Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Bushoff en Van Oosterhout over het bericht ‘Commissie Mijnbouwschade: schaderegeling Drenthe moet rechtvaardiger’
Vragen van de leden Bushoff en Van Oosterhout (beiden GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het bericht «Commissie Mijnbouwschade: schaderegeling Drenthe moet rechtvaardiger» (ingezonden 23 januari 2026).
Antwoord van Minister Hermans (Klimaat en Groene Groei) (ontvangen 13 februari 2026)
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Commissie Mijnbouwschade: schaderegeling Drenthe moet
rechtvaardiger»?1 Wat is uw reactie daarop?
Antwoord 1
Ja. De Commissie Mijnbouwschade (hierna: CM) heeft vastgesteld dat de drie aardbevingen
bij Ekehaar in het gasveld Eleveld (van oktober 2023) schade hebben veroorzaakt of
verergerd op 29 adressen. Dit is de eerste keer sinds de oprichting in 2020 dat de
Commissie Mijnbouwschade schade door activiteiten in de diepe ondergrond vaststelt
en toekenning van schadevergoeding adviseert. Daarom heeft de CM besloten om – naast
de jaarlijkse evaluatie door Ecorys – ook eigenstandig verslag uit te brengen over
de afhandeling van de schademeldingen.
Samengevat geven het verslag van de Commissie Mijnbouwschade en de jaarlijkse evaluatie
van Ecorys aan dat de landelijke aanpak voor de afhandeling van mijnbouwschade in
lijn met de gemaakte afspraken functioneert en dat de aanpak inderdaad een laagdrempelige,
transparante, onafhankelijke en snelle afhandeling van mijnbouwschade biedt. In de
praktijk blijkt echter dat de vastgestelde schade in veel gevallen niet volledig door
mijnbouw is veroorzaakt waardoor de geadviseerde schadevergoeding niet in alle gevallen
voldoende is om schade goed te herstellen en dat de ontworpen aanpak niet altijd voldoet
aan de verwachtingen van schademelders.Het kabinet vindt het daarom wenselijk om te
bezien hoe de landelijke aanpak kan worden verbeterd. Besluitvorming hierover is aan
een volgend kabinet.
Vraag 2
Erkent u dat het onrechtvaardig is dat de hoogte van een van een schadevergoeding
als gevolg van mijnbouwschade locatieafhankelijk is, vooral als de schade volledig
overeen kan komen met een schade een paar kilometer verderop?
Antwoord 2
Voor alle mijnbouwactiviteiten in Nederland wordt schadeafhandeling op een onafhankelijke,
toegankelijke en adequate wijze beoordeeld en afgehandeld. Voor deze landelijke aanpak
is de Commissie Mijnbouwschade (hierna: CM) ingesteld.
In het effectgebied van het Groningenveld en degasopslagen Grijpskerk en Norg wordt
een uitzondering gemaakt op de landelijke aanpak voor de afhandeling van mijnbouwschade.
Hier werden in korte tijd tienduizendengelijksoortige gevallen van fysieke schade
gemeld waarvan het grootste deel teherleiden was tot bodembeweging door gaswinning
uit het Groningenveld. Ook werd in veel gevallen constructieve schade vastgesteld.
Kortgezegd verschillen de schadegevallen in het effectgebied van hetGroningenveld
in aantal, ernst en omvang met schadegevallen als gevolg van degaswinning in de rest
van Nederland (waaronder Eleveld). Het kabinet vindt hetdaarom gerechtvaardigd dat
er voor het effectgebied van het Groningenveld en degasopslagen Grijpskerk en Norg
een uitzondering wordt gemaakt op de landelijke aanpak voor de afhandeling van mijnbouwschade.
De schades door bodembeweging alsgevolg van de gaswinning in de rest van Nederland
zijn qua aantallen,ernst en omvang niet te vergelijken met de schades door bodembeweging
alsgevolg van de gaswinning uit het Groningenveld. Na de aardbevingen doorde gaswinning
in Eleveld in 2023 zijn bijvoorbeeld in totaal 67 schademeldingen ingediend. Bij 29
van deze meldingen heeft de Commissie Mijnbouwschade vastgesteld dat er inderdaad
sprake was van mijnbouwschade waarvoor een schadevergoeding moet worden uitgekeerd.
Het ging bijna altijd om bestaande schade die door de bevingen was verergerd. In geen
van de gevallen was de constructieve veiligheid van het gebouw aangetast. De geadviseerde
vergoedingen lopen uiteen van ongeveer 537 euro tot 16.178 euro. Dat neemt niet weg
dat de schadeafhandeling buiten het IMG-effectgebied op een zorgvuldige en adequate
wijze moeten worden afgehandeld. Gelet op de ervaringen in Ekehaar wil het kabinet
bezien hoe de landelijke aanpak van schadeafhandeling verbeterd kan worden en start
het hier verkennende gesprekken over met de mijnbouwondernemingen. Besluitvorming
hierover is aan volgend kabinet.
Vraag 3
Deelt u de mening van de Commissie Mijnbouwschade dat mijnbouwschade buiten de provincie
Groningen even ruimhartig moet worden beoordeeld als daarbinnen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Samengevat, en zoals in reactie op vraag 2 uitgebreider toegelicht, verschillen de
schadegevallen in het effectgebied van hetGroningenveld in aantal, ernst en omvang
van schadegevallen door bodembeweging als gevolg van degaswinning uit Eleveld (en
in de rest van Nederland). Het kabinet vindt hetdaarom gerechtvaardigd dat er voor
het effectgebied van het Groningenveld en degasopslagen Grijpskerk en Norg een uitzondering
wordt gemaakt op de landelijke aanpak voor de afhandeling van mijnbouwschade.
Het kabinet vindt het daarom wenselijk om te bezien hoe de landelijke aanpak van schadeafhandeling
kan worden verbeterd. (zie vraag 4).
Vraag 4
Erkent u dat de schaderegeling voor Ekehaar en Hooghalen tekort schiet, zoals de Commissie
Mijnbouwschade stelt? Zo nee, waarom is de schaderegeling volgens u wel voldoende?
Antwoord 4
Het verslag van de CM en de jaarlijkse evaluatie van Ecorys geven aan dat de landelijke
aanpak in lijn met de gemaakte afspraken functioneert en dat de aanpak een laagdrempelige,
transparante, onafhankelijke en snelle afhandeling van mijnbouwschade biedt. Tegelijkertijd
blijkt uit de evaluatie en het verslag van de CM dat de ontworpen aanpak niet altijd
voldoet aan de verwachtingen van schademelders en dat de toegekende schadevergoeding
niet in alle gevallen voldoende is om schade goed te herstellen. Dit komt in veel
gevallen doordat een deel van de vastgestelde schade niet volledig door mijnbouw is
veroorzaakt, de geadviseerde schadevergoeding heeft in deze gevallen enkel betrekking
op het deel van de schade dat wel door mijnbouw is veroorzaakt. De signalen uit de
regio, het verslag van de CM en de evaluatie van Ecorys zijn voor het kabinet redenen
om de landelijke aanpak voor schadeafhandeling verder te willen verbeteren en hierover
verkennende gesprekken met mijnbouwondernemingen op te starten.
Vraag 5
Vindt u dat onderzoekskosten in verhouding zijn met de uitgekeerde schade?
Antwoord 5
De werkwijze van de CM brengt met zich mee dat voor elke schademelding (waarbij het
gerede vermoeden bestaat dat schade door mijnbouw zou kunnen zijn veroorzaakt) onderzoek
ter plaatse door een expert plaatsvindt. Dit onderzoekt zorgt voor een werkwijze die
zorgvuldig, betrouwbaar en deskundig is. Tegelijkertijd resulteert deze werkwijze
in hoge uitvoeringskosten van de CM: voor de schadeafhandeling als gevolg van de aardbevingen
bij Ekehaar (van oktober 2023) werd voor elke geadviseerde euro schadevergoeding ongeveer
€ 5,65 besteed aan onderzoekskosten door schade-experts. Het is goed om hierbij op
te merken dat de mijnbouwondernemingen de onderzoekskosten vergoeden voor die gevallen
waarin de CM vaststelt dat schade is veroorzaakt door de mijnbouwonderneming (€ 242.000).
In andere gevallen komen kosten voor rekening van de publieke middelen (€ 201.000).
De CM stelt in haar verslag over de schadeafhandeling in Ekehaar grondig onderzoek
ter plaatse noodzakelijk te vinden om de oorzaak en omvang van schade vast te stellen
en geeft daarnaast aan zeer te hechten aan het feit dat dit onderzoek het vertrouwen
bij schademelders bevordert. Dit maakt dat de onderzoekskosten wat de CM betreft gerechtvaardigd
zijn.
Het kabinet wil de landelijke aanpak voor de afhandeling van mijnbouwschade verder
verbeteren en ziet het realiseren van een betere verhouding tussen uitgekeerde schadevergoedingen
en onderzoekskosten als een onderdeel hiervan. Het uitgangspunt is dat deze betere
verhouding bewerkstelligd wordt zonder dat dit een verlies in vertrouwen bij schademelders
oplevert. Het kabinet zal dit punt meenemen in de verkennende gesprekken met de mijnbouwondernemingen.
Vraag 6
Begrijpt u dat het voor gedupeerden in Ekehaar en Hooghalen op veel onbegrip stuit
dat gedupeerden die een paar kilometer verderop wonen veel ruimhartiger gecompenseerd
worden?
Antwoord 6
Samengevat, en zoals in reactie op vraag 2 uitgebreider toegelicht, verschillen de
schadegevallen in het effectgebied van het Groningenveld in aantal, ernst en omvang
met schadegevallen als gevolg van de gaswinning uit Eleveld (en in de rest van Nederland).
Het kabinet vindt het daarom gerechtvaardigd dat er voor het effectgebied van het
Groningenveld en gasopslagen Grijpskerk en Norg een uitzondering wordt gemaakt op
de landelijke aanpak voor de afhandeling van mijnbouwschade. Het kabinet herkent de
observatie dat verschillende aanpakken voor de afhandeling van mijnbouwbouwschade
in Nederland kunnen leiden tot gevoelens van onbegrip en onrechtvaardigheid. Dit is
de reden dat de keuze voor het afwijkende schadeaanpak in Groningen zorgvuldig onderbouwd
is.
Desalniettemin vindt het kabinet het belangrijk dat ook mensen met mijnbouwschade
rond Ekehaar en in de rest van Nederland toegang hebben tot een milde, makkelijke
en menselijke schadeafhandeling. Hiervoor is destijds de Commissie Mijnbouwschade
ingesteld.
Vraag 7
Komt er alsnog volledige compensatie voor de aardbevingsschade in Ekehaar en Hooghalen
als gevolg van drie aardbevingen in oktober 2023, zoals de Commissie Mijnbouwschade
bepleit? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
In haar verslag deelt de CM knel- en verbeterpunten bij de aanpak van de afhandeling
van mijnbouwschade. De CM merkt hierbij op dat, in het geval er verbeteringen binnen
de schadeaanpak worden doorgevoerd, deze ook – met terugwerkende kracht – voor de
schademelders in Ekehaar en Hooghalen zouden moeten gelden.
Zoals gezegd zijn de signalen uit de regio, het verslag van de CM en de evaluatie
van Ecorys voor het kabinet redenen om de landelijke aanpak van de afhandeling van
mijnbouwschade te willen verder verbeteren en hierover verkennende gesprekken met
mijnbouwondernemingen op te starten. Het signaal van de CM om eventuele verbeteringen
ook met terugwerkende kracht voor de schademelders in Ekehaar te laten gelden is voor
het kabinet onderdeel van deze verkenning.
Vraag 8
Kan u nader toelichten waarom er voor Ekehaar en Hooghalen geen omgekeerde bewijslast
en vaste vergoeding geldt, met het oog op dit advies van Commissie Mijnbouwschade?
Antwoord 8
Voor de introductie van een wettelijk bewijsvermoeden, of – zoals dit ook wel vaak
genoemd wordt – omgekeerde bewijslast, is een dragende motivering nodig2. Een wettelijk bewijsvermoeden is namelijk een uitzondering op de standaardregel
in het Nederlands burgerlijk recht «wie stelt, bewijst». Om te kunnen bepalen of uitbreiding
van de reikwijdte van het wettelijk bewijsvermoeden voor schade door bodembeweging
als gevolg van gaswinning uit het Groningenveld en gasopslag bij Norg en Grijpskerk
naar bodembeweging als gevolg van mijnbouwactiviteiten in een groter gebied in Nederland
juridisch houdbaar is, heeft het vorige kabinet voorlichting gevraagd aan de Afdeling
advisering van de Raad van State3. Voor het effectgebied van het Groningenveld is het wettelijk bewijsvermoeden dragend
gemotiveerd door onder meer te wijzen op 1) het grote aantal schadegevallen in dat
gebied, 2) de gelijksoortigheid daarvan die 3) in het grootste deel van deze gevallen
het gevolg is van één oorzaak, namelijk gaswinning uit het Groningenveld. Zoals in
reactie op vraag 2 uitgebreider toegelicht, verschillen de schadegevallen in het effectgebied
van het Groningenveld in aantal, ernst en omvang met schadegevallen als gevolg van
de gaswinning uit Eleveld (en in de rest van Nederland). De invoering van het wettelijk
bewijsvermoeden in Ekehaar en Hooghalen kan daardoor onvoldoende dragend gemotiveerd
worden en is daarmee niet houdbaar.
Daarbij is het goed te realiseren dat het toepassen van het wettelijk bewijsvermoeden
voor Ekehaar en Hooghalen niet zou zorgen voor een verbetering van de positie van
schademelders omdat deze positie al aanzienlijk verbeterd is door het instellen van
de CM. De CM doet zelfstandig onderzoek naar de oorzaak van de schade en gaat er van
uit – indien niet aan te tonen, maar ook niet uit te sluiten is dat de schade veroorzaakt
is door bodembeweging als gevolg van een mijnbouwactiviteit – dat deze schade is veroorzaakt
door een mijnbouwactiviteit. Dit geeft praktisch hetzelfde resultaat als met toepassing
van het bewijsvermoeden. Uitbreiding van de reikwijdte van het wettelijk bewijsvermoeden
zal daarom voor schademelders geen meerwaarde bieden en niet zal leiden tot andere
uitkomsten wat betreft de toekenning van schadevergoedingen. Voor een meer uitgebreide
onderbouwing van dit standpunt verwijst het kabinet de kamer naar de aan de kamer
van 27 maart 2025.4
Voor een toelichting over de hoogte en totstandkoming van de door de CM geadviseerde
schadevergoedingen en het wel of niet of gelden van een vaste vergoeding hierbij verwijst
het kabinet de kamer naar het antwoord op vraag 10.
Vraag 9
Kan u uitleggen waarom het Instituut Mijnbouwschade een andere methodiek heeft voor
het bepalen van schade dan de Commissie Mijnbouwschade?
Antwoord 9
De antwoorden op vraag 9 en 10 hangen met elkaar samen. Beide vragen worden beantwoord
onder vraag 10.
Vraag 10
Waarom gaat voor de Commissie Mijnbouwschade niet dezelfde methodiek gelden als voor
het Instituut Mijnbouwschade?
Antwoord 10
De CM en het IMG handelen beiden mijnbouwschade af met toepassing van de bepalingen
van het civiele aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht. Voor het IMG is deze
verplichting opgenomen in de Tijdelijke wet Groningen, voor de CM in het Instellingsbesluit
Commissie Mijnbouwschade. De CM sluit daarbij voor wat betreft het begroten van schade
aan bij de wijze van begroting die standaard is bij afhandeling van schade5 en die bijvoorbeeld ook gebruikt wordt door verzekeraars. Het IMG hanteert een ruimhartiger
benadering. Dit vloeit voort uit haar opdracht in artikel 10, tweede lid van de Tijdelijke
wet Groningen om ruimhartige schadeafhandeling als uitgangspunt te hanteren bij het
opstellen van haar procedures en werkwijze.
Het kabinet is van mening dat de huidige aanpak – waarbinnen de CM langs de lijnen
van het civiele aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht schade begroot – functioneert
overeenkomstig de gemaakte afspraken. In de praktijk blijkt echter dat niet alle schadevergoedingen
voldoende zijn om schade goed te herstellen en dat de aanpak hierdoor onvoldoende
aansluit bij het rechtsvaardigheidsgevoel van schademelders. Het kabinet vindt het
daarom wenselijk om te bezien hoe de landelijke aanpak kan worden verbeterd.
Vraag 11
Neemt u het advies van de Commissie Mijnbouwschade over?
Antwoord 11
De signalen uit de regio, het verslag van de CM en de evaluatie van Ecorys zijn voor
het kabinet redenen om de landelijke aanpak van de afhandeling van mijnbouwschade
verder te willen verbeteren en hierover verkennende gesprekken met mijnbouwondernemingen
op te starten.
Vraag 12
Ziet u paralellen met de beginjaren van schadeafhandeling in het effectgebied in Groningen?
Antwoord 12
Nee. Door de instelling van de CM, die een onafhankelijk advies geeft over de ontstane
schade, is de ongelijke positie van schademelders ten opzichte van de mijnbouwonderneming
opgeheven. Hoewel uit de evaluatie van Ecorys en het verslag van de CM blijkt dat
de CM een laagdrempelige, transparante, onafhankelijke en snelle afhandeling van mijnbouwschade
biedt, wordt echter ook duidelijk dat de ontworpen aanpak in de praktijk niet altijd
voldoet aan de verwachtingen van schademelders. Het kabinet is van mening dat de landelijke
aanpak voor de afhandeling van mijnbouwschade zou moeten bijdragen aan het vertrouwen
bij schademelders. Nu uit evaluaties blijkt dat schadevergoedingen niet in alle gevallen
voldoende zijn om schade goed te herstellen en niet altijd voldoende aansluiten bij
het rechtsvaardigheidsgevoel van schademelders, wil het kabinet de landelijke aanpak
verder verbeteren. Hierover worden verkennende gesprekken met mijnbouwondernemingen
opgestart. Besluitvorming hierover is echter aan een volgend kabinet.
Vraag 13
Welke concrete stappen gaat u nemen om de schaderegeling van de Commissie Mijnbouwschade
milder, makkelijker en menselijker te maken?
Antwoord 13
Het kabinet wil samen met de mijnbouwondernemingen verkennen of binnen de huidige
systematiek van de CM ruimte gecreëerd kan worden om hogere schadevergoedingspercentages
uit te keren. Ook wil het kabinet samen met de mijnbouwondernemingen onderzoeken hoe
er een betere balans gevonden kan worden tussen schadevergoedingen en uitvoeringskosten.
In dit kader zal ook de suggestie uit het verslag van de CM besproken worden en bezien
worden of niet alle onderzoekskosten binnen het beoordelingsgebied van een beving
door de mijnbouwonderneming vergoed dienen te worden. Verder onderstreept het kabinet
het advies van zowel Ecorys als de CM aangaande de toepassing van artikel 7, daarom
wil het met de mijnbouwondernemingen in kaart brengen of de inzet van dit artikel
minder afhankelijk kan worden van de mijnbouwondernemingen. Uiteindelijke besluitvorming
over bovenstaande punten is aan een volgend kabinet.
In de aanvullende afspraken over het sectorakkoord gaswinning op land is het kabinet
reeds met gaswinningbedrijven overeengekomen dat zij mee zullen werken aan het verruimen
van de twaalf maanden termijn6. Deze afspraak zal op korte termijn worden vastgelegd in de overeenkomst die de Staat
met de gaswinningbedrijven heeft gesloten.
Vraag 14
Wat is de huidige stand van het herzien van de schaderegeling omdat die niet «uitpakt
zoals ze die bedacht hadden»?
Antwoord 14
De signalen uit de regio, het verslag van de CM en de evaluatie van Ecorys zijn voor
het kabinet redenen om de landelijke aanpak van schadeafhandeling verder te willen
verbeteren en hierover verkennende gesprekken met mijnbouwondernemingen op te starten.
In de brief aan de Kamer over de Evaluatie Commissie Mijnbouwschade en schadeafhandeling
Ekehaar wordt uitgebreid ingegaan op de opvolging door het kabinet.7
Vraag 15
Bent u bereid in gesprek te gaan met gedupeerden uit Ekehaar en Hooghalen als u niet
het advies van de Commissie Mijnbouwschade inwilligt en uit te leggen waarom u vasthoudt
aan deze onrechtvaardige schaderegeling? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 15
Naar aanleiding van de bevingen heb ik in december 2025 een bezoek aan Ekehaar gebracht
om persoonlijk in gesprek te gaan met inwoners en het lokale bestuur. Dit heeft waardevolle
inzichten in de lokale gevolgen van de bevingen opgeleverd. Tijdens het bezoek heb
ik uit eerste hand kunnen horen wat de weerslag van de bevingen is geweest en hoe
de afhandeling van mijnbouwschade is ervaren door de inwoners van Ekehaar en het lokaal
bestuur. Het volgende kabinet zal besluiten over eventuele verbeteringen van de nationale
aanpak van de afhandeling van mijnbouwschade en over de gesprekken die hierover plaats
zullen vinden.
Ondertekenaars
S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.