Lijst van vragen en antwoorden : Lijst van vragen en antwoorden inzake Beleidsreactie IOB Periodieke Rapportage Multilaterale Samenwerking (Kamerstuk 34124-34)
34 124 Beleidsdoorlichting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Nr. 37
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 13 februari 2026
De vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp heeft een aantal
vragen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken over de brief van
12 december 2025 inzake Beleidsreactie IOB Periodieke Rapportage Multilaterale Samenwerking
(Kamerstuk 34 124, nr. 34).
De Staatssecretaris heeft deze vragen beantwoord bij brief van 13 februari 2026. Vragen
en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De fungerend voorzitter van de commissie, Boswijk
De griffier van de commissie, Prenger
Vragen en antwoorden
Welke strategische inzet heeft het kabinet bepaald voor de bestuursraden (boards)
van VN-organisaties en de regionale banken?
Antwoord
Nederland neemt afwisselend als lid of als waarnemer (observer) deel aan de bestuursorganen van voor Nederland prioritaire VN-organisaties. Nederland
neemt hier een constructief-kritische positie in: als VN-lidstaat en als grote donor
is het onze rol om te sturen op implementatie van het mandaat van de betreffende organisatie.
Naast de specifieke inhoudelijke inbreng per organisatie ligt de focus in brede zin
op 1) bescherming van het normatieve mandaat van de VN organisaties, 2) versterking
van het toezicht inclusief risicomanagement en organisatiecultuur, en 3) versterking
van de samenwerking tussen de VN-organisaties onderling (deliver as one).
Binnen de regionale ontwikkelingsbanken (en de Wereldbank) is de strategische inzet
van Nederland gericht op de thema’s en belangen uit de beleidsbrief ontwikkelingshulp:
water, voedsel en gezondheid. Daarbij vraagt Nederland specifiek aandacht voor het
bevorderen van private investeringen en het vergroten van kansen voor Nederlandse
bedrijven en kennisinstellingen.
Gezien de conclusie dat multilaterale organisaties minder doeltreffend waren op het
behalen van klimaatadaptatiedoelstellingen, is het kabinet van mening dat VN-organisaties
en multilaterale banken «effectiever opereren wanneer ze zich aan hun mandaat en strategie
houden»? Waarom heeft Nederland in Baku zich ervoor ingezet om bijdragen aan ontwikkelingsbanken
toch mee te tellen als klimaatfinanciering? Hoeveel van de Nederlandse klimaatfinanciering
is dit? Hoeveel van de bijdragen aan ontwikkelingsbanken wordt aangemerkt als klimaatrelevant?
Antwoord
De inzet op klimaatbeleid, zowel klimaatadaptatie als -mitigatie, is in toenemende
mate opgenomen in de strategieën van de multilaterale banken en VN-organisaties, uitgaande
van het mandaat van deze organisaties. De multilaterale ontwikkelingsbanken (MDBs)
spelen een belangrijke rol bij de implementatie van klimaatbeleid en leveren momenteel
ongeveer de helft van de mondiale klimaatfinanciering. Hierin zijn belangrijke stappen
gezet. Zo laat de evaluatie zien dat de Aziatische ontwikkelingsbank al doeltreffend
is op het gebied van klimaatadaptatie; de Afrikaanse ontwikkelingsbank heeft nog baat
bij extra ondersteuning hierop, ook gezien het belang van klimaatadaptatie voor Afrika.
In 2022 heeft Nederland mede daarom bij de 16e middelenaanvulling van het African Development Fund een bijdrage van EUR 100 miljoen toegezegd aan het Climate Action Window ten behoeve van klimaatadaptatie, ondersteund met technische kennis vanuit het Global Center for Adaptation (EUR 10 miljoen).
Het kabinet ziet de meerwaarde van de financiering van ontwikkelingsbanken en vindt
het belangrijk dat deze bijdragen meetellen als klimaatfinanciering. De banken hebben
op de klimaattop in Baku (COP29) een gezamenlijke prognose afgegeven hun klimaatfinanciering
te verhogen naar USD 120 miljard in 2030 en daarbij tevens USD 65 miljard private
klimaatfinanciering te mobiliseren.
Nederland rapporteerde over 2024 een klimaatrelevante bijdrage aan multilaterale ontwikkelingsbanken
(MDB inflows) van EUR 140 miljoen. Volgend op het akkoord voor een nieuw klimaatfinancieringsdoel
bij de COP29 en in lijn met de internationale standaarden is de HGIS-methodiek met
ingang van 2026 aangepast. Dit houdt in dat het kabinet voortaan het Nederlandse aandeel
in de gerealiseerde klimaatfinanciering van de banken naar ontwikkelingslanden rekent
(MDB outflows). In de prognose voor 2026 berekende Nederland, conform nieuwe methodiek, EUR 1,1
miljard aan klimaatfinanciering vanuit MDBs (MDB outflows). Het kabinet baseert zich op het Nederlandse aandeel van de daadwerkelijke gerealiseerde
klimaatrelevante investeringen vanuit de verschillende MDBs zoals gerapporteerd in
het meest recente Joint MDB Climate Finance report1. De private mobilisatie door MDBs wordt meegenomen onder de totale private mobilisatie;
deze methodiek is ongewijzigd.
Op welke manier wil het kabinet de doeltreffendheid verbeteren van de aanpak van grondoorzaken
van irreguliere migratie?
Antwoord
De periodieke rapportage laat zien dat de VN en de multilaterale banken binnen hun
mandaat in belangrijke mate bijdragen aan de grondoorzaken van migratie door te werken
aan armoedebestrijding, ontwikkeling, goed bestuur, mensenrechten, klimaatbestendigheid
en de financiering daarvan in brede zin. Door levensomstandigheden te verbeteren proberen
zij te voorkomen dat mensen uit pure nood moeten vertrekken. Het kabinet investeert
daarnaast via multilaterale organisaties (op basis van mandaat en doeltreffendheid)
in oplossingen voor opvang in regio’s waar veel vluchtelingen verblijven met als hoofddoel
vluchtelingen en hun gastgemeenschappen duurzaam perspectief te bieden en de mogelijkheid
een menswaardig bestaan op te bouwen in opvanglanden in de regio. Deze inzet dient
mede om irreguliere doorreis naar Europa te voorkomen.
Op welke manier draagt het kabinet bij aan de toenemende mate waarin private financiering
wordt gemobiliseerd voor ontwikkelingsprojecten?
Antwoord
Het kabinet werkt op deze agenda samen met institutionele investeerders, multilaterale
ontwikkelingsbanken en innovatieve partijen om private financiering op schaal te ontsluiten
voor ontwikkeling. Het kabinet zet binnen de boards van de multilaterale ontwikkelingsbanken
in op dit onderwerp. Ook werkt het aan het transparanter maken van investeringsdata,
zoals de Global Emerging Markets Risk Database (GEMs), dit moet private financieringsstromen
naar ontwikkelingsprojecten vergroten.
Daarnaast steunt het kabinet Nederlandse partijen die aan deze agenda werken. Het
Nederlandse innovatieve fonds ILX is hier een goed voorbeeld van. Nederland, Duitsland
en het VK hebben dit fonds in de opstartfase met een relatief kleine overheidsbijdrage
gesteund. Inmiddels heeft ILX 1,7 miljard USD privaat kapitaal gemobiliseerd van Nederlandse
en Deense pensioenfondsen. Dit kapitaal wordt samen met multilaterale ontwikkelingsbanken,
zoals de Wereldbank, geïnvesteerd in ontwikkelingsprojecten. Dit is win-win: het levert
rendement op voor institutionele investeerders en draagt bij aan de ontwikkelingsdoelen.
Hebben de bezuinigingen gevolgen gehad voor de Nederlandse vertegenwoordiging in de
boards van VN-organisaties en de banken? Heeft Nederland posities verloren of niet
kunnen bemachtigen? Waar en welke?
Antwoord
Van de organisaties die zijn onderzocht in de Periodieke Rapportage krijgen met name
UNDP en UNICEF vanaf 2026 te maken met Nederlandse bezuinigingen op de kernbijdrage.
De bezuinigingen hebben nog geen gevolgen gehad voor de positie van Nederland. Door
de taakstelling geldt wel dat voor de VN-bestuursraden scherpe keuzes gemaakt worden.
De Nederlandse afvaardiging zal in toenemende mate qua niveau en capaciteit afhankelijk
gemaakt worden van de agenda en er zal waar mogelijk sterker worden geleund op de
inzet, kennis en expertise van gelijkgezinde donoren. Voor de vertegenwoordiging van
Nederland in de Raden van Bewind van de multilaterale banken hebben de bezuinigingen
geen directe gevolgen gehad. Vertegenwoordiging bij multilaterale banken is gekoppeld
aan aandeelhouderschap; Nederland is bij alle banken onderdeel van een kiesgroep van
meerdere landen.
Heeft de aanpak van irreguliere migratie prioriteit voor het kabinet als het gaat
om de gerichte inzet voor institutionele hervormingen bij multilaterale organisaties?
Zo ja, op welke manier gaat het kabinet zich hiervoor inzetten?
Antwoord
Irregulier migratie is ook binnen de multilaterale instellingen en hun hervormingsagenda
een prioriteit van het kabinet. Door versterking van de samenwerking tussen de multilaterale
organisaties onderling (deliver as one) kunnen zij hun taken gericht op migratiemanagement effectiever en efficiënter uitvoeren.
Een voorbeeld van een programma dat Nederland steunt is Prospects. In dit programma
werken VN-organisaties, Wereldbank en IFC samen om betere opvang in de regio’s waar
veel vluchtelingen verblijven te realiseren, bijvoorbeeld door zowel zorg, als onderwijs,
als skills training en werkgelegenheid te bieden. Uit onderzoek blijkt dat het ontbreken
van dergelijke diensten een aanleiding is voor irreguliere migratie.
Hoe duidt het kabinet de positieve trend waarin het Nederlandse bedrijfsleven een
belangrijke en almaar groter wordende bijdrage levert aan ontwikkelingsdoelen?
Antwoord
Het kabinet stelt zich als doel om de relatie tussen ontwikkelingshulp en het Nederlands
verdienvermogen te versterken. Door het betrekken van Nederlandse bedrijven bij ontwikkelingshulp
snijdt het mes aan twee kanten: we creëren kansen voor onze bedrijven en in lage-
en middeninkomenslanden groeien de economie en werkgelegenheid.
Op welke manier gaat het kabinet bijdragen aan een groeiende rol van het Nederlandse
bedrijfsleven om een grotere bijdrage te leveren aan ontwikkelingsdoelen?
Antwoord
Het kabinet zet daarvoor versterkt in op aanpakken die hulp en handel verbinden en
waar Nederland sterk in is. Een voorbeeld is de samenwerking met het Nederlandse bedrijfsleven
om bij te dragen aan innovaties en het oplossen van lokale problemen in de zogenaamde
combinatielanden. Dat zorgt niet alleen voor lokale oplossingen, maar zo helpen we
ook bedrijven hun marktpositie verder te versterken.
We bouwen ook voort op de diamantbenadering. Op terreinen waar Nederland sterk in
is, zoals voedselzekerheid en water, kan die aanpak kansen creëren voor kennisinstellingen,
maatschappelijke organisaties en Nederlandse bedrijven.
Ook de multilaterale instellingen bieden kansen voor Nederlands verdienvermogen en
bedrijven. Zo werkt de Wereldbank aan de duurzame ontwikkeling van ontwikkelingslanden,
wat ook economische kansen creëert voor Nederland, omdat in deze opkomende markten
de lokale economie wordt versterkt en het ondernemingsklimaat verbetert. Zodoende
ontstaan meer kansen voor handels- en investeringsrelaties met Nederlandse bedrijven.
Daarnaast bieden de programma’s van de Wereldbank ook directe kansen voor Nederlandse
bedrijven en kennisinstellingen, bijvoorbeeld door aanbestedingen. Zo bevordert het
kabinet dat in de vroege fase van projectontwikkeling ruimte is voor goede voorbereiding,
hoge kwaliteits- en duurzaamheidsstandaarden en mobilisatie van private financiering.
Dit vergroot de kans dat projecten effectief zijn en dat Nederlandse partijen in de
uitvoering via aanbestedingen succesvol kunnen meedingen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.G. Boswijk, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp -
Mede ondertekenaar
M. Prenger, griffier