Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Kops over gecorrigeerde temperatuurreeksen van het KNMI
Vragen van het lid Kops (PVV) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over gecorrigeerde temperatuurreeksen van het KNMI (ingezonden 29 januari 2026).
Antwoord van Minister Hermans (Klimaat en Groene Groei) (ontvangen 13 februari 2026)
Vraag 1
Bent u bekend met de berichten «Klimaatcritici krijgen gelijk van KNMI: 7 extra hittegolven
sinds 1900»1 en «KNMI publiceert verbeterde homogene temperatuurreeksen»?2
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe reageert u op de correctie van het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut
(KNMI) dat er tussen 1900 en 1950 niet zeven, maar veertien hittegolven zijn geweest
– oftewel twee keer zoveel?
Antwoord 2
Het is een goede zaak dat het KNMI verbeterde homogene temperatuurreeksen heeft gepubliceerd3. Het is van belang accurate informatie te hebben en nieuwe inzichten hierin voortdurend
mee te nemen. Deze nieuwe reeksen leveren voor de belangrijkste klimaatcijfers geen
ander resultaat dan de eerder gepubliceerde reeksen. Sinds 1901 is de gemiddelde jaartemperatuur
met ongeveer 2 graden gestegen.
Vooral op losse warme zomerdagen zijn er wel verschillen in de reeksen. Dit heeft
ook invloed op het aantal getelde hittegolven. Deze tellingen zijn heel gevoelig voor
kleine veranderingen en daarmee veel meer onzeker. Het aanpassen van de maximumtemperatuur
op slechts één dag van 29,9 graden naar 30,0 graden of andersom, kan uitmaken of er
een hittegolf wordt geteld.
In de ruwe metingen van De Bilt zijn sinds 1901 in totaal 46 hittegolven geteld. In
de eerste homogene temperatuurreeksen uit 2016 waren dat er 32. In de verbeterde homogene
temperatuurreeksen zijn het er 39. Ruim 40 procent van alle hittegolven is opgetreden
na het jaar 2000. Daarmee is de klimaattrend hetzelfde: er komen tegenwoordig veel
meer hittegolven voor.
Vraag 3
Wat vindt u ervan dat klimaatcritici, zoals in dit geval stichting Clintel, jarenlang
zijn weggezet als «klimaatontkenners», terwijl hun inhoudelijke kritiek nu juist correct
blijkt te zijn?
Antwoord 3
Het KNMI heeft kennisgenomen van kritische publicaties in de wetenschappelijke literatuur
(bijv. Dijkstra et al., 2022) op de eerste homogenisatie. De kritiek richtte zich
op methodologische keuzes en de gevoeligheid van de uitkomsten daarvoor. Onderbouwde
kritiekpunten en aanbevelingen zijn nauwgezet bestudeerd. In meerdere gevallen zijn
deze geaccepteerd en overgenomen bij de ontwikkeling van een verbeterde, robuustere
methodologie. Dat heeft daarmee mede geleid tot het resultaat van de verbeterde homogene
temperatuurreeksen. De nieuwe uitkomsten sluiten meer aan bij de verwachtingen van
critici, zoals Clintel, over het aantal hittegolven voor 1950. Ook de nieuwe temperatuurreeksen
laten duidelijke en consistente klimaattrends zien. De homogenisatie zegt niets over
de oorzaken van klimaatverandering, zoals menselijk invloed, die door klimaatsceptici
wordt betwijfeld, afwezen of ontkend.
Vraag 4
Hoe kan het dat het KNMI nu pas de temperatuurreeksen corrigeert, terwijl de discussie
over het aantal hittegolven al vanaf 2016 loopt? Heeft het KNMI werkelijk tien jaar
nodig gehad om dit te onderzoeken?
Antwoord 4
Het KNMI voert doorlopend onderzoek uit naar historische temperatuurmetingen en mogelijkheden
om deze beter vergelijkbaar te maken met moderne metingen. Hierover zijn in de periode
2016–2026 wetenschappelijke publicaties verschenen in o.a. 2019, 2022, 2023 en 2026.
Dit heeft uiteindelijk in samenhang geleid tot de verbeterde homogene temperatuurreeksen.
Vraag 5
Is het mogelijk dat er meer fouten of onnauwkeurigheden in historische temperatuurreeksen
zitten? Bent u ertoe bereid dit te (laten) onderzoeken?
Antwoord 5
Het vergelijkbaar maken van historische metingen met moderne metingen brengt altijd
enige onzekerheid met zich mee. In het wetenschappelijk rapport dat het KNMI dit jaar
heeft uitgebracht zijn deze onzekerheden inzichtelijk gemaakt. Het valt niet uit te
sluiten dat toekomstig onderzoek ertoe leidt dat het vergelijkbaar maken van temperatuurreeksen
nog nader verfijnd kan worden. Het KNMI voert zelf doorlopend onderzoek uit naar historische
temperatuurmetingen, het kabinet ziet geen reden om dit verder te laten onderzoeken.
Vraag 6
Kunt u een overzicht verstrekken van alle genomen of voorgenomen klimaatmaatregelen
die direct of indirect, geheel of gedeeltelijk gebaseerd zijn op de oude, incorrecte
temperatuurreeksen – en deze maatregelen vervolgens direct intrekken?
Antwoord 6
Het kabinet ziet geen aanleiding om een dergelijk overzicht van klimaatmaatregelen
te maken omdat zoals bij het antwoord op vraag 1 is aangegeven de onderbouwing van
die maatregelen niet door de correctie van de temperatuurreeksen verandert.
Ondertekenaars
S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.