Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Van Lanschot en Bühler over de rechtspositie van reservisten
Vragen van de leden Van Lanschot en Bühler (beiden CDA) aan de Staatssecretaris van Defensie en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de rechtspositie van reservisten (ingezonden 22 januari 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Tuinman (Defensie), mede namens de Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid (ontvangen 16 februari 2026)
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel in het Financieele Dagblad waarin gepleit wordt dat
de rechtspositie van reservisten, en die van hun werkgever, beter moet worden beschermd?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de analyse uit het genoemde artikel dat de huidige rechtspositie van reservisten,
met name bij langdurige inzet of bij letsel, onduidelijk is en te veel afhankelijk
is van individuele afspraken of cao-bepalingen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
In het arbeidsrecht geldt in beginsel het uitgangspunt dat werkgever en werknemer
afspraken maken over de inzet als reservist bij Defensie. Gelet op de rol van de reservist
tot nu toe waren die afspraken meestal afdoende. De rol en inzet van de reservist
wordt echter wezenlijk groter en verandert van karakter. Dat vraagt om meer duidelijkheid
over de rechten en plichten van de reservist, van de civiele werkgever en van Defensie
als militaire werkgever. Daarom tref ik met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
en werkgevers- en werknemersorganisaties voorbereidingen voor het waar nodig wettelijk
verankeren van aanpassingen in de (civiele) rechtspositie van de reservist.
Vraag 3
Kunt u toelichten hoe de huidige juridische kaders zijn vormgegeven rondom inzet,
verlof, loondoorbetaling en aansprakelijkheid van reservisten?
Antwoord 3
De huidige juridische kaders zijn neergelegd in het (militair) ambtenarenrecht en
het arbeidsrecht: primair in de Wet Ambtenaren Defensie en boek 7 van het Burgerlijk
Wetboek.
Vraag 4
Bent u het met arbeidsrechtspecialist Nataschja Hummel eens dat reservisten in feite
«twee werkgevers» hebben en dat dit zonder heldere wetgeving voor onduidelijkheid
en risico’s zorgt, zowel voor de werknemer als de werkgever? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Ja, het klopt dat reservisten veelal twee werkgevers zullen hebben waarbij de civiele
werkgever de primaire werkgever is en dat dit tot onduidelijkheid kan leiden. Daarom
worden de in het artikel genoemde punten meegenomen in het onderzoek naar de rechtspositie
van reservisten. Uitgangspunt daarbij is het zo veel als mogelijk wegnemen van onduidelijkheden
en risico’s.
Vraag 5
Acht u de huidige kostenvergoeding, van € 55 per dag bij langdurige inzet van een
reservist, toereikend en eerlijk ten opzichte van werkgevers die loyaal meewerken
aan nationale veiligheid?
Antwoord 5
Ik acht de huidige onkostenvergoeding niet meer passend. Om die reden heb ik recentelijk
de regeling tegemoetkoming werkgeversbijdrage onderzocht waardoor deze regeling nu
herzien wordt.
Vraag 6
Kunt u aangeven hoeveel werkgevers momenteel gebruikmaken van cao-bepalingen of eigen
beleid ten behoeve van reservistenverlof?
Antwoord 6
Er zijn momenteel circa 50 organisaties (bedrijfsleven, universiteiten en hogescholen,
overheden) die een cao-bepaling of eigen beleid hebben over reservistenverlof.
Vraag 7
In hoeverre wordt de inzet van reservisten momenteel belemmerd door juridische onduidelijkheid
of terughoudendheid van werkgevers?
Antwoord 7
In de contacten met andere werkgevers bemerkt Defensie over het algemeen nauwelijks
terughoudendheid. Het relatienetwerk groeit gestaag. Soms hebben werkgevers inhoudelijke
vragen over bijvoorbeeld arbeidsongeschiktheid van reservisten of loondoorbetaling
bij ziekte. Eenduidige communicatie helpt dan om onduidelijkheid weg te nemen. Defensie
merkt veel begrip bij partners en bereidheid om bij te dragen aan de groei en inzet
van het reservistenbestand.
Onderzoeken laten zien dat bij individuele (aspirant-)reservisten juridische onduidelijkheid
soms reden is om af te zien van een sollicitatie als reservist of om Defensie voortijdig
te verlaten. Ook deze inzichten worden meegenomen bij de verbetering van de rechtspositie.
Vraag 8
Kunt u een overzicht geven van welke wet- en regelgeving volgens u belemmerend kan
zijn voor werkgevers om met hun werknemers af te spreken dat zij naast hun werk reservist
kunnen worden?
Antwoord 8
Op dit moment breng ik in samenwerking met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
in kaart hoe de verschillende juridische stelsels zich tot elkaar verhouden, met name
waar het gaat om de rechten en plichten van de civiele werkgever, de reservist en
Defensie. Welke wet- en regelgeving belemmerend kan zijn voor werkgevers wordt daarbij
meegenomen. Zodra dit compleet is ondersteun ik het Ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid met een eventuele wetswijziging richting uw Kamer. Ook wordt onderzoek
gedaan naar het eventueel ontbreken van wettelijke voorzieningen. Zo is er momenteel
geen wettelijke ontslagbescherming voor reservisten. Daarnaast bestaat er geen afzonderlijk
wettelijk recht op een uitkering bij arbeidsongeschiktheid die ontstaat tijdens inzet
als reservist. Het ontbreken van dergelijke voorzieningen kan in de praktijk gevolgen
hebben voor de wijze waarop risico’s, zoals arbeidsongeschiktheid, worden verdeeld
tussen de betrokken partijen.
Uw Kamer wordt voor de zomer verder geïnformeerd over de aanpassing van wet- en regelgeving
met het oog op de rechtspositie van reservisten, conform toezegging van de Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Vraag 9
Kunt u inzichtelijk maken hoe andere NAVO-landen de inzet en bescherming van reservisten
juridisch hebben verankerd en wat Nederland daarvan kan leren?
Antwoord 9
De NAVO heeft in oktober vorig jaar beleid voor reservisten vastgesteld. Ook het NAVO-beleid
weerspiegelt dat reservisten een cruciale rol spelen in de groei van de militaire
capaciteit en daarnaast ook specialistische (niche) kennis inbrengen. Ook wordt benadrukt
dat reservisten als geen ander de brug slaan naar de civiele maatschappij en bijdragen
aan sociale weerbaarheid. De juridische bescherming van reservisten is bij vrijwel
alle NAVO-landen een onderwerp in ontwikkeling. Binnen het NAVO-Comité over reservisten
worden ervaringen uitgewisseld. Recent heb ik hierover met de voorzitter van de NATO
Committee on Reserves gesproken en afgestemd.
Vraag 10
Wat is uw mening met betrekking tot het pleidooi om de rechtspositie van reservisten
wettelijk vast te leggen, in plaats van over te laten aan cao-afspraken?
Antwoord 10
Zoals hiervoor is toegelicht worden er op dit moment voorbereidingen getroffen om
de rechtspositie van reservisten te verbeteren. Uw Kamer wordt daarover in de eerste
helft van dit jaar nader geïnformeerd zoals toegezegd tijdens het Commissiedebat Arbeidsmarktbeleid
en Arbeidsmarktdiscriminatie van 24 september 2025 en bij brief van 17 december 20252. Daarbij zal de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ingaan op de vraag
of de rechtspositie van reservisten verduidelijking dan wel versterking behoeft door
middel van nieuwe wettelijke regels. Dat neemt niet weg dat werkgevers- en werknemersverenigingen
vrij zijn bovenwettelijke afspraken in een CAO op te nemen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
G.P. Tuinman, staatssecretaris van Defensie -
Mede namens
M.L.J. Paul, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.