Schriftelijke vragen : Het bericht ‘Overheid weigert herstel voor 1.800 jongeren uit toeslaenaffaire’
Vragen van de leden Westerveld (GroenLinks-PvdA), Jimmy Dijk (SP) en Inge van Dijk (CDA) aan de Staatssecretaris van Financiën en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht «Overheid weigert herstel voor 1.800 jongeren uit toeslaenaffaire» (ingezonden 12 februari 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Overheid weigert herstel voor 800 jongeren uit toeslagenaffaire»?1
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het signaal van de vijf Kinderombudsmannen in hun rapport «Niet mijn
(studie)schuld», waarbij de Kinderombudsmannen, net als de Commissie Hamer en de VNG,
al geruime tijd oproepen om gedupeerde jongeren te helpen met hun DUO-schulden?
Vraag 3
Wat is volgens u de rol van (lokale) (Kinder-)ombudsmannen en andere instanties, ambtenaren
en memo’s geweest bij het signaleren van de problematiek rondom het toeslagenschandaal?
Vraag 4
Hoe is de overheid in uw ogen omgegaan met het tijdig en serieus reageren op dergelijke
signalen, waardoor het toeslagenschandaal voorkomen had kunnen worden dan wel eerder
kunnen worden opgemerkt?
Vraag 5
Welke zwaarwegende argumenten heeft u om het rapport van de Kinderombudsmannen terzijde
te schuiven en te concluderen dat het probleem aan de jongeren ligt die de regelingen
niet weten te vinden?2
Vraag 6
Hoe wilt u – indachtig de titels van de rapporten van de Parlementaire ondervragingscommissie
Kinderopvangtoeslag (Ongekend Onrecht) en van de Parlementaire Enquête Fraudebeleid en Dienstverlening (Blind voor mens en recht) – voorkomen dat met het terzijde schuiven van het signaal van deze vijf kinderombudsmannen
wederom een groep burgers onrecht wordt aangedaan?
Vraag 7
Bent u het ermee eens dat het voor gedupeerde jongeren die al tijden wensen erkend
te worden als slachtoffer van het handelen van de overheid helend kan werken als zij
gezien en erkend worden als slachtoffer van het toeslagenschandaal? Zo nee, waarom
niet? Zo ja, bent u van plan om deze jongeren alsnog te erkennen als slachtoffer?
Vraag 8
Bent u het – na uw eerdere weigering om onderzoek te doen naar het aantal jongeren
van wie aannemelijk is dat de DUO-schulden zijn ontstaan door het toeslagenschandaal
en naar de hoogte van deze DUO-schulden, zoals de motie-Van Nispen c.s. (Kamerstukken
II, 2025/26, 36 708, nr. 53) en motie Kat c.s. (Kamerstukken II, 2023/24, 31 066, nr. 1308) om vroegen – het ermee eens dat nu de Kinderombudsmannen zelf een onderzoek hebben
uitgevoerd en 1.800 jongeren tellen met deze problematiek dat het om een relatief
beperkte groep jongeren gaat van wie aannemelijk is dat de DUO-schulden door het toeslagenschandaal
zijn ontstaan? Bent u het er tevens mee eens dat zelfs als het daadwerkelijke aantal
driemaal zo hoog is het nog steeds een relatief beperkte groep jongeren betreft? Zo
nee, welke reden heeft u om aan te nemen dat het nog veel meer jongeren betreft?
Vraag 9
Bent u het ermee eens dat jongeren, die slachtoffer zijn geworden van het toeslagenschandaal
en eigen schade & schulden hebben, principieel zélf ook op een directe manier geholpen
moeten worden in het rechtzetten van onrecht zonder dat zij hiervoor naar hun ouders
hoeven te stappen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 10
Kunt u aangeven wat het doel en nut is van de tijdelijke telefoonlijn bij DUO, waar
gedupeerde jongeren terecht kunnen met vragen? Hoelang blijft deze telefoonlijn in
bedrijf?
Vraag 11
Klopt het dat DUO deze gedupeerde jongeren na een gesprek met de telefoonlijn naar
de onderwijsinstelling verwijst, omdat de onderwijsinstelling zou moeten beoordelen
of de jongere voor een uitzondering in aanmerking komt? Zelfs als de jongere die het
betreft zijn studie al jaren geleden heeft behaald of afgebroken? Zo ja, bent u het
ermee eens dat dit bijdraagt aan onnodige administratieve obstakels voor de betreffende
jongeren? Is er een reden waarom DUO niet zelf het contact kan leggen met de onderwijsinstelling
om de benodigde informatie op te halen? Zo nee, hoe verklaart u dat jongeren tegen
dit soort problemen aanlopen?
Vraag 12
Klopt het dat DUO geen schulden kwijtscheldt, behalve als de student in geval van
bijzondere omstandigheden zijn studie heeft afgebroken of na tien jaar zijn diploma
niet heeft gehaald?
Vraag 13
Hoeveel gedupeerde jongeren vallen onder deze twee uitzonderingen? Vindt u dat u hen
hiermee het toekomstperspectief biedt dat u hen toewenst?
Vraag 14
Klopt het dat verzoeken voor maatwerk door DUO geregeld worden afgewezen? Welk percentage
wordt afgewezen?
Vraag 15
Kunt u aangeven hoe vaak welke vorm van maatwerk door DUO is toegekend? Zo nee, hoe
kunt u dan concluderen dat maatwerk door DUO een oplossing is voor de problemen van
getroffen jongeren? Zo ja, kunt u aangeven hoe en of de gedupeerde jongeren met dit
maatwerk ook daadwerkelijk zijn geholpen?
Vraag 16
Hoe bent u van plan ervoor te zorgen dat de jongeren die het betreft deze telefoonlijn
weten te vinden als u niet weet hoeveel en welke jongeren het precies betreft?
Vraag 17
Bent u het ermee eens dat gedupeerde jongeren weer een toekomstperspectief verdienen?
Vraag 18
Bent u het ermee eens dat een diploma halen het beste instrument is voor een goed
toekomstperspectief? Zo ja, wat is dan u reden, gelet op het feit dat de commissie
Hamer aangeeft dat de brede ondersteuning vanuit de gemeenten onvoldoende is voor
het toekomstperspectief van gedupeerde jongeren, om toch de nieuwe regeling voor studie
en ontwikkeling, welke nu opgetuigd wordt voor gedupeerde uithuisgeplaatste kinderen,
niet open te stellen voor álle gedupeerde jongeren?
Vraag 19
Klopt het dat u in het gesprek met de Kinderombudsmannen heeft aangegeven geen generieke
regeling te willen treffen voor het kwijtschelden van de DUO-schulden van de jongeren?
Zo nee, wat heeft u dan precies aangeven
Vraag 20
Klopt het dat u in het gesprek met de Kinderombudsmannen heeft aangegeven dat volgens
u de bestaande regelingen voor gedupeerde jongeren volstaan? Zo nee, wat heeft u dan
precies aangegeven? Zo ja, kunt u onderbouwen hoe u tot deze conclusie komt, nu de
Kinderombudsmannen in hun rapport juist gemotiveerd aangeven dat deze conclusie niet
klopt en bestaande regelingen niet volstaan?
Vraag 21
Bent u het ermee eens dat de Kinderombudsmannen en de commissie Van Dam niet oproepen
tot een generieke regeling voor het kwijtschelden van de DUO-schulden van gedupeerde
jongeren, maar juist oproepen tot een regeling voor het kwijtschelden van de DUO-schulden
van gedupeerde jongeren, die aannemelijk zijn ontstaan vanwege het toeslagenschandaal?
Zo nee, kunt u aangeven waartoe de Kinderombudsmannen en de commissie Van Dam volgens
u precies toe oproepen?
Vraag 22
Wat is uw reactie ten aanzien van een (nadrukkelijk niet generieke) regeling waarbij
de DUO-schulden van jongeren, die aannemelijk zijn ontstaan door het toeslagenschandaal
worden kwijtgescholden? Bent u bereid een dergelijke regeling op te zetten? Zo nee,
waarom niet?
Vraag 23
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar binnen de gebruikelijke termijn beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
S.T.P.H. Palmen, staatssecretaris van Financiën -
Gericht aan
G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Indiener
Lisa Westerveld, Kamerlid -
Medeindiener
Jimmy Dijk, Kamerlid -
Medeindiener
Inge van Dijk, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.