Schriftelijke vragen : De naleving van de verplichting tot het registreren van nevenfuncties van hoogleraren
Vragen van het lid Beckerman (SP) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de naleving van de verplichting tot het registreren van nevenfuncties van hoogleraren (ingezonden 19 februari 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Universiteit Leiden noemt niet-gemeld nevenwerk van
hoogleraar Kinneging voor pro-Orbán denktanks «uit hoofde van zijn functie»»?1
Vraag 2
Bent u van mening dat alle nevenfuncties, waaronder activiteiten voor denktanks in
Hongarije, een docentschap in Polen en een voorzitterschap van een ANBI-stichting,
opgenomen hadden moeten worden in het register voor nevenfuncties? Kunt u uw antwoord
toelichten?
Vraag 3
Wat vindt u van de uitspraak van de rector magnificus van de Universiteit Leiden dat
de nevenfuncties bij denktanks en als docent «uit hoofde van zijn functie zijn» en
derhalve niet in het register hoeven te worden opgenomen? Wordt deze route om het
register te omzeilen vaker genomen?
Vraag 4
De Tweede Kamer heeft de afgelopen jaren meermalen aandacht gevraagd voor casussen
waarin nevenfuncties niet of onvolledig werden geregistreerd, welke stappen zijn gezet
om uitvoering te geven aan de aangenomen motie Heite c.s.?2
Vraag 5
Heeft de toegezegde agendering door Universiteiten van Nederland (UNL) van een actuele
registratie van nevenfuncties tijdens het jaarlijkse evaluatiemoment reeds plaatsgevonden
en zo ja, wat waren hiervan de uitkomsten?
Vraag 6
Hebben de toegezegde gesprekken door UNL met alle HR-directeuren van universiteiten
over de actuele registratie van nevenfuncties reeds plaatsgevonden en zo ja, wat waren
hiervan de uitkomsten?
Vraag 7
Zijn er cijfers te noemen hoe vaak overtredingen de afgelopen jaren zijn geconstateerd
en hoe vaak zijn er maatregelen genomen in navolging van de Sectorale regeling nevenwerkzaamheden
Nederlandse universiteiten 2024, waarin is opgenomen dat bij (vermeende) schendingen
van wetenschappelijke integriteit, zoals het niet benoemen van nevenfuncties, het
aan de universiteit is wetenschappers hierop aan te spreken.
Vraag 8
Welke extra aandachtspunten aangaande de registratie van nevenfuncties worden opgenomen
in de dit jaar te verschijnen nieuwe Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit (NGWI)?
Vraag 9
Transparantie en onafhankelijkheid zijn cruciaal voor de wetenschap, herkent u dat
het het vertrouwen in de wetenschap kan schaden wanneer nevenfuncties onvermeld blijven?
Vraag 10
Acht u het nodig dat de Sectorale regeling nevenwerkzaamheden Nederlandse universiteiten
2024 moet worden aangescherpt en kunt u uw antwoord toelichten?
Indieners
-
Gericht aan
G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Indiener
Sandra Beckerman, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.