Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van der Burg over het vrijlaten van jihadistische strijders uit detentiefaciliteiten in Syrië
Vragen van het lid Van der Burg (VVD) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over berichten op sociale media over het vrijlaten van jihadistische strijders uit voorheen door de SDF bewaakte detentiefaciliteiten. (ingezonden 19 januari 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 12 februari 2026)
Vraag 1
Bent u bekend met de berichten op sociale media dat door de recente transitie in Syrië
en de verschuivende gezagsverhoudingen in het noordoosten van het land, jihadistische
strijders uit voorheen door de Syrian Democratic Forces (SDF) bewaakte detentiefaciliteiten
zijn vrijgelaten of ontsnapt?1
Antwoord 1
Ja, het kabinet is bekend met deze zorgelijke berichten. De situatie in noordoost-Syrië
is in de afgelopen periode zeer volatiel en complex geweest, waarbij ook veel onjuiste
informatie online is gedeeld. Zekerheid over aantallen en verantwoordelijkheid kan
in dit stadium niet gegeven worden. Er circuleren verschillende berichten dat er aan
IS-gelieerde personen in Syrië zijn ontsnapt en ook weer, deels, zouden zijn opgepakt.
Vraag 2
Kunt u bevestigen of de instabiliteit tijdens de machtswisseling in Damascus direct
heeft bijgedragen aan een beveiligingsvacuüm in de regio's waar IS-gevangenen werden
vastgehouden? Hoe beoordeelt u de risico's hiervan voor de nationale veiligheid van
Nederland en de Europese Unie (EU)?
Antwoord 2
De machtswisseling in Damascus zelf, die zich in december 2024 voltrok, lijkt niet
direct van invloed te zijn geweest op de huidige veiligheidssituatie in noordoost-Syrië.
Wel is het zo dat de situatie direct wordt beïnvloed door de recente conflicten tussen
de Syrische overgangsregering en de Syrian Democratic Forces (SDF) rond de integratie
van laatstgenoemde in de Syrische staat. Bij gevechten tussen het Syrische leger en
de SDF in de afgelopen periode is sprake geweest van een zorgelijke veiligheidssituatie,
met name in de kampen en detentiecentra waar zich voormalig ISIS-strijders en hun
familieleden bevinden. Bemoedigend in het kader van een stabilisering van de situatie
is de – op 30 januari jl. overeengekomen – overeenkomst tussen de Syrische overgangsregering
en de SDF; onderdeel hiervan is een permanent staakt-het-vuren.
Daar het kabinet zich al langer zorgen maakt over de veiligheidssituatie in Syrië
en de mogelijke impact daarvan op de Europese en nationale veiligheid, is onder andere
vorig jaar EUR 7 miljoen extra vrijgemaakt om repatriëring en re-integratie van Iraakse
terugkeerders in Irak mogelijk te maken. Hiermee wordt de druk op de kampen verlicht.
Met alle betrokken nationale- en internationale partners houden we de ontwikkelingen
nauwlettend in de gaten. Daarbij geldt dat het kabinet instrumentarium voorhanden
heeft om onopgemerkte terugkeer van Nederlandse uitreizigers tijdig te onderkennen
en op basis daarvan maatregelen kan treffen. Zo staan Nederlandse uitreizigers gesignaleerd
en is tegen onderkende Nederlandse uitreizigers een strafrechtelijk onderzoek gestart.
Op dit punt zijn ook alle nationale- en internationale partners alert en staan met
elkaar in contact.
Vraag 3
Hoe weegt u de algemene hervormingsagenda van de regering onder Ahmad al-Sharaa? Ziet
u op dit moment voldoende bewijs dat Damascus een koers vaart die leidt tot duurzame
vrede en een inclusieve samenleving, als voorwaarde voor verdere normalisatie?
Antwoord 3
In het afgelopen jaar heeft de Syrische overgangsregering een hervormingsagenda gepresenteerd
die gericht lijkt op een inclusieve politieke transitie, gelijke rechten voor alle
Syrische gemeenschappen en gerechtigheid voor gepleegde misdaden, zowel ten tijde
van het Assad-regime als daarna. Het kabinet verwelkomt in dit kader het op 16 januari
jl. door interim-president Sharaa getekende decreet waarin wordt herbevestigd dat
de Koerdische gemeenschap een integraal onderdeel van Syrië is, waarin Koerdische
culturele rechten worden erkend, en stateloze Koerden het burgerschap toegekend zullen
worden.
Dit zijn belangrijke eerste stappen, waarbij het kabinet benadrukt dat daadwerkelijke
inclusiviteit en gelijke rechten voor alle gemeenschappen blijvende aandacht en concrete
uitvoering vergen. Het kabinet spreekt de overgangsregering dan ook consequent aan
op haar verantwoordelijkheden op deze gebieden. In EU-verband benadrukt het kabinet,
in lijn met de motie Stoffer/Ceder,2 dat aan mensenrechtenschendingen en geweldsuitbraken consequenties verbonden dienen
te worden en dat zodoende sprake is van voorwaardelijke steun.3
Vraag 4
Wat is uw visie op het proces waarbij de SDF worden geïntegreerd in de nationale defensiestructuren?
Deelt u de zorg dat deze «absorptie» niet mag leiden tot de ontmanteling van de seculiere
waarden en de unieke operationele expertise van de SDF?
Antwoord 4
Het kabinet volgt dit proces op de voet. De recentelijke gevechten tussen het Syrische
leger en de SDF laten zien dat dit een onvoorspelbaar en complex proces is. In algemene
zin kan integratie van de SDF in het Syrische leger bijdragen aan een grotere stabiliteit
en meer vertrouwen in het Syrische veiligheidsapparaat bij de Syrische bevolking.
Een inclusieve politieke transitie, met ruimte en rechtsstatelijke garanties voor
alle Syrische gemeenschappen, waaronder de Koerden, blijft het uitgangspunt van het
kabinet.
Vraag 5
In hoeverre is er volgens uw informatie sprake van druk vanuit Turkije om de Koerdische
autonomie binnen de nieuwe Syrische staatsstructuur volledig te beëindigen? Hoe streeft
Nederland diplomatiek naar een balans tussen de veiligheidsbelangen van een NAVO-bondgenoot
en de bescherming van de Koerdische bondgenoten?
Antwoord 5
Turkije is geen voorstander van Koerdische autonomie binnen de Syrische staatsstructuur
en heeft zich uitgesproken voor integratie van alle groepen en individuen in deze
structuur.
Zoals genoemd bij de beantwoording van vraag vier, blijft een inclusieve politieke
transitie, met ruimte en rechtstatelijke garantie voor de Syrische gemeenschappen,
waaronder de Koerden, het uitgangspunt voor dit kabinet. Deze boodschap draagt het
kabinet ook uit, inclusief in contacten met de Turkse autoriteiten.
Vraag 6
Op welke wijze monitort de Nederlandse regering de daadwerkelijke naleving van de
mensenrechten en de bescherming van religieuze en etnische minderheden zoals de Koerden,
Alawieten en Druzen ter plaatse, en in hoeverre is de mate van verdere diplomatieke
erkenning van de Al-Sharaa regering afhankelijk van de institutionele borging van
deze rechten?
Antwoord 6
Het kabinet monitort de naleving van mensenrechten in Syrië nauwgezet. Dit gebeurt
bijvoorbeeld via onze steun aan het OHCHR-veldkantoor in Damascus, de VN Commission
of Inquiry (CoI) en het International, Impartial and Independent Mechanism (IIIM).
Daarnaast zet Nederland via het beleidskader FOCUS en het mensenrechteninstrument
«Beschermen en Promoten van Mensenrechten en Fundamentele Vrijheden» gericht in op
de bescherming van religieuze en etnische minderheden, waaronder Koerden, Alawieten
en Druzen.
Vraag 7
Kunt u toelichten in hoeverre de recente ontwikkelingen, zoals de druk op de SDF-structuren
en de berichten over de onveiligheid in IS-detentiefaciliteiten, zich verhouden tot
het besluit om EU-sancties te versoepelen? Is deze versoepeling volgens u gestoeld
op de verwachting van verdere hervormingen, en op welke wijze wordt geborgd dat deze
verlichting niet contraproductief werkt voor de veiligheid van minderheden?
Antwoord 7
Het kabinet heeft, via de EU, bewust ingezet op sanctieverlichting voor Syrië, aangezien
economisch herstel en wederopbouw essentieel zijn voor de stabiliteit en veiligheid.
Daar zijn alle Syrische gemeenschappen bij gebaat. Tegelijkertijd hebben wij ons binnen
de EU juist hard gemaakt voor het instellen van gerichte sancties tegen personen en
entiteiten die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen en sektarisch geweld.
Deze maatregelen zijn erop gericht de verantwoordelijken van deze misdaden te treffen,
en niet de bredere Syrische bevolking of economie. Daarnaast zet het kabinet zich
in de EU in voor voorwaardelijke steun aan Syrië, waarbij concrete stappen van de
Syrische overgangsregering worden verwacht ten aanzien van de huidige politieke transitie
en de borging van de rechten en veiligheid van alle Syrische gemeenschappen. Recentelijk
heeft het kabinet hier wederom in EU-verband aandacht voor gevraagd, in lijn met de
motie Stoffer/Ceder.4
Vraag 8 en 9
Kunt u toelichten hoe de toezegging van het Europese steunpakket van 700 miljoen euro
voor Syrië zich verhoudt tot de actuele ontwikkelingen op de grond, zoals de druk
op de Koerdische zelfbeschikking en de positie van minderheden, en op welke wijze
wordt concreet toegezien op de besteding van deze middelen om te borgen dat deze niet
bijdragen aan de verdere marginalisering van deze groepen?
Bent u bereid om in EU-verband aan te dringen op harde voorwaarden voor de uitbetaling
van de resterende tranches van het steunpakket, specifiek gekoppeld aan de veiligheid
en politieke vertegenwoordiging van minderheidsgroepen?
Antwoord 8 en 9
De voorzitter van de Europese Commissie en de voorzitter van de Europese Raad hebben
begin 2026 een financieel steunpakket toegezegd van ongeveer 620 miljoen euro voor
2026 en 2027, als onderdeel van het verder versterken van de betrekkingen tussen de
EU en Syrië. Dit steunpakket is primair gericht op humanitaire hulp, herstel en stabilisatie,
en is vormgegeven met oog voor de positie van kwetsbare groepen, waaronder etnische-
en religieuze minderheden.
De EU volgt de ontwikkelingen in Syrië nauwgezet en betrekt deze bij de geleidelijke
en voorwaardelijke inzet van steun. Zoals aangegeven bij het antwoord op vraag 7,
heeft het kabinet recentelijk het belang van deze voorwaardelijkheid benadrukt, waarbij
is aangegeven dat mensenrechtenschendingen en geweldsuitbraken consequenties zouden
moeten hebben.
Daarbij geldt dat de besteding van EU-middelen onderworpen is aan strikte monitoring-
en evaluatiemechanismen, waaronder risicobeoordelingen, rapportageverplichtingen en
onafhankelijke monitoring. De financiering loopt daarbij tot op heden uitsluitend
via VN-organisaties, internationale organisaties en Ngo’s, en dus niet via Syrische
overgangsregering. Indien risico’s op uitsluiting of marginalisering van bevolkingsgroepen
worden vastgesteld, kan de uitvoering worden aangepast, opgeschort of beëindigd. Hiermee
wordt geborgd dat EU-steun niet bijdraagt aan spanningen of ongelijkheid.
Vraag 10
Onder welke voorwaarden ziet u Syrië op de lange termijn als een volwaardige partner
voor vrede in het Midden-Oosten, en op welke wijze borgt u dat verdere normalisatie
van de betrekkingen gelijke pas houdt met de voortgang op het gebied van de rechten
van minderheden?
Antwoord 10
Duurzame voortuitgang op het gebied van veiligheid, inclusiviteit, rechtsstatelijkheid
en mensenrechten, waaronder de borging van de rechten en veiligheid van alle Syrische
gemeenschappen, zijn cruciale elementen die onze relatie ten aanzien van de Syrische
overgangsregering definiëren en ook richting de toekomst verder zullen bepalen. Op
basis van concrete acties op deze gebieden kunnen de betrekkingen met de Syrische
overgangsregering gefaseerd – en voorwaardelijk – plaatsvinden, waarbij dit proces
steeds afhankelijk zal zijn van concrete en verifieerbare stappen op deze terreinen.
Het kabinet volgt dit nauwgezet door voortdurende monitoring en nauwe afstemming met
internationale partners en organisaties.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.