Schriftelijke vragen : De onafhankelijke positie van de rechtbank Den Haag en de uitspraak over de zaak van Greenpeace over het ‘beschermen’ van Bonaire.
Vragen van het lid Vermeer (BBB) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de onafhankelijke positie van de rechtbank Den Haag en de uitspraak over de zaak van Greenpeace over het «beschermen» van Bonaire (ingezonden 12 februari 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 28 januari 2026
over de «Klimaatzaak Bonaire» van Greenpeace tegen de Staat?
Vraag 2
Deelt u het inzicht dat nationale wet- en regelgeving, ook gelet internationale afspraken
en verplichtingen met betrekking tot het klimaat, altijd in het perspectief van een
brede belangenafweging dienen te staan om te evenwicht in beleid en uitvoering te
waarborgen?
Vraag 3
Deelt u de mening dat de rechter het hoogste scenario 8.5 in het IPCC-rapport (met
een stijging van de zeespiegel van 27 centimeter in 2050 en 85 centimeter in 2100)
dat een modelmatige wetenschappelijke benadering bevat over stijging van de zeespiegel
door klimaatverandering ten onrechte interpreteert als feitelijke werkelijkheid in
de motivering van zijn uitspraak?
Vraag 4
Deelt u de mening dat deze feitelijk onjuiste en onzorgvuldige omgang door de rechter
met een wetenschappelijk rapport geen detail betreft, maar een grove fout is die grote
gevolgen heeft in de onderbouwing en motivering van het vonnis en daarmee in de beoogde
uitwerking voor het beleid van de staat en de al dan niet te nemen maatregelen die
daaruit voortvloeien?
Vraag 5
Deelt u de mening dat de rechter wetenschap serieus dient te nemen en daarom extreme
scenario’s in modelmatige rapporten die mede de basis vormen voor een brede belangenafweging
nooit mag verwarren met feitelijke waarheden?
Vraag 6
Hoe beoordeelt u het feit dat in de uitspraak van de rechtbank rekening gehouden wordt
met een zeespiegelstijging van tot 127 cm bij het hoge uitstootscenario, terwijl we
volgens het IPCC op koers liggen voor een gemiddeld uitstootscenario?
Vraag 7
Onderkent u het feit dat in de uitspraak wordt verondersteld dat het doel van het
Klimaatakkoord van Parijs «opwarming beperken tot 1,5 graad Celsius» is, terwijl dat
feitelijk onjuist is omdat het akkoord niet spreekt over de opwarming beperken tot
minder dan 1,5 graad Celsius, maar letterlijk «well below» 2 graad Celsius, en over
het nastreven van pogingen («pursue efforts») om aan het einde van de eeuw tot minder
dan 1,5 graad Celsius te komen ten opzichte van het pre-industriële niveau?
Vraag 8
Deelt u de mening dat deze feitelijk onjuiste interpretatie door de rechter van het
Klimaatakkoord geen detail betreft, maar een fout is die grote gevolgen heeft in de
onderbouwing en motivering van het vonnis en daarmee in de beoogde uitwerking voor
het beleid van de staat en de al dan niet te nemen maatregelen die daaruit voortvloeien?
Vraag 9
Welke maatregelen, die de Nederlandse regering de afgelopen jaren trof, hebben bijgedragen
aan de instandhouding of versterking van het koraal bij Bonaire, of welke voorgenomen
maatregelen gaan bijdragen aan de instandhouding of versterking van het koraal?
Vraag 10
Deelt u de mening dat het onrealistisch is om te denken dat maatregelen die Nederland
kan treffen ten aanzien van klimaat bijdragen aan instandhouding of versterking van
het koraal bij Bonaire?
Vraag 11
Deelt u de mening dat in de uitspraak van de rechtbank aantoonbare onjuistheden en
onvolledige weergaven van internationale afspraken staan, zodat deze uitspraak geen
stand kan houden en hoger beroep geboden is?
Vraag 12
Hoe beoordeelt u het dat de landsadvocaat heeft nagelaten om tegenargumenten te geven
tegen aantoonbare onjuiste beweringen van de eisende partij?
Vraag 13
Hoe beoordeelt u het feit dat de rechter en voorzitter van de zitting publiekelijk
op social media al jarenlang frequent uitspraken doet over zijn uitgesproken opvattingen
over klimaat, geopolitiek en zelfs een petitie deelt om «het financieren van de klimaatcrisis»
te stoppen?
Vraag 14
Deelt u de mening dat een rechter die herhaaldelijk persoonlijke opvattingen deelt
over klimaatbeleid niet onafhankelijk en daarom niet geschikt is om een gerechtelijke
uitspraak te doen over klimaatbeleid?
Vraag 15
Waarom heeft de landsadvocaat geen verzoek gedaan om de rechter te wraken omdat hij
publiekelijk persoonlijke opvattingen deelt over klimaatbeleid?
Vraag 16
Hoe beoordeelt u het feit dat deze rechter in het verleden ook gerechtelijke uitspraken
met verstrekkende gevolgen voor democratisch beleid heeft gedaan over stikstof en
klimaat?
Vraag 17
Gaat de Staat in hoger beroep tegen de uitspraak?
Vraag 18
Deelt u de mening dat de onmiskenbaar vooringenomen houding van de rechter die zijn
positie om onafhankelijk en onbevooroordeeld te oordelen leidt tot een mogelijke herzieningsgrond,
dit nog afgezien van voldoende zwaarwegende argumenten om in hoger beroep te gaan?
Vraag 19
Kunt u deze vragen ieder afzonderlijk beantwoorden?
Ondertekenaars
Henk Vermeer, Tweede Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.