Schriftelijke vragen : De sluiting van verpleegkundig kinderzorghuizen voor ernstig zieke kinderen
Vragen van het lid Bikker (ChristenUnie) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de sluiting van verpleegkundig kinderzorghuizen voor ernstig zieke kinderen (ingezonden 11 februari 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het besluit om vier verpleegkundig kinderzorghuizen voor ernstig
zieke kinderen op 31 maart te sluiten, waardoor circa 80 kinderen op een andere plek
intensieve zorg moeten krijgen en dat er signalen zijn dat nog meer zorgorganisaties
(verpleegkundig kinderdagverblijven en verpleegkundig kinderzorghuizen) onder druk
staan?
Vraag 2
Is er al concreet zicht op passende alternatieve zorgplekken voor deze 80 kinderen?
Vraag 3
Wie heeft uiteindelijk de verantwoordelijkheid om passende zorg te garanderen?
Vraag 4
Klopt het dat er maar drie andere plekken in Nederland zijn waar 24/7 vergelijkbare
zorg voor kinderen wordt geboden, namelijk in Barneveld, Valkenburg (L) en Uithoorn?
Hoeveel capaciteit hebben zij samen? Is bij deze zorglocaties geïnformeerd of zij
capaciteit en financiële ruimte hebben om kinderen op te nemen?
Vraag 5
Deelt u dat in deze gevallen van intensieve kindzorg de afstand tussen huis en een
zorglocatie niet te groot moet zijn, omdat kinderen zeer kwetsbaar zijn en tijdens
het vervoer niet de zorg kunnen krijgen die zij nodig hebben? Erkent u bovendien dat
niet alleen de zorg onderweg kwetsbaar is, maar dat het ook niet wenselijk is om het
kind ver van hun gezin (familie) af te hebben in verband met bijvoorbeeld bezoek,
maar ook dat áls er iets gebeurt met het kind in het verpleegkundig kinderzorghuis,
ouders binnen een bepaalde tijd aanwezig moeten kunnen zijn?
Vraag 6
Klopt het dat in veel gevallen thuiszorg als alternatief niet passend is, omdat bijvoorbeeld
niet voor niets de indicatie respijtzorg is afgegeven, zodat ouders op adem kunnen
komen? Klopt het dat zowel verpleegkundig kinderzorghuizen als verpleegkundig kinderdagverblijven
nodig zijn om deze intensieve medische kindzorg in de eigen omgeving om deze gezinnen
overeind te houden?
Vraag 7
Herkent u het beeld dat de tarieven structureel te laag zijn om dit type zorg goed
te bieden? Wanneer komt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) met de resultaten van
het kostprijsonderzoek? Vanaf wanneer kunnen kostprijsdekkende tarieven vervolgens
worden ingevoerd? Wat zijn in de tussenliggende tijd passende oplossingen om te voorkomen
dat er nog meer verpleegkundige kindzorghuizen of verpleegkundig kinderdagverblijven
hun deuren moeten sluiten?
Vraag 8
Welke verantwoordelijkheid hebben de zorgverzekeraars om voor deze kinderen passende
zorg te garanderen?
Vraag 9
Is het een optie dat deze verpleegkundig kinderzorghuizen open blijven zolang het
nodig is om passende zorg te kunnen blijven bieden? Kunt u garanderen dat er voor
alle ernstig zieke kinderen die intensieve zorg nodig hebben altijd passende zorg
is?
Vraag 10
Bent u bereid om in gesprek te gaan met de huidige zorgaanbieder, aanbieders van vergelijkbare
zorg en zorgverzekeraars om te komen tot passende oplossingen?
Vraag 11
Kunt u deze vragen beantwoorden voor de behandeling van de begroting 2026 van het
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport?
Ondertekenaars
Mirjam Bikker, Tweede Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.