Schriftelijke vragen : Het Nederlandse goud in New York
Vragen van het lid Van Houwelingen (FVD) aan de Minister van Financiën over het Nederlandse goud in New York (ingezonden 12 februari 2026).
Vraag 1
Is het, gezien het feit dat de Verenigde Staten zelfs niet langer lippendienst bewijst
aan het «internationaal recht», bovendien heeft gedreigd bondgenoten (Denemarken)
aan te vallen, heel waarschijnlijk betrokken is bij de aanval op Nordstream en daarmee
indirect ook ons land en daarnaast ook Nederland en andere Europese landen er zelf
niet langer voor terugdeinzen geld van een centrale bank waar we (formeel) niet mee
in staat van oorlog verkeren te confisqueren, verstandig, zoals de Minister aan de
Kamer schrijft, (blind) te vertrouwen op de afspraken die met de Verenigde Staten
zijn gemaakt over de opslag van het Nederlandse goud in New York?
Vraag 2
Zou het niet verstandiger zijn – om dit vertrouwen en het systeem te testen – om in
ieder geval een klein deel van het Nederlandse goud dat is opgeslagen in New York
te repatriëren? Zo nee, waarom niet?
Vraag 3
Tot slot, mocht over een paar jaar blijken dat het Nederlandse goud in de Verenigde
Staten niet langer in Nederlandse handen is (het goud is bijvoorbeeld in beslag genomen
of «bevroren») omdat Nederland het goud niet tijdig heeft gerepatrieerd, wie kan de
Tweede Kamer (en daarmee de Nederlandse bevolking) dan primair verantwoordelijk stellen
voor het besluit om niet tijdig ons goud te repatriëren? De Nederlandsche Bank of
het Ministerie van Financiën?
Indieners
-
Gericht aan
E. Heinen, minister van Financiën -
Indiener
Pepijn van Houwelingen, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.