Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Dobbe over het Israëlische besluit om humanitaire organisaties te weren uit Gaza en de Westelijke Jordaanoever
Vragen van het lid Dobbe (SP) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over het Israëlische besluit om humanitaire organisaties te weren uit Gaza en de Westelijke Jordaanoever (ingezonden 2 januari 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Buitenlandse Zaken), mede namens de Staatssecretaris
van Buitenlandse Zaken (ontvangen 12 februari 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen,
vergaderjaar 2025–2026, nr. 969
Vraag 1
Wat is uw reactie op het besluit van Israël om enkele tientallen hulporganisaties
de toegang te ontzeggen in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever?1
Antwoord 1
Het besluit van Israël om verschillende internationale ngo’s te weren is zorgwekkend
en zal negatieve consequenties hebben voor de hulpverlening in de bezette Palestijnse
gebieden. Het Israëlische besluit raakt onder meer Nederlandse partners van de Dutch
Relief Alliance. Nederland onderhoudt nauw contact met deze organisaties om de consequenties
voor de humanitaire hulpverlening zo goed mogelijk in kaart te brengen. Naast de Dutch
Relief Alliance, ondersteunt Nederland met flexibel inzetbare bijdragen de VN en de
Rode Kruis- en Halve Maanbeweging om te reageren op humanitaire crises wereldwijd,
waaronder ook in de Palestijnse Gebieden. Deze organisaties werken nauw samen met
professionele ngo’s, waardoor de impact van de herregistratieplicht ook deze vorm
van hulpverlening raakt.
Vraag 2
Waarom heeft u niet meegedaan aan de gezamenlijke verklaring van de Ministers van
Buitenlandse Zaken van Canada, Denemarken, Finland, Frankrijk, IJsland, Japan, Noorwegen,
Zweden, Zwitserland en Groot-Brittannië, die het besluit onaanvaardbaar noemen? Bent
u bereid deze verklaring openlijk en integraal mede te ondersteunen? Kunt u uw antwoord
toelichten?
Antwoord 2
Het kabinet spant zich in om hulporganisaties zo goed mogelijk te ondersteunen. Dat
doet het zowel voor als achter de schermen. Of en wanneer bij bredere internationale
initiatieven wordt aangesloten, wordt per keer gewogen. Het kabinet zoekt naar de
meest effectieve wijze om boodschappen over te brengen. Eerder was Nederland medeondertekenaar
van het Foreign Ministers» statement van augustus 2025, en onderstreepte het zorgen over de wetgeving tijdens de Europese
Raad. Op 31 december 2025 sprak ook de Staatssecretaris voor Buitenlandse Handel en
Ontwikkelingshulp publiekelijk haar zorgen uit.
Vraag 3
Heeft u contact gehad met de humanitaire organisaties die geraakt worden door dit
besluit en die ook vanuit Nederland werken, over de gevolgen die dit heeft en welke
actie nodig is vanuit Nederland om ervoor te zorgen dat zij ongehinderd hun werk kunnen
blijven doen? Zo nee, waarom niet en bent u bereid dit met spoed te doen en de Kamer
over de uitkomsten te informeren? Zo ja, wat was de uitkomst van deze gesprekken?
Antwoord 3
Nederland heeft uitvoerig en geregeld contact met hulporganisaties. Zo heeft de Staatssecretaris
Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp op 8 januari jl. gesproken met Nederlandse
hulporganisaties over de ontwikkelingen omtrent de herregistratieplicht en de impact
op de humanitaire respons. Afgesproken is om deze contacten voort te zetten en elkaar
goed op de hoogte te houden van verdere ontwikkelingen en effecten van het besluit.
Ook heeft Nederland contact met de Israëlische autoriteiten via diplomatieke wegen
over dit besluit, zie daarvoor antwoord op vraag 7.
Vraag 4
Hebt u kennisgenomen van cijfers van de Verenigde Naties dat Gaza door dit besluit
van Israël de helft van de gezondheidsposten zal verliezen, een derde van de medische
hulpgoederen van internationale hulporganisaties, en dat 90 procent van de mobiele
medische teams zullen wegvallen? Wat is uw reactie?
Antwoord 4
Ja. Hulporganisaties hebben te maken met aanhoudende belemmeringen, naast de Israëlische
herregistratieplicht, waaronder de beperkte opening van grensovergangen, en de restricties
voor de invoer van goederen die Israël als dual use ziet, zoals onderdakmaterialen en bepaalde medische apparatuur. Nederland deelt de
zorgen die hierover bestaan. Israël heeft de verplichting om, conform het humanitair
oorlogsrecht, de bevolking in de gehele Gazastrook te voorzien van essentiële goederen
en de levering van deze goederen door derden niet te belemmeren.
Vraag 5
Bent u het ermee eens dat het een oorlogsmisdaad is om een bevolking toegang tot medische
hulp en humanitaire hulp te ontzeggen?
Antwoord 5
De burgerbevolking heeft recht op toegang tot medische voorzieningen en voldoende
humanitaire hulp. Een bezettende macht heeft volgens de Verdragen van Genève de verplichting
om de lokale bevolking te voorzien van essentiële levensbehoeften, waaronder voedsel,
medische benodigdheden en diensten. Wanneer de lokale bevolking van een bezet gebied
onvoldoende bevoorraad is, dan is een bezettende macht tevens verplicht om in te stemmen
met hulpacties van derde staten of onpartijdige humanitaire organisaties en deze met
alle haar ten dienste staande middelen te faciliteren. Zoals gesteld in eerdere beantwoording
van Kamervragen met kenmerk 2025Z15153, druist het weigeren van de levering van humanitaire hulp door dergelijke organisaties
op basis van willekeurige gronden evident in tegen het humanitair oorlogsrecht. De
verplichting om onpartijdige humanitaire organisaties toe te staan ontslaat een bezettende
macht niet van de verplichtingen om de lokale bevolking zelf te voorzien van levensmiddelen,
medische en andere noodzakelijke goederen.
Vraag 6
Bent u het ermee eens dat de humanitaire gevolgen van dit besluit absoluut onacceptabel
zijn en dat alles gedaan moet worden om te zorgen voor vrije toegang van humanitaire
hulp in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever?
Antwoord 6
Het besluit van Israël om verschillende internationale ngo’s te weren is zorgwekkend
en zal negatieve consequenties hebben voor de hulpverlening in de bezette Palestijnse
gebieden. Gezien de hoge humanitaire noden zijn alle professionele hulporganisaties
op dit moment hard nodig. Nederland neemt Israëlische veiligheidszorgen serieus en
heeft meermaals verzocht of de Israëlische autoriteiten in gesprek kunnen gaan met
de ngo’s hierover. Het besluit om de registratie van deze internationale ngo’s niet
te verlenen, zonder hierover met hen in gesprek te gaan, ziet het kabinet niet als
de juiste weg voorwaarts.
Vraag 7
Heeft u contact gehad met de Israëlische regering over dit besluit? Zo nee, waarom
niet? Zo ja, wanneer was dit, met wie was dit en wat waren daar de uitkomsten van?
Antwoord 7
Nederland heeft de zorgen over de herregistratieplicht in afgelopen maanden regelmatig
bij de Israëlische autoriteiten aangekaart. De Minister van Buitenlandse Zaken nam
na het besluit van Israël op 31 december jl. telefonisch contact op met de Israëlische
Minister van Buitenlandse Zaken. Ook benadrukte de Minister van Buitenlandse Zaken
de Nederlandse zorgen andermaal in gesprek met zijn Israëlische ambtsgenoot tijdens
het bezoek van november 2025 aan Israël en de bezette Palestijnse Gebieden.
Vraag 8
Aangezien de Israëlische regering niet is teruggekomen op dit besluit, welke aanvullende
acties gaat u ondernemen om de druk op te voeren, zodat dit wel gebeurt? Kunt u toelichten
welke actie en maatregelen u neemt en wanneer u de Kamer over de uitkomsten hiervan
zult informeren?
Antwoord 8
Het kabinet zal er in de aankomende periode bij Israël op blijven aandringen om de
VN, Rode Kruis- en Halve Maanbeweging en internationale ngo’s, waaronder de vertrouwde
humanitaire partners van Nederland, ongehinderde toegang te verschaffen tot de bezette
Palestijnse gebieden. Hiertoe verzoekt het kabinet de Israëlische autoriteiten om
het gesprek met onze humanitaire partners aan te gaan. Nederland onderhoudt nauw contact
met onze partnerorganisaties en met gelijkgestemde landen over mogelijke handelingsopties.
Ook in bredere zin blijft Nederland zich inzetten voor vrije, veilige humanitaire
toegang in de Palestijnse gebieden. Dat doen we in bilateraal, EU-, en multilateraal
verband. Het kabinet zal de Kamer blijven informeren over de Nederlandse inzet.
Vraag 9
Wat heeft u gedaan om dit besluit van de Israëlische regering te voorkomen? Kunt u
uw antwoord toelichten?
Antwoord 9
Het kabinet heeft zich naar vermogen en gezamenlijk met partners in zowel bilateraal,
EU-, en multilateraal verband ingezet om dit besluit te voorkomen. Zie antwoord op
vragen 2, 7 en 8.
Vraag 10
Hoe effectief acht u de inspanningen die u verricht heeft en wat heeft u ondernomen
toen duidelijk werd dat deze inspanning onvoldoende was om dit besluit te voorkomen?
Antwoord 10
Het kabinet heeft zich naar vermogen en gezamenlijk met partners in zowel bilateraal,
EU-, en multilateraal verband ingezet om dit besluit te voorkomen. Zie daarnaast antwoord
op vragen 2, 7 en 8.
Vraag 11
Vindt u dat u alles heeft gedaan wat kon om dit besluit van de Israëlische regering
te voorkomen? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 11
Het kabinet heeft zich naar vermogen en gezamenlijk met partners in zowel bilateraal,
EU-, en multilateraal verband ingezet om dit besluit te voorkomen. Zie daarnaast antwoord
op vragen 2, 7 en 8.
Vraag 12
Bent u bereid deze vragen een voor een en met spoed te beantwoorden?
Antwoord 12
De vragen zijn zo spoedig en zorgvuldig mogelijk behandeld.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
A. de Vries, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.