Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Bruyning over het feit dat kinderen in de jeugdbescherming zich gedwongen voelen om geluidsopnames te maken om hun stem te laten horen, en over de uiteenlopende rechtspraak over de toelaatbaarheid van deze opnamen
Vragen van het lid Bruyning (Nieuw Sociaal Contract) aan de Staatssecretarissen van Justitie en Veiligheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het feit dat kinderen in de jeugdbescherming zich gedwongen voelen om geluidsopnames te maken om hun stem te laten horen, en over de uiteenlopende rechtspraak over de toelaatbaarheid van deze opnamen (ingezonden 11 november 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Rutte (Justitie en Veiligheid), mede namens de Staatssecretaris
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (ontvangen 17 februari 2026). Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 520.
Vraag 1
Bent u bekend met de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam1, waarin advocaat de kinderrechter tijdens de zitting een geluidsfragment heeft voorgelegd
waarop een pleegmoeder zich op schokkende en vernederende wijze uitlaat tegen een
kind die aan haar zorg was toevertrouwd?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat doet het met u als stelselverantwoordelijke bewindspersoon dat een kinderrechter
de kwalificatie gebruikt dat de uitlatingen van de pleegmoeder «alle grenzen van fatsoen
overschreden» en dat «dit niet is hoe de opvang van een kwetsbaar kind mag gaan»?
Welke gevolgen zou een dergelijke constatering volgens u moeten hebben binnen de pleegzorgketen
en de positie van een pleegzorgouder die zich zo opstelt naar een kind?
Antwoord 2
Het is niet aan mij om te oordelen over uitspraken van een kinderrechter in een individuele
casus. Voor het goede functioneren van onze democratische rechtsstaat is een onafhankelijke
rechtspraak van het grootste belang en dat blijkt ook in deze situatie. Pleegouders
moeten een veilige gezinssituatie bieden en dienen op een liefdevolle manier om te
gaan met kinderen waar zij zorg voor dragen. Naar aanleiding van de mishandeling in
het pleeggezin in Vlaardingen en het inspectierapport «Pleegkinderen uit beeld» werkt
de Staatssecretaris van Jeugd, Preventie en Sport in samenwerking met onder andere
de pleegzorgsector aan verschillende verbeterinitiatieven om het zicht op de veiligheid
van pleegkinderen en de samenwerking in de hele keten te verbeteren. Hierover bent
u in de Kamerbrief van 2 december geïnformeerd.2
Vraag 3
Deelt u de mening dat het zorgelijk is dat kinderen of ouders zich genoodzaakt voelen
opnames te maken om gehoord te worden door jeugdbeschermers, raadsonderzoekers of
de rechter? En dat het in deze zaak een geluidsfragment van het kind zelf was dat
leidde tot erkenning van de misstanden, terwijl eerdere signalen van het kind kennelijk
niet serieus zijn genomen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Zoals ook de mishandeling in het pleeggezin in Vlaardingen heeft laten zien, is het
uitermate belangrijk dat er met het kind zelf (één op één) wordt gesproken én dat
er daadwerkelijk naar het kind geluisterd wordt. Het zou niet zo moeten zijn dat kinderen
of ouders zich genoodzaakt voelen opnames te maken om gehoord te worden.
Vraag 4
Bent u ermee bekend dat ook advocaten soms vastlopen als zij zorgen hebben over de
situatie binnen een kinderbeschermingsmaatregel en dat ook zij niet gehoord of serieus
genomen worden door de gecertificeerde instelling (GI) of de Raad voor de Kinderbescherming
omdat zij gezien worden als een verlengstuk van ouders en/of kinderen? Deelt u de
mening dat dit geen recht doet aan de neutrale positie die advocaten innemen en de
gedragsregels waar advocaten zich aan dienen te houden? Waar kunnen advocaten zich
volgens u melden als zich zo’n situatie zich voordoet?
Antwoord 4
Ik heb navraag gedaan bij verschillende organisaties waaronder de Nederlandse Orde
van Advocaten (NOvA), de Vereniging van Nederlandse Jeugdrechtadvocaten (NVJA) en
de Nederlandse vereniging van Familie-en erfrecht Advocaten Scheidingsmediators (vFAS).
Een deel van de achterban geeft aan de signalen te herkennen. De Raad voor de Kinderbescherming
heeft laten weten constructief samen te werken met de advocatuur en advocaten altijd
serieus te nemen in hun rol als bijstandsverlener voor ouders en kind. In zijn algemeenheid
kan ik aangeven dat ik waarde hecht aan de neutrale positie van de advocatuur en de
opgestelde gedragsregels. Verder kunnen advocaten zich in de eerste plaats het beste
melden bij de betreffende gecertificeerde instelling of de Raad voor de Kinderbescherming.
Daarnaast kunnen advocaten signalen uiteraard ook neerleggen bij de belangenorganisaties
waar ze bij zijn aangesloten.
Vraag 5
Bent u ervan op de hoogte dat kinderen, ouders of pleegouders in sommige gevallen
worden berispt of gesanctioneerd als zij dergelijke opnames maken en willen inbrengen
in de procedure om zo gehoord te worden? Vindt u dit in lijn met artikel 12 van het
VN-Kinderrechtenverdrag (IVRK) dat bepaalt dat kinderen het recht hebben hun mening
vrijelijk te uiten en dat daaraan passend belang moet worden gehecht?
Antwoord 5
Ik ben er niet van op de hoogte dat kinderen, ouders of pleegouders in sommige gevallen
worden berispt of gesanctioneerd als zij dergelijke opnames maken en willen inbrengen
in de procedure om zo gehoord te worden. In zijn algemeenheid kan ik het volgende
aangeven ten aanzien van het gebruik van geluidsopnamen door verschillende instanties
(Jeugdzorg Nederland en de Raad voor de Kinderbescherming) en de rechtspraak. Jeugdzorg
Nederland heeft op basis van de handreiking van de Nationale ombudsman3 een richtlijn opgesteld voor het gebruik van geluidsopnamen.4 Deze richtlijn geldt voor cliënten van Jeugdzorg Nederland en jeugdprofessionals
van de organisaties die jeugdhulp, jeugdbescherming en/of jeugdreclassering aanbieden.
Hierin staat vermeld dat het is toegestaan om een geluidsopname te gebruiken ten behoeve
van een juridische procedure. De Raad voor de Kinderbescherming heeft in zijn Kwaliteitskader
opgenomen dat kinderen en ouders in principe geluidsopnamen mogen maken van de gesprekken
met medewerkers.5 Daarnaast kan beeld- en geluidmateriaal benut worden in het onderzoek door de Raad
voor de Kinderbescherming indien ouders of kinderen dit tijdens gesprekken aan de
raadsmedewerker laten zien of horen. In de verschillende familie- en jeugdrecht procesreglementen
voor de rechtbanken, zoals gepubliceerd op rechtspraak.nl, staat sinds 1 januari 2026
de volgende bepaling: «Bij het overleggen van gegevens, stukken of multimediabestanden
moeten partijen aangeven ter toelichting of staving van welke stelling deze zijn bedoeld
en welk onderdeel daartoe van belang is. Partijen moeten bij audio- en videobestanden
aangeven op welke minuut/minuten het voor de procedure relevante deel staat en van
dat deel een transcriptie overleggen. Indien hieraan niet voldaan wordt, kan de rechter
de overgelegde gegevens of stukken of multimediabestanden buiten beschouwing laten.»
Hoe de rechter dit waardeert is verder aan het oordeel van de rechter.
Vraag 6, 7 en 8
Hoe beoordeelt u het verschil tussen rechtbanken waar kinderen wel of niet de mogelijkheid
krijgen om via geluidsfragmenten hun stem te laten horen? Vindt u dat wenselijk? Kunt
u uw antwoorden toelichten?
Bent u ervan op de hoogte dat sommige rechtbanken, waaronder de Rechtbank Den Haag6,
7, dergelijke geluidsfragmenten niet accepteren als onderdeel van het dossier omdat
zij als onrechtmatig worden beschouwd? En bent u ervan op de hoogte dat en het Gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden8 het niet per definitie als onrechtmatig beschouwd maar dat er wel terughoudendheid
betracht moet worden? Deelt u de mening dat dergelijke geluidsfragmenten niet als
onrechtmatig beschouwd moeten worden en dat die terughoudendheid niet wenselijk is
nu blijkt dat het vaak misgaat en dat juist de geluidsopnames kunnen bijdragen aan
het gehoor geven aan de stem en de ervaringen van het kind, zoals vastgelegd in artikel 12
van het IVRK?
Deelt u de mening dat dit verschil in interpretaties in de rechtspraak als een vorm
van rechtsongelijkheid kan worden ervaren? En bent u het eens met dit standpunt van
de rechtbank Den Haag dat hiervan het gevolg is dat de stem van het kind niet of onvoldoende
gehoord wordt of dat de ervaringen van kinderen buiten beeld blijven?
Antwoord 6, 7 en 8
Het is aan de rechter zelf om af te wegen hoe belangrijk de geluidsopname is en of
er een goede reden is om wel of geen gebruik hiervan te maken.
Verschil in interpretaties is bovendien onderdeel van het rechtssysteem en draagt
bij aan de rechtsvormende taak van de rechter. Verder verwijs ik naar mijn antwoord
bij vraag 5 waarin ik in zijn algemeenheid inga op het gebruik van geluidsopnamen
door verschillende instanties waaronder de rechtspraak.
Vraag 9
Bent u bereid met de Raad voor de Rechtspraak te verkennen of er een uniform toetsingskader
kan komen voor de omgang met geluidsopnamen in civiele jeugdrechtzaken, zodat kinderen
in gelijke omstandigheden ook gelijke rechtsbescherming genieten?
Antwoord 9
Het is van belang dat een rechter zelfstandig op basis van de feiten en omstandigheden
kan beslissen. Een uniform toetsingskader is dan ook niet gewenst.
Vraag 10
In hoeverre beschikken jeugdbeschermingsinstellingen en pleegzorgaanbieders over duidelijke
protocollen over hoe om te gaan met geluids- of beeldmateriaal dat door kinderen wordt
ingebracht als bewijsmiddel van onveiligheid of mishandeling? Wat bent u van plan
te doen als hierin vermeld wordt dat dergelijke opnames niet als bewijs mogen dienen,
ook wanneer zij aantoonbare misstanden laten zien?
Antwoord 10
Jeugdzorg Nederland heeft op basis van de handreiking van de Nationale ombudsman9 een richtlijn opgesteld voor het gebruik van geluidsopnamen.10 Deze richtlijn geldt voor cliënten van Jeugdzorg Nederland en jeugdprofessionals
van de organisaties die jeugdhulp, jeugdbescherming en/of jeugdreclassering aanbieden.
Hierin staat vermeld dat het is toegestaan om een geluidsopname te gebruiken ten behoeve
van een juridische procedure. Daarnaast merk ik op dat de nationale (kinder)ombudsman
tips gegeven heeft over hoe om te gaan met geluidsopnames.11
Vraag 11
Klopt het dat er geen landelijke richtlijn of toezichtkader bestaat dat regelt hoe
dergelijke opnames moeten worden gewogen in (familie)rechtszaken of interne klachtenprocedures?
Zo ja, bent u bereid zo’n richtlijn op te laten stellen?
Antwoord 11
Het klopt dat er geen organisatie overstijgende richtlijn of toezichtkader bestaat
dat regelt hoe geluidsopnames gewogen worden in (familie)rechtszaken of interne klachtenprocedures.
Echter, zoals reeds eerder aangehaald in de beantwoording hebben zowel de rechtspraak
als Jeugdzorg Nederland en de Raad voor de Kinderbescherming een procesreglement danwel
een richtlijn of Kwaliteitskader.
Vraag 12
Bent u ermee bekend dat veel kinderen en ouders geen klachten durven in te dienen
tegen pleegouders of jeugdbeschermers als er sprake is van dergelijk grensoverschrijdend
gedrag omdat zij zich door het gedrag zelf al niet veilig voelen en daarnaast bang
zijn voor repercussies zoals het afzeggen van omgang of het verlengen van een maatregel?
Welke mogelijkheden hebben kinderen of ouders momenteel om anders dan bij de eigen
pleegzorgorganisatie veilig melding te doen van grensoverschrijdend gedrag binnen
pleegzorg, buiten de instelling of GI om?
Antwoord 12
Een goed toegankelijke en onafhankelijke klachtenprocedure, waar kinderen en ouders
terecht kunnen wanneer zij ontevreden zijn over het handelen van (medewerkers) van
organisaties in het jeugddomein, vind ik uitermate belangrijk. De Staatssecretaris
van Jeugd, Preventie en Sport en ik hebben onlangs een onderzoek laten uitvoeren naar
klachtbehandeling in het jeugddomein.12 In het voorjaar 2026 wordt uw Kamer geïnformeerd over de stappen die naar aanleiding
daarvan worden gezet. Het is daarnaast belangrijk dat (pleeg)kinderen kunnen beschikken
over een vertrouwenspersoon. Hierdoor voelen kinderen zich ondersteund en veilig om
zich uit te spreken over hun zorgen. Een vertrouwenspersoon is een luisterend oor,
steun en toeverlaat als een kind of jongere dat nodig heeft. Deze vertrouwenspersoon
kan iemand uit de familie of het persoonlijk netwerk zijn of een vertrouwenspersoon
van (bijvoorbeeld) Jeugdstem. De vertrouwenspersonen van Jeugdstem zijn onafhankelijk.
Gemeenten, gecertificeerde instellingen en pleegzorgaanbieders zijn verplicht om pleegkinderen
te informeren over de ondersteuningsmogelijkheden van een vertrouwenspersoon.
Vraag 13
Bent u bereid om te (laten) onderzoeken hoeveel meldingen er de afgelopen vijf jaar
zijn gedaan van onveiligheid of emotioneel geweld binnen pleegzorg en in hoeveel van
die gevallen de stem van het kind doorslaggevend is geweest?
Antwoord 13
Naar aanleiding van de mishandeling in het pleeggezin in Vlaardingen en een analyse
van pleegzorgincidenten en -calamiteiten die tussen 1 januari 2023 en 31 december
2024 bij de inspectie zijn gemeld, voerde de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)
in de eerste helft van 2025 thematoezicht uit bij pleegzorgaanbieders. In dit proces
is de stem van het kind nadrukkelijk betrokken. Zo is bijvoorbeeld gevraagd naar de
kennis van de pleegzorgbegeleider over de pleegkinderen en de hoeveelheid gesprekken
die de pleegzorgbegeleider alleen met het kind voerde. Dit onderzoek is representatief
voor de pleegzorgsector en heeft geleid tot verschillende verbeterinitiatieven. Hierover
bent u in de Kamerbrief van 2 december geïnformeerd.13 Op dit moment richten wij ons in samenwerking met de sector op het verder ontwikkelen,
implementeren en borgen van verbeteringen in de gehele jeugdbeschermingsketen.
Vraag 14
Herkent u het bredere signaal dat kinderen en ouders binnen de jeugdbescherming zich
vaak niet gehoord of geloofd voelen, ook wanneer zij herhaaldelijk melding maken van
misstanden? Wat zegt dit volgens u over de rechtspositie van gezinnen in het jeugdbeschermingsstelsel?
Antwoord 14
Ja, ik ben bekend met het bredere signaal dat kinderen en ouders binnen de jeugdbescherming
zich niet gehoord of geloofd voelen, ook wanneer zij herhaaldelijk melding maken van
misstanden. Ik zet me er dan ook voor in om de rechtsbescherming van ouders en kinderen
die te maken krijgen met een kinderbeschermingsmaatregel te versterken, zodat ze beter
gehoord, betrokken en ondersteund worden. Zo geef ik met het dit jaar in te dienen
wetsvoorstel de «Wet ter versterking van de rechtsbescherming in de jeugdbescherming»
invulling aan die ambitie door onder andere te investeren in rechtsbijstand. De rechtbank
wijst ambtshalve een advocaat toe, zodat ouders niet zelf het initiatief hoeven te
nemen.
Vraag 15
Acht u het wenselijk dat kinderen of jongeren procesrechtelijke bijstand krijgen bij
het inbrengen van eigen bewijs of geluidsopnames, zodat zij dit op rechtmatige wijze
kunnen doen zonder afhankelijk te zijn van toestemming van hun jeugdbeschermer of
pleegzorgaanbieder?
Antwoord 15
Bijstand en ondersteuning van kinderen in kinderbeschermings- en gezag en omgangprocedures
heeft onze aandacht. Voor de ondersteuning van het kind tijdens juridische procedures
heeft adviesbureau Andersson Elffers Felix (AEF) dan ook op mijn verzoek verschillende
typen steunfiguren in kaart gebracht. Het onderzoek geeft een overzicht van de beschikbare
vormen van ondersteuning en de behoeften die kinderen hebben. U heeft het rapport
recent ontvangen als bijlage bij de voortgangsbrief jeugd.14 Uit het rapport blijkt dat kinderen behoefte kunnen hebben aan uiteenlopende vormen
van ondersteuning. Geen enkele steunfiguur kan in alle situaties in alle behoeften
voorzien. AEF adviseert daarom een netwerkbenadering: een goed functionerend geheel
van ondersteuningsvormen, zodat voor ieder kind iets beschikbaar is dat aansluit bij
zijn of haar situatie. In de huidige praktijk mag een kind overigens zich al bij het
uitoefenen van het hoorrecht laten bijstaan door een zelf uitgekozen persoon. In het
wetsvoorstel versterking rechtsbescherming in de jeugdbescherming dat dit jaar naar
de Kamer wordt gestuurd, wordt deze mogelijkheid bekrachtigd. Ook kan de rechter binnen
het huidige juridische kader een bijzonder curator benomen die de minderjarige bijstaat.
Vraag 16
Ziet u aanleiding om, samen met de Raad voor de Rechtspraak en de Inspecties, een
landelijke evaluatie te laten uitvoeren naar de omgang met kind signalen en geluidsopnamen
in jeugdbeschermingszaken, met bijzondere aandacht voor de uiteenlopende rechtspraak
in Den Haag en Rotterdam?
Antwoord 16
Ik zie op dit moment geen aanleiding voor een landelijke evaluatie, samen met de Raad
voor de Rechtspraak en de Inspecties. In zijn algemeenheid kan ik wel opmerken dat
het Landelijk overleg vakinhoud familierecht oog heeft voor zaken binnen haar domein
en uitdagingen binnen haar werkgebied oppakt.
Vraag 17
Hoe waarborgt u dat in toekomstige jeugdbeschermingsprocedures de stem van het kind
niet afhankelijk is van een opname, maar vanzelfsprekend wordt gehoord, serieus genomen
en gewogen?
Antwoord 17
Ik vind het zeer van belang dat de stem van het kind wordt gehoord. In het kader van
het verbeteren van de participatie van minderjarigen in procedures zal door middel
van het wetsvoorstel versterking rechtsbescherming in de jeugdbescherming in de wet
worden geborgd dat de leeftijdsgrens voor het hoorrecht door de kinderrechter verlaagd
wordt van twaalf naar acht jaar voor alle jeugd- en familiezaken die kinderen aangaan.
Op deze manier wordt beter gewaarborgd dat kinderen steeds hun stem kunnen laten horen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.