit ziet ook op UNRWA.
Op grond van deze verplichtingen is het Israël niet toegestaan om dergelijke beperkende
maatregelen te nemen tegen VN eigendom, inclusief de gebouwen in de bezette Palestijnse
Gebieden. Zie de kabinetsreactie van 21 januari jl. op de sloop van het UNRWA-hoofdkantoor
in Oost-Jeruzalem door Israël.3
Vraag 11
Bent u bereid deze kwestie met urgentie te agenderen binnen Europa en in VN-verband
om gezamenlijk druk uit te oefenen, opdat humanitaire hulp niet verder wordt belemmerd?
Welke concrete stappen heeft u hiertoe reeds ondernomen?
Antwoord 11
Zie het antwoord op vraag 5 en 6.
Vraag 12
Welke gevolgen heeft het weren van een aanzienlijk deel van de hulporganisaties volgens
u voor de naleving door Israël van zijn verplichtingen onder het internationaal humanitair
recht, waaronder de plicht van een bezettende macht om humanitaire hulp toe te laten?
Antwoord 12
In het IGH-advies van 22 oktober 2025 over de verplichtingen van Israël ten aanzien
van de aanwezigheid en activiteiten van de Verenigde Naties en andere internationale
organisaties in de bezette Palestijnse Gebieden oordeelt het Hof dat Israël, als bezettende
macht, zijn verplichtingen onder het humanitair oorlogsrecht moet naleven. Indien
het gevolg is dat de burgerbevolking in de bezette Palestijnse gebieden onvoldoende
voorzien is van essentiële levensbehoeften, dan schendt Israël verplichtingen onder
het humanitair oorlogsrecht.
Vraag 13
Kunt u toezeggen de Kamer op zeer korte termijn te informeren over de inzet van Nederland
in de komende dagen en weken, gezien de acute deadline van 1 januari en de directe
gevolgen voor honderdduizenden mensen die afhankelijk zijn van humanitaire hulp?
Antwoord 13
De keuze over het verder informeren van de Kamer wordt overgelaten aan het inkomende
kabinet.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
A. de Vries, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.