Schriftelijke vragen : De casus Pensioenfonds Johnson & Johnson
Vragen van het lid Van Brenk (50PLUS) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de casus Pensioenfonds Johnson & Johnson (ingezonden 12 februari 2026).
Vraag 1
Klopt het dat u tijdens het commissiedebat Pensioenonderwerpen van 29 januari 2026
heeft gezegd dat een transitie van een pensioenfonds naar het buitenland alleen mogelijk
is met een tweederde meerderheid van de medewerkers? Hoe is het dan mogelijk dat bij
Johnson & Johnson een «negatief piepsysteem» is gebruikt, namelijk wie zwijgt stemt
toe? Is dit wenselijk volgens u en is dit in de toekomst te vermijden?
Vraag 2
Klopt het dat u tijdens het commissiedebat heeft gezegd dat de deelnemers van het
pensioenfonds Johnson & Johnson terecht kunnen bij een geschillencommissie? Als dat
niet het geval blijkt te zijn, kunt u dan nog iets betekenen voor de deelnemers van
Johnson & Johnson?
Vraag 3
Is het gebruikelijk dat een Centrale Ondernemingsraad geheimhouding opgelegd krijgt
ten aanzien van de invoering van de Wet toekomst pensioenen (Wtp)?
Vraag 4
Wat vindt u van het feit dat de Centrale Ondernemingsraad van Johnson & Johnson, bestaande
uit drie a vier actieve medewerkers, als sociale partner een besluit neemt over de
invoering van de Wtp voor 10.000 deelnemers, zonder dat zij mogelijkheden hebben voor
ruggespraak en/of overleg met hun achterban. Is hier enig toezicht op?
Vraag 5
Bent u ermee bekend dat Johnson & Johnson opnieuw voornemens is om het pensioenfonds
te vestigen in België, ondanks het feit dat er grote verschillen bestaan op het gebied
van evenwichtigheid, premiebeleid, medezeggenschap, governance en beleggingsbeleid?
Geven deze verschillen niet een onevenwichtige uitvoering en uitkomst van pensioenregelingen?
Vraag 6
Bent u op de hoogte van de United States Generally Accepted Accounting Principles-boekhoudregels
(US Gaap-boekhoudregels) van Amerikaanse bedrijven met betrekking tot het opgebouwde
pensioenvermogen? Wat vindt u ervan, dat het pensioenvermogen op de balans van Amerikaanse
bedrijven, een dusdanig belangrijk financieel voordeel blijkt te geven, dat elke indexatie
ten gunste van de deelnemers, wordt gezien als kapitaalvermindering en een slechtere
balanspositie?
Vraag 7
Kan Johnson & Johnson eigenstandig beslissen om wel of niet in te varen? Hebben deelnemers
hier nog inspraak in?
Vraag 8
In hoeverre is het wenselijk dat er extra toezicht of een vorm van nazorg komt van
De Nederlandsche Bank, op of jegens pensioenfondsen die «verdwijnen» naar België?
Wat is uw visie hierop?
Indieners
-
Gericht aan
M.L.J. Paul, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
Indiener
Corrie van Brenk, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.