Amendement : Amendement van het lid Moorman over het terugdraaien van de voor 2026 voorziene bezuinigingen op het Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid
36 800 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
Nr. 78
AMENDEMENT VAN HET LID MOORMAN
Ontvangen 10 februari 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
De begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 01 Primair onderwijs worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 60.900 (x € 1.000).
Toelichting
Met dit amendement stelt de indiener voor om de voor 2026 voorziene bezuinigingen
van € 60,9 miljoen op het Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid (GOAB) terug te
draaien. Deze bezuiniging is het gevolg van de 10% budgetkorting die op elke SPUK
wordt toegepast voordat deze naar het gemeente- of provinciefonds wordt overgeheveld
(HLA. 29). Met geld dat gemeenten ontvangen uit het GOAB kunnen zij maatregelen treffen
voor kinderen die risico lopen op een onderwijsachterstand. Voor- en vroegschoolse
educatie vormen een belangrijke onderdeel van dit beleid, net als schakelklassen voor
kinderen met een taalachterstand, nieuwkomersonderwijs en verlengde schooldagen.
In het coalitieakkoord Aan de slag. Bouwen aan een beter Nederland van D66, VVD en CDA leest de indiener dat deze partijen leerachterstanden vroeg willen
aanpakken door te «investeren in bewezen aanpakken zoals de rijke schooldag en voor- en vroegschoolse
educatie via gemeentelijk onderwijsachterstandsmiddelen» (p. 46). Indiener leest hierin dat D66, VVD en CDA het GOAB door willen zetten en
acht het daarom zeer onverstandig om de bezuinigingen in 2026 door te voeren. Er zullen
programma’s worden afgeschaald die vanaf 2027 weer kunnen worden opgebouwd en er zullen
mensen worden ontslagen die vanaf 2027 weer kunnen worden aangenomen, wat een inefficiënte
manier is om het onderwijsachterstandenbeleid effectief en duurzaam vorm te geven.
Bovendien kost het weer opnieuw opstarten en aannemen van personeel meer dan het onverminderd
doorzetten van beleid.
Dekking vindt de indiener in de onderuitputting van de begroting van Onderwijs, Cultuur
en Wetenschap, zoals vermeld in de Najaarsnota 2025. Indiener is van mening dat geld
dat is gereserveerd is voor onderwijs ook daadwerkelijk naar onderwijs moet gaan en
niet standaard moet terugvloeien in de algemene middelen. Het zal leiden tot een lichte
verslechtering van het EMU-saldo, maar dit zal minimaal zijn gezien het gaat om een
eenmalig bedrag van € 60,9 miljoen in 2026.
Moorman
Ondertekenaars
Marjolein Moorman, Tweede Kamerlid