Schriftelijke vragen : De aanhouding van vijftien personen wegens het verspreiden van IS-propaganda via sociale media
Vragen van de leden Diederik van Dijk en Stoffer (beiden SGP) aan de Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de aanhouding van vijftien personen wegens het verspreiden van IS-propaganda via sociale media (ingezonden 11 februari 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de berichtgeving over de aanhouding van vijftien personen wegens het verspreiden van IS-propaganda via sociale media, waaronder ook minderjarigen?
Wat is uw appreciatie van de ernst en omvang van deze zaak?1
Vraag 2
Hoe duidt u deze aanhoudingen in het licht van het meest recente Dreigingsbeeld Terrorisme
Nederland van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV),
met name waar het gaat om online radicalisering van jongeren en de rol van sociale
media?
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat online jihadistische propaganda en rekrutering via sociale
media een structurele dreiging vormen voor de nationale veiligheid?
Vraag 4
Klopt het dat extremistische netwerken in toenemende mate gebruikmaken van codetaal,
symboliek en andere verhullende communicatie om detectie door platforms en opsporingsdiensten
te omzeilen, en hoe beoordeelt u de weerbaarheid van de huidige aanpak hiertegen?
Vraag 5
In hoeverre zijn sociale-mediaplatforms naar uw oordeel momenteel daadwerkelijk in
staat om terroristische propaganda tijdig te detecteren en te verwijderen, ook wanneer
gebruik wordt gemaakt van omzeilingstechnieken?
Vraag 6
Welke concrete verplichtingen hebben platforms onder Nederlandse en Europese regelgeving
om terroristische content actief op te sporen en te verwijderen, hoe wordt toezicht
gehouden op de naleving daarvan en welke sancties volgen bij nalatigheid?
Vraag 7
Erkent u de noodzaak om het instrumentarium voor bindende verwijderbevelen, blokkades
of andere interventies te versterken wanneer platforms er niet in slagen om terroristische
propaganda effectief tegen te gaan?
Vraag 8
Kunt u, voor zover het onderzoek dat toelaat, inzicht geven in de nationaliteiten
en verblijfsstatussen van de verdachten, en aangeven in hoeverre er sprake is van
banden met jihadistische conflictgebieden zoals Syrië?
Vraag 9
Indien verdachten recente banden hebben met of afkomstig zijn uit jihadistische conflictgebieden,
hoe wordt dit betrokken in de dreigingsanalyse en geeft dit aanleiding om aanvullende
veiligheidsmaatregelen te treffen?
Vraag 10
Welke preventieve maatregelen worden ingezet om jongeren te beschermen tegen online
radicalisering en rekrutering, en hoe wordt de samenwerking met gemeenten, onderwijs
en ouders hierbij vormgegeven?
Vraag 11
Ziet u verband tussen het aanwakkeren van online jihadisme en recente demonstraties
waarbij uitingen zijn gedaan die terroristisch geweld verheerlijken dan wel legitimeren?
Hoe wordt in zulke gevallen direct ingegrepen bij strafbare uitingen?
Vraag 12
Welke maatregelen gaat u nemen om online radicalisering, rekrutering en terroristische
propaganda krachtiger tegen te gaan? Bent u bereid de Kamer hier spoedig over te informeren?
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van de leden Vondeling
en Wilders (beiden PVV), ingezonden 11 februari 2026 (vraagnummer 2026Z02964)
Indieners
-
Gericht aan
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid -
Gericht aan
E. van Marum, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Indiener
Diederik van Dijk, Kamerlid -
Medeindiener
Chris Stoffer, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.