Verslag (initiatief)wetsvoorstel (nader) : Verslag
36 889 Wijziging van de Archiefwet 1995 ter verruiming van de mogelijkheden om archiefbescheiden die in een archiefbewaarplaats berusten en die persoonsgegevens bevatten, ter raadpleging en gebruik beschikbaar te stellen
Nr. 5 VERSLAG
Vastgesteld 12 februari 2026
De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, belast met het voorbereidend
onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen.
Onder het voorbehoud dat de hierin gestelde vragen en gemaakte opmerkingen voldoende
zullen zijn beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van het voorstel
van wet genoegzaam voorbereid.
Inhoudsopgave
blz.
I.
Algemeen
2
1.
Inleiding
2
2.
Hoofdlijnen van het voorstel
3
2.1
Aanleiding
3
2.2
Noodzaak
3
2.3.
Doel
3
2.4.
Inhoud
4
2.4.1.
Toepassingsbereik
4
2.4.2.
Verruiming van de mogelijkheden om archiefbescheiden met bijzondere en strafrechtelijke
persoonsgegevens ter inzage te geven
4
2.4.3.
Grondslag voor beschikbaarstelling beperkt openbare archiefbescheiden via internet
5
2.4.4.
Het alsnog stellen van openbaarheidsbeperkingen
5
3.
Verhouding tot hoger recht
5
3.1
Publicatie via internet van beperkt openbare archiefbescheiden die persoonsgegevens
bevatten
5
4.
Verhouding tot nationaal recht
6
4.1
Wet hergebruik van overheidsinformatie
6
5.
Consultatie en advies
6
5.1.
Adviezen
6
II.
Artikelsgewijs
6
Artikel 2
6
Artikel 17a
6
I. Algemeen
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van
het onderhavige wetsvoorstel. Deze leden zijn zich bewust van de spanning tussen het
belang van openbaarheid en respect voor de persoonlijke levenssfeer en hechten dan
ook aan goed toezicht op gebruik van data door overheid en bescherming van privacy.
Bestaande toezichthouders, zoals de Autoriteit Persoonsgegevens, verdienen meer bevoegdheden,
expertise en middelen om algoritmen en systemen te controleren op transparantie, uitlegbaarheid,
proportionaliteit en discriminatie. Bij misstanden dient de overheid op te treden
of te handhaven. Op overheidsorganisaties rust in dit kader een plicht tot een impactanalyse
op rechtsgelijkheid en grondrechten bij inzet van nieuwe technologie of data. Tegelijkertijd
hechten deze leden aan een transparante overheid en aan inzage van burgers in dossiers
die overheden over hen hebben opgebouwd. Deelt de regering deze uitgangspunten?
De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de Wijziging
van de Archiefwet 1995 ter verruiming van de mogelijkheden om archiefbescheiden die
in een archiefbewaarplaats berusten en die persoonsgegevens bevatten, ter raadpleging
en gebruik beschikbaar te stellen. Deze leden willen graag van de mogelijkheid gebruik
maken enkele vragen over onderhavig wetvoorstel te stellen.
Voorts merken de leden van de CDA-fractie op dat de Autoriteit Persoonsgegevens en
de Afdeling van de Raad van State (hierna: Afdeling) naar voren hebben gebracht dat
de afweging van belangen tussen de betrokken grondrechten een bevoegdheid van de overheid
is. Vervolgens vinden deze leden de vraag legitiem of de gekozen vorm, het maken van
die afwegingen, te beleggen bij lagere regelgeving voldoende is. Kan de regering hier
uitgebreid op reflecteren, zo vragen deze leden.
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de Wijziging van de Archiefwet
1995 ter verruiming van de mogelijkheden om archiefbescheiden die in een archiefbewaarplaats
berusten en die persoonsgegevens bevatten, ter raadpleging en gebruik beschikbaar
te stellen. Deze leden hebben geen vragen aan de regering.
1. Inleiding
De leden van de CDA-fractie merken op dat hoewel de aanleiding van het wetsvoorstel
het CABR1 is het wetsvoorstel een bredere reikwijdte heeft. De voorgestelde grondslag voor
publicatie via internet van archiefbescheiden hoeft niet uitsluitend voor het CABR
te worden toegepast. Deze leden willen weten waarom de regering ervoor kiest om een
bredere reikwijdte in deze wet op te nemen. En is dit niet eerder, bijvoorbeeld bij
de herziening van de Archiefwet, overwogen? Zo ja, waarom is dat toen niet geregeld?
2. Hoofdlijnen van het voorstel
De leden van de CDA-fractie stellen vast dat de Afdeling opmerkt dat de regering het
voornemen heeft slechts in uitzonderlijke gevallen toe te staan dat er publicatie
op het internet plaatsvindt. De Afdeling adviseert de reikwijdte in de wet te beperken
tot de voorbeelden die ook in de Algemene verordening gegevensbescherming worden genoemd
en waarnaar de regering expliciet verwijst. Dit heeft de regering overgenomen. Kan
de regering nader uiteenzetten waarom hiervoor gekozen is? Kan de regering hier enkele
voorbeelden van geven zodat deze leden een goed beeld krijgen van welke archieven
hieronder zouden kunnen vallen?
2.1 Aanleiding
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat de concrete aanleiding voor
dit wetsvoorstel een onderzoek is van de Autoriteit Persoonsgegevens naar het plan
van het Nationaal Archief om het CABR via internet beschikbaar te stellen. De Autoriteit
Persoonsgegevens waarschuwde voor mogelijke privacyschending bij de digitalisering
van het archief. Deze leden hechten wel aan ontsluiting van deze informatie via internet
en zij stemmen in met de keuze om dit wetsvoorstel een bredere reikwijdte te geven,
zodat ook bij andere overheidsarchieven de geconstateerde knelpunten worden weggenomen.
Tegelijkertijd hebben zij wel de vraag hoe breed de regering het begrip «overheidsarchief»
opvat. Vallen hier bijvoorbeeld ook archieven van scholen voor regulier bekostigd
onderwijs onder?
2.2 Noodzaak
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat de regering stelt dat de uitzonderingen
voor wetenschappelijk, historisch en statisch onderzoek in de Uitvoeringswet AVG2 te beperkt zijn voor het verlenen van toegang tot archieven. Kan de regering nader
toelichten op grond van welke overwegingen zij niet heeft besloten om dit probleem
te verhelpen met een aanpassing van deze uitvoeringswet, maar liever met een wijziging
van de Archiefwet, zo vragen deze leden.
2.3. Doel
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat de regering met de verruiming
van toegang tot overheidsarchieven met persoonsgegevens het belang wil dienen van
toegang tot overheidsinformatie en cultureel erfgoed. Deze leden vragen hoe breed
de regering het belang van toegang tot cultureel erfgoed hierbij opvat. Kan de regering
ook toelichten of zij bijvoorbeeld onderzoeken voor een persoonlijk belang, zoals
een genealogisch onderzoek, tevens rekent tot cultureel erfgoed?
De leden van de CDA-fractie merken op dat de regering stelt dat onderhavig wetsvoorstel
om – door een gepaste inkadering van de voornoemde verruimingen – tussen twee belangen
een nieuwe balans moet creëren waarmee recht wordt gedaan aan twee fundamentele belangen.
Dat kunnen deze leden zich enerzijds voorstellen, anderzijds vragen zij zich af hoe
de regering wil toetsen of beide belangen in balans zijn en vervolgens blijven. Zijn
bij de plenaire behandeling van onderhavig wetsvoorstel de AMvB’s3 en het Besluit klaar?
Immers het wetsvoorstel maakt een evenwichtige belangenafweging en daartoe te nemen
beschermingsmaatregelen mógelijk. Of in een concrete situatie dat ook zo zal kunnen
zijn, valt alleen te beoordelen als de invulling in de lagere regelgeving bekend is
en pas als de archiefbeheerder binnen de daarin gestelde kaders zijn keuze heeft gemaakt.
De conclusie in het advies van de Afdeling, overgenomen in de memorie van toelichting,
dat met dit wetsvoorstel de regering een evenwichtige en zorgvuldige afweging maakt
van de grondrechten, waarden en belangen die hier in het geding zijn kunnen. De leden
vinden dat ze dit nu niet helemaal kunnen overzien. Daarom specifiek de vraag: worden
de AMvB’s ook betrokken bij de plenaire behandeling?
2.4. Inhoud
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat het wetsvoorstel een grondslag
biedt om documenten uit een archief dat betrekking heeft op oorlog of oorlogsmisdaden,
politiek gedrag onder voormalige totalitaire regimes, genocide of misdaden tegen de
menselijkheid, onder voorwaarden via internet beschikbaar worden gesteld, ook als
deze archiefbescheiden mogelijk nog (bijzondere of strafrechtelijke) persoonsgegevens
bevatten. Deze leden vinden met de regering dat de toegankelijkheid van deze informatie
zó zwaar weegt, dat hierbij inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van daders gerechtvaardigd
is. Kan de regering ook toelichten wat dit wetsvoorstel gaat betekenen voor gegevens
over de persoonlijke levenssfeer van slachtoffers en verdachten, die uiteindelijk
niet schuldig werden bevonden?
2.4.1. Toepassingsbereik
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat instellingen zoals het Internationaal
Instituut voor Sociale Geschiedenis en de Black Archives geen gebruik kunnen maken
van de verruimingen die dit wetsvoorstel introduceert en gebruik moeten maken van
de uitzonderingen in de Uitvoeringswet AVG. In feite blijven er dus voor zo’n particulier
archief strengere beperkingen gelden dan voor overheidsarchieven. Hoe staat de regering
ertegenover om straks, op basis van de ervaringen met het onderhavige wetsvoorstel,
ook de wetgeving voor particuliere archieven te verruimen, zo vragen deze leden.
2.4.2. Verruiming van de mogelijkheden om archiefbescheiden met bijzondere en strafrechtelijke
persoonsgegevens ter inzage te geven
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat de Afdeling adviseerde om de
belangenafweging bij verzoekers met een persoonlijk belang op wetsniveau uit te werken,
maar de regering daarvan heeft afgezien en ervoor gekozen de regels uit te werken
in het Archiefbesluit 20., dat op dit moment ter advisering bij de Raad van State
ligt. Deze leden vragen of dit advies openbaar wordt, alvorens de verdere wetsbehandeling
plaatsvindt.
De leden van de CDA-fractie stelen vast dat om via het internet van (openbare of beperkt
openbare) archiefbescheiden beschikbaar te stellen de regering het advies van de Afdeling
heeft opgevolgd door passende maatregelen op wetsniveau vast te leggen. Het advies
van de Afdeling om een koppeling met het overlijdensregister op te nemen is echter
niet overgenomen. Kan de regering uitgebreid uiteenzetten waarom hier niet voor gekozen
is?
2.4.3. Grondslag voor beschikbaarstelling beperkt openbare archiefbescheiden via internet
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat bij het via internet beschikbaar
stellen van openbare archieven de Afdeling erop heeft gewezen dat dit een wezenlijk
andere dimensie geeft aan de openbaarheid, vanwege de mogelijkheid tot grotere verspreiding.
Het treffen van passende waarborgen wordt hierbij geheel overgelaten aan de archivaris.
Passende waarborgen worden niet ook in het wetsvoorstel geregeld. Kan de regering
nader toelichten wat zich ertegen verzet om – mede aan de hand van het voorbeeld van
het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging – waarborgen vast te leggen op het niveau
van een algemene maatregel van bestuur?
De leden van de CDA-fractie merken op dat de reden voor dit wetsvoorstel de problemen
zijn die ontstaan doordat het CABR zo’n 485.000 dossiers van personen die na de Tweede
Wereldoorlog zijn onderzocht op collaboratie met de Duitse bezetter openbaar maakte
en dat volgens de Autoriteit Persoonsgegevens niet mocht, omdat het ging om persoonsgegevens.
Met dit wetsvoorstel wordt de reikwijdte uitgebreid met een bevoegdheid zodat archiefbescheiden
die deel uitmaken van een archief dat betrekking heeft op oorlog of oorlogsmisdaden,
politiek gedrag onder voormalige totalitaire regimes, genocide of misdaden tegen de
menselijkheid ook openbaar kunnen worden gemaakt via het internet. Kan de regering
toelichten op hoeveel archieven dit wetsvoorstel na aanneming dan betrekking heeft?
Welke archieven is de regering voornemens om via het internet beschikbaar te stellen
gezien de reikwijdte van de wet? Deze leden kunnen zich voorstellen dat het concretiseren
van het omslagpunt wanneer een algemeen belang een zwaarwegend algemeen belang wordt,
lastig in de memorie van toelichting is aan te geven. Maar de leden kunnen zich ook
voorstellen dat na aanneming van deze wet beide belangen in het geding zijn. Kortom
het algemeen belang en het zwaarwegend belang zijn met elkaar in conflict. Kan de
regering nader uiteenzetten hoe de Minister dit vervolgens wil wegen?
2.4.4. Het alsnog stellen van openbaarheidsbeperkingen
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat de regering de mogelijkheid
noemt dat per vergissing bij de overbrenging geen openbaarheidsbeperking wordt gesteld.
Wat kan een individuele benadeelde wiens privésfeer wordt geschaad in zo’n geval ondernemen,
zo vragen deze leden.
3. Verhouding tot hoger recht
3.1 Publicatie via internet van beperkt openbare archiefbescheiden die persoonsgegevens
bevatten
De leden van de CDA-fractie onderschrijven het uitgangspunt van de regering dat openbaarmaking
bijdraagt aan het blijven vertellen en duiden van het verhaal van de Holocaust en
daarmee aan kennis en historisch besef over het verleden. Het uitgangspunt is dat
geïnteresseerden, nabestaanden, professionals in het onderwijs én jongeren de informatie
kunnen vinden die zij zoeken, zonder daarin beperkt te worden door de fysieke plek
waar de informatie zich bevindt. Deelt de regering ook het uitganspunt van deze leden
dat deze informatie wel van context moet worden voorzien? Door online plaatsen zonder
enige drempel kan ineens de hele wereld er oncontroleerbaar bij. Het doel van het
onderhavige wetsvoorstel, de bescherming van grondrechten in hun onderlinge afweging,
kan dan met zekerheid niet meer worden gerealiseerd, tenzij aanvullende (handhaafbare
technische) maatregelen worden verplicht gesteld. Kan de regering uiteenzetten hoe
zij hiermee om wil gaan?
4. Verhouding tot nationaal recht
4.1 Wet hergebruik van overheidsinformatie
De leden van de CDA-fractie vragen aan de regering hoe zij de drie rollen van de Minister
ziet in het onderhavige wetsvoorstel ten aanzien van het CABR en andere gevoelige
archieven? Is er voldoende «tegenmacht» georganiseerd?
5. Consultatie en advies
5.1. Adviezen
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat de regering het advies van de
Autoriteit Persoonsgegevens niet overneemt om mogelijk te maken dat verzoekers met
functiebeperkingen online kennis kunnen nemen van (bepaalde) belangrijke beperkt openbare
archiefbescheiden en in wetgeving de (groepen) belanghebbenden aan te wijzen die online
toegang moeten krijgen tot archiefbescheiden. Deze leden vragen hoe deze afwijzing
zich verhoudt tot de bepalingen in het Verdrag inzake de rechten van personen met
een handicap, waarbij Nederland zich in 2016 heeft aangesloten.
II. Artikelsgewijs
Artikel 2
De leden van de CDA-fractie vragen of de verwijzing in artikel 2a lid 2 onder b naar
lid 4 van artikel 17a niet lid 5 moet zijn.
Artikel 17a
De leden van de CDA-fractie hebben over artikel 17a een aantal vragen. Zij vragen
ten eerste waarom in artikel 17a lid 2 onder a het begrip «oorlog» wordt toegevoegd
en volstaat het wetsvoorstel niet met de onderwerpen genoemd in Overweging 158 AVG
(«specifieke informatie over het politiek gedrag onder voormalige totalitaire regimes,
over genocide, misdaden tegen de menselijkheid, met name de Holocaust, of over oorlogsmisdaden»).
Treedt het wetsvoorstel daarmee niet buiten de grenzen die de AVG aangeeft? Het begrip
«oorlog» is immers nogal ruim. Ten tweede vragen deze leden waarom op meerdere plaatsen
(artikel 17 lid 6; 17a lid 5) ten opzichte van de vorige versie van het wetsvoorstel
de term «waarborgen» is vervangen door «maatregelen». Is dat laatste niet een zwakker
begrip? En tot slot vragen de leden waarom in 17a lid 6 «kan» staat (dus optioneel),
en in 17 lid 7 onder b «worden» (dus een plicht).
De fungerend voorzitter van de commissie, Bromet
Adjunct-griffier van de commissie, Bosnjakovic
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
L. Bromet, voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Mede ondertekenaar
C.H. Bosnjakovic , adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.