Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Dobbe over het bericht dat tandartsketens ouderen als melkkoe gebruiken
Vragen van het lid Dobbe (SP) aan de Minister en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht dat tandartsketens ouderen als melkkoe gebruiken (ingezonden 21 januari 2026).
Antwoord van Minister Bruijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), mede namens de Staatssecretaris
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (ontvangen 10 februari 2026).
Vraag 1
Wat is uw reactie op het bericht dat tandartsketens ouderen als melkkoe gebruiken?1
Antwoord 1
In de beantwoording van onderstaande vragen geef ik een reactie op dit artikel. Daarnaast
verwijs ik naar recente antwoorden op Kamervragen over de mondzorg voor ouderen2.
Vraag 2
Hoe kan het dat commerciële tandartsketens zonder duidelijke reden vijf mondzorgcontroles
per jaar kunnen declareren?
Antwoord 2
Geleverde zorg moet verantwoord en doelmatig zijn. Van belang is dat er sprake is
van multidisciplinair overleg over de mondzorg tussen de medewerkers van het verpleeghuis
en de mondzorgpraktijken. Daarbij is doelmatigheid van de verleende mondzorg ook een
onderwerp van gesprek. Alleen daadwerkelijk geleverde zorg die voldoet aan de daaraan
gestelde eisen, mag worden gedeclareerd. De basis voor de te leveren zorg ligt vast
in het (mond)zorgplan. Indien vijf mondzorgcontroles in een jaar nodig zijn, moet
de noodzaak daartoe blijken uit het mondzorgplan. Declaraties worden gecontroleerd
door de Wlz-uitvoerders.
Vraag 3
Is het toegestaan om ouderen in een normale stoel aan de keukentafel een tandartscontrole
te geven? Zo nee, waarom vindt dat dan alsnog plaats?
Antwoord 3
De huidige richtlijn voor mondzorg pleit ervoor tandheelkundige handelingen in een
tandartsomgeving te laten plaatsvinden. Er is geen harde norm of regel die zegt dat
dit moet. Uitgangspunt is dat tandartszorg geleverd wordt in een ruimte waarin tandartszorg
geboden kan worden. Dit kan ook een mobiele praktijkruimte zijn. Uitgangspunt is ook
dat – als het in het voordeel is van de cliënt – een uitzondering gemaakt kan worden
en de tandartszorg wel op de eigen kamer plaatsvindt. Dit omdat een verplaatsing naar
een behandelkamer voor veel mensen die Wlz-zorg in een verpleeghuissetting ontvangen,
fysiek en/of psychisch belastend kan zijn. Behandeling in de vertrouwde omgeving is
dan vaak de minst ingrijpende en meest passende vorm van zorg, waarbij er uiteraard
grenzen zijn aan de mogelijkheden om dat ter plekke te doen.
Of de mondzorg op een verantwoorde manier op de eigen kamer kan worden uitgevoerd,
hangt dus af van de context.
Vraag 4
Bent u het ermee eens dat dit laat zien dat commerciële zorgbedrijven en de markt
de zorg vaak duurder en slechter maken? Zo ja, bent u bereid om winstbejag in de hele
zorg te verbieden?
Antwoord 4
Ik ben het hier niet mee eens. Zorgaanbieders zijn van oudsher private organisaties.
Een bedrijfsvoering met een positief resultaat is noodzakelijk om te kunnen innoveren
en investeren in de zorg, en om onderhoud te kunnen uitvoeren. Dit komt de zorg ten
goede. Dat betekent niet dat financieel gewin de boventoon mag voeren. Als tandartspraktijken
worden gekocht door commerciële zorgbedrijven om daar, op korte termijn, zoveel mogelijk
geld aan te verdienen, zonder dat daarbij oog is voor het belang van de cliënt of
patiënt, de kwaliteit, betaalbaarheid en toegankelijkheid van zorg, dan is dat verwerpelijk.
Maar wanneer een tandartspraktijk wordt overgenomen door een commercieel zorgbedrijf
en dit de kwaliteit, continuïteit en toegankelijkheid van zorg ten goede komt, is
het een positieve ontwikkeling voor de patiënt en het zorglandschap.
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) ziet toe op de kwaliteit en veiligheid
van de zorg die mondzorgprofessionals leveren, en de NZa houdt toezicht op professionele
bedrijfsvoering en goed bestuur van zorgaanbieders. Dit geldt voor alle zorgaanbieders,
ook voor commerciële zorgbedrijven.
Vraag 5
Wat gaat u doen om de inzet van dit soort commerciële mondzorgketens uit de ouderenzorg
te krijgen? Bent u bijvoorbeeld bereid om ouderenzorginstellingen hiervoor te waarschuwen?
Antwoord 5
Op 29 januari 2025 is het Wetsvoorstel integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders
(Wibz) naar uw Kamer gestuurd waarin eisen worden gesteld aan de zorgaanbieder. Zoals
aangegeven in de Kamerbrief van 11 december 2025, ben ik mij momenteel aan het herbezinnen
op dit wetsvoorstel. Met de herbezinning van de Wibz wordt gekeken waar aanscherpingen
kunnen plaatsvinden, waarbij ik ook actief in gesprek ga met verschillende belanghebbenden3. Hierbij worden alle aspecten van het wetsvoorstel betrokken, maar richt ik mij in
het bijzonder op aanvullende mogelijkheden om de bepalingen ten aanzien van winstuitkering
en investeerders in de zorg en jeugdhulp verder aan te scherpen. Daarbij heb ik ook
aandacht voor het weren van partijen die enkel uit zijn op financieel gewin. Ik ben
van mening dat ouderenzorginstellingen zelf hun afwegingen kunnen maken over de inzet
van mondzorgprofessionals en dat een waarschuwing van mijn kant niet nodig is.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.A. Bruijn, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede namens
N.J.F. Pouw-Verweij, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.