Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Dobbe over geweld tegen minderheden in Syrië
Vragen van het lid Dobbe (SP) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over het bericht dat er aanhoudend agressie en geweld wordt gepleegd tegen verschillende minderheden in Syrië (ingezonden 22 januari 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 12 februari 2026).
Vraag 1
Wat is uw reactie op het aanhoudende geweld tegen minderheden zoals de Alawieten en
de Koerden in Syrië door de regering?1
Antwoord 1
Berichten over geweld en mensenrechtenschendingen in Syrië zijn zeer ernstig. Het
kabinet volgt de ontwikkelingen in Syrië nauwgezet. Geweld tegen burgers wordt daarbij
door het kabinet altijd ondubbelzinnig veroordeeld.
Vraag 2
Bent u op de hoogte van het rapport van Amnesty International dat ingaat op de structurele
ontvoering van Alawitische vrouwen en meisjes? Zo ja, gaat u mee in de oproep van
Amnesty om het Syrische regime op te roepen onafhankelijk onderzoek te doen naar deze
misstanden en te luisteren naar meldingen?2 Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Dergelijke berichten over ontvoeringen van Alawitische vrouwen en meisjes zijn bij
het kabinet bekend en zijn zeer verontrustend. In alle contacten, zowel bilateraal
als in EU-verband, onderstreept het kabinet het belang van het borgen van de rechten
en veiligheid van álle Syrische gemeenschappen. Ook zet het kabinet zich, eveneens
in EU-verband, in voor het bevorderen van de mensenrechten en het tegengaan van straffeloosheid
in Syrië. Hiertoe dragen wij bij aan het monitoren, documenteren en onderzoeken van
mogelijke mensenrechtenschendingen, onder meer via het OHCHR-veldkantoor in Damascus,
de VN Commission of Inquiry (CoI) en het International Impartial and Independent Mechanism. Duidelijkheid ten aanzien van deze berichten over ontvoeringen kan op verschillende
manieren worden bereikt, waaronder via deze bestaande mechanismen.
Vraag 3
Is er naar aanleiding van de demonstratie in Den Haag door Druzen in juli jongstleden,
contact gelegd tussen de Syrische diaspora, en specifiek de etnische minderheden,
en het ministerie?3 Zo ja, wat is daaruit voortgekomen? Zo nee, bent u bereid dit alsnog te doen?
Antwoord 3
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken staat doorlopend in contact met alle Syrische
gemeenschappen en diaspora, waaronder de Druzische. In recente contacten, waaronder
op 5 februari met de Minister-President, hebben diverse vertegenwoordigers van deze
gemeenschappen hun zorgen geuit en vragen gesteld over het beleid van het kabinet.
In deze gesprekken werden deze zorgen erkend en is dezerzijds het kabinetsbeleid gedeeld
ten aanzien van de bescherming van (religieuze) gemeenschappen in Syrië, zoals ook
uiteengezet in de Kamerbrief van d.d. 19 september jl.
Vraag 4
Wat is uw reactie op de berichten dat de Syrische troepen mogelijk tracht IS-gevangenen
te bevrijden, gezien de banden tussen de gevangenen en Ahmad Al-Sharaa?4 Hoe zorgt u ervoor dat dit geen effect heeft op het de veiligheid van zowel de Nederlandse
als de internationale en Syrische veiligheid?
Antwoord 4
Het kabinet is bekend met dergelijke berichtgeving, maar heeft op dit moment geen
indicaties dat sprake is van doelgerichte vrijlatingen van IS-gevangenen door het
Syrische leger.
Ten aanzien van de veiligheid geldt dat het kabinet, met alle betrokken nationale-
en internationale partners, de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten houdt, specifiek
ten aanzien van de IS-gevangenen.
Vraag 5
Hoe draagt u bij aan de bescherming van minderheden in Syrië? Ligt hier al een diplomatiek
plan op klaar en zo ja, kunt u deze delen? Zo nee, waarom niet en bent u bereid dit
alsnog te doen?
Antwoord 5
Het kabinet draagt op verschillende manieren bij aan de bescherming van de diverse
gemeenschappen in Syrië, waaronder via bilaterale en multilaterale contacten, door
onze bijdragen aan stabilisatie, door het ondersteunen van mechanismen die mensenrechtenschendingen
monitoren en onderzoeken, en door gerichte inzet van sancties middels de EU.
Binnen het nieuwe FOCUS-instrument «Beschermen en Promoten van Mensenrechten en Fundamentele
Vrijheden» is voor de periode 2026–2.031 EUR 35 miljoen gereserveerd voor vrijheid
van religie en levensovertuiging wereldwijd. Dit instrument richt zich onder meer
op Syrië en heeft als doel religieuze minderheden te beschermen en lokale maatschappelijke
organisaties te ondersteunen.
Voor meer over het kabinetsbeleid ten aanzien van de bescherming van Syrische minderheden
verwijs ik u graag door naar de eerder genoemde Kamerbrief van 19 september jl.
Vraag 6
Wordt er overwogen om in EU-verband maatregelen tegen de ex-HTS groepen te nemen,
zoals Reuters aangeeft dat wel gebeurd is bij andere terroristische groepen?5
Antwoord 6
Op Nederlands initiatief zijn sancties ingesteld tegen groepen en individuen die zich
schuldig hebben gemaakt aan sektarisch geweld. Mocht geverifieerde berichtgeving of
onderzoek hiertoe aanleiding geven, dan kan het kabinet zich, via de EU, opnieuw hard
maken voor het instellen van aanvullende gerichte sancties.
Vraag 7
Deelt u de mening dat hier sprake is van schending van het internationaal recht en
mogelijke etnische zuivering? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
De recente gebeurtenissen in noordoost-Syrië zijn met grote zorg door het kabinet
gevolgd. Berichten over geweld en mensenrechtenschendingen zijn zeer ernstig.
Ten aanzien van het grootschalige geweld in Latakia van maart 2025 en in Sweida van
juli 2025 acht het kabinet van groot belang dat de verantwoordelijken voor sektarisch
geweld en mensenrechtenschendingen ter verantwoording worden geroepen. Het kabinet
verwelkomt in dit kader de publicatie van het rapport van de VN Commission of Inquiry van 14 augustus 2025 en acht het van belang dat de aanbevelingen worden opgevolgd
en de daders gestraft. Het kabinet blijft dit proces nauwlettend volgen en wacht in
dit kader het rapport van de VN Commission of Inquiry ten aanzien van de gewelddadigheden in Sweida af.
Vraag 8
Welke maatregelen tegen het regime bent u bereid te nemen, zowel in nationaal als
internationaal verband, om het aanhoudende geweld te stoppen? Ligt er een escalatieladder
klaar die de Syrische bevolking en humanitaire organisaties ontziet? Zo ja, kan deze
worden toegelicht? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
Eerder heeft Nederland, via de EU, bewust ingezet op sanctieverlichting voor Syrië,
juist omdat economisch herstel en wederopbouw essentieel zijn voor de stabiliteit
en veiligheid, iets waar álle Syrische gemeenschappen bij gebaat zijn. Tegelijkertijd
heeft het kabinet zich binnen de EU hard gemaakt voor het instellen van gerichte sancties
tegen personen en entiteiten die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen
en sektarisch geweld. Deze maatregelen zijn erop gericht de verantwoordelijken te
treffen en de bredere Syrische bevolking of economie zodoende te ontzien. Het kabinet
en de EU blijven de situatie in Syrië nauwlettend volgen en zal – waar nodig – passende
en proportionele maatregelen nemen.
Vraag 9
Op welke manier gaat u, samen met de internationale gemeenschap, ervoor zorgen dat
het staakt-het-vuren standhoudt, nu we zien dat het bestand al meerdere keren geschonden
is?
Antwoord 9
Op 30 januari jl. zijn de Syrische overgangsregering en de Syrian Democratic Forces (SDF) tot een overeenkomst gekomen, onderdeel hiervan is een permanent staakt-het-vuren
en integratie van de SDF en SDF-gebieden in de Syrische staat. De betrokken partijen
zijn sindsdien begonnen met de praktische implementatie van deze overeenkomst, waarbij
sprake lijkt van een relatief rustige en gestabiliseerde situatie in het noordoosten.
Het kabinet verwelkomt de overeenkomst van 30 januari en heeft, samen met landen als
de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk consequent opgeroepen
tot een duurzame oplossing en het belang van dialoog om die te bereiken.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.