Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Stoffer over ontvoeringen bij kerkdiensten in Nigeria
Vragen van het lid Stoffer (SGP) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over ontvoeringen bij kerkdiensten in Nigeria (ingezonden 26 januari 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 12 februari 2026)
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Tientallen mensen ontvoerd bij kerkdiensten in Nigeria»?1
Antwoord
Ja.
Vraag 2
Wat is uw beeld van het motief van deze ontvoeringen? Waren de bandieten in Kaduna
primair uit op losgeld of speelde religie hier ook een belangrijke rol? Worden de
ontvoerders in verband gebracht met Boko Haram?
Antwoord
De ontvoeringen in Kurmin Wali worden in nationale berichtgeving toegeschreven aan
een gewapende criminele groep, in de lokale context aangeduid als «bandieten». Doelwit
van de aanval waren drie kerken. Hoewel de exacte motieven van de ontvoerders in dit
geval niet bekend zijn, vormen ontvoeringen voor losgeld een groot probleem in Nigeria.
Kerken worden hierbij vaak als gemakkelijke en lucratieve doelwitten gezien. Een verband
met Boko Haram is niet waarschijnlijk, omdat Boko Haram in deze regio van het land
nauwelijks actief is. Volgens recente berichtgeving zijn alle 166 ontvoerden inmiddels
weer teruggekeerd.2
Vraag 3
In hoeverre wordt in de bilaterale relatie met onze belangrijkste handelspartner in
Afrika aandacht besteed aan de straffeloosheid van daders van geweld en intimidatie
tegen christenen?
Antwoord 3
Nederland zet zich in bilateraal verband steevast in tegen straffeloosheid en voor
de bescherming van religieuze minderheden in Nigeria en zal dat blijven doen. Deze
zorgen zijn in 2025 meermaals overgebracht aan de Nigeriaanse overheid, onder meer
tijdens de jaarlijkse bilaterale consultaties in november, in het gesprek tussen de
Minister-President en de president van Nigeria in augustus en tijdens het bezoek van
de mensenrechtenambassadeur aan Nigeria in mei. Ook in een recent bezoek van de Sahelgezant
in januari 2026 werd hier met meerdere partners over gesproken. Nigeria geeft aan
dat het werk maakt van de opsporing en vervolging van daders. Recente succesvolle
acties van het leger tegen Boko Haram getuigen hiervan. Ook geeft het Nigeriaanse
Nationale Centrum voor Antiterrorisme aan dat 5000 terroristen in voorarrest zitten,
en rechtszaken in 84 procent van de gevallen tot veroordelingen leiden.
Vraag 4
Ziet u mogelijkheden om daarbij expliciet te bevorderen dat de overheid, getroffen
gemeenschappen en maatschappelijke organisaties in Nigeria de ruimte ervaren om een
beroep te doen op Nederlandse ondersteuning en beschikbare middelen?
Antwoord 4
Nederland is een van de grootste donoren in Nigeria op het terrein van vrijheid van
religie en levensovertuiging en heeft tussen 2021 en 2025 op dit thema ruim EUR 7
miljoen ingezet in Nigeria. Middels interreligieuze dialoog en samenwerking zijn er
binnen deze programmering duurzame resultaten behaald op gebied van conflictpreventie.
Binnen het nieuwe FOCUS-instrument «Beschermen en Promoten van Mensenrechten en Fundamentele
Vrijheden» is voor de periode 2026–2.031 EUR 35 miljoen gereserveerd voor vrijheid
van religie en levensovertuiging wereldwijd. Dit instrument richt zich onder meer
op Nigeria en heeft als doel de vrijheid van religie en levensovertuiging te versterken,
religieuze minderheden te beschermen en lokale maatschappelijke organisaties te ondersteunen.
Ook ondersteunt Nederland Nigeria in het beschermen van burgers en bestrijden van
terrorisme met de Regional Stabilisation Facility (RSF), en via de EU Multinational
Joint Task Force, beide actief in onder andere de Tsjaad-meer regio waar Boko Haram
actief is. Nederland droeg tussen 2019 en 2.025 EUR 15,5 mln bij aan de RSF.
Vraag 5
Hoe wordt Nederlandse steun (via multilaterale kanalen) aan Nigeria zodanig ingezet
dat kwetsbare groepen beschermd worden en humanitaire hulp veilig kan worden geleverd,
ook in gebieden waar terroristische groeperingen actief zijn?
Antwoord 5
Nederland ondersteunt humanitaire partnerorganisaties – VN-organisaties en fondsen,
het Rode Kruis en de Rode Halve Maan, en de Dutch Relief Alliance – met meerjarige
flexibele financiering. Dit geeft hen de ruimte om op een veilige manier middelen
in te zetten waar en wanneer ze het meest nodig zijn. UNICEF, UNHCR en het Rode Kruis,
in samenwerking met lokale hulpdiensten, waren onder meer betrokken bij het verlenen
van humanitaire hulp na recente aanvallen in noord en centraal Nigeria.
Via de EU worden meerdere programma’s op conflictresolutie en -preventie in het midden
en noordoosten en westen van het land gefinancierd ter waarde van EUR 150 miljoen
tussen 2021–2027.3 Het verbeteren van toegang tot rechtspraak voor kwetsbare groepen is een van de pijlers.
Daarnaast heeft de EU onlangs een bedrag van EUR 557 miljoen toegezegd aan humanitaire
hulp voor West- en Centraal Afrika voor 2026, met noordwest-Nigeria als een van de
focusregio’s.
Vraag 6
Ziet u mogelijkheden om bij te dragen aan veilige terugkeer van getroffen gemeenschappen?
Antwoord 6
Zie antwoorden op vraag 4 en 5. Nederland draagt hieraan bij binnen de bestaande programma’s
en humanitaire fondsen.
Vraag 7
Deelt u de opvatting dat Nigeriaanse deelstaten voor hun veiligheid grotendeels afhankelijk
zijn van federale inzet, en hoe beoordeelt u de gevolgen van deze centrale aansturing
voor de effectieve aanpak van geweld en vervolging van christenen?
Antwoord 7
De Nigeriaanse veiligheidsdiensten zijn inderdaad centraal georganiseerd. Het is niet
aan mij om een oordeel te geven over de Nigeriaanse staatsinrichting. Nederland en
andere EU-lidstaten ondersteunen Nigeria waar nodig en mogelijk bij de aanpak van
geweld en vervolging van christenen.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.