Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Becker over het bericht 'Maagdelijkheidstests zijn in Zweden vanaf vandaag officieel verboden'
Vragen van het lid Becker (VVD) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht «Maagdelijkheidstests zijn in Zweden vanaf vandaag officieel verboden» (ingezonden 2 december 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Pouw-Verweij (Volksgezondheid, Welzijn en Sport ), mede
namens de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris
van Justitie en Veiligheid (ontvangen 10 februari 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen,
vergaderjaar 2025–2026, nr. 738.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Maagdelijkheidstests zijn in Zweden vanaf vandaag officieel
verboden»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe bekijkt u deze maatregelen van de Zweedse regering die juist bedoeld zijn om vrouwen
en meisjes te beschermen tegen schadelijke en onbewezen praktijken?
Antwoord 2
In Nederland mogen meisjes en vrouwen nooit worden gedwongen tot een maagdelijkheidstest.
Het is dan ook van belang meisjes en vrouwen hiertegen te beschermen. Tevens geldt
dat maagdelijkheidstests medisch niet betrouwbaar zijn en in Nederland – volgens de
geldende richtlijnen – niet uitgevoerd mogen worden door medisch professionals. Zie
hiervoor ook het antwoord op vraag 3.
Vooropgesteld staat dat het recht op zelfbeschikking in Nederland een groot goed is.
Meisjes en vrouwen moeten altijd zelf over hun eigen lichaam kunnen beschikken. Dit
is ook vastgelegd in wet- en regelgeving. Het kabinet zet zich in om dit recht op
zelfbeschikking te waarborgen. De leidraad voor het medisch handelen in Nederland
zijn de juridische en ethische kaders zoals die in wet- en regelgeving en in ethische
normen zijn vastgelegd. Belangrijke uitgangspunten daarvoor zijn de grondwettelijke
bescherming van de lichamelijke integriteit en het (daarmee verband houdende) recht
op zelfbeschikking.
In de Wet op de geneeskundige behandelovereenkomst (WGBO) is de vereiste van toestemming
voor behandeling vastgelegd: zorgverleners mogen een patiënt alleen onderzoeken of
behandelen als de patiënt daar zelf toestemming voor geeft. Aanvullend daarop is het
recht op informatie en overleg opgenomen. Patiënten hebben recht op duidelijke en
begrijpelijke informatie over hun ziekte, de behandeling en de mogelijke gevolgen
daarvan, de mogelijke gevolgen bij afzien van behandeling, andere onderzoeken en behandelingen
door andere hulpverleners, de uitvoeringstermijn van de behandeling en de verwachte
tijdsduur daarvan (informed consent) en op tijdig overleg hierover met de hulpverlener (samen beslissen).
Vraag 3
Kunt u bevestigen dat maagdelijkheidstests volgens de Nederlandse professionele standaard
niet binnen de reguliere zorg thuishoren en dat artsen geacht worden deze verzoeken
af te wijzen? Zijn er desondanks aanwijzingen dat dergelijke verzoeken toch worden
gedaan bij huisartsen, gynaecologen of andere zorgprofessionals? Zo ja, kunt u aangeven
wat de omvang hiervan is, hoe deze signalen momenteel worden geregistreerd of opgevolgd
en of deze verzoeken aanleiding vormen voor toezicht door de IGJ? Indien geen cijfers
beschikbaar zijn, bent u bereid hierover structurele monitoring te laten plaatsvinden?
Antwoord 3
Ja, ik deel uw mening dat maagdelijkheidstests niet binnen de reguliere zorg thuishoren
en dat artsen geacht worden deze verzoeken af te wijzen. Een maagdelijkheidstest is
volgens artsen en experts wetenschappelijk onbetrouwbaar. Er bestaat geen test om
maagdelijkheid vast te stellen.
Ik heb contact gehad met de Nederlandse Verenging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG)
en het Nederlands Huisartsengenootschap (NHG) met de vraag of er in Nederland binnen
de beroepsgroepen artsen aanwezig zijn die een dergelijk verzoek inwilligen. Zowel
de NVOG als de NHG geven aan dat er geen aanwijzingen zijn dat er gynaecologen of
huisartsen zijn in Nederland die een maagdelijkheidstest uitvoeren of bewijzen van
maagdelijkheid afgeven. De NVOG stelt dat het uitvoeren van dergelijke tests in strijd
is met de uitgangspunten van de beroepsvereniging en het standpunt hymenreconstructie2. In dit standpunt staat beschreven dat «niemand door lichamelijk onderzoek of anders, kan vaststellen of een vrouw nog maagd
is». Beide beroepsgroepen kunnen niet volledig uitsluiten dat het voorkomt.
De professionele norm binnen de zorg staat voorop. Wanneer zorgverleners te maken
krijgen met verzoeken in deze context, staat de veiligheid van de vrouw altijd centraal.
Bij signalen van druk, dwang of een onveilige situatie wordt maatwerk geleverd om
de vrouw zo goed mogelijk te helpen, bijvoorbeeld door advies, doorverwijzing of het
betrekken van passende hulpverlening.
Ook vanuit de zelforganisaties die werken met sleutelpersonen vanuit gemeenschappen
zelf zijn geen signalen over maagdelijkheidstests naar voren gekomen. Er zijn geen
verdere cijfers bekend over de eventuele omvang van het aantal verzoeken om een maagdelijkheidstest.
Het kabinet is niet voornemens structurele monitoring naar maagdelijkheidstests op
te zetten. Voor het monitoren van maagdelijkheidstests geldt dat betrouwbare informatie
lastig te verkrijgen is. Gezien de uitgangspunten van de beroepsverenigingen niet
mee te werken aan dergelijke tests, worden ook geen gegevens hierover geregistreerd.
Monitoring zou daarmee onbetrouwbaar en onvolledig zijn. De IGJ heeft aangegeven dat
signalen over handelen buiten de professionele standaard, reden kunnen zijn om er
in het toezicht aandacht aan te besteden.
Vraag 4
Deelt u de mening dat maagdelijkheidstests geen enkele medische grondslag hebben en
dat een dergelijke praktijk kan bijdragen aan het onderdrukken en controleren van
meisjes en vrouwen? Zo ja, hoe wilt u dit toepassen in Nederland? Zo niet, waarom
niet?
Antwoord 4
Ja, ieder meisje en vrouw heeft het volste recht om te allen tijde zelf te beschikken
over haar lichaam en haar seksualiteit. Het kabinet zet zich in om meisjes en vrouwen
te beschermen en dit recht te waarborgen. Er bestaat geen test om maagdelijkheid vast
te stellen. Maagdelijkheidstests passen niet bij het recht op zelfbeschikking. Het
recht op onaantastbaarheid van het eigen lichaam is bovendien verankerd in onze Grondwet.
Met de aanpak gericht op zelfbeschikking en de preventie van schadelijke praktijken
wordt ingezet op normverandering en het beschermen van meisjes en vrouwen. Via sleutelpersonen
uit betrokken gemeenschappen wordt bijvoorbeeld gewerkt aan de acceptatie van gelijkwaardigheid
tussen mannen en vrouwen en het versterken van zelfbeschikking, ook als het gaat om
seksualiteit.
Vraag 5
Is er recentelijk onderzoek gedaan in hoeverre maagdelijkheidstests voorkomen in Nederland
in de privésfeer? Zo ja, kunt u de resultaten van dit onderzoek delen met de Kamer?
Zo niet, bent u bereid om dit in kaart te laten brengen? Is het in Nederland op dit
moment strafbaar om een maagdelijkheidstests uit te voeren of een maagdelijkheidsverklaring
af te geven door niet-medische personen?
Antwoord 5
Er is recentelijk geen onderzoek gedaan naar de vraag of maagdelijkheidstests in Nederland
voorkomen en er bestaat ook geen voornemen daartoe. Er zijn geen betrouwbare (registratie)gegevens
beschikbaar waardoor (een schatting van) de omvang naar verwachting niet betrouwbaar
is vast te stellen, zoals ook in de beantwoording van vraag 3 vermeld. Daarnaast wijzen
signalen vanuit diverse professionals en organisaties erop dat maagdelijkheidstests
niet of nauwelijks voorkomen in Nederland.
Er is geen sprake van een aparte strafbaarheidsstelling voor het uitvoeren van maagdelijkheidstests
of het afgeven van een maagdelijkheidsverklaring door niet-medische personen. Het
Wetboek van Strafrecht kent mogelijke strafbepalingen afhankelijk van de wijze waarop
de tests worden uitgevoerd of de verklaringen worden afgegeven. Zo kan er bij het
tegen iemands wil binnendringen van een seksueel lichaamsdeel sprake zijn van schuldverkrachting,
zoals strafbaar gesteld in artikel 242 Wetboek van Strafrecht. En bij een valselijk
afgegeven verklaring kan mogelijk sprake zijn van valsheid in geschrifte in de zin
van artikel 225 Wetboek van Strafrecht. Als hiervan aangifte wordt gedaan, is het
aan het Openbaar Ministerie om deze aangifte te beoordelen aan de hand van de specifieke
feiten en omstandigheden van het individuele geval.
Vraag 6
In Zweden wordt het ook strafbaar om geen melding te maken van gedwongen huwelijken
en kindhuwelijken, in het licht hiervan hoe staat het met de uitvoering van de motie-Dral
c.s. (Kamerstuk 31 015, nr. 293) die toeziet op een meldplicht?
Antwoord 6
Zoals in de kabinetsreactie op het inspectierapport inzake het incident met het pleegmeisje
in Vlaardingen3 van januari 2025 is aangegeven en de motie Dral verzoekt, verkent het Ministerie
van VWS een adviesplicht binnen de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.
De invoering van een adviesplicht vraagt een aantal inhoudelijke keuzes, zoals de
verhouding tot collegiale toetsing, de impact op professionals en de uitvoerbaarheid.
Het ministerie zal de komende tijd
met betrokken organisaties een aantal scenario’s van de adviesplicht bespreken en
vervolgens verder uitwerken tot een voorkeursscenario. De vervolgstap is om in beeld
te brengen wat dit betekent voor aanpassing van wet- en regelgeving.
Vraag 7
Welke concrete stappen acht u op korte termijn haalbaar om ervoor te zorgen dat meisjes
en vrouwen in Nederland niet langer worden geconfronteerd met pseudomedische claims,
sociale druk of dwang rondom «maagdelijkheid», inclusief handhaving, voorlichting,
regelgeving en mogelijke strafbaarstelling?
Antwoord 7
De bescherming van meisjes en vrouwen in Nederland tegen geweld, dwang en onderdrukking
is een prioriteit van het kabinet. Het kabinet zet in op het versterken van zelfbeschikking
en de preventie van schadelijke praktijken. Maagdelijkheidstests passen niet bij het
recht op zelfbeschikking. Binnen de aanpak gericht op verandering vanuit gemeenschappen
zelf, wordt via sleutelpersonen uit betrokken gemeenschappen gewerkt aan de acceptatie
van gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen en het versterken van zelfbeschikking,
ook als het gaat om seksualiteit. Zoals eerder vermeld in antwoord op vraag 3 zijn
er, volgens de NVOG, in Nederland geen aanwijzingen dat er in Nederland gynaecologen
zijn die een maagdelijkheidstest uitvoeren of bewijzen van maagdelijkheid afgeven.
Ook zijn vanuit de betrokken zelforganisaties, die bijvoorbeeld zijn aangesloten bij
de Alliantie Verandering van Binnenuit, gefinancierd door het Ministerie van OCW of
vanuit de initiatieven die met middelen van het Ministerie van SZW worden gesteund,
geen signalen over het uitvoeren van maagdelijkheidstests naar voren gekomen. Niet
door artsen en ook niet door personen uit de privésfeer. Een specifieke strafbaarstelling
voor het uitvoeren van maagdelijkheidstests is daarom vooralsnog niet noodzakelijk.
Daarnaast wijzen medici erop dat een verbod ertoe kan leiden dat eventuele verzoeken
voor dergelijke tests in het illegale circuit terechtkomen. Dat is onwenselijk en
kan nadelige gevolgen hebben voor de gezondheid en ondersteuning van vrouwen.
Vraag 8
Welke stappen worden er op dit moment vanuit het kabinet nog meer ondernomen om meisjes
en vrouwen in Nederland beter te beschermen tegen schadelijke praktijken die hun lichamelijke
integriteit, autonomie en rechten aantasten?
Antwoord 8
Het kabinet vindt het van groot belang meisjes en vrouwen te beschermen tegen iedere
vorm van geweld. De bescherming tegen schadelijke praktijken is daar onderdeel van.
De aanpak van schadelijke praktijken vereist inzet op zowel preventie, bescherming
en ondersteuning van slachtoffers als op strafbaarstelling. Versterking van het recht
op zelfbeschikking draagt bij aan de preventie van schadelijke praktijken. In dit
kader wordt gewerkt aan voorlichting binnen (gesloten) gemeenschappen in samenwerking
met sleutelpersonen. Specifiek over maagdelijkheid verstrekken organisaties zoals
Sense en Rutgers op laagdrempelige manieren informatie. Informatie en voorlichting
over dit onderwerp is belangrijk, omdat er helaas sprake kan zijn van onjuiste (medische)
informatie. Daarnaast is en blijft de verklaring tegen meisjesbesnijdenis beschikbaar
ter preventie van vrouwelijke genitale verminking. Deze verklaring kan worden uitgereikt
aan ouders afkomstig uit risicolanden die van plan zijn om naar het land van herkomst
te gaan. Met de verklaring kunnen familieleden worden geïnformeerd over de consequenties
en strafbaarheid van vrouwelijke genitale verminking.
Naast voorlichting en het stimuleren van dialoog over deze thema’s in de betrokken
gemeenschappen om verandering te bewerkstelligen, is het heel belangrijk de kennis
en vaardigheden van professionals te vergroten en de samenwerking tussen ketenpartners
te versterken. Om professionals voldoende handvatten te geven, zodat zij (signalen
over mogelijke) schadelijke praktijken eerder herkennen en weten hoe te handelen,
wordt door VWS ingezet op deskundigheidsbevordering, onder andere van huisartsen en
verloskundigen. Aanvullend hierop zal door de Staatssecretaris Participatie en Integratie
worden ingezet op deskundigheidsbevordering van professionals in het sociaal domein
en zal een ketenaanpak op de preventie van schadelijke praktijken worden opgezet in
twee regio’s waar die nu nog ontbreekt.
De samenwerking tussen ketenpartners wordt verder bevorderd door het Landelijk Netwerkknooppunt
Schadelijke Praktijken. Het kabinet draagt financieel bij aan dit netwerk. Binnen
het netwerk bestaat de behoefte een digitaal platform op te zetten zodat gemakkelijk
en snel informatie en vragen kunnen worden gesteld. Het kabinet stelt in de jaren
2026–2029 financiële middelen beschikbaar om dit platform te ontwikkelen.
Tot slot zal de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid – naar aanleiding van
de conclusies en aanbevelingen uit het WODC-onderzoek «Over grenzen: een rechtsvergelijkend
onderzoek naar preventieve beschermingsbevelen bij huwelijksdwang, achterlating en
vrouwelijke genitale verminking» – onderzoeken of en hoe het huidige juridische instrumentarium
kan worden aangevuld met maatregelen in lijn met preventieve beschermingsbevelen,
geïnspireerd op het voorbeeld uit het Verenigd Koninkrijk. Deze civielrechtelijke
maatregelen kunnen strafrechtelijk worden gehandhaafd. Op deze wijze kan de bescherming
van (potentiële) slachtoffers aanzienlijk worden vergroot.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
N.J.F. Pouw-Verweij, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede namens
A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.