Schriftelijke vragen : Het bericht 'Jos voelt zich misleid na 43 jaar ploegendienst in pvc-fabriek'
Vragen van het lid Bühler (CDA) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht «Jos voelt zich misleid na 43 jaar ploegendienst in pvc-fabriek» (ingezonden 10 februari 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Jos (64) uit Beek voelt zich misleid na 43 jaar ploegendienst
in pvc-fabriek die op faillissement afstevent: «We zijn belazerd»», over de (aanstaande)
faillissementssituatie rond Vynova in Beek en de mogelijke gevolgen voor werknemers
en oud-werknemers, waaronder het mislopen van loon, een Regeling voor Vervroegde Uittreding
(RVU-)regeling, en vergoedingen uit het sociaal plan?1
Vraag 2
Hoe beoordeelt u dat er volgens berichtgeving een sociaal plan is overeengekomen met
toezeggingen over onder meer ontslagvergoedingen, terwijl (een deel van) de betrokken
werknemers inmiddels geen salaris over januari heeft ontvangen en uitbetaling van
vergoedingen uit het sociaal plan onzeker is een aangevraagd faillissement?
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat werknemers, zeker na tientallen dienstjaren, zwaar mogen
leunen op gemaakte afspraken en toezeggingen in een sociaal plan, en dat het maatschappelijk
vertrouwen wordt geschaad als zulke toezeggingen bij een sluiting niet worden nagekomen?
Vraag 4
Kunt u toelichten welke normatieve betekenis u hecht aan sociale plannen in dit soort
situaties?
Vraag 5
Klopt het dat (ex-)werknemers die gebruikmaakten van een RVU bij Vynova, omdat zij
daarvoor zelf ontslag moesten nemen, in beginsel geen aanspraak meer hebben op een
Werkloosheidswet (WW-)uitkering wanneer de RVU-uitkeringen vervolgens wegvallen door
betalingsonmacht van de werkgever?
Vraag 6
Zo ja, hoe beoordeelt u deze uitkomst in het licht van inkomenszekerheid en de bedoeling
van RVU-afspraken?
Vraag 7
Ziet u aanleiding om, mede naar aanleiding van deze situatie, te bezien of de huidige
systematiek rond RVU-afspraken waarbij werknemers «op eigen verzoek» uit dienst gaan
(en daarmee WW-rechten kunnen verliezen) aanvullende waarborgen behoeft voor het geval
de werkgever de RVU-verplichting daarna niet (meer) kan nakomen, bijvoorbeeld door
insolventie? Zo ja, welke opties verkent u? Zo nee, waarom niet?
Vraag 8
In hoeverre acht u het wenselijk dat bij bedrijfssluitingen en herstructureringen
sociale plannen en bijbehorende financiële verplichtingen beter worden geborgd (bijvoorbeeld
via zekerheidsstellingen), zodat werknemers niet alsnog met lege handen staan bij
surseance of faillissement?
Vraag 9
Bent u bereid hierover in gesprek te gaan met sociale partners?
Indieners
-
Gericht aan
M.L.J. Paul, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
Indiener
J.G.L.M. Bühler, Tweede Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.