Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Tijs van den Brink en Boelsma-Hoekstra over het belasten van arbeidsmigranten door gemeenten
Vragen van de leden Tijs van den Brink en Boelsma-Hoekstra (beiden CDA) aan de Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het belasten arbeidsmigranten door gemeenten (ingezonden 12 januari 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Van Marum (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties),
mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ontvangen 13 februari
2026)
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Belasting voor arbeidsmigranten: «Betalen niet mee
aan schoonmaak en groen»», van Omroep Brabant, d.d. 08 januari 2026?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de opvatting zoals die door de gemeente Helmond geschetst wordt dat arbeidsmigranten
moeten bijdragen aan de openbare voorzieningen waar zij gebruik van maken, zoals openbaar
groen en afvaldiensten, als ze tijdelijk woonachtig zijn in een gemeente?
Antwoord 2
Het kabinet deelt de opvatting dat arbeidsmigranten die langer dan vier maanden in
Nederland verblijven, net als andere inwoners van Nederlandse gemeenten, verplicht
zijn zich in te schrijven als ingezetene in de Basisregistratie Personen (BRP) en
moeten meebetalen aan gemeentelijke voorzieningen via lokale belastingen.
Vraag 3
Kunt u aangeven in hoeverre het niet-inschrijven van arbeidsmigranten bij gemeenten
in beeld is als een probleem? En hoe plaatst u dit in een bredere context van gemeenten
die geen zicht hebben op de aantallen arbeidsmigranten die zich binnen hun gemeentegrenzen
begeven?
Antwoord 3
Het is zeker een bekend probleem. Het kabinet werkt aan maatregelen naar aanleiding
van het advies van het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten2. Een van de onderwerpen daarin is het verbeteren van de registratie van arbeidsmigranten
om het zicht op hun verblijf in Nederland te vergroten. Op 9 september 2025 heeft
de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) in een Kamerbrief gerapporteerd
over hoe de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) en SZW
samen met gemeenten werken aan de maatregelen3.
Vraag 4
Kunt u aangeven in hoeverre de aanwezigheid van arbeidsmigranten die geen lokale belasting
betalen een financiële last is voor gemeenten die bovengemiddeld veel arbeidsmigranten
hebben?
Antwoord 4
Het kabinet heeft hier geen goed zicht op. Zoals bij vraag 3 aangegeven is het kabinet
bekend met het probleem van het niet-inschrijven van arbeidsmigranten. In dat kader
wordt gewerkt aan het verbeteren van de registratie van arbeidsmigranten om het zicht
op hun verblijf in Nederland te vergroten.
Vraag 5
Welke maatregelen neemt u om het niet-inschrijven van arbeidsmigranten die langer
dan vier maanden in Nederland verblijven tegen te gaan?
Antwoord 5
Al sinds het rapport van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten is er aandacht
voor het beter zicht krijgen op arbeidsmigratie via betere registratie. De Tweede
Kamer is in november geïnformeerd over de voortgang van alle maatregelen, waaronder
de maatregelen op het verbeteren van de registratie4. Zoals bij vraag 3 aangegeven heeft de Minister van SZW op 9 september 2025 in een
Kamerbrief gerapporteerd over hoe de ministeries van BZK en SZW momenteel samen met
gemeenten werken aan deze en mogelijk aanvullende maatregelen.5
Vraag 6
Welke mogelijkheden ziet u om, naast de bestaande initiatieven waarin ingezet wordt
op de verantwoordelijkheid van werkgevers om zorg te dragen voor de huisvesting van
hun werknemers, ook in te zetten op een verantwoordelijkheid van de werkgevers om
erop toe te zien dat arbeidsmigranten die zijn naar Nederland halen ook ingeschreven
worden?
Antwoord 6
In 2025 is de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) aangenomen
door beide Kamers. In deze wet is een zorgplicht voor uitleners bij de registratie
van arbeidskrachten opgenomen. Met deze zorgplicht worden uitleners verantwoordelijk
om de registratie van arbeidskrachten te bevorderen en vervolgens te controleren of
de persoon zich daadwerkelijk heeft laten inschrijven als ingezetene in de BRP. Ook
komt er mogelijk een meldplicht. De zorgplicht wordt momenteel verder uitgewerkt in
lagere regelgeving. Dit wordt samen met onder meer uitleners, vakbonden, gemeenten
en uitvoeringsorganisaties gedaan. Het streven is de zorgplicht per 1 januari 2027
in werking te laten treden. Op termijn wordt toezicht en handhaving op de plicht georganiseerd
via het normenkader van de Wtta.
Vraag 7
Bent u van mening dat een dergelijke relatief hoge verblijfsbelasting een geschikte
methode is om arbeidsmigranten te stimuleren om zich in te schrijven bij gemeenten?
Antwoord 7
Het is aan gemeenten om te bepalen welke methode voor hen het meest passend is. Zij
zijn zowel verantwoordelijk voor de registratie in de BRP als voor het heffen van
lokale belastingen.
Vraag 8
Beschikt u over een overzicht van welke gemeenten in Nederland reeds een dergelijke
verblijfsbelasting voor arbeidsmigranten ingevoerd hebben?
Antwoord 8
Nee, een dergelijk overzicht heb ik niet. Wel is er openbare informatie over toeristenbelasting
beschikbaar in de Atlas lokale lasten 2025 van het COELO6. Daaruit blijkt dat 93% van de gemeenten in 2025 toeristenbelasting hief.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E. van Marum, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Mede namens
M.L.J. Paul, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.