Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Ceder over het bericht 'Kerk mag de Grote Kerk van Alkmaar niet huren voor paasdienst. 'Geen religieuze samenkomsten''
Vragen van het lid Ceder (ChristenUnie) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht «Kerk mag de Grote Kerk van Alkmaar niet huren voor paasdienst. «Geen religieuze samenkomsten»» (ingezonden 3 februari 2026).
Antwoord van Minister Moes (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 10 februari
2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht over het weigeren van de verhuur van de Grote
Kerk in Alkmaar voor een gezamenlijke paasdienst van de Protestantse gemeente van
Alkmaar, terwijl het gebouw wel wordt verhuurd voor andere bijeenkomsten zoals culturele
evenementen en bijvoorbeeld whiskyproeverijen?1
Antwoord 1
Ja
Vraag 2
Hoe verhoudt het weigeren van religieuze samenkomsten zich volgens u tot het uitgangspunt
van inclusiviteit dat veel culturele instellingen, mede met steun van de overheid,
nastreven en in hoeverre verhoudt dit zich specifiek tot een historisch kerkgebouw
(met een beschermde rijksmonumentale status)?
Antwoord 2
Uit de status van rijksmonument vloeit niet voort dat het gebouw opengesteld moet
zijn. Er zijn heel veel rijksmonumenten die niet of zeer beperkt opengesteld zijn.
Eigenaren en exploitanten van rijksmonumenten maken daarin hun eigen keuzes, binnen
wettelijke kaders. Zie ook vraag 4. In dit specifieke geval is de Stichting Behoud
Grote kerk Alkmaar eigenaar van het kerkgebouw. De exploitatie wordt verzorgd door
de Stichting Theater De Vest & Grote Kerk Alkmaar (TDVGKA). Het gebouw is niet meer
in gebruik als kerk.
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat religieuze bijeenkomsten, waaronder gebedsdiensten, onderdeel
zijn van het immaterieel cultureel erfgoed en van oudsher verbonden zijn met kerkgebouwen
die een cultuurhistorische functie hebben?
Antwoord 3
Het klopt dat er een sterke verbinding is tussen religieuze bijeenkomsten en de plekken
waar deze plaatsvinden. Gebedsdiensten in algemene zin zijn echter geen onderdeel
van de definitie van «immaterieel erfgoed» in het kader van het Unesco-verdrag ter
bescherming van het immaterieel erfgoed. Wel zijn specifieke gebruiken die voortkomen
uit en verbonden zijn aan het Christendom op de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland
ingeschreven door gemeenschappen die deze gebruiken uitoefenen. Dit gaat bijvoorbeeld
om het bovenstemzingen bij psalmen in Genemuiden, de Heiligdomsvaart in Maastricht
of de Passiespelen in Tegelen.
Vraag 4
Hoe verhoudt deze opstelling zich tot de Algemene wet gelijke behandeling?
Antwoord 4
Culturele instellingen, zoals als TDVGKA, zijn vrij om op basis van een eigen profielkeuzes
te maken ten aanzien van hun programmering en verhuur. Daarbij mogen zij niet discrimineren.
Vraag 5
Krijgt de stichting behoud Grote Kerk direct of indirect subsidie van het Ministerie
van OCW voor beheer of instandhouding van het kerkgebouw? Zo ja, hoeveel?
Antwoord 5
De Stichting Behoud Grote kerk Alkmaar heeft van het Ministerie van OCW in 2023 een
subsidie van in totaal € 240.998 ontvangen in het kader van de Subsidieregeling Instandhouding
Monumenten (Sim). Via de restauratieregeling van de provincie Noord-Holland (die voor
ongeveer 50% wordt gefinancierd door het Rijk) heeft de stichting in de laatste ronde
(2025) een subsidie van € 85.000,– ontvangen.
Vraag 6
Kunt u toelichten welke voorwaarden uw ministerie verbindt aan subsidies voor het
behoud en de exploitatie van religieus erfgoed en of daarbij aandacht is voor non-discriminatie
en gelijke toegang voor verschillende vormen van gebruik, waaronder religieus gebruik?
Antwoord 6
Vanuit het rijk zijn er voor rijksmonumenten geen exploitatiesubsidies. Voor de instandhouding
van niet-woonhuis rijksmonumenten (onderhoud en restauratie) zijn de Sim en de provinciale
restauratieregelingen beschikbaar. De Sim kent geen eisen ten aanzien van het gebruik
en de toegankelijkheid. De provincie Noord-Holland stelt als eis dat het monument
tenminste 24 dagen per jaar voor publiek toegankelijk is.
Vraag 7
Acht u het wenselijk dat een gebouw met een eeuwenlange religieuze functie, dat tegenwoordig
mede met publieke middelen in stand wordt gehouden, expliciet wordt uitgesloten van
religieus gebruik, terwijl andere vormen van samenkomst wel zijn toegestaan?
Antwoord 7
Ik snap de teleurstelling van de Protestantse gemeente van Alkmaar. Ik heb vernomen
dat de gemeente Alkmaar voornemens is om met partijen in gesprek te gaan.
Vraag 8
Vindt u het verenigbaar met het doel van deze subsidies dat religieuze gemeenschappen
worden uitgesloten van gebruik van religieus erfgoed, terwijl zij historisch en inhoudelijk
nauw met dat erfgoed verbonden zijn?
Antwoord 8
Het doel van de subsidies is de instandhouding van het cultureel erfgoed. Voortgezet
gebruik is doorgaans de beste manier om dit behoud te realiseren, maar als dat niet
langer mogelijk is draagt herbestemming hier ook aan bij. Van geval tot geval moet
dan worden bekeken welke mogelijkheden er zijn.
Vraag 9
Bent u bereid te onderzoeken of het huidige subsidiebeleid van uw ministerie voldoende
waarborgen bevat om te voorkomen dat met publieke middelen ondersteunde instellingen
bepaalde levensbeschouwelijke groepen structureel uitsluiten?
Antwoord 9
Ik zie hier geen noodzaak toe aangezien de waarborgen tegen uitsluiting reeds in andere
wetgeving vastliggen. Zie antwoord 4.
Vraag 10
Ziet u mogelijkheden om, in overleg met gemeenten en gesubsidieerde erfgoedinstellingen,
richtlijnen te bevorderen waarin recht wordt gedaan aan zowel de culturele als de
religieuze betekenis van voormalige kerkgebouwen?
Antwoord 10
Het programma Toekomst Religieus Erfgoed, waarin kerken, overheden en erfgoedinstellingen
samenwerken, richt zich op zowel de culturele als de religieuze betekenis van kerkgebouwen.
Dat vraagt altijd om maatwerk. Er zijn diverse handreikingen ontwikkeld die hier ondersteunend
aan zijn, zoals de «Handreiking religieus erfgoed voor burgerlijke en kerkelijke gemeenten».2
Vraag 11
Zijn er meerdere gevallen bekend waarbij subsidie wordt verstrekt aan eigenaren danwel
beheerstichtingen van een historische kerk, maar waarbij kerkactiviteiten expliciet
verboden zijn? Zo ja, hoeveel en in hoeveel gevallen subsidieert het Ministerie van
OCW deze?
Antwoord 11
Nee, hiervan zijn mij geen gevallen bekend. Overigens is een verbod ook in dit specifieke
geval niet aan de orde.
Vraag 12
Hoe verhoudt zich dit tot de bedoeling van de opgestelde handreiking kerkenvisie?
Antwoord 12
De handreiking kerkenvisie is gericht op de totstandkoming van een kerkenvisie langs
de lijnen van dialoog en overleg. Een kerkenvisie is een document aan de hand waarvan
vervolgens keuzes gemaakt kunnen worden ten aanzien van de toekomst van kerkgebouwen.
Die keuzes moeten zich houden aan geldende wet en regelgeving.
Vraag 13
Hoe wordt uitvoering gegeven aan de motie Ceder die de regering verzoekt in samenspraak
met Toekomst Religieus Erfgoed te verkennen op welke manier belemmeringen bij functiebehoud
kunnen worden weggenomen om zo veel mogelijk kerkgebouwen een goede herbestemming
te geven?3
Antwoord 13
In de Kamerbrief van 2 juni 2025 heeft mijn voorganger aangekondigd het programma
Toekomst Religieus Erfgoed te zullen voortzetten en daarbij specifiek aandacht te
hebben voor het nevengebruik van kerkgebouwen door (christelijke) migrantengemeenschappen
en de mogelijke belemmeringen daarbij.4
Vraag 14
Bent u bereid hierover in gesprek te gaan met vertegenwoordigers van religieuze gemeenschappen
en erfgoedorganisaties om te voorkomen dat religieus erfgoed vervreemdt van de gemeenschappen
waarvoor het nog altijd een levende betekenis heeft?
Antwoord 14
Gesprekken over de relatie tussen religieuze gemeenschappen en het behoud van religieus
erfgoed vinden doorlopend plaats binnen het Programma Toekomst Religieus Erfgoed.
Vraag 15
Wilt u deze vragen uiterlijk voor de behandeling van de OCW-begroting beantwoorden?
Antwoord 15
Ja.
Ondertekenaars
G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.