Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Armut over het artikel 'Ouders die schreeuwen of duwen: leraren geconfronteerd met onaanvaardbaar gedrag.’
Vragen van het lid Armut (CDA) aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het artikel «Ouders die schreeuwen of duwen: leraren geconfronteerd met onaanvaardbaar gedrag» (ingezonden 21 januari 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Becking (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen
16 februari 2026)
Vraag 1
Bent u bekend met het recente bericht van RTL Nieuws over grensoverschrijdend gedrag
van ouders richting leraren?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat is uw reactie op de bevinding dat zeker 300 basisscholen de afgelopen vijf jaar
te maken hebben gehad met grensoverschrijdend gedrag van ouders richting leraren?
Antwoord 2
Het is onacceptabel dat sommige ouders grensoverschrijdend gedrag vertonen richting
onderwijspersoneel. Scholen hebben een zorgplicht voor de veiligheid en de school
hoort een veilige plek te zijn voor medewerkers. Scholen hebben daarnaast een taak
om te investeren in een goede relatie tussen school en ouders.
Bovenal roep ik ouders op om respectvol met onderwijspersoneel om te gaan. Het is
volkomen begrijpelijk dat je als ouder soms zorgen hebt, en die moet je te allen tijde
kunnen bespreken met de school. Maar dat is nooit een reden voor grensoverschrijdend
gedrag. Bij ernstige incidenten kan de school ouders de toegang tot de school ontzeggen
en overgaan tot aangifte.
Vraag 3
Is er structureel onderzoek gedaan naar de toename van grensoverschrijdend gedrag
van ouders richting docenten? Of wordt hier momenteel onderzoek naar gedaan?
Antwoord 3
Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gebruikt de Landelijke Veiligheidsmonitor2 om de veiligheidsbeleving van leerlingen en personeel in het funderend onderwijs
te meten en zicht te hebben op de (sociale) veiligheid op scholen. Momenteel wordt
gewerkt aan de herziening en wettelijke verankering van de Landelijke Veiligheidsmonitor.
Het wetsvoorstel wordt in het eerste kwartaal van dit jaar aan uw Kamer aan geboden.
De eerstvolgende editie van de Landelijke Veiligheidsmonitor wordt naar verwachting
in het schooljaar 2027–2028 uitgevoerd.
Uit de laatste editie van de Landelijke Veiligheidsmonitor blijkt dat er in de periode
2021–2022 een lichte toename in het aantal geweldsincidenten onder leerlingen en personeel
was, waarbij verbaal geweld het vaakst voorkwam. Hierbij geeft 17% van personeel primair
onderwijs (po) en 28% personeel voortgezet onderwijs (vo) aan eenmaal per maand soms
of vaker geconfronteerd te worden met een incident. Dit percentage was bij zowel po-
als vo-personeel zes procentpunt gestegen ten opzichte van 2020–2021.3
Bovendien is bekend dat bij zowel po- als vo-personeel, als zij slachtoffer worden
van grensoverschrijdend gedrag, de dader van het incident in iets minder dan twintig
procent van de gevallen een familielid van een leerling was. Er was een significante
stijging van het aantal vo-docenten dat gepest werd door familieleden van leerlingen
zichtbaar: van 10 procent in 2021 naar 23 procent in 2022. In het po waren geen significante
verschillen hierin te zien.4
Vraag 4 en 5
Herkent u het beeld dat het gedrag van ouders zorgt voor minder werkplezier en een
toename van de werkdruk voor docenten?
Is u bekend of dit gedrag een van de redenen is dat docenten stoppen met werken in
het onderwijs? Zo ja, hoe groot is deze groep docenten die vanwege grensoverschrijdend
gedrag van ouders stopt?
Antwoord 4 en 5
In 2023 is onderzoek gedaan naar de vertrekredenen van leraren in het po, vo en mbo.
Ongewenst gedrag van ouders werd niet genoemd als reden om te stoppen met het werken
in het onderwijs.5
Vraag 6
Is de toename van grensoverschrijdend gedrag van ouders meer zichtbaar in het primair
onderwijs of in het voortgezet onderwijs?
Antwoord 6
Zie het antwoord op vraag 3.
Vraag 7
Is bekend of docenten zich voldoende gesteund voelen door schoolbesturen en schoolleiders
in situaties van grensoverschrijdend gedrag door ouders? Welke ruimte ziet u om docenten
te ondersteunen bij het omgaan met agressief of grensoverschrijdend gedrag van ouders?
Antwoord 7
Schoolbesturen en schoolleiders moeten achter hun medewerkers gaan staan als er grensoverschrijdend
gedrag plaatsvindt. Daarnaast roept het kabinet scholen altijd op om aangifte te doen
als er een vermoeden is van een strafbaar feit. Hierbij ondersteunt het ministerie
de PO-Raad en de VO-raad met een projectsubsidie om te investeren in de relatie tussen
ouders en school. Daarnaast is Stichting School & Veiligheid er om scholen te ondersteunen
bij het bevorderen van een sociaal veilig schoolklimaat.
Met het Wetsvoorstel vrij en veilig onderwijs worden de eisen aan het veiligheidsbeleid
van scholen versterkt. Daarmee wordt onder meer geregeld dat er interne en externe
vertrouwenspersonen op scholen komen, veiligheidsincidenten worden geregistreerd en
dat er een jaarlijkse evaluatieverplichting van het veiligheidsbeleid moet plaatsvinden.
Ook moeten scholen een veiligheidscoördinator aanstellen die het veiligheidsbeleid
coördineert. Hiermee wordt gezorgd voor beter zicht op de veiligheid, betere ondersteuning
en begeleiding en goede evaluatie.
De beoogde inwerkingtreding van dit wetsvoorstel is opgeschoven naar 1 augustus 2027.
De eerder beoogde inwerkingtredingsdatum van 1 augustus 2026 is niet langer haalbaar.
Het moment van plenaire behandeling, in combinatie met de tijd die scholen nodig hebben
om de wet zorgvuldig te implementeren en de onderlinge samenhang tussen de verschillende
maatregelen, maakt dat een implementatie op z’n vroegst per 1 augustus 2027 mogelijk
is. Het schooljaar 2026–2027 benutten we daarom om scholen goed voor te bereiden op
de komst van de wet. Ik roep scholen dan ook op om niet te wachten met het aan de
slag gaan met de maatregelen uit het wetsvoorstel.
Vraag 8
Is bekend hoeveel scholen een protocol hebben opgesteld gericht op het omgaan met
grensoverschrijdend gedrag van ouders? Hoe beoordeelt u het feit dat scholen protocollen
voor de omgang met dit gedrag hebben?
Antwoord 8
Het opstellen van zulke protocollen zou eigenlijk niet nodig hoeven zijn, maar het
kan desondanks goed zijn om met elkaar regels af te spreken om zo te weten wat je
van elkaar verwacht. Dit helpt de relatie tussen ouders en leraren. In 2022 gaf ongeveer
90% van de schoolleiders aan dat de school een veiligheidsplan had. Personeelsleden
die aangaven dat er expliciete gedragsregels voor personeel zijn, gaven onder andere
aan dat omgang met ouders/verzorgers van leerlingen (po: 65%, vo: 64%) een onderwerp
is waarover gedragsregels zijn opgesteld.6
Ondertekenaars
K.M. Becking, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.