Amendement : Amendement van de leden Moorman en Patijn over het ophogen van de aanvullende onderwijsbekostiging voor kinderen van arbeidsmigranten
36 800 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
Nr. 86
AMENDEMENT VAN DE LEDEN MOORMAN EN PATIJN
Ontvangen 12 februari 2026
De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
De begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd:
I
In artikel 01 Primair onderwijs worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 13.400 (x € 1.000).
II
In artikel 01 Primair onderwijs worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 13.400 (x € 1.000).
Toelichting
Met dit amendement beogen de indieners ervoor te zorgen dat de kinderen van arbeidsmigranten
net zoals de kinderen van asielzoekers extra begeleid kunnen worden in het primair
onderwijs. Met dit amendement wordt het verschil tussen de bekostiging van nieuwkomersonderwijs
voor kinderen van asielzoekers en arbeidsmigranten reeds vanaf 2026 verkleind, op
de wijze die is voorzien voor 2028.1 Dit doen de indieners door de aanvullende onderwijsbekostiging voor de kinderen van
arbeidsmigranten op te hogen met 13,4 miljoen. Als gevolg van het amendement zal ook
de Regeling bekostiging WPO en WEC 2026 moeten worden aangepast, zodat de rekenregels
in overeenstemming worden gebracht met het extra bedrag dat aan het onderwijs voor
overige vreemdelingen wordt toegekend. Op deze manier kunnen kinderen van arbeidsmigranten
ondersteunend taalonderwijs krijgen zonder dat de druk op scholen te groot wordt.
Kinderen van arbeidsmigranten vallen momenteel onder een andere regeling dan kinderen
van asielzoekers. Voor een kind van een asielzoeker kreeg een school in 2025 13.802
euro extra per jaar om het speciale nieuwkomersonderwijs te bekostigen, terwijl dat
voor overige nieuwkomers slechts 4.288 euro was.2 Kinderen van arbeidsmigranten vallen onder die laatste categorie «overige nieuwkomers».
In het tweede jaar krijgen scholen voor extra taalonderwijs voor kinderen van asielzoekers
2.076 euro, terwijl ze het tweede jaar voor overige vreemdelingen niets meer krijgen.
Steeds meer scholen – zoals bijvoorbeeld in delen van Den Haag – hebben juist alleen
te maken met die tweede categorie, waardoor ze de financiering niet rond krijgen en
leerlingen soms niet in de taalonderwijs klassen kunnen blijven. De indieners willen
het verschil tussen deze twee groepen verkleinen, en zetten hiertoe een eerste stap
met dit amendement.
Er zijn naar schatting rond de 50.000 kinderen van arbeidsmigranten in een kwetsbare
positie in Nederland.3 Deze kinderen groeien op in gezinnen met een huishoudinkomen dat valt binnen de onderste
57 procent van het Nederlands gemiddelde. Het gaat om 24.040 basisschoolkinderen en
12.990 tieners van 13–18 jaar. Hoewel zij net als de kinderen van asielzoekers een
taalachterstand hebben, worden zij nauwelijks meegenomen in de regeling voor het nieuwkomersonderwijs
om taalles voorrang te geven. Kinderen van arbeidsmigranten krijgen echter juist vaker
te maken met extra uitdagingen aangezien zij vaker voor een korte periode terugkeren
naar het thuisland waardoor het moeilijker wordt om de Nederlandse taal eigen te maken,
door de onregelmatige werktijden van hun ouders en de mate waarin ze op zichzelf aangewezen
zijn en soms doordat de kinderen van arbeidsmigranten pas op latere leeftijd naar
school gaan (in sommige landen pas vanaf 10 jaar oud). Dit voorstel draagt bij aan
het verbeteren van de omstandigheden van deze kinderen, op dit moment is de bekostiging
voor deze doelgroep ontoereikend, zo onderzocht het IBO.
Het IBO onderzocht in 2025 wat er nodig is om de omstandigheden waarin arbeidsmigranten
die in Nederland leven te verbeteren.4 In 5 bouwstenen doet het IBO beleidsaanbevelingen waarin niet alleen wordt gekeken
naar de arbeidsomstandigheden maar ook naar maatschappelijke impact, en eerlijke verdeling
van kosten en baten (bouwsteen 4). In bouwsteen 4.6 zet het IBO uiteen dat aanvullende
onderwijsbekostiging voor primair onderwijs gelijk moet worden getrokken met het niveau
van kinderen van asielzoekers. Met dit amendement wordt er slechts een stap genomen
in de goede richting aangezien het IBO berekend dat er 53 miljoen extra nodig is om
de regeling volledig gelijk te maken voor beide groepen. Er zal in de toekomst een
groter bedrag nodig zijn om deze groepen volledig op gelijke voet te stellen. Het
IBO laat zien dat het nodig is om het onderscheid tussen kinderen van asielzoekers
of overige vreemdelingen te laten vervallen. Hierdoor wordt het voor scholen eenvoudiger
om een aanvraag in te dienen, ook komt dit ten goede van de uitvoerbaarheid volgens
het IBO, aangezien ook DUO dit onderscheid niet hoeft te toetsen. Beide groepen vallen
dan dus onder de noemer «Nieuwkomers (asielzoekers en overige vreemdelingen)». Het
doel van de maatregel is dus niet alleen het verbeteren van toegang naar ondersteunend
onderwijs voor kinderen van arbeidsmigranten, maar ook het verzachten van de druk
op de maatschappij en met name de druk op scholen voor deze extra ondersteuning.
De dekking voor dit amendement is gevonden op Artikel 1 van de begroting en komt uit
het beleidsmatig gereserveerde budget van 0,27%. Vanaf 2028 is er bij de voorjaarsnota
13,4 miljoen toegevoegd aan het budget voor nieuwkomersonderwijs om de bedragen deels
gelijk te trekken. Wat de indieners betreft is er ook in 2026 en 2027 al budget nodig.
Met dit amendement wordt ook gevraagd een bedrag van € 13,4 miljoen voor 2027 te reserveren.
Moorman Patijn
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Marjolein Moorman, Tweede Kamerlid -
Mede ondertekenaar
Mariëtte Patijn, Tweede Kamerlid